Die ene meldingMeldkamermedewerker Marcel Groot

Na een ‘rebusmelding’ werd Marcel nog alerter op huiselijk geweld

In ‘Die ene melding’ interviewt Wil Thijssen politiemensen over een melding die hun kijk op het vak ingrijpend heeft veranderd. Meldkamermedewerker Marcel Groot (51) is na een ‘rebusmelding’ nog alerter op huiselijk geweld geworden.

Wil Thijssen
null Beeld Anne Stooker
Beeld Anne Stooker

‘We waren jong. Ik was 26 en reed in onze politieauto. Naast me zat Arjen, een nieuwe, 19-jarige collega. Via de mobilofoon kregen we een eigenaardige melding. Iemand had de meldkamer gebeld met een rebus, een puzzeltje. Daarvan kan ik me alleen deze twee zinnen herinneren: ‘Twee kruisen in een woning. Met de jongste is alles oké.’

‘Kruisen? We hadden er meteen een slecht gevoel bij. We waren in de buurt en reden ernaartoe. De ramen boven waren beslagen, verder zagen we niets bijzonders. Ik belde aan, niemand deed open. Vanwege die onheilspellende melding besloten we het daar niet bij te laten. Met mijn zaklamp heb ik de ruit uit de voordeur geslagen. Destijds droegen we nog leren jassen en handschoenen, daarmee haalden we de glasresten weg.

‘Ik ging als eerste naar binnen. Intussen kwam de postbode, die, heel surrealistisch, een brief door de brievenbus duwde. Mijn maatje dekte me terwijl ik de benedenverdieping scande, want mogelijk was de melder nog binnen; je kunt worden aangevallen. Er was niemand. Boven hoorden we een kindje roepen: ‘Papa, papa!’

‘Er hing een nare geur, de geur van dood. Met getrokken wapenstok ging ik naar boven, Arjen bleef beneden. Boven aan de trap hing wasgoed dat me het zicht benam, heel griezelig. Ik zag drie deuren. De middelste deur, recht voor me, stond open. In een ledikantje stond een peuter die huilerig de bedspijlen vasthield. Ook de linkerdeur was open. In die kamer zag ik een klein meisje in bed liggen, onder een dekentje, met een heel bleek gezicht. Haar ogen waren niet helemaal gesloten. Het zag er ogenschijnlijk vredig uit. ‘Arjen’, riep ik, ‘we hebben een kindermoord.’

‘Door die rebus wisten we: er moet nóg iemand zijn. De derde deur was gesloten. Ik liet hem dicht om geen sporen te vervuilen. Ik heb het peutertje met mijn leren handschoenen uit het bedje getild. ‘Kom maar’, zei ik, ‘ik breng je naar beneden.’ Ik probeerde oogcontact te maken, maar dat lukte niet. Pas toen ik met het kindje de trap af liep, zag ik op een tree een groot, bebloed mes liggen, dat ik eerder niet had gezien omdat ik toen gespannen omhoog had gekeken. Ik stapte voorzichtig over het mes.

‘Beneden zette ik het meisje op de bank bij een tafel. Toen zag ik iets akeligs, wat ik daarna in mijn hele politiecarrière nooit meer heb gezien: het kindje ging onafgebroken met haar hoofd op die tafel bonken, best hard. Ze had duidelijk iets afschuwelijks meegemaakt. Ik zei tegen Arjen: ‘We bellen de recherche.’

‘Nog geen maand daarvoor had in dezelfde streek een man zijn drie kinderen gedood. Ik moest de verdachte, die in het ziekenhuis lag, bewaken. Bij die kindermoord stonden binnen een uur de NOS en RTL al met straalwagens en camera’s rond de woning. Ik dacht: dat gaat nu niet gebeuren. Dus ik gebruikte bewust mijn portofoon niet, zodat de pers niet kon meeluisteren, en belde met de telefoon in dat huis de recherche.

‘Collega’s kwamen het peutertje ophalen, het hoofd van de recherche ging met me mee naar boven. In de kamer van het dode meisje trok hij het dekentje weg. Toen zagen we de messteken.

‘Bij de derde deur ging de recherchechef als eerste naar binnen. Daar lag mevrouw op bed. Ik zag alleen een volwassen voet. Die voet staat op mijn netvlies gebrand. ‘Ze is dood’, zei de recherchechef. Wat extra schokkend was: ze bleek een collega van ons te zijn.

‘Pas uren later, nadat het recherche- en buurtonderzoek helemaal was afgerond, kwam de pers. Arjen en ik hadden alles goed stilgehouden. We hadden alles goed aangepakt, terwijl het er bij ons enorm inhakte.

‘Bij de evaluatie diezelfde dag hoorden we daar niks over, dat was heel onbevredigend. Sindsdien ben ik royaal met complimenteren, mensen hebben dat soms nodig. Maar door dat incident ben ik vooral heel anders naar huiselijk geweld gaan kijken. De dader kreeg een celstraf en begon daarna een nieuw leven. Dat getraumatiseerde peutertje is naderhand van pleeggezin naar pleeggezin verhuisd, heel wrang.

‘Ik hoorde naderhand dat de dader eerder zichzelf had willen doden, door met een auto de ringvaart in te rijden. Hij werd gered. Als hij niet was gered, had dit drama zich niet voltrokken.

‘Ik werk nu zelf op de meldkamer, in Drachten. Als ik bijvoorbeeld de melding ‘auto te water’ krijg, en we weten een kenteken, check ik altijd snel: zou het een suïcidepoging kunnen zijn? Zijn van de tenaamgestelde psychische problemen bekend? Huiselijk geweld? Ik kijk daarvoor in de politiesystemen en open bronnen, zoals Facebook.

‘Als dat het geval is, geef ik expliciet door aan de collega’s ter plaatse: wees daar alert op. Want als zo’n persoon het overleeft, moet die meteen hulp krijgen. Om erger te voorkomen.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op 113.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden