Zin van het leven Susanne Niesporek, violist en stervensbegeleider

‘Muziek verbindt mij met het leven’

Susanne Niesporek Beeld Jitske Schols

Hoe helend muziek kan zijn, ervoer violist Susanne Niesporek na de dood van haar dochtertje Emma. ‘Tijdens het spelen lukte het met haar contact te maken’, vertelt ze Fokke Obbema.

In haar eerste weken ontbeert ze ­ieder contact, zelfs met haar moeder – Susanne Niesporek ligt in een couveuse. ‘Mijn moeder mocht één keer per dag naar me kijken. ‘Als ik je niet meer zou zien liggen, was je overleden’, vertelde ze me later.’

Dankzij een geslaagde transfusie die haar van nieuw bloed voorziet, overleeft ze haar rhesusziekte. Wel houdt ze een achterstand op andere kinderen. Die rennen harder en zijn motorisch handiger. ‘Ik besefte dat ik niet in orde was. Daardoor had ik bar weinig zelfvertrouwen. Gelukkig was er de muziek.’

Wanneer ze 5 jaar is, hoort ze een ­vioolconcert van Mozart: ‘Ik kende het, ik kon het meteen meezingen.’ Voor haar verjaardag vraagt ze een ­viool, tot genoegen van haar muzikale vader. Hij ligt overhoop met de communistische autoriteiten – het muzikale, niet-gelovige gezin woont in het Oost-Duitse ­Magdeburg. Rond haar 7de jaar komt Niesporeks ‘bovengemiddelde muzikale talent’ aan het licht. Op haar 12de gaat ze naar een muziekinternaat, op enkele uren met de trein van haar ouderlijk huis. ‘Ik heb enorme heimwee gehad, maar kreeg wel een fantastische opleiding.’ Daar stond een plicht tegenover: het dienen van de gemeenschap. ‘Ik leefde niet voor mezelf, leerde ik. Mijn viool diende een hoger doel. Alles für das Wohl des Volkes, luidde de slogan.’

In haar puberteit in de jaren tachtig bouwt ze de reputatie van lastpak op, zo blijkt uit haar Stasi-dossier – kritische opmerkingen aan het adres van leraren en contacten met buitenlandse jongeren maken haar bij de Oost-Duitse geheime dienst verdacht. De autoriteiten boren haar een Italiaanse tournee door de neus, omdat zij vrezen dat ze niet meer terugkeert. Woedend verzoekt ze naar het buitenland te mogen verhuizen. De reactie is hard: ze moet onmiddellijk haar studie aan de Hochschule voor muziek beëindigen. Niesporek ziet zich gedwongen een baan te accepteren bij een provinciaal orkest.

Inmiddels is ze de Nederlander Bart tegen het lijf gelopen, een ingenieur die Oost-Duitsland bezoekt om stoomtreinen te spotten. Na enkele jaren vraagt hij haar ten huwelijk. Daardoor krijgt ze op haar 22ste een uitreisvisum, kort voor de val van het regime. In 1994 lukt het haar een plek te krijgen bij het Concertgebouw­orkest, waaraan ze nog altijd is verbonden. Hun eerste kind, Emma, overlijdt in 1992. Daarna krijgen ze nog vier kinderen. Bart krijgt in 2012 een hersentumor en komt na een lang ziekbed in 2014 te overlijden. Inmiddels woont de 52-jarige Niesporek met haar tweede man en de twee jongste kinderen in Amstelveen. Kort na Barts overlijden begon ze aan een opleiding stervensbegeleiding: ‘Mensen zeggen dat ik sterk ben, maar wat weten ze ervan? Ik zie mezelf niet zo. Ik ben wel een steh-auf-Mensch, een echte overlever.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Ik denk dat er geen algemeen antwoord is, maar dat het voor ieder mens iets persoonlijks is. Voor mij draait het om communicatie en verbinding. Dat heeft vast te maken met mijn begin, toen ik in de couveuse lag en er alleen een slangetje af en toe naar binnen ging. Nadat ik die eerste niet-communicatieve tijd had overleefd, werd dat een logische zin van mijn leven. Ik zoek er altijd naar. Het is ook wat de mens tot mens maakt, contact met de ander. Het leven is een kwestie van willen delen. We kunnen niet raden wat zich in andermans hoofd afspeelt, laat staan in diens hart. Voor mij is het belangrijk om hoofd en hart bij elkaar te brengen.’

Dient dat nog een hoger doel?

‘Ik vind dat al een behoorlijk hoog doel, daar hoeft van mij niet nog iets achter te zitten. In mijn jeugd in de DDR werd ik opgevoed met de gedachte dat je er voor de gemeenschap bent, dus niet alleen voor jezelf. Dat vind ik nog altijd een mooie waarde. Mensen die alleen voor zichzelf leven, zijn mij vreemd. Voor mij gaat het juist om die verbinding met de ander.’

Welke rol speelt de muziek daarin?

‘Muziek zie ik als een andere taal, waarmee je zonder woorden gevoelens kunt uitdrukken en oproepen. Rustig, blij, verdrietig, eigenlijk alle emoties die we kennen. Dat is een groot wonder. Het maakt niet uit of je er verstand van hebt. Muziek is een onderdeel van onze beschaving, maar is ook met iets basaals verbonden. Het eerste geluid dat je hoort is de hartslag van je moeder, je eerste muziek. Het gehoor is wat het eerste komt en het laatst gaat. Ik heb vaak gespeeld voor stervende mensen. ­Muziek kan een grote troost zijn.’

Was dat het ook voor u?

‘Zeker. Toen ik mijn eerste viool kreeg, was dat mijn redding. Ik was een zeer ­teruggetrokken kind, dankzij de muziek kreeg ik meer zelfvertrouwen. Later, na het overlijden van mijn dochter, was het mede door muziek dat ik me weer met het leven kon verbinden.’

Wat gebeurde er?

‘Emma heeft maar drie maanden geleefd, met de zwangerschap mee een jaar. Ze bleek aan een zeldzame vorm van leukemie te lijden. Dat werd pas heel laat duidelijk. Al tijdens de zwangerschap had ik soms het gevoel: ‘Dit kind blijft niet.’ Na haar geboorte zag ze vaak geel. Ze lag steeds langer te slapen. Op een ochtend was ze grijs, met moeite wist ik haar nog te wekken. Dat heb ik me later verweten. Ik wist zeker: ‘Ze gaat dood.’ Er volgden verschrikkelijke dagen in het ziekenhuis. Daar is ze in mijn armen overleden.

‘Ik heb mezelf daarna gekweld. Als moeder haal je de gekste dingen in je hoofd wanneer je kind overlijdt. Je snapt niet dat het leven dat uit je is gekomen zo snel ophoudt, dat gaat volkomen ­tegen de natuur in. Ik voelde me schuldig. Ik verweet me dat ik had zitten repeteren voor een toegezegd concert, uren die ik ook met haar had kunnen doorbrengen. Ze heeft maar zo kort geleefd.

‘Het leven had voor mij geen zin meer. Als kind had ik in dromen geregeld contact gehad met mensen die overleden waren. Met Emma was dat dramatisch – ik hoorde haar elke nacht huilen. Ik wilde haar achterna. ‘Ik kan haar niet alleen laten’, was mijn gedachte. Maar eruit stappen kan niet, bedacht ik, want dan verliezen mijn ouders op hun beurt hun kind. Jarenlang heb ik een depressie gehad. Mensen zeiden opbeurende dingen als: ‘Je bent zo jong. Je krijgt nog wel kinderen.’ Dat haalde me onderuit. Het voelde alsof mijn pijn niet serieus werd genomen. Ik wilde ook niet meer vioolspelen. Uiteindelijk kwam ik bij een haptonoom die zei: ‘Als jij niet weer viool gaat spelen, ga je eraan onderdoor.’ Ik denk dat ze gelijk had.’

Hoe was het weer te spelen?

‘In de eerste jaren speelde ik altijd voor Emma. Wanneer iemand overlijdt, ben je bang dat je de verbinding kwijtraakt. Dat de fysieke nabijheid weg is, is een gegeven, maar je wilt dat iemand in andere opzichten wel nog bij je is. Via de muziek kon dat. Ik vind het moeilijk daar verder woorden aan te geven. Tijdens het spelen lukte het met haar contact te maken. Dat heeft me getroost. Inmiddels heb ik meer geliefden in mijn leven en ook voor hen speel ik, ik kies dat iedere keer spontaan. Of als ik Bach speel, dan kan ik me met hem verbinden. Stel je voor: hij heeft tien kinderen begraven. Hoe heeft hij dat gered? Nou, luister maar.’

Vijf jaar geleden verloor u ook nog uw man.

‘Ja, Bart werd ziek op een moment dat we vier nog vrij jonge kinderen hadden. Overigens vind ik niet dat ik een uitzonderlijk zwaar lot heb getroffen. De heftigheid ervan valt sowieso niet te meten. Als ik kijk wat er om me heen gebeurt, zeker als je de rest van de wereld erbij betrekt, denk ik: ook dit is het leven.

‘Bart had veel moeite zijn leven los te laten. We hebben 25 jaar lang geprobeerd steeds weer ons best voor elkaar te doen, maar hadden moeite om werkelijk te communiceren. Hij was een goed mens, wist veel, maar toch was er weinig echt contact. De tumor zat in zijn spraakgebied, zijn ­lichaam werd in die laatste maanden steeds verder afgebroken. Toch ben ik in die intensieve tijd van zorg heel dicht bij hem gekomen, dichter dan ooit. Daarvoor ben ik hem nog steeds dankbaar. En natuurlijk voor onze kinderen.

‘Ik probeerde hen duidelijk te maken: papa gaat sterven, hoe abstract dat ook voor ze was. Ze leefden ermee en eromheen, dat deden ze erg goed. Het contact met hun vader werd steeds minder, dat hoorde bij de ziekte, geleidelijk namen ze afscheid. Ik heb hem heel goed kunnen begeleiden, de mensen van de thuiszorg en artsen hebben me daarover ook complimenten gegeven. Ik kon het, denk ik, omdat ik met Emma ervaring had opgedaan. Ik had geleerd onvoorwaardelijk liefde te geven en los te laten.’

Met uw werk als stervensbegeleider zoekt u de dood weer op.

‘Ik doe dat niet, de dood zoekt ons op. Veel mensen zeggen: ‘Je moet er niet over nadenken. Nu ben je jong, nu leef je.’ Ik zal de dood zeker niet mooier maken dan zij is, zij is vaak verschrikkelijk, maar zo wegschuiven doe ik haar niet. Het is de enige zekerheid in ons leven. Mijn werk als stervensbegeleider zie ik als veel meer dan naast het bed zitten – het is ook ­levensbegeleiding voor de mensen die doorleven. Je kunt hen hulp bieden bij het mogen vertrouwen op hun veerkracht.

‘Ik kan soms in paniek raken van de gedachte dat ik weer een naaste zou moeten verliezen. Mijn angst is dat ik aan de grens kom van wat ik aan kan. Naarmate je ouder wordt, neemt je belastbaarheid af. Dat geldt ook fysiek – ik heb nu artrose, waardoor ik erg moet opletten. Vioolspelen op niveau is topsport.

‘Maar ik tel mijn zegeningen en ben gelukkiger dan ooit. Mijn kinderen gaat het goed en ik ben heel gelukkig hertrouwd.

‘Voor dit gesprek vroeg ik aan mijn dochter van 16 hoe zij de zin van het leven ziet. ‘Sterven’, zei ze, om eraan toe te voegen: ‘Maar eerst leven.’ Dat vind ik heel wijs. Ze heeft het sterven in ons eigen huis gezien. Ze zei ook: ‘Kijk naar de natuur, geboorte en sterven, dat is een cyclisch proces.’ Zo zie ik dat ook. Juist door die samenhang te zien, door te beseffen dat ik ga sterven, kan ik het leven omarmen.’

Leestip

Sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het. Wim Brands in gesprek met René Gude. De onvergetelijke Denker des Vaderlands René Gude inspireert, troost en maakt je aan het lachen in dit boek uit 2014, ook na zijn dood niet lang na verschijning ervan. Hij biedt een handreiking voor ons leven, met zijn heldere, voor iedereen begrijpelijke en toch diep filosofische taal.’

ZIN VAN HET LEVEN
Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. In een reeks interviews gaat hij op zoek naar de zin van ons leven. Lees hier eerdere verhalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden