Moorden als dagelijks werk

De Grote Terreur van Jozef Stalin eiste honderdduizenden levens. Ook dat van zijn terreurorganisator Nikolaj Jezjov, die voor het vuurpeloton stierf....

Nikolaj Jezjov spoorde zijn mannen aan het bewijs uit zijn gevangenen te slaan. Toen Nikita Chroestsjov (de latere Sovjet-leider) hem bezocht in het hoofdkwartier van de geheime politie, liet hij trots de bloedspatten op zijn uniform zien. Jezjov wordt ook wel de ‘Sovjet-Eichmann’ genoemd. Van 1936 tot 1938 organiseerde hij voor partijleider Jozef Stalin de Grote Terreur. Anderhalf miljoen mensen werden gearresteerd, 700 duizend doodgeschoten. Het is een van de bloedigste episoden uit de moderne Europese geschiedenis.

Toch is Jezjov een onbekende, vergeleken bij de handlangers van Hitler, zoals Himmler, Goebbels of Eichmann. Arch Getty, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Californië in Los Angeles, schreef samen met Oleg Naumov een biografie van Jezjov, The Rise of Stalin’s Iron Fist. Deze week sprak hij in het Historisch Café in Amsterdam over zijn boek.

Mensen als Jezjov worden net als nazimisdadigers vaak als monsters beschouwd. Aan de andere kant: de filosofe Hannah Arendt sprak van de ‘banaliteit van het kwaad’, nadat zij in 1962 het proces tegen Eichmann had gevolgd. De organisator van de Holocaust bleek geen duivelse misdadiger, maar een suffe kantoorklerk die het vernietigen van Joden gewoon als werk leek te beschouwen.

‘De banaliteit van het kwaad is toch een wat misleidende gedachte’, zegt Getty. ‘Ze is gebaseerd op een snapshot van Arendt, die Eichmann observeerde toen hij al een oude man was. Maar Eichmann zal een heel andere indruk hebben gemaakt toen hij een jaar of 30, 40 was.’ Prominente bureaucraten in nazi-Duitsland of Sovjet-Rusland waren vaak dynamische en handige persoonlijkheden.

Bovendien miskent de banaliteit van het kwaad de rol van ideologie. Veel politieke moordenaars, zoals Jezjov, zijn allerminst amorele carrièremakers. Jezjov beschouwde zich als een soldaat voor het bolsjewisme, dat Rusland en de mensheid een glanzende toekomst moest bezorgen. Wie zich tegen het bolsjewisme verzette, keerde zich tegen de mensheid zelf. In zijn eigen ogen deed Jezjov geen kwaad, hij vocht juist tegen het kwaad. Als het werk erop zat, was hij een charmante kerel, die ondanks zijn 1 meter 50 populair was bij vrouwen. Getty: ‘Hij kon goed zingen en dansen, hij werd door iedereen aardig gevonden.’

In zekere zin waren zijn daden natuurlijk monsterlijk, zegt Getty, maar zij laten zich goed verklaren door de Russische geschiedenis. Lang voor de Revolutie van 1917 hadden veel Russen een binair wereldbeeld, ‘wij’ tegen ‘zij’, een straatarme bevolking tegen een kleine, rijke bovenlaag. Jezjov werd in 1895 geboren en werkte als jongen in de Poetilov-fabrieken in Sint-Petersburg, waar de klassenverhoudingen al op scherp stonden. De arbeiders werkten tien uur per dag tegen een karig loon, verminderd met boetes voor onbenullige overtredingen van de bedrijfsregels. Elke twee dagen raakte er een arbeider gewond bij een bedrijfsongeval, zonder dat de leiding zich daar druk over maakte. Managers en ingenieurs voelden zich ver verheven boven het plebs.

Geloof in geweld
Het binaire ‘wij tegen zij’-denken radicaliseerde in de Eerste Wereldoorlog, de Revolutie van 1917 en de uitermate bloedige Burgeroorlog die tot 1921 duurde. Getty: ‘De Burgeroorlog was de universiteit voor de generatie van Jezjov. Mannen als hij geloofden in geweld als een manier om politieke geschillen te beslechten. Jezjov bleef zich ook altijd als een militair kleden, net als Stalin overigens.’

Nikolaj Jezjov klom gestaag op in de partij. Hij was een goed organisator, een harde werker, een bolsjewiek met gestaalde ideologische overtuigingen. In september 1936 werd hij hoofd van de NKVD, de geheime politie. In dat jaar explodeerde het geweld, omdat Stalin geloofde dat de Sovjet-Unie aan alle kanten bedreigd werd: door interne oppositie in de partij, door de sabotage van klassevijanden, door de aanstaande oorlog met Duitsland. Daarom moest iedereen die onbetrouwbaar werd geacht uit de weg worden geruimd.

Vooral in de Sovjet-elite werd flink huisgehouden. Van de 139 leden van het Centraal Comité werden er 89 gearresteerd, van de 1.966 leden van het Partijcongres in 1934 werden er 1.100 opgepakt. Maar in absolute aantallen waren de meeste slachtoffers gewone burgers. Op het hoogtepunt van de Grote Terreur werden simpelweg quota uitgedeeld aan lokale partijleiders. Zo moest Chroestsjov in Moskou 50 duizend ‘klassevijanden’ naar eigen keuze laten executeren. Het werden er meer. Lokale leiders die niet enthousiast genoeg zuiverden, waren meteen verdacht.

Stalin en zijn handlangers hadden hun eigen manier om een klassevijand te identificeren. Wat iemand precies had gedaan, deed weinig ter zake. Het ging vooral om wat iemand was: afkomstig uit een bourgeoisfamilie, bevriend met andere ‘klassevijanden’, behorend tot een partijfactie die zich ooit tegen Stalin had verzet. ‘Ik doe nu onderzoek naar de stenografische verslagen van de verhoren door de NKVD. Meestal vraagt de politie: wat heb je gedaan? Maar de NKVD vroeg alleen: wie zijn je vrienden, wat is je netwerk? Als iemand gezuiverd werd, werd ook zijn hele omgeving opgepakt’, zegt Getty.

Als sluitstuk werd voor propagandadoeleinden een bekentenis gefabriceerd, vaak door marteling verkregen. Prominente partijleden deden fantastische bekentenissen die in showprocessen breed werden uitgemeten. Ze ‘erkenden’ dat ze voor Duitsland hadden gespioneerd of kameraad Stalin uit de weg hadden willen ruimen.

Goelags
Tussen 1936 en 1938 was het levensgevaarlijk een bolsjewiek te zijn. Bij de geringste verdenking kon je naar de goelags worden gestuurd, of erger. Waarom kwamen de partijleden niet in verzet tegen deze willekeur?

‘Veel mensen geloofden de propaganda. Veroordeelde leiders als Zinovjev en Kamenev waren ook professionele revolutionairen, ervaren samenzweerders die zich ooit tegen de meerderheidslijn van de partij hadden verzet. Zo ver gezocht was de beschuldiging van een complot tegen Stalin ook weer niet’, zegt Getty.

Bovendien hadden veel bolsjewieken belang bij de Grote Terreur. ‘Tweederde van het Centraal Comité werd weg gezuiverd. De nieuwkomers dachten: het is maar goed ook dat die oude bolsjewieken zijn verdwenen, het is tijd voor een nieuwe generatie’, zegt Getty. Veel nieuwe bolsjewieken werden op hun beurt weer weg gezuiverd, maar daar kwamen ze pas achter als het te laat was.

Daarnaast wilden veel bolsjewieken de Sovjet-Unie verdedigen, bijna tegen elke prijs. Stalin was hun held. Na de Burgeroorlog had Lenin de Nieuwe Economische Politiek ingevoerd, die kleine ondernemers enige ruimte bood. Het was een noodmaatregel die de jonge Sovjet-Unie van de economische ondergang moest redden. Maar Stalin had na 1929 met harde hand industrialisatie en collectivisatie afgedwongen. De snel groeiende partij- en staatsbureaucratie bood ongekende mogelijkheden voor mensen wier families eeuwenlang slechts onderdrukking en armoede hadden gekend. Nikolaj Jezjov was daar een goed voorbeeld van. Hij had slechts een jaar lagere school gehad, maar hij werd de machtigste man van de Sovjet-Unie, op Stalin na.

Vuurpeloton
In 1938 werd hij zelf slachtoffer van het systeem dat hij zo vurig had gediend. Hij werd afgezet en gevangengenomen, in februari 1940 stierf hij voor het vuurpeloton. Zijn entourage, onder wie de schrijver Isaak Babel, werd in zijn val meegesleurd. ‘De meest voor de hand liggende verklaring is dat hij te veel wist’, zegt Getty. ‘Maar zijn opvolger Beria wist evenveel en viel pas na Stalins dood in ongenade. Er is een andere verklaring: Jezjov was een alcoholist die twee flessen wodka per dag dronk, waarschijnlijk mede vanwege de stress. Hij verscheen steeds vaker niet op het werk, richtte drinkgelagen aan met dichters, schrijvers en andere buitenstaanders. Stalin kreeg rapporten dat hij loslippig werd. Dat tolereerde Stalin nooit. Hij heeft familieleden laten executeren en gevangenzetten omdat ze indiscreet waren.’

Jezjov kreeg de behandeling die hij zelf zo vaak had laten toedienen. Hij ‘bekende’ dat hij voor Duisland en Polen had gespioneerd en Stalin had willen vermoorden. Ook bleek hij opeens homoseksueel: bij een drinkgelag zou hij een slapende feestganger hebben gewekt door zijn penis in diens mond te schuiven.

Tijdens zijn proces trok hij zijn bekentenis weer in. Tot het bittere einde bleef hij in zijn missie geloven: ‘Mijn grootste schuld ligt in het feit dat ik zo weinig mensen heb gezuiverd’, verklaarde hij. ‘De vijanden die ik over het hoofd heb gezien, hebben mij wellicht in deze situatie gebracht. Vertel Stalin dat ik sterf met zijn naam op mijn lippen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden