Multiculturele uitwassen

In de Nederlandse moslim-gemeenschap vallen vooral de jongens uit de toon. Ze kunnen niet van de vrouwen afblijven, zo is niet alleen de klacht van Nederlanders, maar ook van vrouwen uit hun eigen gemeenschap....

Koersen we af op een clash tussen culturen die op Nederlandse bodem wordt uitgevochten? Of is er sprake van een vertekend beeld en zijn het de groeistuipen van een multiculturele samenleving waarin allochtonen en autochtonen voortaan echt moeten samenleven? Een samenleving van gedeelde normen en waarden die misschien lastiger zijn te ontdekken dan exotische eethuisjes en multi-culti-manifestaties met allochtone hapjes tot besluit.

Halim el Madkoury, medewerker van het samenwerkingsverband van Marokkanen en Tunesiërs (SMT) in Utrecht, erkent dat er een probleem is. Verleden week organiseerde hij een bijeenkomst waar 140 Marokkaanse jongens en meisjes bijeen waren om in groepen te praten over de verhouding tussen jongens en meisjes. 'Tweederde van de deelnemers bestond uit meisjes, eenderde uit jongens. Het was lastig om ze bij elkaar te krijgen, want de ouders van meisjes zijn vaak heel wantrouwend. Ze denken dat overal waar jongens en meisjes bij elkaar zijn zich de wildste taferelen afspelen. Omdat het de eerste keer was dat zo'n thema op de agenda stond, vond ik dat ze hun emoties vrij moesten kunnen uiten.' Madkoury merkte dat dat werkte: de jongens kregen een storm van kritiek over zich heen.

Madkoury: 'Dat zijn ze helemaal niet gewend en ze reageerden woedend. De rollen waren omgedraaid. Voor het eerst moesten zij zich verdedigen zoals vrouwen en meisjes zich altijd moeten verdedigen. De meisjes vertelden dat de jongens hen op straat als gevallen vrouwen behandelen als ze naar school of de universiteit gaan, in moderne kleren lopen of een keertje een sigaret roken.

'De boodschap van de meisjes was dat terwijl zij emanciperen, de jongens blijven stilstaan en vasthouden aan hun traditionele machtspositie, waarin een jongere broer alles heeft te zeggen over zijn oudere zuster. Alleen omdat zij een vrouw is. Hij mag naar buiten. Zij moet binnenblijven. Dat pikken meisjes niet meer.'

De zwakke machtspositie van vrouwen in islamitische landen is een fundamenteel gegeven. Toonaangevende Marokkaanse feministes als Fatima Mernissi wijten dat overigens eerder aan het patriarchale systeem in islamitische landen dan aan de islam zelf. Machthebbers gebruiken de islam om hun eigen politiek te legitimeren.

Die ongelijkheid blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Marokkaanse vrouwen niet van hun man kunnen scheiden. Daarentegen kan een man zijn vrouw zonder meer verstoten, de zogeheten talaaq. Wil een vrouw van haar man scheiden volgens islamitisch recht, dan moet zij hem om verstoting vragen.

Als het huwelijk is ontwricht, zo blijkt steeds weer, dan weigert hij dat. Of hij vraagt, om de vrouw te pesten, een absurd bedrag voor die 'gunst'. Ten einde raad vraagt een Marokkaanse vrouw dan om ontbinding volgens Nederlands recht. Als ze hertrouwt, wat zelden gebeurt, dan kan ze nooit meer naar Marokko terug, want volgens de wet daar is ze dan overspelig en daarmee in feite vogelvrij.

De indruk dat Marokkanen of Turken 'onze' meisjes en vrouwen lastig vallen en 'hun' meisjes en vrouwen sparen is volgens Madkoury een misverstand. 'De grote klacht van de Marokkaanse meisjes is juist dat de jongens hen ook lastig vallen. Hun geduld is op. Ze haten het om al die rondhangende jonge Marokkaantjes te zien in Hoog Catharijne die meisjes lastig vallen. Het liefst zouden ze die wegslaan.' In Marokko gebeurt dat al. 'Ik zat op een terras vol mannen in Oujda, waar een jongen een meisje aansprak dat het lef had daar te zitten. Toen hij aanhield kreeg hij van dat meisje een gerichte klap, ze kon karate. Dat was niet leuk voor hem. Hij moest afdruipen en stond voor gek.'

Het is in de Marokkaanse gemeenschap een publiek geheim dat Marokkaanse jongens en mannen ook Marokkaanse vrouwen aanranden en verkrachten. Maar seksualiteit is een taboe-onderwerp en onbespreekbaar. En dus is er geen probleem. Als een Marokkaanse vrouw wordt aangerand of verkracht, heeft ze een aantal barrières te overwinnen voordat ze er over zal spreken of aangifte doet.

Zegt ze het thuis, dan krijgt ze straf van haar broers. Ze was kennelijk op een plek waar zoiets kon gebeuren. Waarom was ze daar? Vervolgens wordt het oorlog tussen haar familie en de familie van de dader, waarbij de schande voor haar alleen maar groter wordt. Bij de politie, die toch al ver van haar af staat, zijn geen vertrouwenspersonen die Arabisch of Turks spreken. Aangiften worden nauwelijks gedaan. Des te vaker wordt een beroep gedaan op een arts om het maagdenvlies te herstellen.

De problemen die jonge allochtonen veroorzaken, gaan aan de eerste generatie voorbij. Die leeft in een volstrekt isolement en snapt niet meer wat de kinderen doen. De bewoners uit een bergdorp zijn pedagogisch slecht toegerust om hun kinderen te helpen functioneren in een open, dynamische samenleving die zelf ook op zoek is naar heldere normen en waarden.

Intussen kunnen de jeugdige seksuele delinquenten die zich beroepen op hun afwijkende culturele achtergrond om hun daden te verklaren, op hoongelach rekenen van mensen als Madkoury: 'Ze hebben Nederlandse normen en waarden onbewust overgenomen. Ze hebben Nederlandse vriendjes, zien tv, soaps, MTV. Maar anders dan hun autochtone vriendjes kunnen ze niet zo gemakkelijk met seks experimenteren. Nederlandse jongens hebben al heel jong verkering. Marokkaanse jongens niet. Maar dat zal op den duur veranderen.'

Het dagblad Trouw meldde deze zomer prominent dat driekwart van de verkrachters in de grote steden allochtoon is. Volgens aan anonieme politie-bronnen in Amsterdam ontleende gegevens zou 75 procent van de verkrachters en 68 procent van de aanranders in de grote steden allochtoon zijn. Bij elkaar maken deze groepen 22 procent van de Amsterdamse bevolking uit.

De enige wetenschapper die de afgelopen jaren nauwgezet de gegevens heeft bijgehouden, betwist de juistheid van die cijfers. Mr. drs. M. Boelrijk, docent strafrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, promoveert op het onderwerp 'jeugdige zedendeliquenten'.

De afgelopen vijf jaar praatte hij met minderjarige jongeren die werden verdacht van seksuele vergrijpen als aanranding en verkrachting. 'De politie van de regio Amsterdam Amstelland, waaronder ook Diemen en de Bijlmer vallen, meldt mij iedere minderjarige verdachte van een zedenmisdrijf en in principe voer ik met iedere minderjarige een gesprek.'

De jurist houdt bij waar de verdachte is geboren en waar de ouders zijn geboren. Op die manier, en door het voeren van gesprekken, heeft hij in kaart kunnen brengen tot welke etnische groeperingen de aangehouden jongeren behoren.Met die beperking dat hij toestemming moet hebben van de ouders.

Furieus wordt de jurist als kranten melden dat driekwart van de verkrachters in Amsterdam allochtoon is. 'Er is nog wel wat mis met de integratie, maar met zulke ongenuanceerde berichten is er nooit hoop op integratie.' Hij snapt ook niet goed hoe zulke berichten de wereld in komen. In ieder geval bevestigt zijn onderzoek de gegevens niet. 'Alle allochtonen, Marokkanen, Turken, Surinamers, worden op één hoop gegooid, alsof etniciteit op zichzelf wat zegt. Je wekt de illusie dat het iets van belang zegt. Ook de link met de islam vind ik onzinnig. Veel allochtonen, Antillianen bijvoorbeeld, zijn geen moslim.'

De exacte cijfers wil Boelrijk niet vrijgeven voordat zijn promotie afgerond is. 'Maar bij geen enkele groep van de minderjarige verdachten kom ik uit op meer dan vijftig procent. De politie houdt de etniciteit van meerderjarigen niet bij. Dus hoe kom je dan aan de gegevens dat driekwart van de verkrachters allochtoon zou zijn?' De cijfers van de politie berusten volgens hem op de beschrijvingen van de mensen die aangifte doen: gekleurde cijfers.

Boelrijk: 'De politie krijgt de aangiften. Ze heeft het beeld dat daarbij relatief veel allochtone jongeren zijn betrokken. Maar de politie heeft een beeld en niet het overzicht.' Het is hem opgevallen dat de jongeren snel bekentenissen afleggen. 'De verdachten merken dat het hen oplucht hun verhaal te doen, ze kunnen een vreselijk geheim kwijt.'

Wat snelheid van bekentenissen betreft, verschillen allochtonen niet van autochtonen. Het idee dat Turkse en Marokkaanse verdachten door schaamte of het taboe op seksualiteit minder gauw bekennen, klopt niet, zegt Boelrijk. 'Ik zie geen oververtegenwoordiging van etnische minderheden, de daders zijn ook niet anders dan andere jonge verdachten. Ze beroepen zich ook niet op een vermeende cultuurkloof voor hun daden.'

Een Marokkaans gezegde: Wat is het verschil tussen een diplomaat en een vrouw? Als een diplomaat 'ja' zegt, bedoelt hij 'misschien'. Zegt hij 'misschien' dan bedoelt hij 'nee'. Maar hij zegt nooit 'nee'. Als een vrouw 'nee' zegt bedoelt zij 'misschien' en als ze 'misschien' zegt bedoelt ze 'ja'. Maar ze zegt nooit 'ja'.

Abdulwahid van Bommel, directeur van de Nederlandse Moslim Omroep, tracht dit soort delicate onderwerpen in de gemeenschap bespreekbaar te maken. Volgens hem komt het probleem voort uit de combinatie van afwijkende culturele normen en het wegvallen van sociale controle. 'Gods ogen zitten in de gemeenschap. In Amsterdam kun je ongestraft doen wat in Casablanca niet kan.'

De gastarbeiders van enige decennia geleden zijn tot hun eigen verrassing gebleven. Tien jaar geleden ging ook het officiële regeringsbeleid er nog van uit dat ze zouden terugkeren. Van integratie is nooit echt werk gemaakt. De centra voor buitenlanders, vaak gelieerd aan arbeidersbewegingen, dachten dat de islamitische identiteit van Marokkanen en Turken langzamerhand wel zou slijten.

Voor Van Bommel is er maar één uitweg. Er moet een nieuwe elite komen die de individualisering van de geloofsbeleving heeft doorstaan. De islamitische gemeenschap heeft jonge, goed opgeleide moslims en moslima's nodig die weten hoe het Westen in elkaar steekt en die ook kunnen putten uit de literaire, spirituele en morele rijkdom van de islam. Zonder in gedragsregeltjes te vervallen.

De oude sociale verbanden van het bergdorp zijn weg. De eerste generatie teert nog op een fictie, maar de tweede en volgende generaties zijn Nederlanders met een islamitische achtergrond die niet meer uit de voeten kunnen met de islam zoals die in Marokko of Turkije op het platteland wordt beleden.

Van Bommel: 'Dat vraagt om emancipatie in religieus opzicht. Maar een weg terug naar een achterlijke islam is er niet. Ook in hun houding ten aanzien van vrouwen en homo's moeten ze emanciperen. Die beweging bestaat in het Westen ook nog niet zo lang. Het is de openheid waarmee vrouwenemancipatie en homo-emancipatie hier plaatsvinden die jonge moslims verbaast en beangstigt. Ze hebben ook geen voorbeelden.'

Jongeren zoeken oriëntatiepunten, houvast in een samenleving die zelf zoekt naar cohesie. Van Bommel wijst erop dat het juist schoolverlaters zijn of op zijn best havo-leerlingen die steun zoeken in fundamentalisme, in leefregels, kleding en baardgroei als buffer tegen het 'decadente Westen' met zijn vrouwen 'die erom vragen'. Hij noemt ze 'imitatie-conformisten'.

Maar daarvan moet de gemeenschap het niet hebben. Moslims moeten niet in een isolement raken. Ze moeten onder ogen zien wat er in het publieke domein gebeurt. Van Bommel: 'Het is een lang gewenningsproces. Maar moslims leven niet in een getto. Marokkanen kunnen tegen ''modern'' geklede vrouwen zijn. Maar ze dragen zelf een djellaba. Hoeveel verdraagzaamheid hebben Nederlanders niet aan de dag hebben gelegd voor wat zij zien als anachronistische kleding? Van moslims mag je net zoveel tolerantie voor homo's en vrouwen verwachten als van autochtonen voor de Marokkaanse en Turkse manier van leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden