Misverstanden plagen Jezus

De vraag in hoeverre de bijbelse Jezus samenvalt met de historische Jezus, blijft een bron van verwarring en misverstanden, constateert Rieuwerd Buitenwerf....

IN EEN paginagroot artikel poogde Gert J. Peelen in de week voor kerst een einde te maken aan alle bijgeloof onder christenen (Cicero, 18 december). Na het lezen van drie boeken over de historische Jezus, meent hij met een gerust hart het hele gedoe rond het geboorteverhaal, de overtrokken Jezusverering en de limietloze vergeving van zonden weg te kunnen redeneren, door te stellen dat over Jezus van Nazareth bar weinig bekend is.

De constatering dat we over Jezus geen informatie hebben uit de eerste hand is uiteraard correct. Het Nieuwe Testament bevat geschriften die zo'n 20 tot 100 jaar na Jezus' dood geschreven zijn. Een historiografische basisregel is dat je een tekst in principe moet uitleggen als een getuige van de tijd waarin de tekst geschreven is. Dus, als het evangelie naar Marcus in ongeveer 70 na Christus geschreven is, vinden we daarin informatie over het jaar 70, en niet over het jaar nul.

Interessant genoeg zijn de geschriften van het Nieuwe Testament pas later verzameld, en door onderlinge vergelijking kan je aantonen dat de schrijvers van deze boeken lang niet allemaal kennis hebben gehad van elkaars teksten. We horen dus in het Nieuwe Testament onafhankelijke stemmen hun verhaal over Jezus vertellen.

De oudste teksten uit het Nieuwe Testament zijn de brieven van Paulus, geschreven tussen ongeveer 50 en 60 na Christus. Het oudste evangelie is het evangelie naar Marcus, geschreven in ongeveer 70 na Christus. Marcus kende de brieven van Paulus niet. De evangeliën naar Matteüs en Lucas hebben gebruik gemaakt van Marcus, maar ook nog van een andere bron, in de Nieuwtestamentische wetenschap Q (Quelle) genaamd. Q is te reconstrueren door Matteüs en Lucas met elkaar te vergelijken. Marcus heeft Q niet gekend. Zo hebben we drie verschillende, onafhankelijke stemmen, namelijk Paulus, Marcus en Q.

We kunnen nu deze onafhankelijke getuigenissen over Jezus met elkaar vergelijken. Als er bepaalde kenmerken van Jezus alleen in een van de drie voorkomen, bijv. in Paulus, dan kunnen we van deze kenmerken niet bewijzen dat deze al voor Paulus op Jezus van toepassing waren. Het kan, maar we weten het niet zeker, en daarom is deze informatie voor een beschrijving van de historische Jezus niet bruikbaar.

Als er daarentegen overeenkomsten zijn in twee of drie traditiestromen, dan kunnen we teruggaan tot voor de tijd waarin de schrijvers leefden. Immers, overeenkomsten wijzen op een gemeenschappelijke bron. Met die gemeenschappelijke bron bedoel ik overigens niet de historische Jezus. Ik heb het dan over de eerste christenen, die in hun samenkomsten over Jezus vertelden. Per onderwerp dat je terug kunt leiden naar de tijd van de allereerste christenen, moet je dan gaan bepalen of het waarschijnlijker is dat ze uit de tijd van Jezus stammen, of uit de tijd na Jezus.

Interessant zijn natuurlijk vooral de uitkomsten. Volgens Peelen staat het nu zo goed als vast dat Jezus uiterlijk in het jaar 4 voor Christus geboren is. Hij leidt dat af uit het geboorteverhaal in Matteüs, waar staat dat Jezus geboren werd ten tijde van koning Herodes. Maar de verbinding tussen Jezus geboorte en koning Herodes komen we alleen tegen in het Matteüs-evangelie. We weten gewoon niet wanneer Jezus geboren is.

Iets heel anders is zijn dood rond 30 na Christus. Als er één ding zeker is over Jezus, dan is het wel zijn smadelijke dood aan het kruis. Niemand van zijn volgelingen zou zoiets verzinnen over zijn meester (en alle teksten in het Nieuwe Testament zijn door christenen geschreven).

In de meeste tradities wordt over Jezus gesproken als de gezalfde (Christus of messias). In het jodendom van rond het jaar nul bestonden kleine groepjes die een nieuwe koning verwachtten, mede op grond van het Oude Testament. Deze nieuwe koning zou de Romeinen verjagen en van Israël weer een groot rijk maken.

Door Jezus' optreden hebben sommige mensen in Palestina kennelijk gemeend dat hij deze nieuwe koning, de messias, was. Als je iemand koning noemt, en hij sterft voordat zijn koningschap daadwerkelijk aan de orde is geweest, dan geef je of toe dat hij is mislukt, of je hebt veel uit te leggen. En dat laatste is wat de eerste christenen deden. Het kan daarom ook bijna niet anders, dan dat Jezus tijdens zijn leven al gezalfde, ofwel koning genoemd werd, want na zijn dood had het geen enkele zin meer om deze titel aan hem toe te kennen.

Dit brengt ons gelijk bij het volgende onderwerp, namelijk de titel 'zoon van God'. Volgens Peelen (en ook volgens de theoloog Kuitert) is de titel zoon van God ten onrechte aan Jezus toegekend, omdat dat zou suggereren dat hij zelf God was. Volgens Kuitert en Peelen was hij gewoon een jood. Ook deze discussie berust op een misverstand.

De titel zoon van God werd in het jodendom in de tijd van Jezus gebruikt voor twee dingen: de zojuist genoemde nieuwe koning, die zou komen, de messias, en voor mensen die buitengewoon rechtvaardig en vroom waren. Het ligt dus voor de hand, dat als Jezus door zijn volgelingen messias genoemd werd, hij ook zoon van God genoemd werd. Deze term heeft niets te maken met goddelijkheid of menselijkheid. Later in de traditie van de kerk is dit wel zo geworden, maar de schrijvers van de boeken van het Nieuwe Testament dachten hierover helemaal niet na.

Zij gebruikten het feit dat zoon van God nog een tweede betekenis had, namelijk buitengewoon rechtvaardig en vroom mens, om enigszins van de koninklijke claim die aan Jezus kleefde af te komen. Daarom neemt het begrip in sommige teksten in het Nieuwe Testament zo'n belangrijke plaats in.

De vraag dringt zich uiteraard wel op waarom Jezus' tijdgenoten hem zagen als de beloofde koning. In bijna alle teksten van het Nieuwe Testament komen we de verwachting tegen dat God binnen afzienbare tijd zal ingrijpen in de wereldgeschiedenis, en een nieuw rijk van vrede zal stichten op aarde. In de evangeliën wordt Jezus beschreven als de laatste profeet, die namens God het begin van dat nieuwe rijk aankondigt. Hij roept zijn toehoorders op een goed leven te leiden, want alleen dan kan men deel worden van Gods rijk.

We kunnen er, gelet op bovenstaande criteria, van uit gaan dat deze boodschap het belangrijkste onderdeel van de prediking van de historische Jezus is geweest. Of hij zichzelf als koning van dat nieuwe rijk zag, of alleen als profeet die het rijk aankondigde, is niet te achterhalen. We hebben immers alleen teksten van zijn volgelingen over.

In de loop van de geschiedenis veranderde het Jezus-beeld steeds, en dat is niet erg. Elke tijd heeft eigen vragen en eigen vooronderstellingen. De kerk wordt daardoor telkens uitgedaagd om opnieuw te formuleren waarom Jezus haar grondlegger is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden