ColumnPeter Buwalda

Mijn vliegschaamte begon boven Chili

null Beeld
Peter Buwalda

Zonder vliegangst zou er misschien geen ozonlaag meer bestaan. Heel wat lieden die ik ken vertonen vliegontwijkend gedrag, eens even zien, mijn moeder, Dennis Bergkamp. Euh... Elvis, niet te vergeten. De lijst is eindeloos. Hoewel Ol’ Sideburns zich eroverheen heeft weten te zetten. Op het laatst had hij tenminste een privéjet, zelf gezien, staat in z’n tuin. De ‘Lisa Marie’ heet dat ding, naar z’n dochter. Mooi gebaar. ‘Gelukkig heette ze geen Jet’, zeg ik tegen Jet. ‘Jet – privéjet.’

Glazige blik.

‘Dat er ‘Jet’ op staat.’

Stilte.

‘Ach, ben blij dat je geen ‘Vliegtuig’ heet.’

Bij mij lopen vliegangst en -schaamte door elkaar heen, moet ik toegeven. Vooral tijdens het opstijgen en landen schaam ik me diep. Helaas moesten we naar Oslo, waar de sprinter niet komt. Schiphol, die kist, de vertrekhal/wachtkamer, het deed me allemaal verdacht veel denken aan de tandarts. De stoel waarin het allemaal gebeuren gaat. Van bovenaf beglimlacht worden door de assistent/stewardess. De tandarts/piloot met z’n quasirelaxte geouwehoer, ‘ladies and gentlemen, het is 16 graden in Oslo’, blablabla – terwijl we nog boven de wolken hangen. Man, doe effe kalm, zeg. Sjezus. Het neerstorten/boren.

‘Ik zie toch meer verschillen.’

‘Vergelijkingen zonder verschillen werken niet. Weet je wie eigenlijk een soort Ronald de Boer is? Frank de Boer.’

Glazige blik. Ik pakte de tandenstoker erbij. Niet om genoemde vergelijking kracht bij te zetten, noch om mijn gebit te reinigen, maar omdat alles in een vliegtuig van goedkoop plastic is, en ik voortdurend dingen zat te prevelen die moesten worden afgeklopt. ‘Nok, nok’ hoor je niet op zo’n stokertje, maar dat schrijft het bijgeloof niet voor. ‘Zolang het maar hout is’, zei Sjoukje, ‘en ongeverfd.’

‘Sjoukje?’

Ik bleek nooit verteld te hebben dat Sjoukje Hooymaayer me als jongeman behekste. We zaten met de hoeksteen televisie te kijken, niet eens naar Zeg ’ns Aaa, waarin ze destijds schitterde als dokter Van der Ploeg, maar naar een groen uitgeslagen toneelstuk. Het elektronenkanon van onze beeldbuis haperde, het miste de rode straal, waardoor iedereen er bijliep als de Hulk, ook Sjoukje Hooymaayer. Ze zat op een podium, aan een tafel, en riep dat ‘het dak er heus wel op bleef zitten’. Meteen boog ze naar voren en klopte op het tafelblad. ‘Snel afkloppen’, riep ze. Wat nu, dacht ik. ‘Op ongeschilderd hout!’ Waarom? Ik begreep er helemaal niks van.

Sindsdien – we hebben het over 1988 – klop ik af. Raar toch? Er was niet eens een dak. En hoezo toneel op televisie? Dat is als een standbeeld hakken van een stoel, waarover Karel van het Reve eens een afkeurend stukje heeft geschreven. Wie het leest, zal nooit meer uit een blok marmer zijn tuinset nahakken.

Voor mijn vliegangst had ik Hooymaayer noch Van het Reve nodig, zeg. Het gebeurde boven de Andes, we vlogen er schaamteloos overheen, vliegen was prima, maar niet lang meer: er klonk een oorverdovende dreun, alsof hoe heet-ie, Thor? Wodan? met een moker op ons toestel beukte, alle bagagevakken open, koffers tegen het plafond, stewardessen tegen het plafond, en ik, vreemd genoeg als enige: ‘LIEFJE!!! DAAR GAAN WEEEEEEE!’

Die hele kist keek om. Let wel, tijdens het neerstorten. Ik hield dat ‘we’ ook wel erg lang aan, geef ik toe, de complete kilometer, het bleek namelijk om een luchtzak te gaan, een megaluchtzak, de zogeheten ‘Luchtzak XXL extraordinaire’. Geen aanrader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden