Prive foto's van Toine Heijmans

Mijn zomer van toen Toine Heijmans

Na 32 jaar gaat interrailer Toine Heijmans alsnog op zoek naar zijn verdwenen rugzak

Prive foto's van Toine Heijmans

In Raška is mijn rugzak gestolen uit de nachttrein, en als ik samen met mijn beste vriend Don 32 jaar later terugkeer naar dat station om die rugzak te zoeken, worden we het land uitgezet. Wel vinden we onze jeugd terug.

We waren 17, dat is de leeftijd van mijn dochter nu, en tijdens het teruglezen van onze dagboeken vraag ik me af wat onze ouders bezielde – je kunt het een avontuurlijke reis noemen maar evengoed een gevaarlijke, en we waren onbevreesd maar evengoed naïef. Het was een treinexpeditie van Nijmegen naar Istanbul en met een grote cirkel door Griekenland terug; we reisden op een budget van bijna nul, we sliepen op daken en in tuinen, op stations ook, als spreeuwen tussen honderden anderen, net als wij voorzien van een rugzak en een interrailkaart – dat was toen nog de definitie van backpacker. We hadden geen idee, zo jong waren we. Onze ouders wisten ook van niets: er waren geen mobiele telefoons, er was geen internet en de enkele keer dat we belden uit een telefooncel ging alles goed en daarna waren de munten op. We reisden met travellercheques verstopt in onze moneybelts die we dag en nacht droegen. We vonden het geweldig – achteraf in elk geval.

Zodra de trein (elf wagons) binnenkwam, stortte de menigte zich werkelijk in de trein, rennend, schreeuwend, zoekend naar plaatsen. Cabine 255 was snel gevonden maar dat was dan ook alles. Wagon 255 was de goorste wagon die er tussen zat.

Nu zijn we allebei 50 en kijken we hoofdschuddend naar onszelf. We hebben geld en internet en mobiele telefoons, maar geen tijd meer om een maand te reizen zoals we deden. Hooguit een paar dagen, ingeklemd tussen dingen die moeten. We dienen een strak schema, we moeten Raška halen. Toen moesten we niets. We zagen de blinkende meren van Grieks Macedonië en stapten de trein uit, trokken onze kleren uit en zwommen en kampeerden aan de oever. Nu zien we opnieuw die meren, en rijden door.

‘Eigenlijk’, zeg ik tegen Don, ‘moeten we hier uitstappen’.

‘Eigenlijk wel ja’, zegt Don terug.

Dit is het dus: volwassen zijn.

Prive foto's van Toine Heijmans

We hebben vier dagen. We willen exact dezelfde sporen volgen: van Thessaloniki naar huis, dwars door de Balkan. Het kost me dagen om de route te reconstrueren. Er is een oorlog over dit gebied gegaan: Joegoslavië bestaat allang uit vele landen, talen, munteenheden, te overwinnen grenzen. De spoorwegen werken nauwelijks samen. 1987 was ook het jaar waarin Milosevic zijn nationalistische rede hield in Kosovo Polje, het stadje dat wij een paar maanden later gedachteloos passeerden. De oorlog broeide al – in onze dagboeken duiken regelmatig soldaten op, maar wij waren vooral aan het reizen.

Raška ligt in Servië, vlak boven Kosovo, een politiek nogal instabiel gebied. ‘Misschien’, zegt Don, ‘hangt die rugzak daar nog als trofee in het station’.

Onze nachttrein rijdt niet meer, de Akropolis Express. Er is wel een Hellas Express die oostelijker voert, maar die komt niet waar we willen zijn. Met hulp van vier Balkan-correspondenten, onze dagboeken en een stapel lokale websites lukt het de reis opnieuw samen te stellen, al is het een gebroken route met onduidelijkheden en hier en daar een taxirit. Door Mitrovica in Noord-Kosovo – de laatste keer dat ik daar was, zes jaar terug, werd ik begeleid door Nederlandse marechaussees met automatische wapens. De grens zelf was alleen met een helikopter bereikbaar vanwege de wegversperringen.

Nu zijn we toeristen in korte broek, en proberen zo naïef mogelijk te kijken als de politie ons treinstel entert.

Prive foto's van Toine Heijmans

Interrail bestaat nog steeds, en is er alleen maar beter op geworden: je kunt een kaart voor een paar dagen kopen, ook als je 50 bent. De kaart is nog steeds verpakt in een mapje, en elke reis moet nog steeds handmatig ingevuld. Zodra we de stationshal van Thessaloniki bereiken, bereikt ons het gevoel van ongelimiteerde vrijheid.

De oude dieseltrein is vol graffiti, net als de stad, en schuift traag langs rijen gedumpte treinstellen, overgroeid door bomen en struiken, roestig en lekkend, totdat we het buitengebied bereiken van Grieks Macedonië, groen en bergachtig – we herkennen niet het gebied maar wel het gevoel: we reizen, we schommelen richting het onbekende. Dat kan alleen in de trein. Olijfbomen en woekergroen schuiven voorbij achter de ramen, de machinist typhoneert bij elke bocht, de dieselmotor zwaar als die van een schip, en zo bereiken we Edessa waar we volgens onze dagboeken zijn uitgestapt om ons urenlang te wassen bij de dorpsfontein achter het stationnetje, het vuil van de reis uit onze T-shirts te spoelen – we waren zwervers toen, en hadden het niet door.

Geen tijd dat nu fonteintje op te zoeken, verder naar Florina. Daar stopt de trein – het spoor loopt door maar er zijn diplomatieke moeilijkheden, dus nemen we een taxi over de grens en rijden Noord-Macedonië in, naar Bitola. Zo gewend zijn wij, Europeanen, aan open grenzen dat we geen idee hebben van de gesloten grenzen in Europa.

Het is warm, kinderen balanceren op de rails, honden liggen plat op de grond, bouwvakkers zitten al dronken in de tuinstoelen van het café. De wachtenden op het perron kijken ons aan zoals ze ons 32 jaar geleden aankeken: vreemdelingen. De trein stopt bij zandwegen, Stari Grad, Zelenikovo Novo, Dracevo.

Skopje, middernacht: in de oude stad heeft hotel Old Bazaar een kamer vrij die we betrekken voor 17 euro 75, het is naast de moskee en dat komt goed uit want de oproep tot gebed begint om tien voor half vijf ’s ochtends en dan moeten we al weer verder. Er rijdt een trein naar Pristina maar vandaag rijdt-ie niet en we vinden een taxichauffeur die Frans spreekt en ons voor 100 euro direct naar Mitrovica brengt, de gespleten stad in het noorden, dwars door het onwaarschijnlijk groene Kosovo over lege, gloednieuwe wegen die over de heuvels zweven van een land dat grotendeels overeind wordt gehouden door de Europese Unie en de Verenigde Staten, en tegelijk een diplomatieke tijdbom is.

We kennen het probleem. Treinstation Zvecan, een roze gebouw aan een verlaten rangeerterrein, de spoorstaven heet van de zon, ligt in de Servische enclave, het deel van Kosovo waar elk huis, elke lantaarnpaal van een Servische vlag is voorzien. De rest van de stad hangt vol met Albanese vlaggen. We weten dat hier de grens passeren listig is, en vragen agenten om advies. Er hangen posters van Poetin in het politiebureau, en ook op het station.

Prive foto's van Toine Heijmans

Dit is een verdrietig gebied. Servië erkent Kosovo niet, dus de vraag is of ze ons toelaten. Maar het is de enige route, onze oude route naar mijn rugzak. Bovendien: zelden is reizen nog spannend in een wereld van gemakkelijke vliegtarieven, van Google Maps en Booking.com, maar het kan dus nog, midden in Europa. Een vorm van avontuur. Een van de agenten belt een vriend aan de andere kant van de grens, en zegt: ’90 procent kans op een probleem.’

Don verstaat: ‘90 procent kans’ en optimistisch als pubers stappen we de wagon in, en niemand houdt ons tegen.

***

Die nacht is de trein overvol: een dampende kluwen mensen. Gastarbeiders, gezinnen, handelaren, interrailers onderweg naar Belgrado en verder. Allemaal vuil van de reis. Uitgeput vinden we een lege couchette en slapen een uur totdat de conducteur ons ontdekt en wegstuurt, de gang op van de trein, struikelend over mensen en bagage. We rollen onze kampeermatjes uit op een schuddend balkon, tussen de voeten van zich permanent verplaatsende reizigers, de rugzakken langszij, en vallen in slaap. Zo bereikt de nachttrein station Raška.

Dan: gerinkel en gedoe. De trein is net gestopt en er komen mensen binnen. Ik hoor heel duidelijk dat de veldfles die aan mijn rugzak zit tegen iets aan slaat. Don en ik schieten tegelijkertijd overeind (…). Het eerste wat ik zie is dat mijn rugzak weg is. Drie Joegoslaven staan raar te kijken, eentje heel schuldbewust. Een vreselijk paniekgevoel maakt zich van mij meester. Niemand spreekt opeens meer Duits, Engels of Frans. (…) Als een gek rol ik de matjes op. Ik spreek met Don af dat ik op zoek ga naar de conducteur. De trein rijdt alweer een tijdje. Zodra hij stopt zullen we allebei uitstappen. (…) ik loop werkelijk over de mensen, schop, trap, grijp me vast. De trein gaat langzamer rijden en nu raak ik helemaal in paniek: ik móét de trein uit, anders ben ik Don straks ook nog kwijt.’

De trein stopt en ik stap de nacht in, er is geen maan, mijn enige bezittingen zijn een moneybelt met het paspoort en wat geld, en de kleren die ik draag. En dit lijkt niet op een station, dit lijkt een rangeerterrein, geen plek om lang te blijven.

Dan hoor ik Don keihard mijn naam roepen. Ik ren voor de trein langs en gelukkig staat hij daar, met zijn bagage.

Vuil en boos zien we de trein verder rijden. We vinden de stationschef die appels en koffie geeft, maar geen idee heeft wat hij met ons aanmoet, we reizen in een bus vol kompels terug naar Raška, boos en moe. Lopen langs het spoor op zoek naar de rugzak, vinden niets. Er is niemand die ons helpt. Er is alleen een groot en onbegrijpelijk zwijgen – wij horen hier niet thuis. Dit land wil ons niet hebben.

***

Prive foto's van Toine Heijmans

Niemand zegt iets als wij, toeristen van 50, de trein naar Raška nemen. Het is een stil verbond. De man met de rode pet zwijgt, de man met de blauwe pet zwijgt en dan vertrekt de DNU-711 typhonerend richting Servische grens door een magisch landschap van spitse groene bergen, rotsen en kliffen. De trein kronkelt anderhalf uur behaaglijk mee met de rivier Ibar; er is uitstekende wifi aan boord. Drie Kosovaarse grensbewakers stappen in en bekijken zorgvuldig onze paspoorten, nemen ze mee een station in, klimmen terug aan boord en als we vragen of er problemen zijn steekt een agent zijn duim op, ‘no problem’.

Over de grens. Daar is Raška; het station groter dan we ons herinneren. Gewoner. En daar zijn twee Servische grensagenten, ze escorteren ons zwijgend de trein uit, houden het portier open van hun politiewagen en rijden hard weg van Raška, terug naar Kosovo, met machtsvertoon en doof voor de vragen die we stellen.

Het is weer 32 jaar geleden. Dit land wil ons niet hebben.

De grens is zwaarbewaakt en overkapt, we krijgen koekjes ‘of the region’ van een agent die Engels spreekt en vertelt dat onze deportatie doodgewoon is: dit gebeurt ‘dozens of people’. De Kosovaarse stempels in ons paspoort zijn het probleem. Wij zijn Servië binnengekomen uit een niet-bestaand land, en dat is illegaal. Het ligt niet aan ons, zegt hij ook, ‘it’s politics’, en de politiek hier is groter dan twee toeristen onderweg naar hun jeugd.

De vloek die rust op Raška is groter dan ons reisverhaal. We mogen daar niet zijn, ook niet 32 jaar later. Wij hebben hier niets te zoeken.

En we moeten verder, de tijd raakt op.

We liften terug naar Mitrovica en reizen naar Montenegro waar de grensbewaking verse stempels in onze paspoorten zet, en met die stempels kunnen we noordwaarts Servië in. Het is bijna middernacht als we provinciestad Kraljevo bereiken, een paar uur slapen in Hotel Turist en door naar Belgrado, naar de internationale trein, die vertrekt uit het nieuwe station, een betonnen bunker in niemandsland, gebouwd omdat het oude Victoriaanse station waar we destijds mijn rugzak zochten bij de afdeling gevonden voorwerpen is verhandeld aan investeerders uit het Midden-Oosten.

Prive foto's van Toine Heijmans

In het barretje waar we koffie drinken zitten twee Nederlandse interrailers, we kijken ernaar en zeggen niks, hun T-shirts zijn wonderlijk schoon en fris. De onze niet. De trein rijdt traag naar het westen, door voormalig oorlogslandschap, Vukovar, Novi Sad, Tuzla; de oorlog is allang voorbij maar het is nog steeds zo ongelooflijk ver weg van waar wij wonen. Grensagenten controleren de trein met spiegels, schroeven de plafonds open, op zoek naar illegalen en contrabande. Kroatië heeft trots en uitdagend een grote Europese vlag gehesen aan de grens.

Dan neemt de luxe almaar toe: een slaapcoupé door Slovenië en Oostenrijk, de snelle Duitse ICE naar München, steeds bekender terrein. Steeds gemakkelijker ook. Wie verbaast zich nog – wie neemt nog de moeite naar Belgrado te treinen, naar Kraljevo, een stad die niemand kent maar waar bijzonder aardige mensen wonen, naar het verdriet van Mitrovica, naar het hart van Skopje, wie eet er kip op een terras in Bitola. Wie ziet de meren van Edessa door de oude ramen van een wagon, wie slaapt er nog op het station van Thessaloniki.

Een maand in vier dagen.

Moe en zeeziek van de schommelende treinen eindigen we in Kleve, precies op de plek waar we 32 jaar geleden eindigden: twee uitgeputte jongens, blut, zonder rugzak, plakkerig reiszweet onder bezoedelde T-shirts.

We keerden terug naar Raška en vonden wat we zochten.

De reis van Toine Beeld de Volkskrant

Interrail: gemakkelijk en voordelig

Treinen door Europa is geweldig maar ook nog steeds wat ingewikkeld, omdat niet alle treinmaatschappijen samenwerken. Een interrailpas is gemakkelijk en voordelig, ook omdat je geen aparte treinkaartjes hoeft te kopen. Drie dagen ongelimiteerd reizen binnen een maand kost 168 euro, een maand reizen 515 euro, drie maanden 693 euro. Te koop op interrail.eu of bij de NS. 

De website en app van NS Internationaal zijn handig als vertrekpunt voor internationale reizen (nsinternational.nl) net als de reisplanner van Deutsche Bahn (bahn.de). Voor doorgaande internationale treinen, maar zeker ook in Duitsland, is reserveren belangrijk. Nachttreinen, bijvoorbeeld die tussen Zagreb en München, beschikken over redelijk luxe couchettes. Reserveren kan via de NS of de site van Interrail. Voor reizen door Griekenland en de Balkan zijn de sites van de betreffende spoorwegmaatschappijen handig: trainose.gr (Griekenland), mzt.mk (Macedonië), srbvoz.rs/eng (Servië). Wat opviel deze reis: alle treinen vertrokken keurig op tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden