Mijnsluiting gaf impuls aan corruptie

Baron Berend-Jan Van Voorst tot Voorst, commissaris der koningin in Limburg, bedankte er vriendelijk voor vorige week het eerste exemplaar van De Vriendenrepubliek in ontvangst te nemen....

Van onze verslaggever

MAASTRICHT

Begrijpelijk, want het boek van onderzoeksjournalist Joep Dohmen beschrijft de bestuurlijke corruptie in Zuid-Limburg. De rol die de provincie daarin heeft gespeeld, is geen geringe.

Joep Dohmen en collega Henk Langeberg begonnen voor dagblad De Limburger in 1992 aan een lange reeks artikelen over bestuurlijke corruptie en belangenverstrengeling in de provincie. Hun werk heeft er mede toe bijgedragen dat negen Limburgse politici en ambtenaren werden veroordeeld. Anderen ontsprongen de dans omdat hun berechting te lang duurde en het OM niet-ontvankelijk werd verklaard. In 1993 kreeg het duo de prijs voor de dagbladjournalistiek.

Dohmen heeft in zijn boek De Vriendenrepubliek - Limburgse kringen alles bondig samengevat, nieuwe feiten toegevoegd en oorzaken gezocht voor het Zuid-Limburgse fenomeen. De titel heeft betrekking op de selecte groep sleutelfiguren die het reilen en zeilen van de provincie bepaalden of dat nog steeds doen.

De afwijkende en begin jaren negentig in opspraak geraakte bestuurscultuur in Limburg voert Dohmen terug op twee hoofdoorzaken: de politieke monocultuur en de sluiting van de mijnen. Limburg werd tot eind jaren zestig geregeerd door de KVP. Het CDA nam die macht later over en zou pas in 1987 zijn absolute meerderheid in de Staten verliezen. Leden van die partij hadden zitting in allerlei organisaties en het bedrijfsleven. Zo kon in Limburg een algemeen geaccepteerde belangenverstrengeling ontstaan.

In 1965 kondigde Den Uyl de sluiting van de Zuid-Limburgse kolenmijnen aan. Er werd vervangende werkgelegenheid beloofd en een herstructureringsoperatie. Limburg kreeg de vrije hand om de daarvoor verstrekte gelden te besteden. Tussen 1965 en 1990 zou Den Haag direct en indirect 10,4 miljard gulden in de regio stoppen. 'De miljardensteun gaf een belangrijke impuls aan de regionale corruptie', schrijft Dohmen.

Het provinciehuis in Maastricht werd de draaischijf bij de verdeling van het geld. Dohmen schetst de dagelijkse praktijk van bedrijven die de deur plat liepen bij de gedeputeerden om de subsidies voor bouwprojecten binnen te slepen. Bestond er van oudsher al een warme samenwerking tussen bestuurders en zakenmensen, met de verdeling van de subsidies werden de verhoudingen inniger dan ooit. Zo onstond een smoezelig klimaat van voor wat, hoort wat.

Twee topambtenaren op het provinciehuis, verantwoordelijk voor de zogeheten PNL-subsidies, werden veroordeeld wegens het aannemen van steekpenningen. Pas in 1993, na de enorme publiciteit, kwam de provincie met een openbaar aanbestedingenbeleid. Ook Limburgse gemeenten kwamen met scherpere aanbestedingsprocedures en gedragscodes voor bestuurders en ambtenaren.

Dohmen schetst in De Vriendenrepubliek een onthutsend beeld van de (Zuid-)Limburgse democratie. Veel macht was (is?) in handen van enkele wegenbouwers en bouwbedrijven, enkele herenclubs en het golfbaancircuit. Talloze bestuurders en ambtenaren stonden op de loonlijst van bedrijven, kregen verbouwingen aan hun huis en vakanties betaald en lieten in ruil daarvoor bouwprojecten te duur uitvoeren. Scholen, het gemeentehuis in Meerssen, een politiebureau, woningcomplexen, een kazerne en een Albert-Heijn filiaal werden miljoenen guldens duurder, zo bleek uit een strafrechtelijk onderzoek tegen de failliete aannemer Schreurs, eind jaren tachtig.

In 1992 werd de beerput van Limburg opengetrokken toen de bekentenissen van de corrupte wegenbouwer Baars tegenover de FIOD op straat kwamen te liggen. In de jaren daarna kregen vier wethouders, drie burgemeesters en twee ambtenaren straffen die varieerden van een maand tot een jaar voorwaardelijke cel en/of geldboetes.

Aanvankelijk waren er een twintigtal bestuurders die justitie wilde vervolgen. 'Afgezet tegen wat er in het begin mogelijk was geweest, is het resultaat schraal', schrijft Dohmen. Maar dat is misschien maar goed ook, zo besluit hij zijn boek: 'Bij een grondige aanpak was het doembeeld van oud-gedeputeerde Kockelkorn ongetwijfeld uitgekomen. De provincie zou in een diepe bestuurlijke crisis zijn gegleden, van Italiaanse afmetingen. Het schip was dan misschien schoner geweest, maar wie had het moeten besturen?'

André Lammerse

Joep Dohmen, De Vriendenrepubliek - Limburgse kringen, uitgeverij Sun, ¿34,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden