Column Sylvia Witteman

‘Mille-neuf-cent-quatre-vingt-dix-huit’: met een taal die zo moeilijk doet, wil ik niets te maken hebben

M et mijn moeder en mijn schoonzus liep ik door een filiaal van Ikea. Daarmee overtrad ik een ­belangrijke grond­regel voor een menswaardig bestaan: nóóit met vrouwen naar Ikea. Die gaan daar immers niet heen om doelgericht een stoel, een kast of een plastic magnolia te ­kopen, nee, ze willen heel lang aan een kussentje van 6 euro voelen, overleggen of het bij de bank past, of er al dan niet een muur van de kamer oud­roze of okergeel bij geverfd moet worden, en of ze dan misschien niet beter die andere dekbedhoes hadden kunnen nemen, weet je nog die ene die we hadden gezien vóór we het restaurant ingingen, die roomwitte met dat sepia streepje; uiteindelijk liep ik maar vast vooruit en ging op een stapel deurmatjes (‘Vutvåg’) dof voor me uit zitten staren, met mijn plastic magnolia op schoot.

Naast mij stond een jong stel in het Frans een oriëntaals tapijt te bespreken. Net toen ik me afvroeg wat Fransen in de Amsterdamse Ikea te zoeken hadden, hoorde ik de vrouw de prijs van dat kleed noemen: ‘nonante euro’. Negentig, ­begreep ik, en inderdaad stond die prijs op een bordje erboven.

Maar wacht eens even: 90 was toch in het Frans geen ‘nonante’ maar iets heel ingewikkelds? Namelijk ‘quatre-vingt-dix’, zoals ik op school heb geleerd, ‘vier-twintig-tien’, ik weet het heel zeker, ik heb die Fransen erom ­gehaat, ze zeggen ‘mille-neuf-cent-quatre-vingt-dix-huit’ voor een doodgewoon jaartal als 1998, en daarom, lezers, heb ik in de derde klas Frans ­laten vallen; met een taal die zo moeilijk doet wilde ik niets te maken hebben, en daarom spreek ik dus nog steeds beroerd Frans, zeg maar gerust géén Frans.

Allemaal de schuld van dat ‘quatre-vingt-dix’, dat dus al die tijd pure aanstellerij geweest bleek te zijn, want ze hebben een normaal, logisch klinkend woord voor 90, namelijk ‘nonante’, en dat hebben ze uit pure interessantigheid al die tijd voor ons verzwegen.

Of had ik het verkeerd verstaan? Maar nee, de vrouw noemde het getal nóg eens, luid en duidelijk,‘nonante’. Wat houden die Fransozen nog méér verborgen? Zitten ze daar, als er even geen Hollander kijkt, gewoon slavinken en ontbijtkoek te vreten in plaats van ortolanen, vergeten bieten, poepworst en moeilijke schimmelkaas?

Met een ruk stond ik op, en stampte snuivend van verontwaardiging terug naar de kussentjesafdeling, waar mijn moeder en schoonzus nog steeds stonden te treuzelen.

‘We moeten weg. We moeten écht weg’, sprak ik dringend.

‘Waarom, wat is er dan?’, vroegen ze.

Ja, leg dat maar eens uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden