Mounir Samuel.

Interview Zin van het leven

Mounir Samuel: 'Ik heb God aan mijn kant, wat anderen ook roepen’

Mounir Samuel. Beeld Jitske Schols

Op zijn 29ste heeft Mounir Samuel al meer levens geleid dan velen ooit zullen doen. Zijn ervaringen gebruikt hij om anderen een spiegel voor te houden, ook Fokke Obbema

‘Hoe kan het dat jij nog leeft?’ Die vraag krijgt auteur, theatermaker en journalist Mounir Samuel geregeld. Hij is pas 29, maar het lijkt alsof hij al meerdere ­levens heeft geleid. Als zoon van een Egyptische vader en Nederlandse moeder groeit hij op in een streng protestants milieu in Amersfoort. Hij is een man, maar wordt geboren in een vrouwenlichaam. Als 13-jarige krijgt hij een oogziekte die hem 80 procent van zijn zicht ontneemt; inmiddels is dat 90 procent. Op school verkeert Samuel in een isolement, doordat hij zich aangetrokken voelt tot meisjes – voor de buiten­wereld zijn dat lesbische gevoelens. Die worden in zijn milieu bestreden, hij wordt gepest. 

Tijdens zijn studies politicologie en islamitisch recht trouwt Samuel met een man, een huwelijk dat na enkele ­jaren wordt ontbonden. Vanaf 2011 maakte hij furore in met name Pauw&Witteman als Midden-Oosten-­expert tijdens de Arabische Lente. Hij verhuist naar Amsterdam, waar hij in een artistiek, niet-religieus milieu terechtkomt: ‘God was in die tijd nooit ver weg van mij, maar ik wel van God.’ Als journalist voor De Groene Amsterdammer bezoekt hij het Midden-Oosten, waar hij enkele malen aan de dood ontsnapt. In 2015 maakt hij aan de buitenwereld bekend voortaan als ­genderqueer-man door het leven te gaan. Dat leidt tot ‘een haatgolf’ op sociale ­media en een tijdelijke breuk met zijn ­familie. Hij vertrekt naar Marokko met het idee een eind aan zijn leven te maken. Maar hij wordt op de valreep ­gered door een gebedsoproep. Vorig jaar verscheen zijn tiende (!) boek, God is groot. Dat gaat over het afpellen van identiteiten, net als zijn theatervoorstelling En toen schiep God Mounir. Daarin komt hij na ‘zes identiteitslagen’ uit bij zijn ziel. Zijn toeschouwers daagt hij uit zich ook los te maken: ‘We leven in een samen­leving die aan grote geestelijke armoede lijdt. Daardoor klampen mensen zich vast aan een een­dimensionale identiteit.’ Zelf is hij een christen die ook in een moskee bidt.

Wat is de zin van ons leven?

‘Mounir betekent ‘hij die licht geeft’. Ik wil dat iets van het goddelijke licht, dat in ons allen aanwezig is, zich reflecteert en manifesteert in deze duistere wereld. Voor mij is de zin van het leven het volbrengen van onze goddelijke bestemming, voor mij is dat om een lichtdrager te zijn. Er zit een goddelijke energie achter alles, dus ook achter ieder individu. Er is een bestemming en relevantie voor ieder van ons, groter dan we zelf kunnen begrijpen.’

Hoe ziet u in dat licht uw eigen ­bestemming?

‘Als mensen vragen waarvoor ik leef, dan zeg ik: ‘Ik leef om mijn naasten te dienen.’ Vaak krijg ik terug: ‘Wat is dat nu voor een raar antwoord, je leeft toch voor jezelf?’ Nee, helemaal niet. Als ik dat zou doen, was ik er morgen niet meer, want dan vind ik het leven niet boeiend genoeg. Mijn gaven zijn er niet voor mezelf, maar om anderen een spiegel voor te houden, zoals anderen dat bij mij doen. Koning Salomon zegt in Spreuken: ‘Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens.’ Wij zijn elkaars ijzer.’

Hoe kan iemand achter zijn bestemming komen?

‘Ieder mens heeft iets dat zijn hart laat zingen. Bij kinderen kun je dat nog goed zien. Geen kind zegt: ‘Ik ga later boekhouder worden.’ Een kind is nog in contact met zijn creatieve zelf. De een is goed in sport, de ander in muziek, tekenen of toneel. Helaas verliezen we het vermogen tot onschuldig onderzoeken van onze talenten. Ik daag mensen uit dat weer op te zoeken. Durf voor je talent te kiezen op een manier die overeenstemt met Gods gedachten. Zijn dromen zijn vele malen groter dan onze stoutste verwachtingen. Wanneer je die twee bundelt, je talent en de juiste richting eraan, krijg je een kracht die veel verder reikt dan je eigen ik.’

Welk groter plan heeft God?

‘Ik ben God niet. Hij is oneindig groot. Met alle heilige boeken weten we nog niet 1 procent van God. Bij ieder antwoord dat ik hierop vind, komen weer tien nieuwe vragen op. In dit leven gaan we hem of haar nooit helemaal begrijpen.’

Dus blijft het leven een mysterie?

‘Ja, dat is de schoonheid ervan, maar ook het pijnlijke. Sommige dingen zijn te verdrietig om vragen over te stellen. De moeder die haar kind heeft verloren, zal vragen: ‘Waarom moest dat dan gebeuren?’ Gruwelijk groot leed. De vraag die we zouden moeten stellen is niet: ‘Waarom staat u dit toe?’ Het verzoek moet zijn: ‘God, sta dit niet langer toe.’ Dan kunnen er wonderen gebeuren.

‘Ik geloof niet in een breekijzer-God, die je hart openbreekt. Mijn God is er een van zachte streling, van vrouwelijke, verleidende energie. Een God die vraagt: ‘Geef mij de kans die leegte op te vullen.’ Dat kun je hem vragen door te zeggen: ‘God, u bent groter dan de omstandig­heden. Ik kan het niet met deze omstandigheden, doet u het maar.’

‘Daarin heb ik mijn kracht gevonden: God niet meer ter verantwoording roepen, maar mijn ziel bij hem uitstorten. En God prijzen, te midden van de zwaarste omstandigheden. Ook als je een gebroken hart hebt of je baan kwijt bent, toch Allahu akbar durven zeggen, God u bent groot, groter dan mijn omstandigheden. Dat is zo krachtig, probeer het maar.’

Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. Ruim een jaar later gaat hij in een reeks ­interviews op zoek naar de zin van ons leven. Hier kunt u alle verhalen uit deze serie teruglezen.

In de periode 2012 tot 2015 was u verder van God dan ooit. Waardoor kwam dat?

‘Ik verhuisde naar Amsterdam en ­belandde in een wereld van artiesten, ­acteurs en de queer-gemeenschap. Een compleet areligieus milieu, hooguit half-islamitisch. Ik kreeg partners die ­helemaal niet of alleen maar in naam gelovig waren. Mijn seksualiteit was onderdrukt geweest, dus ik brak los uit dat verleden. Maar ik had ook veel last van schuldgevoel. Ook kwamen pesten en misbruik omhoog – een diepe beerput waarin ik dreigde te verdrinken. Het was een tijd waarin ik veel aandacht kreeg door mijn optredens in talkshows. Er was zo veel schuring in mijn leven, zo veel haat tegen mij ook, dat ik boos was op God zonder dat ik er de vinger op kon leggen.’

Hoe vond u God weer terug?

‘Ik was naar Marokko gegaan om een eind aan mijn leven te maken. Omdat ik veel in de media was, kreeg ik vrijwel constant seksisme over me heen – die aanvallen waren heel zwaar. Extra pijnlijk was dat ik me geen vrouw voelde, maar niemand hoorde dat. In mijn relaties leverde dat veel spanning op, omdat lesbische partners voelden dat het geen vrouw-vrouwrelatie was. Ik was zo ongelukkig, alles zat vast. Het VU-ziekenhuis weigerde mijn transitie, mijn boek zat bij de verkeerde uitgever, ik zat finan­cieel aan de grond. Want nadat ik mijn coming-out als Mounir had gemaakt, verloor ik in één klap 90 procent van mijn opdrachtgevers. In de media werd ik als genderqueer afgemaakt. Mijn vrienden vielen bij bosjes weg, ik was mijn familie kwijt, simpelweg omdat ik zei: ‘Ik weet wie ik ben, nu jullie nog’.’

Wat gebeurde er in Marokko?

‘Ik wilde springen van het huis waar ik een kamer had gehuurd. Ik stond al op de dakrand, toen er een gebedsoproep klonk. Dat vond ik geen gepast moment. Toen ontstond er een dialoog met God. Precies op dat moment ontving ik op mijn telefoon de melding van een filmpje van een Amerikaanse pastor. Ik kijk nooit naar preken, nu wel. De preek heette: It is not over. Van John Gray, super humoristisch. Ik moest lachen. Hij zei: ‘Iedereen kan God prijzen aan het begin en het eind, maar kun je ook prijzen in het midden, wanneer je geen uitweg ziet?’ Toen ging ik op dat dak God prijzen. Drie dagen later was ik weer in ­Nederland en kwam alles in beweging.’

Maar de problemen waren er nog.

‘Kort na aankomst kreeg ik op één enkele dag groen licht van de VU, kreeg ik mijn boekrechten terug, kwam mijn Egyptische geliefde bij me terug en kreeg ik een belastingteruggave van 10 duizend euro. Op een en dezelfde dag! Amen. Als je mijn verhaal hoort, ga je in God geloven.’

Hoe kijkt u aan tegen groepen die dat niet doen, zoals atheïsten, ­agnosten en ietsisten?

‘Nederland is veel minder atheïstisch dan mensen denken. Vooral wanneer je doorpraat blijkt het aantal mensen dat God echt afwijst heel beperkt. Mensen wijzen wel het instituut kerk af. Dat kan ik goed begrijpen. Ik ben boos op reformatorisch en katholiek Nederland, ­omdat door hen zo veel mensen uit de armen van God zijn gedreven.

‘Maar ik ben geen evangelist die de mensen wil bekeren. Overtuigen ligt niet op mijn weg, dat kan God alleen. Ik deel wel mijn ervaringen, anders zou ik God tekortdoen. Er is een breed gedeeld ongemak in het praten over zingeving. Maar mensen voelen dat niet bij mij. Ik luister vaak naar de twijfel van de ander.’

Stond u zo open voor God, omdat u eenzaam was?

‘Dat vind ik een typisch Hollandse gedachte: alsof je alleen in God gaat geloven als laatste redmiddel. Ik ben wel alleen in de zin dat ik overal de uitzondering ben, maar ik ben niet eenzaam. Ik heb God aan mijn kant, wat anderen ook roepen. Mijn bestaan gaat wel met grote eenzaamheid gepaard: woestijnperioden, je ziel zoeken, depressie, dat hoort erbij. Hoe meer je in het licht staat, hoe harder het duister trapt. Dat kan je in ­Nederland goed zien. Mensen die voor radicale verbinding staan, worden afgemaakt. Denk aan hoe Sylvana Simons is bejegend, omdat zij echt inclusief wil zijn. Er heerst een angstcultuur. Mensen verhuizen om in een wijk met gelijk-ogende mensen te wonen. Bakfietsmoeders rijden kilometers extra om hun kinderen naar een witte school te brengen.’

Hoe ziet u uw toekomstige rol?

‘Ik ben een minderheid binnen alle minderheden. Dan kun je als een Calimero op je eiland gaan zitten, of je kunt zeggen: ik ga bij ieder mens kijken wat verbindt. Mijn gelaagdheid stelt me in staat vertrouwen te winnen en de echo van anderen te zijn. Ik sta voor mensen zonder stem, voor iedereen die afwijkt, die niet mag zijn wie hij is. De vorm is nu theater en schrijven, maar die is niet ­belangrijk. Wel het doel, waarbij ik altijd sta voor sociale rechtvaardigheid. Ik zie mijn rol als die van de veerman, die mensen van de ene naar de andere oever brengt. Met woorden als liefde en verbinding hoop ik hen uit hun vaste denken over hun identiteit te halen. Zodra je meent te weten wie je bent, is er geen beweging meer. Blijf je open, dan is groei mogelijk.’

Leestip

‘De Profeet van Kahlil Gibran. In dit boekje verbindt deze grote Libanese dichter en denker de diepste menselijke wijsheden met goddelijke inspiratie. Hij doet dat in zulke simpele en poëtische taal dat je hart er als vanzelf door in beroering komt. Vrijwel niemand heeft de liefde zo kunstig beschreven. Gibran vat de essentie van Gods ­wezen prachtig samen. ’ 

De Profeet van Kahlil Gibran
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.