Column Toine Heijmans

Mijn vader is zichzelf geworden, niets kan hem meer overkomen

Vader Heijmans, uit het fotoalbum. Beeld prive archief

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Mijn vader slaapt - het is tijd. Zes jaar was hij klaarwakker, scherp als een vos, altijd op wacht, het teerde zijn lichaam uit en nu tellen we zijn ribben. Mijn vader was nooit ziek, geen sprake van, hooguit moe. De wedstrijd duurde lang.

Hij snurkt weer, het geluid dat zijn zoon herkent als behorend bij zijn jeugd. Het huis was er vol van, ’s nachts, betrouwbaar donker. Er hielp niets tegen, behalve wakker blijven. Nu is het terug en vult de stilte.

Mijn vader is zichzelf geworden. Er kan hem niets meer overkomen. Hem zo diep laten slapen is geen beslissing, het is een consequentie. Het laatste wat zijn zoon van dr. Alzheimer zag waren zijn hielen. De dr. denkt dat hij wint, maar hij verliest: mijn vader krijgt hij niet. Die ligt, gewond, in zijn studentenkamer.

Zijn zoon zit naast hem, het wordt laat. Er is niets meer te doen dan schrijven en luisteren naar mijn vaders ademhaling. Mijn vader ademt als een blaasbalg. Een man op weg naar de top van de Mount Everest, zo ademt hij, zijn laatste expeditie. Daarboven kan hij zijn armen spreiden en het dunne licht opvangen, erin verdwijnen, iets anders worden. Een libelle of een orchidee - hij gelooft niet meer in God, maar wel in een bestemming, een terugkeer naar de natuur waarvan hij deel uitmaakt. Slaapt hij, vragen zijn medestudenten, slaapt hij diep? Soms schuifelen ze voorzichtig dichterbij - de warmte die van mensen afstraalt, van mensen die je nauwelijks kent, de diepe kern van barmhartigheid die alle tegenstellingen overstemt, dat is waarin je moet geloven. Dat bestaat.

Ze zien zichzelf weerspiegeld in mijn vader, ze weten dat uiteindelijk iedereen naar die top moet klimmen. Ze hebben geen compassie met zichzelf, ze hebben compassie met mijn vader, de jongste van het studentenhuis. Ze houden van zijn streken.

De huisoudste staat op van het ontbijt en rolt haar rollator langzaam naar mijn vader, legt haar hand op zijn schouder, ferm, en zegt: ‘Het allerbeste, jongen’. Ze wonen allemaal in het vergetelrijk van dr. Alzheimer, maar zijn niet vergeten dat mensen elkaar helpen als ze in moeilijkheden komen, grote moeilijkheden: de moeilijkste.

De avonddienst meldt zich voor de laatste keer aan het hoog-laagbed van mijn vader, smeert zijn lippen in met vaseline, dient de ampullen toe met slaapzand, schudt zijn kussens op, voorzichtig. Voelt mijn vaders pols, de snelle hartslag van een mens in ijle lucht. Het is jammer dat mijn vader slaapt - of zou hij door zijn dromen heen iets merken van degenen die hem omringen? Voelt hij de traan in de ooghoek van de zorgprofessional, snel weggeveegd uit professionaliteit.

De nachtdienst meldt zich en vertelt over mijn vader, ze brachten samen zijn laatste nachten door. Mijn vader produceerde plotseling herinneringen aan een boerderij. Hij applaudisseerde voor de nachtdienst. Hij sliep niet. Hij werkte aan een vriendschap. Het is werk, zegt de nachtdienst, maar ook weer niet.

Het is compassie. Het bestaat. 

Kort nadat Toine Heijmans deze rubriek schreef, is zijn vader op 74-jarige leeftijd overleden.

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden