Mooie Turk bleek dikke Hollander

Toen de ingehuurde spreekster uit de Albanië en niet uit Alabama bleek te komen, werkte het bekakte echtpaar haar meteen de deur uit....

Mijn werkkamer kijkt uit op een schoolplein. Daar zie ik honderden pubers met elkaar praten, lachen en geinen. Het zijn kinderen in alle kleuren en schakeringen, van tientallen nationaliteiten. Ik hoor Nederlands, Arabisch en stoer gangsta-geschetter, maar toch vooral Engels, de voertaal op deze school. Het ziet er vrolijk en harmonieus uit. Af en toe vormt zich een stelletje: zwart-beige of bruin-wit, verzonken in een lange zoen, in mijn portiek. Ik denk wel eens, dromerig achter mijn bureau, dat dit de wereld is zoals zij bedoeld is.

’s Avonds verandert mijn idyllische plein. Dan klitten er groepjes samen, vooral jongens. Ze arriveren op peperdure scootertjes. Ze schreeuwen, ze hebben messen bij zich en er wordt gedeald – de wijkagent weet het. Ik loop er met kloppend hart langs, maar mij zien ze nauwelijks. Mijn kinderen en hun vrienden krijgen echter pijnlijke dingen toe gesist. Het zijn diezelfde jongens, of hun neven, die hen verhinderen ooit nog naar een zwembad of discotheek te gaan.

Feit of interpretatie? Oordeel of vooroordeel? Misschien zie ik het te zonnig, het polyculturele tafereel op mijn schoolplein. Wellicht ben ik ’s avonds een zwartkijker en zijn mijn kwelgeesten overdag óók gewone scholieren. Ik zou natuurlijk kunnen gaan praten met die jongens, maar ik ben bang dat zij mij uitjouwen, of erger, en mijn bedoeling niet begrijpen.

Miscommunicatie, is dat het grootste probleem tussen autochtoon en allochtoon? Dat is wel het uitgangspunt in Weg uit Babylon, een bundel met bijdragen van Nederlandse schrijvers en journalisten, van Nederlandse en buitenlandse herkomst. ‘Het werkelijke onbehagen zit misschien gewoon in niet meer met elkaar praten’, schrijft samensteller Rachida Azough, creatief directeur van Kosmopolis, in haar inleiding.

Zij illustreert het principe van de eenzijdige dialoog in haar eigen bijdrage, een interpretatie van de film Pocahontas van Terrence Malick. Hoezeer Malick ook het indianenmeisje probeert af te schilderen als nobel en lief, in tegenstelling tot de brute Britse zeelieden, zij blijft een ‘nobele wilde’. Malick kan wel haar kant kiezen, maar niet haar perspectief. Net zo min als de ‘haviken’ die schelden op buitenlanders dat kunnen. Maar ook de ‘duiven’ die immigranten eigen zendtijd en cultuurhuizen gaven, doen dat uit een goedbedoeld, bevoogdend perspectief – ‘volkenkunde terug in een andere gedaante’.

Treffende voorbeelden van miscommunicatie zijn er genoeg in deze verhalen. Seada Nourhoussen, die al sinds haar vroege jeugd in Nederland woont, wordt uitgenodigd op een feestje bij de buurman, die haar geruststelt: hij schenkt ook non-alcoholische dranken. Hij geeft Nourhoussen, die op een katholieke basisschool zat, een adventskalender en legt omstandig uit hoe zo’n ding werkt. Anil Ramdas, kersverse correspondent van NRC, belandt op receptie van de Nederlandse ambassade waar hij zich doodongelukkig voelt tussen de corpsballen. Hij steekt een nerveus verhaal af tegen een ‘deftig geklede man’. Het blijkt de ober te zijn. Altan Erdogan beklimt het podium om een prijs van het maandblad Opzij in ontvangst te nemen. Hij stelt een zaal vol geëngageerde dames teleur: de jongen met de Turkse naam die zo mooi schreef over de multiculturele samenleving blijkt ‘een uit de klei getrokken, iets te dikke Hollander’ die toevallig meer op zijn moeder lijkt.

De verhalen in Een dansje in de regen, geschreven door veertien, uit allerlei landen afkomstige, in Nederland wonende auteurs – merendeels politiek vluchtelingen – staan bol van misverstanden en goede bedoelingen. Stipo Jelec, met zijn ouders gevlucht uit Kroatië, was een fantastisch integrerende jongere, die snel de taal sprak en ging studeren. Toch denken behulpzame Nederlandse vrienden te moeten uitleggen wat een koelkast is, en een magnetron. Op zijn verjaardag krijgt hij een blok Goudse kaas en plastic madeliefjes. Een vrouw die tot zijn vreugde een taart meeneemt, duwt hem met zijn neus in de slagroom – Oudhollands geintje. Het is symbolisch: De jongen beseft te goed zijn best te hebben gedaan; hij is zo naadloos geïntegreerd dat hij zichzelf is kwijtgeraakt.

Mooi verhaal, dit. Net zoals ‘Brief aan de koningin’ van Albana Shala, over een met identiteiten en gelogen levensverhalen sjoemelend Albanees echtpaar dat asiel probeert te krijgen, en intussen door een leger advocaten wordt uitgezogen. Zij leren zichzelf ijverig Servo-Kroatisch, om de autoriteiten te misleiden, en geen Nederlands. Of het verhaal van Nasim Khaksar, die je met frisse blik laat kijken naar de schoonheid van saaie Nederlandse dorpen, ‘de vorm van een raam, het metselwerk van een deur’.

Hartverscheurend en geestig is het verhaal van Snezana Bukal. Een uit Albanië gevluchte vrouw mag namens een organisatie geïnteresseerde Nederlanders thuis iets vertellen over haar land. Bij een bekakt echtpaar in een grachtenhuis vertelt ze dat het verboden is om huisdieren te houden in Albanië, dat de verwarming het nooit doet. Het echtpaar onderbreekt haar: Albanië? Hun aanstaande schoonzoon komt uit Alabama! Foutje. Nog voor het diner wordt de vrouw de deur uitgewerkt.

In dit verhaal draait het letterlijk om miscommunicatie, maar die heeft hier weinig met cultuur te maken. Stuitender is het totale gebrek aan interesse in de Albanese, en het onbegrip voor haar genante positie. In de bijdrage van Margalith Kleijwegt aan Weg uit Babylon gaat het ook om dergelijke botheid, maar dan van een Turks echtpaar. De journaliste bezoekt ouders van vmbo-leerlingen om te praten over deze zwarte school, en over hun toekomstverwachtingen. Een van die gesprekken, in de Amsterdamse Baarsjes, waarbij een dochter tolkt, verloopt vriendelijk; wel wordt het onderbroken voor gebed. De bezoekster wordt uitgenodigd om te komen eten, maar als ze een week later aanbelt, wordt er niet opengedaan. Verbijsterd staat zij in de regen. Een dochter laat weten dat haar ouders geen contact meer willen. Na enige bemiddeling kan de journaliste toch nog eens langskomen. Er wordt nergens over gepraat, maar wel demonstratief gebeden. Het echtpaar zit verschanst in een bastion, ‘beschermd tegen de wereldse verleidingen waarmee hun zoons dagelijks te maken hebben’. De tolkende dochter zit er wanhopig tussenin. ‘Ik begrijp u’, zegt ze. ‘En ik begrijp mijn ouders.’

Begrip, misschien raakt dat zoetsappige woord toch eerder de kern dan ‘communicatie’. Je kunt het ook invoelingsvermogen noemen, of verbeeldingskracht. Wie zich verplaatst in een ander komt niet aanzetten met Goudse kaas, maar is ook bereid een gesprekje over school te voeren. Die vraagt gewoon of iemand, ongeacht herkomst, wijn wil, maar kan zich ook voorstellen dat ontsporende zonen op pleintjes mensen vrees aanjagen en neemt de verantwoordelijkheid voor z’n kinderen.

Als het aan alle schrijvers in deze twee lezenswaardige boeken ligt, komt het wel goed met gemengd Nederland. Niet omdat iedereen zo optimistisch is, maar omdat zij stuk voor stuk welbespraakte, verbeeldingsrijke intellectuelen zijn, die graag hun bijdrage leveren aan het debat. Terecht schrijft Emma Brunt in haar bijdrage dat de opmars van Nieuwe Nederlanders in het debat – in de kranten, de literatuur, de podiumkunsten – indrukwekkend is. In overdrachtelijke zin is de Amsterdamse grachtengordel niet wit, ‘maar op een verassende kosmopolitische manier gespikkeld’.

Maar de mevrouw uit de Baarsjes doet niet mee aan dat debat en haar kinderen later vermoedelijk evenmin. Anja Vink, die reportages schreef over zwarte vmbo’s, heeft gelijk: dit is niet in de eerste plaats een cultureel drama, maar een klassendrama: de nieuwe onderklasse komt uit het buitenland. De taal van de literatuur en het debat is slechts verstaanbaar voor wie zich aan die onderklasse heeft ontworsteld, ongeacht kleur of herkomst. Onderwijs dat kansen schept en niet stigmatiseert zal meer voor elkaar krijgen dan duizenden goedwillende bruggenbouwers.Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden