COLUMN sarah sluimer

Mijn vriend klopte op alles, al weet hij net zoveel van huizen verbouwen als van de Ottomaanse bezetting van Mykonos

‘Dit is toch wel alsof je die ene auto vindt waar dat oude vrouwtje alleen op en neer mee naar de supermarkt ging’, zei mijn vriend. We liepen door ons nieuwe huis. Het glas-in-lood was overal nog intact en in de gangen vonden we een zee aan groene en gouden art-decotegels. Maar er was geen verwarming, de grond lag vol met vies oud zeil en de muren stikten onder eindeloze lagen behang. Mijn vriend klopte op alles, ook al wisten we allebei dat hij net zoveel weet van huizen verbouwen als van de Ottomaanse bezetting van Mykonos. ‘Het wordt tijd voor een beetje opgelegd pandoer zo hier en daar, maar we hebben een A-product te pakken’, bromde hij, ironisch natuurlijk, of zag ik daar een glinstering in zijn ogen?

De weken daarna begon de aannemer, een man met zachte blauwe ogen, de boel vakkundig te slopen. Mijn vriend liet vanaf dat moment geen gelegenheid voorbijgaan om langs het nieuwe huis te gaan en Senseo met hem te drinken, terwijl hij spinnend als een wulps poesje dingen vroeg als ‘Gooi je die oude leidingen nou gewoon weg?’.

Er werd een appgroep met z’n drietjes aangemaakt waarin ik vooral heel veel zweeg. Mijn vriend, niet bepaald degene die de sociale honneurs binnen onze vriendenkring waarneemt, feliciteerde de aannemer op tijd en inclusief feestelijke emoticons met zijn verjaardag.

Daar bleef het niet bij. Na een paar weken kondigde hij uit het niets aan dat hij al het behang eigenhandig van de muren ging halen. Mijn protesten hadden geen enkele zin. Hij kocht stoomapparaten bij de bouwmarkt (rode wangen: ‘een koopje!’), charterde vrienden en vage bekenden en ging weekeindenlang aan de slag. Ik mocht niet helpen, want behangdampen uit de Chernobylperiode gaan niet samen met een zwangerschap.

Na drie weken, het was een zaterdag en ik stond met de peuter op de markt, werd ik gebeld door een vriendin die samen met hem stond ‘te knallen’.

‘Schrik niet, Saar’, zei ze. Ik liet onmiddellijk een doos eieren vallen. ‘Het stoomapparaat is een beetje... ontploft. In Willems gezicht.’

Ze had hem schreeuwend aangetroffen terwijl hij een pak lauwe sinaasappelsap over zichzelf heen goot. Even dacht ze dat hij gek was geworden. Kort daarna stond hij bij de nieuwe buren onder de douche, een uur. Misschien nog langer. De ambulance kwam. Het viel mee.

Thuis liet hij trots zijn oorlogswonden zien. ‘Ik wil niet meer dat je gaat’, zei ik. ‘Je regelt maar iemand.’

Hij ging toch. En steeds als hij dacht klaar te zijn, wees de vriendelijke aannemer hem streng op hardnekkige restjes. Hij ploeterde door. Alleen, in dat koude huis. De dag dat hij klaar was, klonken zijn voetstappen op de trap zelfverzekerder dan ooit. Hij gooide de deur open, trok me naar zich toe met zijn ruwe lijmhanden.

Nu is hij expert verbouwen. Heb ik weer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden