Museum Kabul door alle partijen systematisch geplunderd

In mei 1993 werd het museum van Kabul getroffen door een raket. Een massa brandend puin stortte neer op de waardevolle collectie, waarvan sommige stukken duizenden jaren oud waren....

New York Times

KABUL

In de daarop volgende maanden was Darulaman, het stadsdeel waar het museum ligt, in handen van steeds wisselende milities. Maar wie er ook de baas was, de depots van het museum werden systematisch geplunderd. Er werden zelfs explosieven gebruikt om zich toegang te verschaffen tot de schitterende collectie, die bestond uit onder meer ivoren en bronzen voorwerpen, gouden munten, beelden, schilderijen, aardewerk, keramiek en fresco's.

Stukken uit de collectie, waarvan meer dan zeventig procent is geroofd, duiken sinds kort op in onder meer New York, Londen, Tokio, Islamabad en Jeddah. 'De plunderaars zijn doelbewust te werk gegaan,' zegt Brigitte Neubacher, VN-medewerkster in het buurland Pakistan en verbonden aan een stichting die zich beijvert voor het behoud van het culturele erfgoed van Afghanistan. 'Ze wisten precies wat ze moesten hebben. Wie er achter zitten weten we niet, maar zeker is dat louche buitenlandse kunsthandelaren er nauw bij betrokken zijn.'

De collectie die het museum van Kabul in de loop van decennia had opgebouwd, werd algemeen beschouwd als een van de belangrijkste en meest gevarieerde verzamelingen oudheden ter wereld. Dat er zo'n grote hoeveelheid kunstschatten bewaard is gebleven, komt doordat Afghanistan aan de zijderoute lag, strategisch gelegen op de grens van Oost en West. Het museum herbergde onder meer de belangwekkende Bagram-collectie, bestaande uit lakwerk, ivoren en bronzen voorwerpen, glas en beelden uit Rome, Griekenland, Egypte, India en China. Ook bezat het museum een verzameling van 40 duizend munten, waarvan de oudste exemplaren dateerden uit de achtste eeuw voor Christus.

'Het was een van de meest toonaangevende verzamelingen van de wereld,' zegt Nancy Hatch Dupree, een Amerikaanse kunsthistorica die jaren in Afghanistan heeft gewoond. 'Het bijzondere was dat vijfennegentig procent van de collectie bestond uit voorwerpen die in Afghanistan zelf zijn opgegraven. De meeste oudheidkundige musea moeten het hebben van aankopen uit het buitenland.'

Behalve het museum van Kabul zijn in heel het land ook archeologische vindplaatsen geplunderd door Afghaanse milities, die daarbij soms zelfs gebruik maakten van bulldozers. In Afghanistan is de handel in gestolen kunstschatten big business en bijna net zo lucratief als de heroïnehandel. Een groot deel van de gestolen voorwerpen wordt verhandeld via Peshawar, een belangrijk knooppunt tussen Oost en West.

De Pakistaanse douane heeft inmiddels een hele zaal met in beslag genomen kunstschatten uit Afghanistan. Pakistan heeft toegezegd de stukken aan Kabul terug te geven zodra de politieke situatie daar is gestabiliseerd. Maar helaas, zegt Nancy Dupree, wordt verreweg de meeste smokkelwaar ongehinderd de grens overgebracht. 'De enige manier om de collectie terug te krijgen is enorme bedragen neer te tellen op de zwarte markt. De illegale kunsthandel is even goed georganiseerd en even keihard als de drugsmafia. Ze hebben zo veel kennis van zaken en zijn zo geldbelust dat ze voor kleine stukken rustig vijftienduizend dollar vragen en voor grote soms een half miljoen. Zoveel geld hebben we niet. Bovendien vind ik dat we het niet kunnen maken om die voorwerpen terug te kopen voor zulke belachelijke bedragen, terwijl ze nota bene gestolen zijn. Ik vind het vreselijk dat er zoveel verloren gaat, maar er zijn grenzen.'

Volgens medewerkers van de Verenigde Naties wordt op dit moment in het Metropolitan Museum of Art in New York een gestolen Afghaanse sculptuur ten toon gesteld: een terracotta kop met granaatstenen ogen, waarschijnlijk de beeltenis van de Indiase prins Siddharta, voordat hij Boeddha werd. Het Newyorkse museum beweert dat het de sculptuur in 1986 voor 60 duizend dollar gekocht heeft van een Londense handelaar. Maar een Afghaanse archeoloog heeft het beeld herkend als een van de vondsten die hij deed bij een opgraving begin jaren zeventig en vervolgens schonk aan een museum in oost-Afghanistan. Een woordvoerder van het museum verklaarde dat het beeld alleen zou worden teruggeven als bewezen is dat het om een gestolen voorwerp gaat.

Dupree schat dat zo'n 1500 stukken uit het museum van Kabul inmiddels teruggevonden zijn. Maar het overgrote deel is nog altijd zoek. Onlangs hebben conservator Bopal en zijn medewerkers de resten van de collectie in hutkoffers geladen en overgebracht naar Hotel Kabul, waar ze worden bewaakt.

'De fraaiste stukken zijn er niet meer,' zegt Dupree. 'Het zal een hele toer worden om weer een fatsoenlijke collectie op te bouwen. Een groot deel van Afghanistans cultureel erfgoed is verloren gegaan en al zouden er weer nieuwe opgravingen worden gedaan, er zullen altijd hiaten blijven in de verzameling. Het is diep triest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden