PostuumJan Rot (1957-2022)

Muzikant en ‘hertaler’ Jan Rot was altijd hongerig, ambitieus en barstensvol zelfvertrouwen

Roem bij het grote publiek liet op zich wachten. Dat mocht de pret die Jan Rot had in het optreden, componeren en ‘hertalen’ van liedjes niet drukken. ‘Ik blijf optreden tot ik erbij neerval.’ Vrijdag overleed hij op 64-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

Paul Onkenhout
null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Een van de eerste, heerlijke verhalen die muzikant en tekstschrijver Jan Rot met groot plezier vertelde toen hij in 2020 in gesprek was met de Volkskrant, ging over Johnny Rotten, de zanger van punkband de Sex Pistols. Rot was 17 jaar en met zijn ouders op vakantie in Londen toen een jongen in een pub hem een vuurtje vroeg.

De jongen stelde zich voor. John, heette hij. Rot: ‘Ik heet ook John, zei ik, als je mijn naam vertaalt. En als je mijn achternaam ook vertaalt, heet ik John Rotten. Hij ging helemaal uit zijn plaat: ‘What a fucking great name, lad!’’

Een paar jaar later braken de Sex Pistols door en traden ze op in Groningen, destijds de thuisstad van Rot. De zanger had zijn naam van Lydon veranderd in Rotten. ‘Hij was het, hij had het gewoon onthouden. Ik heb hem aangesproken. You stole my name, remember? Ik wist: die naam heb je van mij.’ Een bevestiging kreeg Rot niet. Iedereen in de bar was dronken en bezig met vrouwen, Rotten ook.

En Rot ook. Het waren ruige jaren in Groningen. Herman Brood was de grote gangmaker en Rot deed hard mee. Hij was de oprichter, zanger en showman van de Streetbeats, de band waarmee hij in 1982 een hitje scoorde, Counting Sheep. Hij was hongerig en ambitieus en barstte van het zelfvertrouwen. ‘Herman Brood is dood, Jan Rot is de nieuwe God’, kalkte hij op de wc-deur van café Het Pakhuis in Groningen. ‘Het was een soort vadermoord, ik had dat nodig.’

Nergens thuishoren

Verlangen dreef Rot voort: verlangen naar aandacht, verlangen naar meer. ‘Tussen wal en schip, daar staat mijn huis’, schreef Rot in een lied. De diepere gedachte: ‘Ik heb het gevoel dat ik overal bij pas, maar tegelijkertijd nergens thuishoor.’

Na zijn jeugd in een zendingsgezin in Makassar in Indonesië, waar hij op 25 december 1957 werd geboren, volgde een zwervend bestaan. In hetzelfde gesprek met de Volkskrant uit 2020: ‘Ik heb altijd het gevoel gehouden dat ik in de verkeerde tijd op de verkeerde plek was. Dat draag ik al mijn hele leven met me mee. Tot rusteloosheid heeft het niet geleid, nee. Wel tot een voortdurend verlangen; het idee dat het gras aan de overkant altijd groener is.’

Het verlangen joeg hem op. Zijn oeuvre omvat 24 albums onder zijn eigen naam. Hij stond collega’s als Rob de Nijs en Boudewijn de Groot terzijde, schreef meer dan achthonderd liedjes, was columnist voor Nieuwe Revu, Oor en Avenue en vertaalde musicals (Hair, Tommy, Jersey Boys, Hello Dolly!) en de Matthäus-Passion van Bach.

Als ‘hertaler’ zette hij honderden internationale popliedjes naar zijn hand. Zijn productie was enorm. ‘Jan Rot lijkt wel bezeten, en dat is hij ook’, schreef Frits Spits in 2019 over hem in zijn boek Alles lijkt zoals het was. Radiomaker Spits was een van de vele bewonderaars van Rot.

Erkenning van Rots talent bleef niet uit. De waardering voor zijn werk is groot, maar vooral onder fijnproevers, collega’s en geestverwanten. In 2016 won hij de prestigieuze Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied (Stel dat het zou kunnen...). Het was zijn eerste vakprijs in veertig jaar. Ironisch noemde hij het een aanmoedigingsprijs.

Nog meer (bittere) ironie: jarenlang was hij niet op tv te zien, ondanks talloze nieuwe platen en boeken. Toen hij op Facebook zijn aankomende dood aangekondigde, op 31 juli 2021, werd hij meteen uitgenodigd door het tv-programma Op1 voor een interview en een optreden. Hij ging, want: alles voor de muziek en zijn werk.

Gelukkig op het podium

Ik blijf optreden tot ik erbij neerval, schreef Rot op Facebook nadat hij de onheilstijding ‘uitzaaiingen alom’ had gekregen en had gehoord dat hij niet meer beter zou worden. Zijn liefde voor optredens was in zijn leven alleen maar toegenomen. De muzikant werd in de loop der jaren steeds meer een tekstschrijver en vertaler, maar de aantrekkingskracht van het podium was onweerstaanbaar.

Er waren zelfs tijden geweest dat hij niet zonder het podium kon, ‘het was de enige plek waar ik gelukkig was, letterlijk’. Met ijdelheid had het weinig te maken, daar was hij wars van.

Lang had hij de hoop dat hij een groot publiek zou krijgen, maar die hunkering verdween na zijn 60ste. Daaraan droeg ook zijn gezin bij, fotograaf en schrijver Daan de Launay en hun vier kinderen. Mijn prachtgezin, noemde hij het.

De ironie: met zijn eindsprint trok hij meer aandacht dan ooit tevoren. Het AD bood hem de kans intieme columns over zijn leven als patiënt te schrijven (op 5 februari: ‘Wat een avontuur, dat doodgaan’) en hij was op eigen verzoek voor de tweede maal deelnemer aan kennisquiz De slimste mens.

De dag voor Kerstmis publiceerde Trouw vorig jaar een gedicht van zijn hand, op de voorpagina. Kerstkind, heette het. Rot, zelf een kerstkind, getuigde van zijn onverwoestbare optimisme: ‘Ik wens de wereld beterschap, houd allen goede moed, want op een dag, wie weet al snel, komt alles, alles goed!’

3x Jan Rot

Op 6 april liet Jan Rot op Facebook weten dat hij nog maar een paar weken te leven had. Hij bedankte iedereen ‘voor alle warmte, steun en applaus in de afgelopen decennia’ en sloot af met: ‘Ik ben nog niet weg hier, maar zeg het alvast: het was een prachtig leven.’

Jan Rot, in 2020 in de Volkskrant: ‘Ik dacht altijd dat ik op een dag een heel groot publiek zou krijgen. Ik zag mezelf op Pinkpop staan. Sinds ik 60 ben, ben ik dat gevoel kwijt. Misschien komt het wel nooit. Nou, dan niet. Ik heb het toch mooi voor elkaar? Ik blijf al meer dan veertig jaar overeind. Spelen wordt steeds relaxter. Ik kijk niet meer naar de lege plekken in de zaal, maar naar de mensen die er wel zitten. De dankbaarheid groeit steeds meer.’

In 2016 won Jan Rot zijn eerste grote prijs. Een lied over zijn moeder, Stel dat het zou kunnen…, werd bekroond met de Annie M.G. Schmidtprijs. Het lied ‘bevat een dubbele laag, is leuk en aangrijpend tegelijk’, schreef de jury. ‘Het is origineel van opzet en prachtig geschreven, heeft een pakkende melodie, sublieme tekstinterpretatie en wordt warm gezongen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden