Reportage Monk’s House

Monk’s House: de woning waar Virginia Woolf aan haar tragische einde kwam

De schrijver L.H. Wiener voer naar Monk’s House in East Sussex waar Virginia Woolf en haar man Leonard woonden. Hij stond aan de Ouse, de rivier waarin zij zich verdronk. Ze moet haar leven lang angst hebben gehad om te verdrinken, denkt hij onderweg. Net als hijzelf.

Beeld Claudie de Cleen

Het zeiljacht Argos is een sierlijk en zeewaardig schip, waarmee Antje Noordwest als navigator, de poes Loes als gezelschap en ik als roerganger langs de Engelse zuidkust trekken, met zo nu en dan een ‘geboden bezoek’ landinwaarts. Zo zijn we vandaag naar het gehucht Rodmell gegaan, in het Zuid-Engelse graafschap Sussex, om Monk’s House te bezoeken, met als einddoel de plaats bij de rivier Ouse, waarin Virginia Woolf zich op 18 april 1941 door verdrinking het leven benam.

April is the cruellest month, volgens T.S. Eliot. In haar boek To the River volgt schrijfster Olivia Laing de loop van de Ouse, van de bronnen in High Weald, tot de uitmonding in zee bij New Haven. Op pagina 1 staat in zwart-wit een foto van deze rivier, genomen door de auteur. Waar dit beeld is vastgelegd wordt niet vermeld, in ieder geval niet in de buurt van Monk’s House en wat men waarneemt lijkt meer op een grauwe asfaltweg die traag door oneindig laagland gaat, dan op helder stromend water. Hoe dan ook is dit een plek waar men nog niet dood gevonden wil worden.

Monk’s dream is een nummer uit het muzikale oeuvre van Thelonious Monk. Monk’s House heeft bij mijn weten nooit onderdak geboden aan deze unieke pianist, wel aan de schrijfster Virginia Woolf en haar geliefde Leonard, wiens achternaam zij overnam, ondanks haar uitgesproken feministische levensopvatting. Haar meisjesnaam was Virginia Stephen.

Zij geniet wereldwijde naamsbekendheid, dankzij Edward Albee’s toneelstuk Who is Afraid of Virginia Woolf, waarin zij overigens geen rol speelt. De titel verwijst naar het liedje Who is Afraid of the Big Bad Wolf uit een oude Disneyfilm over drie biggetjes, die heel erg bang zijn voor de grote boze wolf en wordt gebruikt als een melig, maar wel diep-symbolisch grapje tussen George en Martha, de twee tragische hoofdpersonages uit het stuk.

Redding

Virginia Woolf leed aan ernstige geestelijke inzinkingen en een bijna constante slapeloosheid. Alleen schrijven en met boeken bezig zijn leken haar te kunnen redden van de totale krankzinnigheid. Zo heeft zij het gehele oeuvre van William Shakespeare tijdens haar eenzame nachten in speciaal door haar ontworpen banden ingebonden. Ze staan nu met hun veelkleurige omslagen in een kast aan het voeteneinde van haar onbeslapen bed te Monk’s House. Een ontroerende nalatenschap.

Leonard was haar held en heiland, die in 1917 speciaal voor haar de Hogarth Press heeft opgericht, met als achterliggende gedachte: zowel uitgever zijn als schrijver, hoe kan zij dichter bij boeken komen? Lieve man.

Toen James Joyce het manuscript van Ulysses in 1922 aan de Hogarth Press aanbood wist T.S. Eliot, die daar toen zelf werd uitgegeven, dat het hier een literair meesterwerk betrof, maar het werd door Virginia geweigerd vanwege de vele vieze passages. Oh, Virginia, hoe je toen je naam eer aandeed! Al gebied de eerlijkheid mij te bekennen dat ik Ulysses – dat ik ontegenzeggelijk beschouw als een meesterwerk – zelfs na meerdere pogingen, nooit integraal heb uitgekregen. Misschien door een teveel van het goede.

Virginia schrijft in haar dagboek dat Tom (Eliot) Ulysses op één lijn stelde met Oorlog en vrede, nog zo’n kapitaal meesterwerk met een roestvrij snobgehalte.

Virginia Woolf. Beeld getty
Leonard Woolf. Beeld Getty Images

Fantasierijke bezoekers

Het oudste gedeelte van Monk’s House dateert uit de zeventiende eeuw, met lage balkenplafonds, een kleine schouw en plavuizen vloeren. Leonard Woolf heeft er later een vleugel aan laten bouwen, alsmede enkele ruime serres, waarin hij uitheemse bloemen en planten kweekte. Twee breekbare dames van de National Trust leggen uit dat de bovenverdieping niet bezocht kan worden, aangezien leden van de National Trust daar bivakkeren, for security reasons. Wat deze vredige plaats te vrezen heeft van vandalisme blijft onduidelijk.

Aan de achterzijde van het huis bevinden zich enkele uitgestrekte, door muren gemarkeerde tuinen. Ooit stonden hier stenen schuurtjes, voor de opslag van tuingereedschappen. Woolf heeft ze laten ontmantelen, maar de muren als ruïnes gehandhaafd, hetgeen een tijdloze sfeer schept.

Los van alle lommer is er een kortgeschoren bowling green, met enkele klaarstaande ligstoelen voor fantasierijke bezoekers die zodoende, onderuitgezakt in de tijd, Virginia, Leonard en hun vaste gasten Lytton Strachey, Dora Carrington en andere leden van de Bloomsbury Group, zoals de letterkundige E.M. Forster, de econoom John Maynard Keynes en de schilder Duncan Grant, voor hun geestesoog al spelend kunnen projecteren. De witte jack en de houten ballen liggen al decennia lang uitnodigend klaar.

Verscholen onder de oude bomen staat het uit hout opgetrokken schrijfhuisje van Virginia, afgesloten voor het publiek, maar met een toegankelijk portaal, van waaruit men naar binnen kan loeren en zo een bureau kan waarnemen met paperassen, een olielamp, kranten, boeken, een pen en haar bril, alsof ze even is weggegaan voor een boodschap. Dit was dus haar room of one’s own.

Bij een vijver staan twee gebeeldhouwde hoofden, een meter of tien uit elkaar. Dat van Leonard is zwart, dat van Virginia grijs. Vooral dat van Leonard is goed gelijkend. Een tekst op de sokkel van Virginia zegt dat daar onder de steen haar ashes zijn begraven. Wat er niet staat is dat zij voor de crematie al drie weken in het water van de Ouse had gelegen.

Water

In de romans van Virginia Woolf speelt water een allesoverheersende rol. To the Lighthouse en The Waves laten weinig te raden over, maar ook in The Voyage Out en Jacob’s Room speelt water als veelkoppig symbool een dominante rol. Olivia Laing (in mijn vertaling): ‘De metaforen die Woolf gebruikt voor het schrijfproces, voor het betreden van de droomwereld waarin zij zich kon ontplooien, zijn vloeibaar: ze schrijft over plonzen, overstromen, duiken, overspoeld worden.’

In The Oxford Book of the Sea citeert Jonathan Raban een passage uit Jacob’s Room, waarin Jacob Flanders, zeilend samen met een vriend, in het zicht van de Scilly eilanden, aan een touw overboord springt om zich in zee te wassen. Er volgt: ‘Hij sprong. Hij slokte water op, spuugde het uit, sloeg met zijn rechterarm, sloeg met zijn linker, werd door het touw voortgesleept, hapte naar adem, sloeg op het water en werd weer aan boord getrokken.’ Een frisse duik, voorwaar, terwijl Jacob even eerder nog bangig heeft overpeinsd: ‘De Scilly eilanden zouden weleens van de aardbodem kunnen worden weggevaagd door een breker die er dwars overheen slaat.’ Een onwaarschijnlijk angstbeeld dat alleen in een verhit brein kan opdoemen. Jacob Flanders, als alter ego van de schrijfster.

Ook Virginia’s grote voorbeeld, William Shakespeare, is hier zijn leven niet zeker, want als er een zeil klappert slaat hij, belichaamd door een van zijn werken, reddeloos overboord. Jacob had erin zitten lezen voor hij te water ging om zich te reinigen. In Virginia’s beschrijving: ‘Het zeil klapperde. En Shakespeare sloeg overboord. Daar kon je hem vrolijk zien weg dobberen, met al zijn ontelbare gekreukelde pagina’s; en toen zonk hij weg.’ (The sail flapped. Shakespeare was knocked overboard. There you could see him floating merrily away, with all his pages ruffling innumerably; and then he went under.) Het Engels houdt beter stand dan het Nederlands, maar dat deze scène in technische zin geheel onmogelijk is, vergeven we haar (geen enkel gehesen zeil raakt ooit het dek, bovendien heeft het dek van ieder zeiljacht een opstaande rand, aangeduid met het woord potdeksel, en een te water geraakt boek dobbert niet weg maar zinkt direct, en het bijwoord merrily is hier geheel misplaatst).

Leest u rustig verder.

Fear death by water is een omineuze orakelspreuk uit T.S. Eliots superieure gedicht The Waste Land. En deze vier woorden moeten Virginia Woolf haar leven lang door het brein zijn gegaan, evenals dat geldt voor mijzelf.

In de namiddag van 4 mei 1957 ben ik, op enkele laatste seconden na, verdronken in de Noordzee. Het licht ging uit en daarna, door de reddende hand van John Pieters, toch weer aan. In het verhaal Tweemaal is scheepsrecht doe ik verslag van deze traumatische gebeurtenis, waardoor ik nu op mijn 73ste nog geen glas water in één teug kan leegdrinken zonder door een vage benauwdheid te worden geplaagd. Met bier, wijn of whisky heb ik minder last.

Stellig heeft het kapseizen van de voor de zee te kleine zeilboot, een flying junior, voor de kust van Zandvoort en de zeeangst die ik daarmee als jongen van 12 heb opgelopen, via onderbewuste mechanismen geleid tot de vorming van the old man and the sea, die ik nu ben. De jongen, de schrijver en de schipper zijn in diepste wezen één. In de vervulling van hun leven trachten zij uiteindelijk, in gesublimeerde vorm, niets anders te doen dan het tarten van de dood. Niet-doodgaan is de zin van het leven.

Olivia Laing over water als de lonkende dood: ‘Laat me je meenemen, dat is wat het water zegt. Leun achterover en blijf bij me. Geef je over en ik zal je koesteren.’ En ik voeg toe: ‘Kom toch waterademhalen’, met dank aan de dichter J.B. Charles.

Hoe de rivier er in 1941 heeft uitgezien weet ik niet, maar hij biedt nu een kale en troosteloze aanblik. Onbegroeide oevers, die aan beide zijden bedijkt zijn door een wal van rotsachtig gesteente. Met een aantal van deze stenen heeft Virginia de zakken van haar jas gevuld. In dit opzicht is een citaat uit een van haar brieven wel heel profetisch: ‘Ik voel me als iemand die wordt rond gerold op de bodem van een groene vloed, gladgemaakt en weggevoerd, hoe zouden mijn zakken nog vol met woorden kunnen zijn?’

Het pad door de velden naar de rivier zal zij ook genomen hebben, net als Ant en ik nu.

Hier was het dus.

Hier heeft zij haar wandelstok achtergelaten (later door Leonard gevonden) en de stenen bijeengeraapt.

Fear death by water.

Drie weken na haar definitieve beslissing, gedreven door de angst voor volledige waanzin, werd het lichaam van Virginia Woolf door spelende kinderen gevonden, ergens langs de oevers van de Ouse.

A woman in a furcoat.

Virginia Woolf in Nederland

Slechte koffie en heerlijke koekjes. Dat trof Virginia Woolf (1882-1941) in Nederland aan, toen ze in 1935 met haar man Leonard en hun huisaapje Mitz een bezoek aan ons land bracht. Niet veel mooie mensen zag ze hier, wel veel degelijkheid. In 2015 heeft José Buschman de reis gereconstrueerd in Hoolarja, Dutchaboch!. Dat boekje was het zoveelste bewijs dat onze belangstelling voor de Engelse modernistische auteur en feministische intellectueel altijd groot is gebleven. Het vorig jaar verscheen haar eerste roman The Voyage Out (1915) eindelijk in de Nederlandse vertaling als De uitreis, in de Volkskrant geprezen door Nadia Ezzeroili vanwege de kalme en snoeiharde observaties: ‘een ideale introductie tot het oeuvre’. Een keuze uit Woolfs essays over literatuur zag het licht bij Bijleveld, onder de titel Hoe lees je een boek?, en bij de nieuwe uitgeverij Chaos kwam Een kamer voor jezelf uit, de vertaling van het essay A Room of One’s Own (1929), waarin Woolf stelde wat een vrouw nodig heeft die fictie wil schrijven: geld en een kamer met een slot op de deur. In 2017 werd de Woolf-biografie van Alexandra Harris vertaald, en verscheen ook nog de eerste vertaling van de haar roman The Years (De jaren) uit 1937, de laatste die ze bij leven publiceerde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.