Miljardairs in het verspelen van andermans geld

Een grote Amerikaanse fraudezaak heropent het zwarte gat van Parretti en Fiorini, de kwelgeesten van Crédit Lyonnais Bank Nederland. Een reconstructie van hun machinaties....

Toen de Italiaanse politie hem vorige week voor de zoveelste keer kwam halen, werkte hij aan zijn zoveelste grandioze project. 'Roma Vetus' heette het dit keer, een plan om het antieke Rome na te bouwen nabij zijn woon- en geboorteplaats Orvieto - inclusief een replica van het Colosseum, en met een schuin oog naar de snel stijgende vastgoedprijzen.

Dat park zal wel niet doorgaan - de zoveelste vroegtijdige dood van een onderneming van Giancarlo Parretti, de bordenwasser die het kortstondig schopte tot filmmagnaat in Hollywood door zijn desastreus verlopen overname van de studio MGM/UA.

Maar zijn aanhouding blaast juist nieuw leven in een oude affaire met diepe Nederlandse wortels. Parretti en zijn voormalige zakenpartner Florio Fiorini, die vorige week eveneens werd opgepakt in Milaan, zijn gearresteerd voor een groot Amerikaans fraude-onderzoek dat drie jaar heeft geduurd. Italië staat op het punt het duo uit te leveren aan de VS - een twijfelachtige eer die staten hun eigen burgers slechts zeer zelden bewijzen.

Miljardairs zijn doorgaans mensen die zelf een vermogen hebben vergaard. Parretti en Fiorini, beiden nu 57 jaar oud, werden miljardairs in het zoekmaken van andermans geld. Dat begon voor Giancarlo Parretti in de jaren zestig bij een klein hotel ten noorden van Rome. Daar werd hij beschuldigd van vervalsing van de boekhouding - de eerste van een lange reeks aanvaringen met justitie.

Parretti week uit naar Londen, en monsterde aan als kelner op de luxueuze oceaanstomer Queen Elisabeth. Aan boord leerde hij een machtige Siciliaanse politicus kennen, die hem stroman maakte van zijn zakenimperium.

Parretti creëerde intussen een eigen netwerk van prominente socialisten. De hoeders van het proletariaat zouden hem pas goed lanceren in de wereld van het grootkapitaal.

In 1986 verwierf hij de controle over een kluitje noodlijdende bankjes en verzekeraars, die hij deels verkocht aan Carlo de Benedetti, de grote man bij Olivetti. Volgens Parretti zelf verdiende hij met die deal tweehonderd miljoen dollar, en was dat de basis voor zijn latere mega-investeringen in de filmwereld. Medewerkers hielden zijn werkelijke winst op ongeveer een tiende van dat bedrag.

Tijdens deze transactie leerde hij Florio Fiorini kennen, een andere favoriet van de Italiaanse socialisten met een vergelijkbaar verleden. Fiorini was financieel directeur van het Italiaanse staatsolieconcern ENI. Met ENI-miljoenen hielp hij zijn vriend Roberto Calvi, de 'bankier van de paus' van Banco Ambrosiano. Tevergeefs: de Banco ging failliet, en Fiorini werd ontslagen.

Hij week uit naar Zwitserland, waar hij zich een eigen vehikel aanschafte, de Geneefse zakenbank Sasea. Samen met Parretti viel hij Hollywood binnen. In 1987 kochten zij Cannon, een zwaar verlieslijdende filmproducent. Fiorini leverde het vehikel. Zijn Sasea controleerde drie obscure Amsterdamse beursfondsjes: Bobel, Chamotte Unie en Melia International. De laatste kreeg de controle over Cannon.

Voor Cannon betaalden Parretti en Fiorini bijna honderd miljoen dollar, ruim anderhalf keer de beurswaarde van het bedrijf. In 1989 volgde het Franse filmmonument Pathé. De prijs: 160 miljoen dollar, volgens analisten twee keer de werkelijke waarde.

Een patroon werd zichtbaar. Het duo molk zijn nieuwe bezit uit, door onderdelen te verkopen of te belenen. Vooral bij Cannon liepen de verliezen verder op. Zo voedden zij een beschuldiging die tot op de dag van vandaag nooit is hardgemaakt: dat zij in feite een grootschalige witwasoperatie runden. Criminelen malen immers niet om verliezen, zolang zij hun zwarte geld maar bovengronds in omloop kunnen brengen.

Spoedig berichtten bladen zoals Business Week uitvoerig over het duistere verleden van het Italiaanse duo. Maar waar hun geld vandaan kwam, bleef nog onduidelijk.

Intussen stuitte de Pathé-coup op verzet in Frankrijk. Woedend om het dreigende verlies van dit nationale cultuurgoed, legde de Franse staat beslag op de aandelen. Fiorini verzon een list. Pathé zou naar Bobel gaan, niet naar Melia, dat als eigenaar van Cannon teveel werd geassocieerd met de in Frankrijk gehate Amerikanen. Sasea haalde Bobel alvast leeg, in ruil voor een 'lening' waarvan het Amsterdamse fondsje nooit een cent zou terugzien.

Vervolgens verkocht Parretti de Britse en Nederlandse Pathé-bioscopen. Opbrengst: 440 miljoen gulden. De koper: een niet geregistreerde Nederlandse bv. Het bleek de opmaat tot het daverende slotakkoord van de Italianen.

In maart 1990 boden Parretti en Fiorini 1,25 miljard dollar op MGM/UA, een van de oudste en beroemdste filmstudio's. 'Binnen vijf dagen' beloofde Parretti de financiering rond te hebben. Het werden zeven maanden.

Pas toen bleek wie hun grote geldschieter was: Crédit Lyonnais Bank Nederland (CLBN), een dochter van de gelijknamige Franse staatsbank. CLBN was uitgegroeid tot een van de grootste filmfinanciers in Hollywood dankzij haar adviseur Frans Afman, een Nederlander met goede contacten in Tinseltown.

Afman heeft altijd volgehouden alleen filmproducties te hebben gefinancierd, in ruil voor solide zekerheden zoals de distributierechten op die films. Parretti, zo zei hij later, vond hij 'charmant, maar niet bankabel'.

De top van de bank in Parijs dacht daar anders over. Die was nauw gelieerd met de destijds regerende Franse socialisten, en ook met hen onderhielden Parretti en Fiorini uitstekende relaties.

De overname van MGM ontaardde in een drama. De Amsterdamse beurs legde Fiorini's vehikels lam door de notering te schorsen, een straf voor de machinaties met Bobel en Melia. In de VS regende het ruzies en rechtszaken over verschillende aspecten van het MGM-bod. In Frankrijk kwam een parlementaire enquête op gang naar vermeende witwasserij bij de CLBN-filmleningen.

In november kreeg Parretti MGM eindelijk in handen, voor honderd miljoen dollar meer dan zijn eerste bod. In januari 1991 stapte Afman op bij CLBN. In april zette de bank Parretti af als topman van MGM, in een poging de verliezen van de studio onder controle te krijgen.

Twee jaar later moest Crédit Lyonnais vier miljard gulden reserveren voor de CLBN-filmkredieten. De Franse bank kon alleen overeind blijven door deze enorme strop in een sterfhuis te parkeren, en worstelt tot op de dag van vandaag met de erfenis.

De verantwoordelijke Franse managers zijn inmiddels ontslagen of weggepromoveerd. De Nederlandse bestuurders van Bobel, onder wie president-commissaris en ex-Boskalis-topman Hans Kraaijeveld van Hemert, wacht aansprakelijkheid wegens wanbeleid. Fiorini zat maanden in een Zwitserse gevangenis, nadat Sasea was bezweken onder een schuld van vijf miljard gulden.

Toch bleven veel vragen open. Waren Parretti en Fiorini inderdaad witwassers, en CLBN dus ook? Heeft De Nederlandsche Bank gefaald als toezichthouder? En was Afman zo onschuldig als hij zelf beweert? De onderzoekers in de nieuwe Amerikaanse fraude-zaak tegen de beide Italianen zoeken naar de antwoorden.

Van hen hangt het af of Parretti gelijk krijgt met zijn uitspraak over justitie: 'Ze doen er een minuut over om je in de gevangenis te stoppen, en jaren om te merken dat ze zich hadden vergist.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden