'Moeder zijn is heerlijk'

Linda Bezooijen (34) is fulltime moeder van Pien (twee jaar en acht maanden) en Bram (zeven maanden). Ze is getrouwd met aankomend radioloog Roland (29)....

Vaak kom ik mensen tegen die zeggen: "Dus jij bent huisvrouw. Je zit thuis bij de kinderen." Dan zie ik ze denken: "Ach gut, wat leuk, die frummelt thuis wat met de baby aan." Net na de geboorte van Pien ging ik me lopen verdedigen. Dan zei ik: "Ho, wacht eens even. Ik kan een heleboel. Ik heb gestudeerd en ik heb dit en dat en mezussemezo gedaan." Dat had met mijn onzekerheid te maken. Het is nogal wennen, in een totaal nieuw bestaan terecht te komen.

Mijn leven lang heb ik duizenden dingen naast elkaar gedaan. Voor Pien werkte ik fulltime in de jeugdhulpverlening. Daarnaast gaf ik een paar keer per week aerobicles en een dag in de week doceerde ik aan de Hogeschool Sittard. Ik genoot van de drukte. Nu vraag ik me wel eens af hoe leuk dat echt was. Juist omdat ik steeds zoveel heb gedaan, vind ik de rust om voor Pien en Bram te zorgen.

Tijdens de eerste zwangerschap regelde ik met een vriendin dat ze twintig uur per week voor de baby zou zorgen. Ik kon dan parttime blijven werken. Maar de baby lag op mijn buik en ik zei: "Ik ga nooit meer werken." Het was zo bijzonder, ik was zo onder de indruk, dat ik wist: dit ga ik helemaal zelf doen.

Moeder zijn is heerlijk. Ik ben erin gedoken en wil alles meemaken. Wat ik ook onderneem, ik geef me helemaal en zo gezien past dit ook weer bij me. Zeker in de eerste anderhalf jaar vind ik dat een kind bij een van de ouders hoort te zijn. Je moet elkaar ook leren kennen. Na de geboorte van Pien heb ik een paar maanden op de bank gezeten, kind aan de borst. Om me heen stond de wereld stil. Ik voed gewoon op vraag, van opgelegde regelmaat hou ik niet. Heeft Bram iets nodig, gaat hij huppekee aan de borst. Natuurlijk kun je om de vier uur voeden, afkolven als je gaat werken en ze een speen of een pink geven als ze willen zuigen. Maar ik denk: leg maar aan, daar krijg je tevreden kinderen van.

Als ik zie hoe ze zich ontwikkelen en hoe goed het met ze gaat, word ik helemaal warm. Daar krijg ik energie van en dat straal je uit. Pien is een vrolijk meisje, die lekker in haar velletje zit. Elke dag lopen we tweeënhalf uur met de honden door de bossen of door het park. Of het nu stormt of de zon schijnt, daar geniet ik van.

Pien zou nu naar de peuterspeelzaal kunnen, maar ik vind het nog niet nodig. We hebben het zo gezellig samen. Ze speelt af en toe met andere kinderen die we in het park tegenkomen. Maar het gaat al zo snel en ik vind het nog fijn zo. Zij trouwens ook. Als ik zou merken dat ze zich verveelde, zou ik haar zo naar de peuterspeelzaal brengen.

Met een crèche is niks mis, maar niemand kan mijn kind zoveel liefde en warmte geven als ik. Ik moet er niet aan denken de kinderen in een crèche te parkeren. Er zijn zat ouders die het wel doen, en hun kinderen varen daar wel bij. Of nee, die ouders vinden dat hun kinderen er wel bij varen. Voor mijn kindjes vind ik niemand goed genoeg. Het is eerlijk gezegd een lastig vooruitzicht dat ik het niet allemaal meer in de hand heb, als Pien straks naar de kleuterschool gaat. Je bent afhankelijk van de manier waarop anderen met je kind omgaan.

Ik lees veel over opvoeden, ik rommel niet zomaar wat aan. Een regulier consultatiebureau, bijvoorbeeld, spreekt me niet aan. Waar het gaat om vaccineren, maak ik een andere keuze: ik vind het nogal wat, een baby van twee maanden met van alles in te spuiten. Daarover neem je belangrijke beslissingen. Ook als ze straks naar school gaan, wil ik precies weten hoe ze omgaan met straffen en belonen.

Het zwaarste aan dit bestaan, is dat je nooit pauze hebt. Je kunt niet even een uurtje voor jezelf nemen. Natuur lijk heb ik momenten dat ik denk: ho jongens, ik plak jullie even achter het behang. Mag ik éven ongestoord op de wc zitten? Maar op je werk heb je evengoed weleens dat je denkt: zak er toch even allemaal in. Wel mis ik dat nooit iemand zegt dat ik een klus goed heb geklaard. Ik krijg geen schouderklopje omdat een moeilijk gesprek met ouders goed ging. Roland waardeert enorm wat ik doe, maar ik ga toch niet roepen: "Geweldig hè, zoals ik het huis heb gezogen." Je moet de waardering uit jezelf putten.

Ik heb een paar vriendinnen met kinderen, maar niet één is gestopt met werken. Een paar hebben het werk nodig om zichzelf te bewijzen. Zij vragen zich af hoe lang ik dit volhou. Ook hier in de straat werkt iedereen. Daardoor wordt het moeilijker. Als ik een keertje naar de dokter moet, kan ik Pien en Bram niet even bij de buurvrouw achterlaten.

Waarschijnlijk doe ik het zo, omdat ik me enorm verantwoordelijk voel voor alles om me heen. Dat had ik al toen ik een hond nam. Mijn eigen jeugd was niet zo harmonieus, om het maar diplomatiek uit te drukken, ik heb er altijd zelf wat van moeten maken. Het huwelijk van mijn ouders was een zooitje. Ik reken dat mijn moeder niet aan: op haar achttiende kreeg ze haar eerste kind. Toen ze gingen scheiden was ik elf. Daarna ging mijn moeder haar jeugd een beetje inhalen. Ze was meer met zichzelf bezig dan met mijn broer en mij. Zo ook mijn vader, hij was alcoholist. Als overlevingsstrategie zorgde ik steeds dat ik mijn geluk in eigen hand had, maar was wel veel te vroeg op mezelf aangewezen.

Daardoor heb ik altijd geweten: mijn kinderen moeten iets anders meekrijgen dan ikzelf. Liefde, warmte, er gewoon helemaal voor ze zijn. Dat betekent niet dat om vier uur de thee klaar staat, dat zegt niks. Dan nog kun je er met je gedachten niet bij zijn. Een warme en harmonieuze omgeving is belangrijk. Je houdt een baby niet voor de gek. Die heeft verdomde goed door hoe jij je voelt.

Al zie ik mijn vriendinnen weinig, ik voel me nooit eenzaam. Alleen denk ik soms: hallo, waar ben ik nou? Ik ben een klimrek, een melkfles en ook een manager, maar van het huishouden word ik niks wijzer. Roland is 29 jaar en nog bezig aan zijn opleiding tot radioloog. Ik vraag hem wel eens of hij het niet mist dat ik geen verhalen meer heb zoals voorheen, over dingen die gebeurden op mijn werk. Dan vraag ik: "Zeg, vind je mij nog wel interessant genoeg?" Maar hij zegt dan dat hij toch net zo min met spannende verhalen over zijn werk thuiskomt. Ook peil ik wel eens of er niet hele leuke vrouwen op zijn werk rondlopen, die met onderzoeken of een opleiding bezig zijn.

Rolands collega's in het ziekenhuis en hun partners werken door als ze kinderen hebben. Ze spreken het niet uit, maar tussen de regels door proef ik dat ze zich afvragen of dit echt alles is wat ik onderneem. "Wat doe je nou zoal op een dag", vragen ze dan. Dat bedoelen ze niet neerbuigend, ze kunnen zich gewoon niet inleven in mijn keuze.

Het is geen opoffering wat ik doe. We hebben zelf gekozen voor kinderen. Ik zet wel iets opzij, maar zodra ik merk dat ik verdrietig word, spring ik voor mezelf in de bres. Zolang ik zo veel voldoening haal uit Pien en Bram, ben ik gelukkig. Natuurlijk baal ik ervan dat mijn lijf niet meer zo strak is. Een wasbord van een buik hoeft niet meer, maar putten in mijn benen vind ik afschuwelijk. Ik vind het geweldig om te sporten, maar de kwaliteit van borstvoeding gaat door intensief sporten achteruit. En één keer in de week aerobics, dat is helemaal niks, dan wil ik ook all the way.

Als ik nu hoor van een moeder met vier kinderen, die carrière maakt met een zware baan, en een huishouden op rolletjes, weet ik dat het altijd ten koste gaat van het een of het ander. Zodra Roland klaar is met zijn opleiding, gaat hij minder werken en kan ik iets erbij doen. Soms blader ik door personeelsadvertenties en denk: "Wauw! Dit kan ik en dat ook." Ik weet nu wie ik ben, wat ik in huis heb, en verontschuldig me niet meer omdat ik huismoeder ben. Ik geniet er van. Wat iemand denkt zal me verder worst wezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden