Missionaris kijkt met trots terug op zijn jaren in het voormalige Nederlands Nieuw Guinea; 'Economische hulp en verkondiging zijn allebei belangrijk'

Jan Koot was 38 jaar missionaris in Irian Jaya. Anderhalf jaar geleden keerde hij terug naar Nederland. 'Je mag de mensen daar niet opzadelen met de zorg voor een oude man.' Zijn werk is overgenomen door religieuze Papoea's....

INEKE JUNGSCHLEGER

Van onze verslaggeefster

Ineke Jungschleger

LEIDEN

Sinds de jaren zeventig zag het ernaar uit dat de tijd van missie en zending voorbij was en ontwikkelingssamenwerking de toekomst had. Maar de ontwikkelingswerkers liepen vaak vast in samenlevingen waar missionarissen en zendelingen wel toegang hadden gekregen. In de niet-westerse landen groeide een nieuwe generatie religieuzen op. Die neemt de missieposten over van de vergrijsde leermeesters die uit hun landen van herkomst geen opvolging meer krijgen. En ontwikkelingsorganisaties maken dankbaar gebruik van de ervaring en contacten van de kerken.

Jan Koot (70) heeft 38 jaar als missionaris gewerkt tussen de Papoea's op Irian Jaya, het voormalige Nederlandse Nieuw Guinea. Hij heeft daar Amerikaanse zendelingen van wat hij noemt 'fundamentalistische sekten' bezig gezien. Papoea's moesten hun amuletten en andere rituele zaken op brandstapels verbranden omdat zij anders 'de ware God' niet zouden leren kennen. Dat soort 'monopolisering' is hem een gruwel. 'Ik kon er helaas niets tegen doen', zegt hij.

Hij is het ook oneens met het optreden van het Indonesisch gouvernement tegen de sacrale huizen. 'In die huizen worden stenen bewaard waaraan krachten worden toegekend. Alleen bepaalde mensen van de clan mogen daar komen. Ik mocht er ook niet in. Dat geeft niks, ik heb daar eerbied voor.'

Toch heeft ook hij ingegrepen in de cultuur en het leven van eilandbewoners aan de andere kant van de wereld. Over de zin daarvan denkt hij nu dagelijks na, op een kleine kamer in Leiden, driehoog in een voormalige pastorie die nu het Nederlandse centrum is van de Franciscaner missionarissen. Het houtsnijwerk boven zijn bed en een schilderij van een zwarte moeder met kind herinneren aan de omgeving waarin hij leefde vanaf zijn 28ste tot anderhalf jaar geleden.

Aan een graf onder de palmbomen heeft hij nooit gedacht. 'Je mag de mensen daar niet opzadelen met de zorg voor een oude man. En je moet je opvolgers niet voor de voeten lopen. ' Tot het werk dat Koot op Irian Jaya deed, hoorde ook het stichten van een klein-seminarie, de middelbare school voor toekomstige priesters.

Papoea's die daar hun opleiding begonnen en hun hogere theologische studie op Floris of Java voltooiden, volgden hem en andere gepensioneerde missionarissen op. Het priesterschap geeft hen status; dezelfde status die het de nu vertrekkende Hollandse missionarissen in hun jeugd gaf.

Voor de Zuid-Hollandse boerenzoon Jan Koot was priester worden de enige uitweg om niet de ouderlijke boerderij te hoeven overnemen. Hij was de enige jongen tussen zes zusjes en had geen plezier in het boerenwerk. 'Mijn ouders waren gelovige mensen. Ze hadden er vrede mee dat ik priester werd en naar de andere kant van de wereld ging.'

- Hoe weet een dertienjarige dat hij in een onbekend land zijn geloof wil gaan verkondigen?

'Het sprak tot je verbeelding. Vooral Nieuw Guinea, daar heb ik van begin af aan mijn zinnen op gezet. De keuze was toen meer voor de hand liggend dan nu. Er zat natuurlijk nieuwsgierigheid achter. Nu kunnen jonge mensen met de rugzak erop uit trekken, de wereld in, kijken naar andere culturen. In de jaren veertig en vijftig kon dat alleen via de begaanbare paden. En ik had ook een ideaal van dienstbaarheid.' Dienstbaar is hij inderdaad geweest, zegt hij. 'Ik heb me opengesteld voor de mensen daar. En ik heb veel van hen gekregen.'

- Bent u altijd gerust geweest over wat u deed?

'Ik vond het fijn om bij die mensen te zijn en ik heb de wereld genomen zoals zij die beleefden. Ik kon daar nooit helemaal inkomen, het hoogstens een beetje aanvoelen. Het praten erover was ontzettend boeiend. Wat hen intrigeerde was dat ik niet bang was voor al die dingen waarvoor zij bang waren. Ze wilden weten wat ik binnenin mij had dat mij zo vrij van angst maakte. Voor mij waren ze niet bang. Ik was weliswaar een van de weinige blanken die ze gezien hadden, maar niet de eerste. En je kwam er niet met een geweer.

- Maar wel met een boodschap.

'Ja, maar die was heel bescheiden. Ik was er gewoon, meer eigenlijk niet. Ik zag de ketting van moorden, van de een op de ander. En de heksenverbrandingen. Afschuwelijk, in onze ogen. Zo maar een onschuldige vrouw die wordt aangewezen als bezeten door een boze geest, omdat dat de oplossing voor de gemeenschap is om een of ander kwaad kwijt te raken. Jongens die een opleiding als onderwijzer achter de rug hadden, heb ik zien meedoen aan het pijlen van de heks. De vrouw wordt met pijlen beschoten voordat ze op de brandstapel gaat. Met die onderwijzers, de meer ontwikkelden, ga je daarover in gesprek. Tientallen jaren heb ik gepraat over deze dingen.'

- Wat is het verschil tussen een missionaris en een ongelovige ontwikkelingswerker?

'In de jaren zeventig, toen het ontwikkelingswerk sterk in opkomst was, heb ik gedacht: eerst brood op de plank, daarna pas verkondiging. Ik hielp ontwikkelingswerkers met kleinschalige landbouw- en veeteeltprojecten en zag dat als hoofddoel. Daar ben ik van teruggekomen. Het is allebei belangrijk, de economische hulp en de verkondiging. '

- Wat heeft u bereikt, in bijna veertig jaar?

'Het bij elkaar brengen van mensen die angst hadden voor elkaar. Families die niet op elkaars gebied durfden komen, die elkaar nooit ontmoetten, komen nu 's zondags naar hetzelfde kerkje. Ze praatten nooit met de buren. Ik heb gezegd: loop maar met me mee. En dan durfden ze mee te lopen, omdat ik niet bang was. Letterlijk dus. Ik ben er trots op dat dit heeft kunnen gebeuren.'

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam organiseert in het soeterijn tot 25 maart een serie lezingen en filmvoorstellingen met als thema: 'Missie en zending, ontwikkelingswerk in historisch perspectief'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden