Column Peter Buwalda

Na veertig jaar hardnekkige verkettering draai ik al dagenlang Elton John

Literatuurkenners weten dat ik op zijn tijd graag een Snickers wegwerk, also known as de vuist vol pinda’s, een vitaminerijke traktatie die behalve de stevige trek zeker vijf minuten lang elke twijfel wegneemt over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, of ze eigenlijk wel één en dezelfde persoon zijn, bijvoorbeeld.

Amen.

Maar nu heeft de heilige reep wel een erg groot wonder verricht.

Wat nu? Huilt je Beethovenbuste? Hangen er druppels beaujolais aan Reves leeslinten? Hmm?

Nee, nee, lezer, het is miraculeuzer: na veertig jaar hardnekkige verkettering draai ik al dagenlang Elton John. En geen half werk ook: er liggen hier, even tellen, acht cd’s van die aansteller. Ik heb het nog niet aan Mick, Sander en Max durven vertellen, mijn vrienden in de muziekapp. Bij dezen, jongens. Ze denken namelijk dat ik nog bezig ben met hiphop. Ze zullen wel boos worden.

Tja. Haha. Jajaja. Burp.

Het wonder voltrok zich overigens via de reep én hiphop, en wel zo: Jet en ik zaten voor de buis, in knusse afwachting van iets, ik ben vergeten wat, toen de nieuwe Snickers-reclame langkwam, een briljant filmpje waaruit eens te meer bleek dat er te veel wordt gecasht met die smerige troep van ze. Wat je ziet is een soort highschool hiphopfeestje, vader en moeder zitten in de keuken, in de huiskamer wordt in een kring gefreestyled, een rapper is net klaar, een meisje kondigt over de beat heen de volgende aan, maar ineens staat daar Elton John, rode bril, knalrood showpak, die zijn armpjes spreidt en als een ouwe kraai Don’t Go Breaking My Heart aanheft.

De beat valt stil, alle homies trekken een verbijsterd smoelwerk, eentje tikt Elton op zijn schouder.

‘Watte?’

Are you hungry? Kom, eet een Snickers.’

‘Dank je’, zegt het beroemde fossiel na een knorrig grommetje, neemt een hap, en verandert, poef, in wie hij eigenlijk was: voornoemde Boogie, een bijzonder soepel rappertje. Met trek ben je niet jezelf, wil Snickers maar zeggen.

Wat een reep, hè. Het is allemaal zo raak, zo smeuïg. Maar wat ik wilde was Elton John, en geen Snickers. Geen idee hoe dat werkt, maar meteen moesten alle popencyclopedieën uit de kast, de websitejes erbij, reviews, lijstjes, waarna een koortsachtig sterrentellen zijn aanvang nam. En toen:

Bankpas uit de schede.

Inmiddels twee weken verder ben ik helemaal niet ontevreden. De vroege Elton is goed, erg goed, soms. We hebben het over 1970-1973, de beginjaren waarin hij als een waanzinnige aan de weg timmerde. Ik was toen nul, gemiddeld. En nu pas kom ik er eens achter. Door de reep, nota bene.

Snickers, er is geen betere.

Een handvol vroege Elton-lp’s wil ik noemen, Tumbleweed Connection en Honky Château voorop, zeer fraai, vijf sterren, en ook nog Madman Across the Water, en zeker ook 17-11-70, een spetterende live-plaat, konden de Stones een puntje aan zuigen – ik doe net alsof u halfgaar bent, ik merk het – het zal wel basiskennis zijn, maar voor mij is het allemaal nieuw.

Volgens mij houdt het wel snel op, met Elton. Goodbye Yellow Brick Road pruim ik al niet meer. Te gladjes. Klopt dat? Of bereidde Elton met die plaat op gedurfde wijze de weg voor Marco Borsato en Céline Dion?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden