Monumenten voor de gehavende ziel

Nederland is een monumentenland. Er worden steeds meer gedenktekens geplaatst: kruisen als memento mori voor weggebruikers, of monumenten ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Bijlmerramp en van de neergestorte Dakota bij Den Helder....

IN DECEMBER 1987 werd het pand de Notenbar, op de hoek van de Heiligeweg en het Singel, als laatste Amsterdamse woning op het rioolstelsel aangesloten. Wethouder Ten Have van Openbare Ruimte besloot dat er op die plek 'een monument moest komen': acht doorzichtige tegels die zicht bieden op een grijze pvc-pijp die aansluit op het stadsriool.

'Het putje van Ten Have', zoals de wethouder - niet zonder trots - zijn fraaie trottoir-museumstuk noemde, memoreerde geen oorlogsheld, schrijver of groot politicus, maar 'de cultuurgeschiedenis van het Amsterdamse rioolstelsel'.

Tien jaar eerder vond in de Bijlmermeer, tussen de flats Groenhoven en Gouden Leeuw, 'de teraardebestelling' plaats van zeventien gevulde kisten. Ze mogen pas in het jaar 2477 opgegraven worden. De kisten, een 'monument voor de stad Amsterdam' van Pieter Engels, bevatten - naast een monster van de adem van de kunstenaar - films en foto's van Amsterdam, kranten, weekbladen en een bandrecorder met een opgenomen radioprogramma. Engels begroef ook een spaarbankboekje met een inleg van honderd gulden dat in 2477 naar zijn zeggen 'een fortuin moet opleveren'.

Velen spraken er schande van. De monumenten hadden de gemeente veel geld gekost. En wat memoreren ze? Lag het spaarboekje nog wel onder het vierkant blok graniet?

Tijdens openhartige rondetafelgesprekken over een op te richten monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers bij de vliegramp in de Bijlmermeer zei een van de deelnemers: 'Kan de gemeente niet investeren in zorg, in plaats van in een duur kunstwerk, bij wijze van monument?' En weer een ander: 'We kunnen vandaag cement kopen, morgen een kistje timmeren, en dan hebben we eind van de week een monument, maar dan zijn we verkeerd bezig.'

Heel Nederland, meent de kunstenaar Bouke IJlstra, zal binnenkort vol staan met van die roestvrij stalen palen van ongeveer vijf meter hoog met een bocht erin. 'Dat is nu eenmaal zoals kunst in opdracht eruit hoort te zien.' Tussen Maastricht en Schiermonnikoog en van Enschede tot Santpoort staan tientallen van die monumentale en nietszeggende beelden. En steeds meer. Op zondag 26 oktober - tijdens de week van de chocolade - vervaardigen drie kunstenaars op de Dam in Amsterdam sculpturen uit blokken chocolade van elk een ton. Ook zulke beelden worden gemaakt. Amsterdam, de grootste opslag- en overslaghaven van cacaobonen ter wereld, krijgt zijn 'eetbaar monument', smakelijk én - gelukkig maar - ook tijdelijk.

Maar er zijn ook andere monumenten, beelden die herinneren aan heldendaden of indrukwekkende prestaties, of aan de geschiedenis van Nederland. In het Drentse veengebied, tussen Schoonebeek en Emmen, staat bij de allerlaatste Nederlandse turfput een gedenksteen van Ulrich Rückriem. 'We wilden geen beeld van een veenmannetje of turfvrouwtje', zei veenbaas Bertus Snippe bij de inhuldiging van het monument. 'Die heb je hier al genoeg.'

Nederland is een monumentenland. Er worden steeds meer beelden geplaatst: naast gedenktekens voor slachtoffers van rampen en geweld ook abstracte insignes bij in- en uitvalswegen; sculpturen 'ter nagedachtenis van'; beelden van schrijvers en cabaretiers, voor Lou Bandy en Willy Derby (die voor de oorlog 'Zoek de zon op' zongen), voor Wim Kan en Corry Vonk; een krakers-, een homo- en een Dachau-monument. De Rotterdamse stichting Half wil nu ook het in een museum op Jamaica in een donkere nis wegemoffeld beeld van Bob Marley naar Rotterdam halen. 'Nederland wordt steeds meer een multiculturele samenleving en bovendien woont er in Rotterdam een grote Rastafari-groep', rechtvaardigt bestuurslid T. Hoogenboezem de plannen van Half. Er is een monumentenrage. Nederlanders verlangen naar 'kunst waar je wat aan hebt', naar publieke monumenten.

Vroeger had Nederland het niet zo op gedenktekens. Het is eerder een land van beeldenstormers. Het leed etaleren, zo wil de calvinistische achterdocht, is ongepast.

En toch komen er steeds meer. In de binnentuin van het provinciehuis in Haarlem prijkt op een basaltstenen sokkel een glazen hemelboog. Op het glas staan de namen van 32 doden. In september 1996 stortte hun Dakota-vliegtuig, na een uitstap naar Texel, neer in de buurt van Den Helder. Een gegraveerde tegel in Nijmegen, ingeklemd tussen de stoeptegels van een vluchtheuvel, markeert de plek waar in 1995 zes doden vielen bij een verkeersongeluk. In Laren herinnert een vaas in een kerk aan de vliegramp met een DC 10 van Martinair in het Portugese Faro en nog jaarlijks herdenken de nabestaanden van de ramp met het SLM-toestel in 1989 hun dierbaren die bij de crash zijn omgekomen.

Op het veteranenlandgoed Vrijland bij Schaarsbergen richt staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie een gedenkteken op voor Nederlandse militairen die zijn gesneuveld tijdens 'crisisbeheersingsoperaties'. Het kan, zegt de staatssecretaris, 'een bijdrage leveren aan het verwerkingsproces van nabestaanden en vrienden'.

In de Amsterdamse Voetboogstraat flikkert tussen de lichtreclames voor bier en shoarma het in neon geschreven woordje 'help'. Op een plaquette onder het woord staat geschreven hoe Joes Kloppenburg in 1996, toen hij waagde het voor iemand op te nemen, dat met de dood moest bekopen. Het bloemenmonument met de brandende kaarsen voor de doodgeschopte Meindert Tjoelker ligt nog vers in het geheugen. Studenten en scholieren vormden een kilometers lang 'levend rouwlint'; er viel een monumentale stilte.

'Eerst komt er een bosje bloemen. Dan een krans. En voor je het weet, staat er iets tastbaars.' Toen in Nijmegen de herdenkingssteen werd onthuld voor de door een dronken chauffeur doodgereden slachtoffers zei Mart Huls, voorzitter van de stichting Kruizen en Kapellen: 'Het rouwproces wordt weer openbaar.' Het is geen 'verborgen' dood. 'Je mag weer laten zien dat je verdriet hebt.'

Huls is een kenner van Nederlandse gedenkplaten. Ze verzachten het leed. Voor een boer uit Gulpen, die honderd jaar geleden van zijn kar viel, plaatste de familie een gedenkteken. Het was 'het eerste monument dat in Nederland voor een verkeersslachtoffer werd opgericht'. Langs Nederlandse wegen staan er 'ongevalskruisen' als een soort 'memento mori voor de weggebruiker'. Zulke gedenktekens zijn een persoonlijk statement. Volgens Veilig Verkeer Nederland 'werkt dat beter dan een billboard langs de weg'.

Een monument dwingt herinnering af. Het bestaat, zegt cultuurfilosoof Bart Verschaffel, 'krachtens een ''wij'', krachtens het beroep op het voorgeslacht of het nageslacht, krachtens een enkeling die majesteitelijk meervoud kan spreken'. Het monument spreekt 'in naam van allen'.

Verschaffel voorspelt 'de marginalisering van het monument' en de vergankelijkheid. Politici willen niet een bronzen standbeeld na hun dood; ze willen bij leven interviews, krantenkoppen, de cover van de tijdschriften. 'En de kiezer verwacht van de architectuur geen harde betekenis, maar aangename gewaarwordingen: gezelligheid, verrassing, amusement, rust. Hij wil geen gedenkplaten maar zitbanken, trapgevels, terrasjes, parkeerplaatsen.'

Op de plek van de Bijlmerramp laat het stadsdeel Zuidoost een groot monument van beton aanleggen. Kostprijs: vier miljoen gulden. Veel buurtbewoners zijn tegen de plannen.

In december 1992 werd op initiatief van het stadsdeel Zuidoost de werkgroep 'Bijlmermonument' opgericht. Er zijn rondetafelgesprekken gevoerd. Na de ramp vormden een eenvoudige omheining van draadwerk, waaraan bloemen, gedichten en knuffelbeesten hingen, en een grote boom een tijdelijk monument voor de rouwende nabestaanden. De boom 'die alles heeft gezien', moet volgens de buurtbewoners behouden blijven. 'Ik vind dat de boom moet, en ik zeg moét blijven', concludeert een buurtbewoner. 'Die boom kon niet wegrennen maar hij heeft het overleefd.'

De plek, zegt een ander, is over twintig of dertig jaar gewoon 'een wijkje waar ooit iets is gebeurd'. Misschien moet er een monument komen in plaats van 'de boom die alles zag'; de plek is kwetsbaarder dan een monument.

De vader van Joes Kloppenburg, de jongen die in de Voetboogstraat is doodgeslagen omdat hij het geweld probeerde te stoppen, zei bij de herdenkingsmanifestatie 'te hopen dat de dood van zijn zoon een kentering in het verval van normen en waarden teweeg zal brengen'.

Een monument verzacht niet alleen de pijn en het verdriet van nabestaanden. Het is ook 'een bewegwijzering van de moraal'. Zo'n gedenkteken als help heeft de kracht van die beroemde archaïsche torso in het bekende gedicht van Rainer Maria Rilke. Door het ondergaan van kunst - of een monument, zegt Rilke, worden mensen beter. Het beeld in het gedicht zegt ons: 'Verander uw leven.' Het heeft een morele werking; het stelt - zoals vader Kloppenburg suggereerde - voorbijgangers in de Voetboogstraat voor een dilemma 'om anderen al dan niet te hulp te schieten'.

Na de Eerste Wereldoorlog werden overal in Frankrijk monumenten opgericht voor de poilu, het 'harig wezen' - de vuile, bemodderde en baardige soldaat, mort pour la Patrie, 'gestorven voor het vaderland'. Elk dorp had zijn oorlogsmonument. Het verheerlijkte het patriottisme. De regering echter kondigde een 'monumentenstop' af. Het kostte de schatkist veel te veel geld.

Moet er zo'n 'beeldenstop' komen? Zullen al die beelden in het volgende millennium er nog staan? Worden de plaquettes in het trottoir van de Amsterdamse Voetboogstraat of tussen die Nijmeegse stoeptegels na verloop van tijd weer weggehaald? Het monument had vroeger een eeuwigheidswaarde. Het bleef overeind. Nu is het een plek om een trauma te verwerken. Openbaar herdenken helpt de gehavende ziel.

'Het monument stelt een teken', preciseert Verschaffel, 'het maakt aanspraak op geldigheid.' Het is een strijdplaats. 'De strijd om het publieke domein, om de betekenis van het verleden en om de toekomst, is de strijd om monumenten, het oprichten en neerhalen van beelden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden