Mohammed was gewelddadig noch vreedzaam

De islam wordt nog altijd gretig in verband gebracht met geweld. De Britse hoogleraar Hugh Kennedy brengt aan de hand van de geschiedenis nuances aan....

Timing is essentieel, ook in de geschiedenis. In 628 werd een verwoestende oorlog tussen het Byzantijnse en het Perzische Rijk beëindigd. Beide partijen kwamen uitgeput en verzwakt uit een strijd die 26 jaar had geduurd. In datzelfde jaar verenigde Mohammed de steden Mekka en Medina. Daardoor ontstond er een grote Arabisch-islamitische strijdmacht.

De Arabieren veroverden razendsnel grote delen van het Byzantijnse en Perzische grondgebied. In 628 woonden de Arabieren slechts op het Arabisch schiereiland en in de woestijnen van Irak en Syrië. In 650 beheersten ze het grootste deel van Irak, Syrië en Egypte. In 750 waren de moslims de baas over een wereldrijk dat van Afghanistan tot Spanje reikte.

‘Als Mohammed vijftig jaar eerder was geboren, zouden de moslims veel meer tegenstand van Byzantium en Perzië hebben ondervonden. Wellicht zou Egypte in dat geval nog steeds een christelijk land zijn’, zegt Hugh Kennedy, hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de School of Oriental and African Studies in Londen. ‘Overigens staat allerminst vast dat er minder ellende in de wereld zou zijn als de Arabieren eerder gestopt waren. Ik kan me heel goed een conflict tussen westers en oosters christendom voorstellen. De Kroaten en Serviërs slachtten elkaar ook af.’

Kennedy was deze week in Amsterdam om te praten over zijn onlangs in Nederlandse vertaling verschenen boek De grote Arabische veroveringen – Het ontstaan van het islamitische rijk van Afghanistan tot Spanje, 632-750 (uitgeverij Bulaaq,

euro 34,50) . De succesvolle campagnes uit de 7de en 8ste eeuw zijn op een curieuze manier nog altijd actueel. Volgens hedendaagse islamcritici illustreren zij de inherente gewelddadigheid van een geloof dat met het zwaard werd verbreid. Anderen, zoals de godsdienstwetenschapper Karen Armstrong, bestrijden die lezing. Voor haar was Mohammed in zijn hart een vredestichter die het slagveld slechts met frisse tegenzin betrad.

Voor Hugh Kennedy ligt de zaak ingewikkelder. De islam was inderdaad het product van een zeer militaristische Arabische samenleving, meent hij. Anders dan het vroege christendom kent de islam geen pacifistische trekken. Aan de andere kant waren moslims in de vroege Middeleeuwen toleranter ten opzichte van andere religies dan veel christelijke machthebbers.

Kennedy: ‘In de 9de eeuw voerde Karel de Grote bijvoorbeeld een brute uitroeiingsoorlog tegen de Saksen. Hij stelde hen voor de keuze: bekeer je tot het christendom of sterf! Bekeren met geweld kwam in de islamitische wereld nauwelijks voor.’

Expansie
De islamitische expansie begon nog tijdens het leven van Mohammed. Ze kwam in een stroomversnelling terecht na de dood van de Profeet in 632. ‘Mohammed leidde een coalitie van stammen. Die dreigde na zijn dood uiteen te vallen. De opvolgers van Mohammed, zochten expansie omdat ze wilden voorkomen dat de moslims zich tegen elkaar zouden keren.’

De Arabische veldtochten waren zeer succesvol. ‘De moslims waren niet beter uitgerust dan hun tegenstanders. Ze hadden ook geen geheime wapens. Maar ze waren zeer mobiel, omdat ze alleen gebruikmaakten van kamelen met lichte bepakking. Als de vijand te sterk was, trokken de Arabieren zich terug in de woestijn. Hun vijanden konden hen niet volgen, omdat ze niet bestand waren tegen de harde omstandigheden.’

De Arabische samenleving was gemilitariseerd. ‘Alle mannelijke volwassenen waren krijgers. Ze waren gewend aan ontberingen. De Byzantijnen en Perzen hadden professionele legers, maar gewone burgers waren niet gewend te vechten of zelfs maar een wapen te dragen. Als de legers werden verslagen, bestond er geen burgerlijk verzet meer.’

Bovendien pakten de Arabieren het slim aan. Misschien nog verrassender dan de toch al verbazingwekkende militaire successen was de vaardigheid waarmee de Arabieren een rijk vestigden. ‘Dat gebeurde niet door de krijgers uit de woestijn’, vertelt Kennedy, ‘maar door de kooplieden uit de steden. Dat waren goed opgeleide mensen met veel diplomatieke ervaring.’

De Arabische overheersing was niet gebaseerd op bot geweld, maar op een combinatie van wortel en stok. Een stad die zich verzette, werd vernietigd. Maar wie zich overgaf, hoefde slechts belasting te betalen en werd verder grotendeels ongemoeid gelaten. Bovendien betrokken de Arabieren de lokale elite bij het bestuur. ‘Mits zij zich tot de islam bekeerden en Arabisch spraken. Bekering gaf uitzicht op het lidmaatschap van de heersende klasse. Dat was voor veel mensen een aantrekkelijk perspectief’, zegt Kennedy.

De militaire verovering van het rijk verliep heel snel, maar de bekering tot de islam ging juist langzaam. Pas rond het jaar 1000 bestond de meerderheid van de bevolking in de veroverde gebieden uit moslims. ‘Niet-moslims moesten meer belasting betalen dan moslims. We weten niet precies hoeveel meer, maar misschien wel twee keer zo veel. Dat was voor veel gewone mensen een krachtige impuls om zich tot de islam te bekeren’, zegt Kennedy. ‘De bekering was nooit helemaal compleet. Tot op de dag van vandaag bestaan er niet-islamitische minderheden in de Arabische wereld. Die vreedzame coëxistentie kon overigens alleen bestaan zolang joden en christenen zich neerlegden bij een tweederangs positie.’

Maar toch: de moslims traden vaak minder bruut op dan christelijke machthebbers in die periode. ‘De islam werd niet met het zwaard verbreid. Maar dankzij het zwaard ontstond wel een rijk waarin de islam zich kon verbreiden’, vat Kennedy het samen.

De islam verenigde de Arabieren en gaf hun cultureel zelfvertrouwen. God had immers in het Arabisch gesproken. Religie was een inspiratiebron bij de strijd. De moslims waren niet bang om te sneuvelen, omdat hun een buitenaardse beloning wachtte. Het martelaarschap werd verheerlijkt, al gaven de meeste moslimstrijders de voorkeur aan aardse buit.

Jihad
Niet voor niets spreekt de Koran van een jihad, een heilige oorlog. Volgens sommigen, zoals Karen Armstrong, is jihad een metafoor voor de spirituele strijd om een goede moslim te worden. Kennedy: ‘Het probleem met de Koran is dat je er alles in kunt vinden wat je wilt. Er staan hele militante passages in, waarin wordt opgeroepen de ongelovigen over de kling te jagen. Maar op andere plaatsen wordt opgeroepen tot een vreedzame en tolerante houding. De Koran is een heel dubbelzinnig boek, net als de Bijbel overigens. Allah did not always make himself clear.’

Islam en christendom hebben zowel vreedzame als gewelddadige kanten, zegt Kennedy. In de geschiedenis waren moslims vaak minder gewelddadig dan christenen. Toch is er een belangrijk ideologisch verschil, meent hij. Jezus was een pacifist die zijn vijanden de andere wang toekeerde. Het vroege christendom had dan ook sterk pacifistische trekken. Dat veranderde toen het christendom ook wereldlijke macht kreeg en vorsten zichzelf zagen als hoeder van het ware geloof. Bij de islam gingen geloof en wereldlijke macht van meet af aan hand in hand. Kennedy: ‘Aan de Koran kun je geen principieel pacifisme ontlenen, zoals aan het Nieuwe Testament. Mohammed was geen bijzonder gewelddadige man, zeker niet naar de maatstaven van het Arabische schiereiland in de 7de eeuw. Maar hij heeft zijn troepen wel naar het slagveld gevoerd. Militante moslims kunnen daar een rechtvaardiging in vinden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden