Moeder zijn is niet zo erg

In vergelijking met andere Europese steden heeft Amsterdam veel tienermoeders. Van elke duizend Amsterdamse meisjes tussen 15 en 19 jaar krijgen er 17 een kind....

Afra's zus maakte de uitslag van de test bekend, terwijl de rest van de familie zat te wachten op de bank.

Het stipje was roze.

'Ja, Afra, je bent zwanger.'

Mijn moeder maakt me af, dacht Afra Dab.

Haar arme moeder. Had haar jongste dochter Noëlle (15) net gemeld dat ze in verwachting was, kwam twee weken later Afra (16). Terwijl ze haar dochters altijd had voorgehouden eerst hun diploma's te halen, een eigen huis te zoeken, zelfstandig te zijn. Dat had ze wel geleerd, als gescheiden moeder van vier dochters.

'Ik heb het niet expres gedaan, ik heb het niet expres gedaan', herhaalde een bevende Afra. Tranen. Toestanden. Haar twee oudere zusters, ook jong in verwachting geraakt, eveneens alleenstaand, schoten hun teleurgestelde moeder te hulp. Afra, je ziet toch hoe zwaar het is, een kind opvoeden? Je ziet toch hoe wij het hebben? Je moet nádenken voor je dingen doet.

Zul je net zien. Die ene keer dat je geen condoom gebruikt gaat het mis, zegt Afra.

Ze wilde het niet laten weghalen. Niks voor haar, zoiets engs als abortus. Wie weet zou ze daarna gestraft worden. Nooit meer een ander kindje kunnen krijgen, door een medische complicatie. Vanaf het moment dat Afra wist dat ze in verwachting was, fantaseerde ze hoe haar baby eruit zou zien.

Dus zit Afra nu met een dikke buik voor de televisie in de huiskamer van haar eveneens zwangere, oudere zuster, in een van de Bijlmerflats. Het opgetogen 4-jarige dochtertje van haar zus rent rondjes door de kamer. De zus (24) vraagt zich nog steeds af wáárom Afra zwanger is geraakt. Of er meer achter zit. De pil is toch gratis? Stom hoor, heel stom.

Eind deze maand is Afra uitgeteld; het wordt een meisje, dat weet ze al. Daarna gaat ze weer bij haar moeder wonen. Het is nog even afwachten, maar waarschijnlijk blijft Afra's 19-jarige vriend tot na de bevalling. Daarna gaat hij weer naar Suriname, want zo zit zijn leven in elkaar. Een beetje kijken hier, een beetje kijken daar. Afra kan hem moeilijk bij zijn keel grijpen en roepen: nu moet je blijven! Zo werken die dingen niet. Dat zag ze bij haar moeder, dat zag ze bij haar zusters. Andere voorbeelden heeft ze eigenlijk niet gehad, hier in die grauwe betonnen hoogbouw van de Bijlmer, waar het nooit beter lijkt te gaan, alleen maar slechter.

Een lieve jongen is haar vriend, maar om nou te zeggen dat ze hem bewust heeft uitgezocht als de ideale vader voor haar baby, nee. Een beetje kinderlijk is hij nog hè. Ze had liever iemand gehad met een beetje meer verstand en ervaring. Hij heeft een diploma, iets met timmeren, maar doet niks. Dus of ze nou echt op hem kan rekenen. Straks zit ze te wachten op geld voor pap en komt hij niet opdagen.

Haar vriend heeft gezegd dat hij zijn dochter zoveel wil verwennen als hij maar kan, lekker met haar wandelen door het winkelcentrum, nou, dat wil Afra ook wel. 's Nachts opstaan om flesjes te maken, da's een ander verhaal. Wedden dat ie doorslaapt?

Ach ja, mannen. Kijk naar wat haar zusters hebben meegemaakt. Nu is het nog knus en warm binnen, lekker in de huiskamer, maar straks moet Afra van hot naar her rennen, hup, naar de dokter, hup naar dat. Dat is voor de meeste jongens toch te zwaar. Als het nou oudere mannen waren, van een jaar of 25.

Haar vriend is pas terug van een reis naar Suriname. Niet dat ze ervan uitgaat, maar wie weet wat hij heeft uitgespookt terwijl zij met haar dikke buik op de bank zat. Toen heeft ze het gered, dus straks ook. Als hij achter de andere meisjes aangaat, moet hij daar ook maar blijven. Afra gaat niet op hem zitten wachten. Zij en haar zusters zijn sterke vrouwen. Maar het zou mooi zijn als hij het kind voor de eerste keer kon vasthouden, vlak na de bevalling.

Een vader is wel belangrijk voor een kind, maar een moeder is belangrijker, vindt Afra. Haar vader vertrok toen ze 3 was. Afra praat nu maar niet met haar moeder over haar baby. Te pijnlijk. Haar moeder was zo geschokt. Ze had net zo goed tegen een muur kunnen praten met al haar raadgevingen en waarschuwingen, zei ze tegen Afra.

Op geld van haar moeder hoeft Afra niet te rekenen. Zelf is ze nog te jong voor een uitkering. Ook een woning krijgt ze pas als ze 18 is. Haar voogd, iemand van de buurzorg, heeft toegezegd pap en pampers te brengen. Maar daar kan altijd iets tussenkomen. Ze krijgt in elk geval wat geld uit het steunfonds van Mi Oso es mi Kas, het opvangproject voor tienermoeders in Amsterdam-Zuidoost. Da's fijn, dan kan ze nog net even een babykamer inrichten. Haar vriend heeft een paar babykleertjes gekocht, dus kijk, die heeft ze al.

Afra wil nog heel graag haar diploma halen. Ze wil een mbo-opleiding volgen. Maar het kan wel drie jaar duren, voordat haar baby een plaats krijgt in de gewone kinderopvang. Misschien krijgt haar kindje een plek in Mi Oso es mi Kas. Anders moet ze een oppas regelen aan huis, die ze betaalt. Alleen dat geld hè, dat is dan weer een probleem.

Het gevoel dat haar bekruipt als ze oude klasgenootjes tegenkomt is bijna niet uit te leggen. Die hangen straks nog gewoon in de stad rond, terwijl zíj achter de kinderwagen loopt. Afra heeft ineens de verantwoordelijkheid voor iemand. Heel speciaal, dat je van het ene op het andere moment anders bent dan zij.

Afra weet allang hoe ze haar dochtertje gaat opvoeden. Diploma halen, eigen woning zoeken, zelfstandig worden, en dan pas moeder worden. Dat gaat ze haar kindje hard inpeperen, nog meer dan haar moeder heeft gedaan.

Ze kan bijna niet wachten tot de baby er is. Straks, over een paar weken, ligt ze op bed. Naast haar staat dan de kraamhulp, die haar bij alles helpt.

En daarna?

O, wat moet ze nog veel regelen!

Daarna?

Over de telefoon kun je al horen dat het mis is bij Naomi (16) thuis. Op de achtergrond snikt een baby. Tijdens het tweede telefoongesprek huilt de baby alsof hij nooit meer zal ophouden - als hij over dat punt heen is waarop je hem nog kunt kalmeren. Naomi klinkt moe, en gespannen, en kan het gehuil maar nauwelijks overstemmen. Ja hoor, langskomen mag. Maar op het afgesproken tijdstip is er niemand thuis. Naomi heeft haar mobiele telefoon afgezet, misschien omdat ze niet zoveel zin meer heeft om te praten over daarna. De overbuurman staat met ontbloot bovenlijf voor het raam, dat uitkijkt op een grasveld met vuilnis die vanaf de balustraden naar beneden is gegooid.

Afra zei al dat ze liever niet wilde dat haar kindje opgroeit in de Bijlmer. Hartstikke gevaarlijk, veel te eng. Geen plek om je dochtertje buiten te laten spelen. Afra kan vergelijken. Ze is geboren in Haarlem. Op haar 3de is ze even in Suriname geweest, maar daar kan ze zich niks meer van herinneren.

Judith de Vrede kwam een jaar geleden uit Suriname, rechtstreeks vanuit Paramaribo in de hoogbouw van de Bijlmer. 19 Jaar was ze, en in verwachting. Haar zoontje Lloyd is nu drie maanden. Zij is blij dat ze in deze buurt woont. Hier spreekt ze tenminste nog Surinamers - blanke Nederlanders kent ze eigenlijk niet.

Lloyd ligt in zijn blauwe dekentje te slapen op het grote gebloemde bankstel naast de televisie, waarvan het geluid hard aanstaat. Buiten schijnt de zon, maar in de kamer is het donker. De gordijnen zijn dicht. Judiths vader eet in zijn eentje rijst met kip en boontjes op de fauteuil recht voor de tv.

Ja, Judith schrok toen ze besefte dat ze zwanger was. Ze had in Nederland eigenlijk verder willen studeren. In Suriname, waar ze bij haar oudere zussen woonde - haar moeder is lang geleden overleden - kon ze alleen maar kiezen tussen een opleiding voor verpleegster of de kweekschool. Geen van beide zag ze zitten.

Haar vader liet Judith overkomen. Vanwege de zwangerschap? Vanwege school? Judith is vaag. Ze praat zacht, haar hoofd afgewend, terwijl haar vingers nerveus door een reclamebrochure bladeren, trtsssss, het hele gesprek door.

Ze volgt nog steeds geen opleiding. Ze heeft niemand om op Lloyd te passen. Haar jongere zussen, die ook bij hun vader wonen, moeten overdag zelf naar school.

Judith praat in korte zinnen.

Jong moeder zijn is niet zo slecht als de mensen denken.

Het duurt maar een jaar of twee, dat het zo zwaar is.

Soms voelt ze zich heel alleen.

Nederland is eenzaam.

Ze heeft contact met haar vriend in Suriname hoor. Hij heeft de foto's van de baby gezien. Ze schrijven. En hij belt, vanochtend heeft hij nog gebeld. Soms heeft hij werk, in de bouw. Hij wil wel naar Nederland komen, maar hij moet een visum zien te krijgen, en sparen, voor een ticket.

Ze mist Suriname, maar ze wil niet terug. Het is zo moeilijk daar. Alles is moeilijk daar. Zonder geld begin je niks.

Nu kijkt ze hier naar de televisie, de hele dag door. Naar Oprah, en As the world turns - daar word je vrolijk van.

Voor Lloyd is het beter om in Nederland te blijven, denkt Judith. Ze kijkt opzij, naar de zwarte krulletjes die uitsteken boven het blauwe dekentje op de bank.

Het is zo leuk om zoveel van iemand te houden, zegt ze. Zó leuk. Ze wist niet dat het zo leuk kon zijn. Om heel veel van iemand te houden.

Maar ze had ze liever nog even gewacht, ja.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden