Moet ik zien

NOEM ZE VERPLICHTE NUMMERS, ICONEN OF CLICHÉS: DIE ZIEN-VOOR-JE-DOODGAAT DINGEN. DE ACROPOLIS, HET COLOSSEUM, DE MONA LISA, EN ZEKER DAT WERELDWONDER DAT NOG BESTAAT....

Het hele dorp ruikt naar paard, ezel en kameel. Als de stallenvan een circus. Backstage, stiekem - zo voelt het. 'Hé, watzoekt u?', roept eerst de man in het zadel, het kind in deachterafstraat, en dan ook nog de jongen die thee rondbrengt.Zonder op antwoord te wachten: 'U moet díe kant op!' Want, 'sir,hello sir, please', aan die kant is de show, daar staat de Sfinx.

Nazlet as-Samaan heeft de Sfinx als buurman, de bewaker bijde Grote Piramiden van Giza. En die monumenten hebben van Nazlethet dorpje gemaakt dat het nu is: een dorp met dertig stallen,A.B., M.M. of K.H. genoemd - de initialen van eigenaar Ahmed ofMohamed of anders wel hun vader of opa. Ook opa reed toeristenlangs het oudste Wereldwonder. Voor luttele Egyptische ponden,op een vrolijk versierde kameel, eentje zoals die trots prijktop de cover van de Lonely Planet.

Nazlet is het dorp van De Muur. Net af: betonnen wand met eenstalen hek er bovenop, zo'n zes meter hoog, zeventien kilometerlang. Een muur die van het Plateau van Giza definitief eenafsluitbaar attractiepark heeft gemaakt. Open van half negen totvier. Miljoenenstad Caïro, naar de Piramiden van Cheops, Chefrenen Mycerinus en de Sfinx toegegroeid, stuit nu op een grijze,artificiële grens.

Stal F.G. heeft geen uitzicht meer. 'Vroeger was hier eenmuurtje van een meter hoog, daar kon je gewoon over heenspringen', zegt Ahmed (zoon van Fouad Ganam) voor de deuren vande stal. 'Dan zaten we hier met thee, zagen we de zon ondergaanbij de piramiden. Nu moeten we naar de tweede verdieping om nogwat te kunnen zien.'

Paarden, ezels en kamelen staan geparkeerd bij de muur,kauwend of herkauwend, tot ze weer worden gehaald om de toeristente plezieren met een ritje. Dat wordt dus omlopen, door dat enegat in de muur, waar een politieagent de wacht houdt. Dat was nounet de bedoeling van de Hoge Raad voor de Oudheden, deorganisatie die alle monumenten van Egypte beheert: die beestenkunnen niet zomaar dag en nacht overal rondlopen, ze waggelendwars over monumenten en opgravingen en schijten de boel vol.Bovendien, de toeristen móeten nu door een van de tweeofficiële poorten, voor 40 pond per persoon, 6 euro.

Dat zijn er in het hoogseizoen zo'n tienduizend per dag. Diegezamenlijk elke laatste illusie van een woestijn weg kwetteren.Ook het geluid van wachtende touringcars, die met hun ronkendemotor de airco draaiend houden, maakt haastig en ongeduldig.

Maar vooral de Egyptenaren zelf zijn de storende factor: zedoen zich voor als kaartjescontroleurs ('nee echt, loopt u evenmet me mee...'), gooien peuken en papier op of naast de piramide,stoppen spullen in je handen met de mededeling dat het eencadeautje is ('Alstublieft. Gratis. Pak aan.'). Jongetjes lopenrond met ansichtkaarten, mannen proberen de toeristen in hetzadel te krijgen: 'Hello. My name is Ali, and my camel is CharlieBrown.' En die van zijn broer heet Michael Jackson. Tuurlijk.

In de nabijheid van 's werelds topattracties ben ik eenminder aardig mens, dat kan ik niet langer ontkennen. Of ik nuin de rij sta voor de lift van het Empire State Building, waareen ongetwijfeld slecht betaalde ambtenaar erop toeziet dat iknetjes en vooral tijdig aansluit, me in de smalle gangen van hetDalí-museum in Figueres laat pletten tegen een wand voltekeningen, of ik bij de Victoria Falls door jongetjes wordachtervolgd tot ik een houten leeuw of een Ndebele-hoofd hebgekocht.

Ik ga mensen negeren. Ik ga mensen ontwijken. Ik word kortaf.Kijk naar de grond in plaats van omhoog. Desnoods lieg ik.Nergens zo erg als bij de Piramiden van Giza, waar ik continu eenman op een hijgende kameel in mijn nek heb.

Een gemiddeld gesprek, al stevig doorstappend:

'Hello!'

('Hello.')

'What country? Where you

from?'

('Holland.')

'Tachtigallemachtigprachtig.'

(Klassieker. Een glimlach.)

'What's your name?'

('Eric.')

'You want camel ride to desert?'

('No, thank you.')

'You know how cheap?'

('No. No, thank you.')

'Maybe later?'

('No, sorry.')

'Why not maybe later?'

('Maybe later.')

'What's your name?'

('...')

'You want to take picture?'

('No.')

'Okay. Good price.

You my friend.'

Ik stop, als ik niet oppas, meer tijd in gedoe dan in de GrotePiramiden zelf, de bouwwerken die al ruim 4500 jaar hemel enaarde lijken te verenigen, even eenvoudig als imponerend. Icoonder Iconen. Vanzelfsprekend een van de 1000 Places To See BeforeYou Die, de New York Times Bestseller van Patricia Schultz. Enniet te missen hoogtepunt in The Travel Book van de LonelyPlanet, A Journey Through Every Country in The World.

Moet ik zien. Ondanks alles.

Het is categorie Mona Lisa, nog zo'n verplicht nummer: moetik zien, ook al weet ik dat het een verdomd klein schilderij is,en er in het Louvre zeker honderd man tussen mij en diegeheimzinnige lach in staan. En om de hoek, de Eiffeltoren: wieheeft hem eigenlijk níet gefotografeerd?

Beeldmerk van een land, cover van de reisgids; de herkenningis ogenblikkelijk. De piramiden, het Colosseum, het Rode Plein,de Spaanse Trappen, de Toren van Pisa, de Tafelberg, hetChristus-beeld van Rio, de Big Ben, de Acropolis, de Aya Sofia,het Alhambra, Stonehenge, de Klaagmuur, de Chinese Muur, de GrandCanyon, het Sydney Opera House, de Taj Mahal, de Machu Picchu,slot Neuschwanstein, de Borobudur, de Petrona Towers. Dichter bijhuis: de Wallen, het Anne Frank Huis, Kinderdijk, Volendam.

Moet ik zien. Moest ik zien. Zou ik moeten zien.

En nu ben ik er.

Als een van de velen dus, logisch. Zelfs vroeg gaan werkt bijde piramiden niet. Bus na bus arriveert al, want er staat voorvandaag nog meer op het programma: de schatten van Toetanchamonin het Egyptische Museum aan het Tahrir-plein ('Maximaal50 personen in de zaal. Niet langer dan 10 minuten!'),misschien nog de getrapte piramide van Sakkara, en vanavond eenrondvaart over de Nijl, met neonlicht en karaoke. Morgen doornaar Luxor.

De bussen rijden allemaal door naar het view point - langniet het mooiste punt om een foto te nemen van de drie piramidensamen, maar het is nou eenmaal een plek waar de bussen kunnenparkeren. Souvenirverkopers hebben er hun kraampje, naar eigenzeggen 'met 100 procent korting'. Er is uiteraard van alles,want dat heb je met piramiden, alles met een driehoek erop kunje als souvenir bestempelen: asbakken, borden, kleedjes, pennen,T-shirts, piramiden met een dolfijn erin - vaak vijf keer zo duurals op de Khan el-Khalili markt in het centrum.

Maar het gaat de meesten om de foto. Op de achtergrond, vanlinks af: de graven van de farao's Cheops (inmiddels afgebrokkeldtot 137 meter hoog), Chefren (lijkt groter, maar komt op 136meter), en het 'kleintje', die van Mycerinus (62 meter). Op devoorgrond: vriend, vrouw, kind, gids of medereiziger. En die gaandan ineens doen of ze de piramide opzij duwen, optillen, of bovenop hun hoofd dragen.

Wat is dat toch? Sowieso, waarom willen we op de foto staan,ook zonder grappig te doen, op beroemde plekken, met beroemdegebouwen of vergezichten. Geliefden houden elkaars hand vast, opde foto precies voor de Grote Piramide, zoenen elkaar zo dat nognét het puntje van de Eiffeltoren in beeld is; vrienden omarmenelkaar aan de voeten het Vrijheidsbeeld, bij het bordje Kaap deGoede Hoop ('het meest zuidwestelijke punt van Afrika'), of naastde wegwijzer met Timboektoe-die-kant-op, want dát is zo'nonbereikbare plek.

Is het een echtheidsstempel? Een bewijs van liefde, of zelfseen bevestiging van vrede? In de tuin van het Mena House-hotel,een oriëntaals paleis pal naast de Piramide van Cheops, geven(welgestelde) koppels hun ja-woord: het is een van de weinigeplekken waar je een piramide op je trouwfoto krijgt. Plek ookwaar foto's zijn gemaakt van Anwar Sadat, Menachem Begin en JimmyCarter, die daar vredesonderhandelingen voerden. Zij hadden watje noemt een room with a view, net als beroemdheden die medeeraan bijdroegen dat het hotel zelf ook een icoon werd: FrankSinatra, Charlie Chaplin, Bill Clinton, koningin Sofia vanSpanje, en natuurlijk die andere trots van Egypte, Omar Sharif.

Tja, aan de voet van een piramide is het toch andersontbijten. Of golfen. Elk ander gebouw van 137 meter hoog hadjuist ons uitzicht op de woestijn verknald, maar dit gebouw íshet uitzicht, zo worden ze niet meer gemaakt. Dit bouwwerk kennenwe allemaal, van foto's, van films, van de geschiedenis- énwiskundeles, van de presidenten, koningen en sjahs die er zijngeweest. Dit is geschiedenis, dit plaatst onszélf in degeschiedenis - we zijn voor even net zo eeuwig, net zoonsterfelijk.

We zijn allemaal wereldburgers, en dit is het bewijs: beenthere, seen it, done it. Alles is bereikbaar. We kunnen overalheen. Een mix van echte nieuwsgierigheid en interesse, met eenvleugje gulzigheid, soms neigend naar snobisme en hebberigheid.De hoogste gebouwen ter wereld zijn de nieuwe bergen die wemoeten beklimmen en bedwingen, maar dan per lift. Voor hetuitzicht, maar vooral voor het idee. Het idee... Ik heb nog in2001 boven op het WTC gestaan. Ik heb een broodje pastramigegeten in Katz's, de deli in New York waar Meg Ryan een orgasmefakete. Ik heb op dat bounty-strand aan de Rode Zee gelegen nogvoordat de Lonely Planet het ontdekte. Ik heb door de haven vanSydney gevaren. Ik heb de wenteltrappen in de Sagrada Familiabeklommen.

Ik heb de piramiden gezien. En ze zijn indrukwekkend. Ondanksalles.

Naar Caïro gaan en de piramiden niet zien, is toch ook eenbeetje raar. Al weet je dat je evenveel kans hebt de piramidenin alle rust te kunnen bekijken als de Mona Lisa of de Guernicain je eentje te zien. Exclusiviteit bestaat nauwelijks nog; somsis het misschien te koop, soms kun je geluk hebben als je alseerste arriveert. Maar exclusiever dan thuis met een fotoboekwordt het veelal niet.

Toch: per jaar pakken zo'n 3,5 miljoen toeristen in New Yorkde lift naar de 86ste verdieping van het Empire State Building,meer dan zes miljoen bestijgen de Eiffeltoren, drie miljoenschuifelen langs de Piramiden van Giza. Dat aantal groeit. DeSfinx kijkt al in de keuken van een Pizza Hut en een KentuckyFried Chicken.

'Toerisme is onze vijand', luidt het standpunt van de HogeRaad voor de Oudheden. De stenen van de piramiden brokkelen af,de Sfinx rot van binnen uit. De stroom toeristen zal beter inbanen worden geleid, is het plan, en de monumenten en opgravingenzullen beter worden beschermd.

De piramiden beklimmen mag al jaren niet meer (er zijn dodengevallen), de grafkamers bekijken mogen nog maximaal 500bezoekers per dag. Een visitors center is in aanbouw, met schonewc's, en er zullen souvenirwinkels openen die de loslopendeverkopers overbodig maken. De topstukken van het Egyptisch Museumkomen ook in de buurt: over vijf jaar verhuizen ze naar het GrandEgyptian Museum, dat nabij de piramiden gaat worden gebouwd, aande Alexandria Desert Road.

F.G., A.B. en K.H. in Nazlet as-Samaan zullen zich moetenbezinnen, want hun beesten zullen op den duur niet meer wordengetolereerd binnen De Muur. Het dorpje blijft voor de toeristentoegangspoort tot het wereldberoemde plateau, dat wel, en hethoudt ook de parfumwinkeltjes die zich stuk voor stuk afficherenals 'museum' of 'paleis'. En de Sound & Light Show natuurlijk- een bombastisch hoorspel in groen, rood, blauw en laser, tweekeer per avond, in Arabisch, Engels, Frans, Spaans, Duits,Russisch of Japans.

Dan zit je daar. Zie je de piramiden van kleur verschieten,hoor je de stemmen van de farao's en de Sfinx zelf uit eenluidspreker achter een boom. De grote verwondering ontbreekt, hetontzag dat Cleopatra en Napoleon vermoedelijk wel hadden toen zevoor het eerst aan de voeten van de Sfinx stonden.

Het gevoel van: ik heb dit al gezien, ik ben hier al geweest.Het gevoel van: die piramiden, zoals ze daar liggen, ze lijkenécht op al die souvenirs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.