Na Tjoelker

Is Justitie te soft en vervreemd van de maatschappelijke werkelijkheid? Die vragen rezen na de uitspraak in de zaak-Tjoelker afgelopen week....

TOEN Dennis te horen had gekregen wat zijn straf was voor het doodslaan van Pieter-Jorn, zat die straf er al op. In december 1994 werd Dennis veroordeeld tot vijf maanden tuchtschool en één maand voorwaardelijk. Zes maanden daarvoor waren de dodelijke klappen gevallen. Dennis kwam vrij zo'n beetje op de dag van zijn veroordeling.

De familie van Pieter-Jorn was geschokt. De straf week weliswaar niet veel af van wat het jeugdrecht in 1994 voor doodslag voorschreef: maximaal zes maanden tuchtschool. Dennis was destijds 17 en viel onder het jeugdrecht. 'Maar een half jaar voor het doodslaan van je kind, dat is niet te begrijpen', zegt vader Jacob Roorda. 'Je mag toch wel een paar jaar het idee hebben: die klootzak zit gelukkig even vast?'

Toen Meindert Tjoelker vorig jaar werd doodgetrapt - waarvoor de daders deze week relatief lage straffen hebben gekregen - werd Roorda vaak gevraagd: 'Alles komt zeker weer boven?' Zijn antwoord is: 'Denk je dat er ooit een moment komt dat ik er niet mee bezig ben? Zelf heb ik ook de illusie gehad: over een jaar wordt het beter. Maar dat is niet zo. Er is een leven vóór en een leven ná.'

Het leven vóór eindigde op 11 juni 1994. De Roorda's zouden die zaterdag naar de camping gaan, Pieter-Jorn ging voor die tijd nog even Franeker in. In een café zat hij te praten, toen Dennis zijn karateslagen uitdeelde. 'Zonder enige aanleiding, zonder woordenwisseling. Mijn zoon is van de zijkant benaderd. Omdat hij ontspannen was, is zijn nek dubbelgeklapt en is zijn hersenstam verbrijzeld.' 's Avonds om tien uur werd hij klinisch dood verklaard. 'Doodgeslagen, twee maanden voor hij 15 werd.'

Roorda: 'Wat ons het meest is opgevallen en tegengevallen: toen de straf werd uitgesproken, zeiden vrienden, kennissen, vreemden die ons belden, dat het verschrikkelijk was. Ik dacht: waarom doen jullie er dan niks aan? Wat nu bij de Tjoelkers is losgekomen, heeft ons gigantisch goedgedaan. Dat hadden wij ook gewild.'

Na de dood van Tjoelker kwamen duizenden mensen op de plek des onheils bij elkaar. Deze week kwam er opnieuw een massa op de been. De boodschap was: wij zijn tegen geweld en tegen het feit dat de daders maar twee jaar cel - min acht maanden voorwaardelijk - hebben gekregen. 'Kolossale blunder' van het Openbaar Ministerie (OM) in Leeuwarden, een 'misser van de eerste orde' verklaarden juristen. 'Ik schaam me voor ons rechtssysteem', kopte Trouw op de opiniepagina.

Wie afgaat op deze uitingen, zou denken dat justitie en de rest van Nederland uit elkaar zijn gegroeid, dat justitie een wereld vertegenwoordigt die niet meer bestaat. Maar diverse strafrechtjuristen vinden dat de zaak-Tjoelker daarvoor niet het bewijs levert. De roep om verandering van het strafrecht, omdat de uitkomst deze week onbevredigend was, zouden zij niet willen honoreren. Het strafrecht bood in de zaak-Tjoelker genoeg aanknopingspunten om op een hogere straf uit te komen. Er had iets anders ten laste moeten worden gelegd.

Justitie te soft? 'Ik geloof het niet. Die naam hebben we internationaal en we waren er altijd trots op', zegt H. Crombag, hoogleraar sociaal wetenschappelijke bestudering van het recht aan de Universiteit Maastricht. 'We behaalden met kennelijk softere middelen geen slechter resultaat dan in het buitenland. Maar we zijn ons de laatste tien jaar juist aan het verharden. We zijn langer en meer gaan straffen en dus zijn er meer cellen nodig.' Wat ook kan wijzen op een toename van de criminaliteit. Crombag: 'De behoefte aan cellen is groter dan de toename van de criminaliteit.'

Er wordt zo gauw geroepen: 'Waar blijft justitie?', vindt C. Kelk, hoogleraar strafrecht aan de Rijksuniversiteit Utrecht. 'Maar zodra mensen een zoon in de bak hebben, draaien ze als een blad aan de boom om. Dan is de werkelijkheid te hard.' Wel is 'Tjoelker' in zijn ogen een symbolische zaak. 'Maar symbool waarvoor? Ik zou er graag de hele samenleving bij willen betrekken. Waar komt in godsnaam al die agressie vandaan? Het is niet alleen justitie, dat is zo'n naiëve voorstelling van zaken. Al hak je daders de kop af, dat helpt ook niet.'

De zaak-Roorda zou tegenwoordig anders hebben uitgepakt. Dader Dennis zou via het jeugdrecht nu twee jaar kunnen krijgen, in plaats van zes maanden. Harder straffen, maar maakt het voor de Roorda's wat uit? 'Al zou ikzelf of iemand anders de dader standrechtelijk executeren, het zou een kleine genoegdoening zijn, maar nooit een voldoening. Ik krijg mijn kind niet terug. In die zin maakt de strafmaat niet uit. Maar toen tijdens de rechtszaak bleek dat de dader weer vrijkwam, kregen we haatgevoelens tegenover de hele samenleving. Voor ons begon het toen pas. Wij hebben alles zelf zó moeten uitzoeken, dat we aan het verwerken van ons verdriet niet toekwamen. Wij voelen ons weggetrapt.'

De Roorda's stuitten na de dood van Pieter-Jorn op het 'machogedrag' van politie en OM. Vader Roorda moest zelf met de politie bellen om te weten te komen hoe zijn zoon precies was gedood. Ook bij het OM moest Roorda de informatie 'voor de helsdeuren wegslepen'. Het duurde anderhalve week voordat hij de officier van justitie te pakken had die de zaak behandelde. 'Alsof je een ivoren toren binnenging.'

0 IA DE Tjoelkers, die hij kent, weet hij dat het OM in Leeuwarden nu beter met nabestaanden omgaat. Vier jaar geleden was dat anders. Tijdens het eerste gesprek met de jeugdofficier van justitie dat hij voerde, kreeg hij te horen: 'Meneer Roorda, u moet wel begrijpen dat de privacy van de dader voorop staat', en: 'Ik moet u erop wijzen dat de straf in onze rechtsstaat binnen het jeugdrecht niet is bedoeld als vergelding maar als preventie.'

Bij Roorda 'sloegen de stoppen door'. Wat opnieuw het geval was in 1995. Bij toeval kwam hij erachter dat dader Dennis was verhuisd naar Breda, waar hij opgepakt bleek te zijn na een roofoverval. Toen Dennis werd veroordeeld, bleek het OM in Breda vergeten te zijn dat Dennis nog een voorwaardelijke straf had. Via de Nationale Ombudsman die Roorda inschakelde, kreeg Dennis alsnog die ene maand erbij. Maar voor de straf, 240 uur werken, maakte dat niet meer uit: 'Het was een vormfout.'

Strafrechtjurist W. Wedzinga bij de Rijksuniversiteit Groningen noemt vormfouten een illustratie van het gebrek aan vakmanschap bij het OM. Dat de wetgever heeft ingegrepen in het Wetboek van Strafvordering, waardoor vormfouten minder van invloed kunnen zijn op de rechtsgang, noemt hij 'een premie op het maken van fouten door het OM'. Ook vraagt hij zich af of het OM nog voldoende weerwerk kan bieden aan strafpleiters als de gebroeders Anker. 'Die zitten zó goed in hun vak, die spelen bij wijze van spreken met de officier.'

De oorzaak is volgens hem dat het OM de laatste jaren drukker is geweest met reorganiseren dan met het gewone handwerk. 'Wilde je carrière maken bij het OM, dan moest je vooral beleidsmatig werk doen, veel in de vergaderzaal zitten.' Het 'triviale' werk werd gedaan door 'zittingsboeren'. Welke officier van justitie kan nog een tenlastelegging schrijven? Dat doet de parketsecretaris. 'Reken maar dat het voorkomt dat de officier zich er niet mee bemoeit. De avond ervoor, of de dag van de zitting leest hij de aanklacht.'

P. Wiewel, strafrechtdocent aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de Coornhertliga die sinds de jaren zeventig pleit voor strafrechthervorming: 'Het gevoel dat het OM het laat afweten op het gebied van kwaliteit wordt zeer algemeen gedragen. Het aantal standaardvergaderingen is groter dan het aantal officieren in Nederland. Er is onderwaardering voor het eigenlijke werk.'

Het College van Procureurs-Generaal in Den Haag weigert in te gaan op de zaak-Tjoelker, maar verweert zich door te zeggen dat 'kwaliteit' een vaag begrip is. In 1996 bracht het OM 132.500 misdrijven door de rechter. In 93 procent volgde een schuldigverklaring. 'Dat aantal is aanzienlijk hoger dan de burger denkt.' Beleid neemt volgens de woorvoerder nog geen 10 procent van het werk van de officieren in beslag.

0 E Coornhertliga heeft zich vooral ingezet voor een humanere detentie. Is in het strafrecht de aandacht voor de dader niet wat te ver doorgeschoten en wordt het slachtoffer niet benadeeld? Wiewel: 'Het slachtoffer is een bijproduct. Hij kan aangeven, getuigen, eventueel een klacht indienen, maar daarna is het: wat doet de overheid met de verdachte burger?'

Als het aan vader Roorda ligt, komt daar verandering in. Ouders van kinderen die door geweld om het leven zijn gekomen, mogen in de volksmond 'slachtoffer' heten, voor de wet zijn zij 'nabestaanden'. Dat betekent dat zij geen recht hebben op professionele hulpverlening, 'terwijl er voor de dader een heel psychiatrisch park in actie komt'. Nabestaanden zijn geen partij tijdens de rechtsgang. Wat had Roorda graag als 'officieel' slachtoffer zijn belangen laten behartigen door een advocaat. Dan was hij niet overgeleverd aan het OM: 'Ik wil niet alleen maar klagen over het OM, want het is met handen en voeten gebonden aan de wet. Het mag niks naar buiten brengen, terwijl een advocaat alles in de pers kan zeggen.'

Hoogleraar Kelk vindt het 'geen gekke wens'. 'Op papier is er van alles geregeld, maar het lukt nog niet naar tevredenheid. Er zouden meer slachtofferorganisaties moeten komen. Toch is het merkwaardige: iedereen roept dit al tientallen jaren, maar er gebeurt te weinig.' Crombag: 'Het slachtoffer heeft geen enkele plaats. Het strafrecht is te veel dadergericht.'

Maar het probleem is onoplosbaar, meent hij. Uiteindelijk is er niets te bedenken, zelfs geen straf, waardoor nabestaanden zullen zeggen: nu ben ik tevreden. Ouders wier kind door geweld om het leven komt, hebben levenslang. Maar riep het volk deze week niet om verandering? Crombag: 'Als je de krant leest, zou je denken: Nederland is in opstand. Ik til er niet zo zwaar aan. De mate van verontwaardiging hangt sterk samen met de geografische afstand tot Leeuwarden.'

Wat wel zo is, meent hij: er is over het algemeen veel kritiek op politie en justitie. 'Het OM functioneert niet', ziet hij als tekenend voor die kritiek. 'Je kunt je afvragen waar die kritiek vandaan komt. Door het aantal zaken dat foutloopt. De commissie-Van Traa heeft ze waterdicht gedocumenteerd. Er is zorg. En als de kritiek doorgaat, ontstaan angst en twijfel. De publieke opinie gaat denken dat justitie en politie niet deugen. In dit proces zijn we aardig op weg; als het voortschrijdt, zien we aan ons omringende landen waar het toe leidt.'

Jawel, Crombag heeft het over België.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.