DE VOORKEUREN VANSchrijver Judith Schalansky

‘Misschien bestaat er geen verlies zonder winst’

Beeld Els Zweerink

Judith Schalansky, schrijver van Inventaris van enkele verliezen, is gefascineerd door dingen die verdwijnen. Ruïnes en koraalriffen bijvoorbeeld, maar ook: vaders.

‘Een persoon, een eiland of een schilderij; als er iets verdwijnt, verandert het onmiddellijk van feit in fictie. Zelfs als je je sleutels zoekt, voel je meteen: o god, hier is iets mysterieus aan de hand.’

Judith Schalansky (39) lacht. Vijf jaar deed de bekroonde Duitse auteur en illustrator, onder andere bekend van De atlas van afgelegen eilanden en De lessen van mevrouw Lohmark over haar nieuwste boek: Inventaris van enkele verliezen. Terwijl ze het gezonken eiland Tuanaki en de verdwenen gedichten van Sappho beschreef, werd haar dochter geboren en stierf haar grootmoeder. En nu zit ze, hoewel dit de derde dag is van haar boektour in Nederland, geroutineerd doch begeesterd te praten in een van de 17de eeuwse pronkzalen van het Goethe Institut: nóg zo’n fenomeen waarvan de naamgever weliswaar lang verschwunden is, maar wiens geest eeuwig voortbestaat. ‘Bestaat verlies überhaupt? Zelfs als je probeert om iets te vergeten, is het er nog steeds: in je dromen, in het onderbewuste. Tegelijk is het bijna obsceen om te denken dat er geen verliezen zijn; daarvoor hoef je alleen maar naar de geschiedenis te kijken.’

‘Door te schrijven over zaken die verloren zijn gegaan, houdt Judith Schalansky ze op een ontroerende manier levend’, schreef Arjan Peters al eerder bij zijn viersterrenrecensie in de Volkskrant. Had de kleine, verlegen doch pragmatische schrijver ook een persoonlijke aanleiding voor dit boek over alles dat wás? ‘De scheiding van mijn biologische ouders, misschien. Het is een typisch DDR-verhaal: inwoners trouwden jong en veel van hen gingen later uit elkaar, maar als kind was het voor mij lang onduidelijk of mijn stiefvader mijn echte vader was. Rond mijn 6de vond ik een fotoalbum met trouwfoto’s van mijn moeder met een andere man, maar mijn moeder hield het van me weg. 

Beeld Els Zweerink

Ik denk dat ze me probeerde te beschermen: haar eigen moeder, dus mijn oma, was vroeger getrouwd geweest met een andere man, met wie ze ook een dochter kreeg. Ze gingen uit elkaar, mijn oma hertrouwde en mijn moeder werd geboren, ze kreeg een andere achternaam dan haar zus; het was zó duidelijk dat ze uit een andere familie kwam, bijna een stigma. Door niet duidelijk te maken hoe het zat met mijn biologische vader, probeerde mijn moeder mij daarvoor te behoeden. Toch had ik als kind altijd het gevoel dat ik iets was verloren, mijn hele jeugd was ik bang om alleen te zijn of alleen gelaten te worden.’

Beneden op de gracht drommen de toeristen verder – nog wel. Eigenlijk stonden ook China, Italië en Japan op de planning, maar vanwege het coronavirus werd alle promotie daar afgeblazen. Vindt ze dat jammer? ‘Ach. Overmorgen krijgen we een kleine stacaravan, die ga ik met mijn vrouw en dochter in de natuur buiten Berlijn neerzetten. Misschien bestaat er geen verlies zonder winst.’

Beeld Els Zweerink

Plek:
Staatsbibliotheek van Berlijn

‘De eerste keer dat ik er kwam was ik 19. Ik was net naar Berlijn verhuisd om te studeren en je mag de grootste wetenschappelijke bibliotheek van Duitsland alleen in als je ouder dan 18 bent, dus ik voelde me plotseling écht volwassen, alsof ik deel uitmaakte van een nieuwe wereld. Het gebouw komt uit de jaren zeventig en het is bijna een ruimteschip zoals in sciencefictionfilms uit die tijd: het ziet eruit zoals ze vroeger dachten dat de toekomst eruit zou zien. Ik werk er elke dag: niemand praat er, en het geweldige is dat ik daar een bureau heb zonder andere spullen erop. Sommige mensen werken er aan hun PhD, anderen aan een examen; het is als een fabriek van kennis. Ik houd van het idee om alleen en tegelijkertijd niet alleen te zijn, dat grenst aan perfectie, en ik houd gewoon van de plek. De bibliotheek wordt binnenkort acht jaar lang gesloten, van 2022 tot 2030 gaan ze haar renoveren. Maar sinds de luchthaven Berlin Brandenburg, die al jaren niet afkomt, weet je in Berlijn nooit zeker of iets ooit écht weer opengaat, dat is een akelig idee.’

Beeld Alamy Stock Photo

Film:
Les parapluies de Cherbourg

‘Geen enkel woord is gesproken, alle tekst in deze film uit 1964 wordt gezongen. Dat moet afschuwelijk zijn, denk je nu natuurlijk, maar dat is het niet, want het is een heel verdrietig verhaal: het gaat over een jongen en meisje die verliefd worden tot hij naar de Algerijnse oorlog wordt gezonden en zij hem moet vergeten, maar zwanger blijkt. Bij terugkeer komt hij erachter dat zij inmiddels met een andere man is getrouwd. Maar ze moest wel, want ze kon haar kind niet zonder vader laten opgroeien. Ik denk dat Les parapluies me zo raakt door mijn eigen familieverhaal; je kunt niet zeggen: zij zit verkeerd, of hij, maar het is één grote opeenstapeling van misverstanden. Ongelofelijk triest en prachtig tegelijk. Volgens mij staat hij op YouTube.’

Organismen:
Schimmels

‘We delen de wereld altijd in twee soorten in: dieren en planten, waarbij wij mensen natuurlijk deel uitmaken van de dieren. Maar je zou kunnen zeggen dat schimmels de derde soort zijn. Je kunt ze niet alleen eten in de vorm van paddestoelen, die in feite maar het topje van de ijsberg zijn, maar ze maken ook kaas, je ziet ze tot je schrik in de douche. Het grootste organisme op aarde is een schimmel: in Oregon groeit er eentje van 10 vierkante kilometer groot onder de grond. Schimmels vormen een netwerk, heel complex, waarbij ze als een soort dealers de voedingsstoffen tussen de bomen en planten verdelen. Als schrijver houd ik enorm van voetnoten, en schimmels zijn misschien wel de voetnoot van de wereld; het geheime netwerk dat alles bijeenhoudt. Paddestoelen zoeken maakt me overigens ook heel gelukkig. Je moet wel weten wat je doet, dat vind ik ook leuk eraan, want het kan gevaarlijk zijn. Mijn tip is: als je ze gaat zoeken, neem dan geen paddestoelenboeken met foto’s erin mee om ze te identificeren, maar boeken met illustraties: dan zie je geen individuele paddestoel, maar allerlei mogelijke variaties van een soort, zodat je veel beter kunt zien wat je plukt.’

Beeld Alamy Stock Photo

Nummer:
La vita van Beverly Glenn-Copeland

‘In de jaren tachtig maakte hij een cassettebandje. Na dertig jaar werd het opnieuw ontdekt door iemand uit de muziekindustrie en werd deze Amerikaan, inmiddels in de 70, plotseling beroemd. Maar hij lééft in ieder geval nog, niet zoals Van Gogh die pas na zijn dood waardering kreeg. Ik vind vooral het nummer La vita mooi; heel origineel, new-age-achtig maar ook met Italiaanse opera erin; het bevat alles, zelfs een stukje rap. En de zanger zelf lijkt me zo aardig. Ook dit verhaal is een soort voetnoot; een stem waar je nog nooit eerder van had gehoord, die nu wereldberoemd is.’

Beeld Hollandse Hoogte / Alex Vanhee

Kunstenaar:
Walton Ford

‘Een moderne, Amerikaanse schilder die werkt als de naturalistische illustratoren uit de 19de eeuw, maar die in één beeld niet alleen schoonheid laat zien, maar ook de menselijke vernietiging daarvan. Hij schildert ook de voetnoten, zou je kunnen zeggen. Zijn enorme werken, vaak van uitgestorven dieren, zijn daarnaast prachtig en ongelofelijk knap geschilderd, maar dit aspect vind ik het interessantst aan hem.’

Bezoekers kijken naar "En Encounter with Du Chaillu" door kunstenaar Walton Ford.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Kunstwerk:
Gehaakt koraal

‘Er bestaat een groep kunstenaars die koraalriffen haakt; fantastisch. Het koraal sterft uit, wat dit project iets heel treurigs kan geven: dan haken we er maar een nepversie van, zoiets. Maar op een van hun tentoonstellingen bedacht ik me: het is dus mogelijk om de schoonheid van iets te laten zien, zónder het tegelijkertijd te vernietigen. Op iedere plek waar de tentoonstelling van het Crochet Coral Reef komt, en ze reizen de hele wereld af, wordt het publiek gevraagd om er een stukje bij te haken. Ik denk dat ze hopen dat het bijdraagt aan ons besef van de kwetsbaarheid van die natuur.

‘In Berlijn huren we een huis met hoge ramen waar altijd prachtige populieren voor groeiden, maar op een dag heeft de gemeente ze omgezaagd. Het voelde als amputatie: alsof het mijn arm of been was. Ik belde naar de verantwoordelijke persoon, die zei: ‘Sie haben ihr Bestimmungsalter erreicht.’ De bomen hebben geld gekost, nu zijn ze afgeschreven en dus is het klaar. En ik dacht: oké, wanneer is jóúw Bestimmungsalter?’

Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Favoriete plek:
Ruïnes

‘Ik ben geboren in Greifswald, de geboorteplaats van de romantische schilder Caspar David Friedrich. Wat betekent dat er in ieder postkantoor, iedere wachtkamer en elke school posters van zijn schilderijen van ruïnes hingen. Wat zo zonde is: Greifswald is niet vernietigd in de Tweede Wereldoorlog, ze capituleerden, maar in veertig jaar DDR-regime werd niets gedaan om die beroemde ruïnes te behouden; ze vielen langzaam steeds verder uit elkaar. Toen ik later in Zuidwest-Duitsland studeerde, kreeg ik soms benauwde, sombere gevoelens van alle orde en netheid, tot ik ergens een ruïne zag en voelde: aaah, ik kan weer ademen. Soms denk ik dat we ze ook nu zouden moeten neerzetten, prefab gemaakt, als een soort mix tussen verleden en toekomst. Een beetje zoals in de 18de eeuw, toen mensen in hun eigen achtertuin kleine ruïnes bouwden en daar een nepkluizenaar in zetten. Een nepkluizenaar! Die er alleen maar hoefde te zitten, te lezen en zijn haar en nagels moest laten groeien. Niet nuttig hoeven zijn als mens; het klinkt als de perfecte baan.’

Abtei im Eichwald (1809) van Caspar David Friedrich.Beeld Alte Nationalgalerie

Filmmaker:
James Benning

‘Hij maakt films zonder verhalen, films waarin je alleen maar tien verschillende luchten ziet. Of dertien meren. Eerst denk je: ik word gek, pas daarna voel je het effect: hij kan je laten kíjken in plaats van denken. Het gaat over aanwezigheid en tijd. Ik denk dat zijn films 2,5 of 3 uur duren, vrij zwaar, maar je kunt ook weglopen. Ik heb ze ooit gezien op een biënnale en realiseerde me: het scherpt je blik.’

filmstill uit 13 Lakes van James Benning, 2004.Beeld James Benning

Boek:
Bluets van Maggie Nelson

‘Maggie Nelson werd beroemd met De argonauten, dat is ook goed, maar Bluets is echt geweldig. Het bestaat uit fragmenten gebaseerd op de kleur blauw: het gaat over symboliek, over melancholie, over de kleur van de hemel. Wat ik er zo goed aan vind, is dat intellectuele, academische passages zoals Roland Barthes of Susan Sontag schreven, afgewisseld worden met stukken waarin ze het over neuken heeft en dat woord ook daadwerkelijk gebruikt; sommige passages zijn bijna pornografisch. Die combinatie van enorm intellect en diepe lustgevoelens had ik nog nooit eerder gelezen.

Blau steht dir nicht’, zei mijn oma altijd tegen me; bruin haar en bruine ogen, vandaar. Het werd de titel van mijn debuut: een novelle over het leven op zee. Als kind wilde ik ontdekkingsreiziger worden en verlangde naar avontuur, maar ook naar mijn vader. Ik droomde vaak over matrozen en kapiteins, dat soort mannelijkheid. Misschien dacht ik onbewust: hij is niet weg, hij zit gewoon op een schip en dus komt hij op een dag weer terug. Maar als je je eigen fantasiewereld creëert, is het alsof je verliefd bent op iemand met wie je nog nooit hebt gepraat, en als diegene dan ten langen leste iets zegt, voel je: pats, weg. Het was dan een teleurstelling toen ik hem op mijn 16de eindelijk ontmoette. Rond die tijd kwam ik er ook achter dat de hele wereld al ontdekt wás, dus besloot ik thuis te blijven, tussen de boeken, bibliotheken en archieven, en mezelf naar andere werelden te dromen. Misschien ook beter voor het klimaat.’

CV

20 september 1980 Geboren in Greifswald in de toenmalige DDR.

2000 gaat kunstgeschiedenis en communicatie-design studeren in Berlijn.

2009 De Atlas van afgelegen eilanden verschijnt: Schalansky schrijft, illustreert én ontwerpt vanaf dat moment al haar boeken.

2012 De lessen van mevrouw Lohmark komt uit.

2019 Inventaris van enkele verliezen verschijnt.

Schalansky woont met haar vrouw en dochter in Berlijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden