Minder doodvonnissen schelen VS vooral geld

Eindelijk eens goed nieuws uit de Verenigde Staten, moeten ze bij Amnesty International hebben gedacht. Zo veel positiefs was er de laatste jaren op mensenrechtengebied immers niet te melden over ‘the land of the free and the home of the brave’....

Maar deze week maakte Amnesty bekend dat het in de VS de goede kant op gaat met de doodstraf. Vorig jaar werd de straf slechts 37 keer voltrokken, het laagste aantal sinds 1995. Bovendien daalde het aantal doodvonnissen de afgelopen jaren gestaag. Onlangs haalde ook de staat New Mexico een streep door de doodstraf, waardoor nog maar 37 van de 50 Amerikaanse staten de omstreden straf in hun wetboek hebben staan.

De Amerikaanse onderzoeker Rob Freer was namens de mensenrechtenorganisatie flink te spreken over de ontwikkelingen in zijn land. ‘Twintig jaar geleden was er geen discussie over afschaffing, nu durven politici er weer over te spreken.’ Ook meldde hij: ‘De publieke opinie lijkt zich tegen de doodstraf te keren.’

De vraag is of Amnesty wel zo veel reden heeft om tevreden te zijn over de VS. Het percentage Amerikanen die volgens opiniepeilingen van Gallup voor de doodstraf is, nam het afgelopen jaar af van 69 procent naar 64 procent. Maar dat percentage is nog altijd even hoog als in 2003. En wie het percentage tegenstanders uit datzelfde jaar vergelijkt met de laatste Gallup-peilingen, ziet dat het aantal Amerikanen die zeggen tegen de doodstraf te zijn, zelfs is gedaald van 32 procent naar 30 procent.

Dit roept de vraag op hoe de Amnesty-onderzoeker erbij komt dat de publieke opinie zich tegen de doodstraf lijkt te keren. Zoals je ook vraagtekens kunt zetten bij de andere optimistische geluiden over de ontwikkelingen rond de doodstraf in de VS.

Natuurlijk, het is verheugend te constateren dat het gouverneur Bill Richardson is gelukt de doodstraf afgeschaft te krijgen in New Mexico. Maar daar staat tegenover dat haar collega Sarah Palin een meer dan warm hart zou toedragen aan de pogingen de straf weer in te voeren in Alaska, waar ze meer dan een halve eeuw geleden werd afgeschaft.

En Amnesty’s positieve boodschap dat Amerikaanse politici zich, in tegenstelling tot twintig jaar geleden, weer durven uit te spreken tegen bestraffing met een dodelijke injectie of een elektrische stoel, moet wel in het juiste perspectief worden gezet. Ze hebben vaak niet zozeer principiële bezwaren tegen de doodstraf, ze vinden haar gewoon te duur.

Neem gouverneur Martin O’Malley van de staat Maryland, die onlangs als een van de eerste politici de hoge kosten van de doodstraf aankaartte. Volgens hem kost een gevangene on deathrow de staat drie keer zo veel als een gevangene met levenslang. Dit zou een gevolg zijn van extra waarborgen en juridische procedures, hogere bewakingskosten en bijkomende uitgaven voor het uitvoeren van de executie zelf.

‘We kunnen ons deze kosten niet permitteren als er betere en goedkopere alternatieven zijn om de misdaadcijfers te beteugelen’, zei O’Malley in The New York Times. Een standpunt dat gretig door zijn collega-gouverneurs in Kansas, Colorado, Nebraska en New Hampshire is overgenomen. Ook zij zijn in deze crisistijd immers op zoek naar besparingen op hun torenhoge begrotingen.

Amerikanen bezuinigen dus op de doodstraf. Dat klinkt toch een stuk minder optimistisch dan de blijde boodschap van Amnesty.

Iñaki Oñorbe Genovesi

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden