Interview

'Mijn vader inspireerde mij door zijn harde werken'

Dirk Kuijt is na negen jaar voetbal in het buitenland terug bij Feyenoord. Negen leerzame jaren, niet alleen - of eigenlijk: vooral niet - op voetbalgebied. 'Het is in de wereld momenteel een beetje zo dat als je niet voor bent, je tegen bent. Maar zo werkt het niet.'

Dirk Kuijt. Beeld Pablo Delfos

Als Dirk Kuijt het veld betreedt, geeft hij vijf kussen op zijn trouwring. Voor elk gezinslid één. Hij kijkt even naar boven, waar hij zijn vader in de hemel vermoedt. Hij voelt aan zijn linkerpols, waar hij normaliter een armband draagt die hij kreeg van zijn in 2007 gestorven vader. 'Ik betrek hem overal bij. Ik heb het gevoel dat hij om me heen is.'

Zijn vader was visser. Toen Dirk baby was, voer pa overweeks, zoals ze dat in Katwijk zeggen. Hij was dan langer dan een week weg. Later werkte hij op een opleidingsschip, van maandag tot en met vrijdag. 'Hij was maandag weg voordat ik wakker was. Vrijdagmiddag kwam hij thuis, vaak met een zak vol vis.' Zaterdag ging Dirk senior mee naar de wedstrijd van zijn zoon. Zondag zat het gezin in de kerk. 's Middags sliep pa, 's avonds keek hij Studio Sport, maandag voer hij weer uit. Vorig jaar, tijdens het WK in Brazilië, op 29 juni tegen Mexico, op de zevende sterfdag van zijn vader, prevelde Kuijt na de gelijkmaker dat hij het doelpunt opdroeg aan zijn vader.

Ruim een jaar later meldt hij zich voor een gesprek op het strand in Noordwijk.

Jij noemde je vader je inspiratiebron. Hoe kon hij dat zijn, als hij zo vaak weg was?

'Hij inspireerde mij door zijn harde werken. Op 14-jarige leeftijd moest hij gaan varen, om voor zijn vader en moeder geld te verdienen. Mijn waardering is zo groot omdat hij alles opgaf om zijn gezin stabiliteit te geven. Hij heeft deels zijn eigen leven opzijgezet om te zorgen voor een goed leven voor mijn moeder en voor mij en mijn zussen; om mij te laten voetballen, om mijn zussen de opleiding te geven die ze wilden volgen. Ik had steeds meer voetbalschoenen nodig en ik wilde de duurste. En ik kreeg ook de duurste.'

Jij had geen lange motivatietoespraken nodig?

'Nee, hij sprak weinig. De woorden die hij zei, waren raak. Hij praatte eigenlijk nooit. Aan een blik hadden we genoeg. Ik wist precies hoe hij dacht. Daarom was hij niet alleen mijn vader, maar ook mijn inspiratiebron, mijn grootste fan.'

Vroeg hij hoe je had getraind, als hij op vrijdag thuiskwam na een week op zee?

'Nee. We aten vis. Om negen uur keek hij op de klok en dan liep ik al naar boven. Want ik moest op zaterdag voetballen. Op zaterdag, van mijn 15de tot mijn 17de, ging ik wat drinken met vrienden. Maar ik moest voor twaalven thuis zijn, vóór de zondag. Dat had met voetbal en geloof te maken. Hij bleef altijd op me wachten, ook als mijn moeder al naar bed ging. Doordat je weet dat je vader op je wacht, voel je ook een soort verplichting. Soms was alles donker en dacht ik dat iedereen naar bed was. Dan zag ik in een hoekje iets branden: zat hij een sigaret te roken.'

De tijden zijn veranderd. Kuijt stapte als 17-jarige voor het eerst in een vliegtuig. Zijn kinderen hebben bij wijze van spreken meer gevlogen dan in de trein gezeten. Hij probeert ze mee te geven dat ze zaken opzij moeten zetten, willen ze iets bereiken. 'Niets gaat vanzelf. Wij gaan naar mooie plekken op vakantie en ze komen bij grote toernooien, maar straks zullen ze op eigen benen moeten leren staan. Dan moeten ze sterk genoeg zijn om hun doelen te bereiken.'

Twee keer beleefde Dirk Kuijt, de voetballer die de maakbaarheid van een rijke loopbaan verbeeldt, de sensatie van een landing met de helikopter in de Kuip, traditioneel gevuld met nieuwe spelers als het seizoen ontluikt. Eerst als jonge prof, in 2003, en onlangs als teruggekeerde zoon van Feyenoord. 'Het hele stadion, met al zijn waardering, kwam over me heen. Dat is zo bijzonder. Je voelt de magie van de Kuip, bij de eerste stap op de grond.'

Beeld Pablo Delfos

Cv Dirk Kuijt

Dirk Kuijt (35) uit Katwijk voetbalde bij Quick Boys, FC Utrecht, Feyenoord, Liverpool en Fenerbahce, om deze zomer terug te keren bij Feyenoord. Hij won in zijn lange loopbaan slechts éénmaal het landskampioenschap, in 2014 met Fenerbahce. Met die club uit Istanbul veroverde hij ook andere prijzen: de nationale beker (die hij ook won met FC Utrecht) en de Supercup.

Kuijt speelde 104 keer in het Nederlands elftal, waaronder de verloren WK-finale van 2010 tegen Spanje. Hij scoorde met Liverpool in de finale van de Champions League van 2007 tegen AC Milan, een wedstrijd die overigens met 2-1 verloren ging.

Bij Quick Boys in Katwijk draagt de hoofdtribune zijn naam.

Dirk Kuijt is getrouwd met Gertrude en heeft vier kinderen: een meisje en drie jongens.

Toch was het een vreemde dag. Opeens was zijn jongste zoon ernstig ziek. 'Op de open dag, toen ik uit de helikopter stapte, werd hij niet lekker. Hij kreeg koorts. Een uur later reden we met de politie met loeiende sirenes naar het ziekenhuis. Zo groot is het contrast. Het was een fikse longontsteking. Als mens ben je kwetsbaar. Vergeet dus niet te genieten van zaken die je samen meemaakt. Dat is allemaal niet vanzelfsprekend. In één seconde kan je leven op zijn kop staan.'

Zijn de verwachtingen niet ongezond hoog bij jouw rentree?

'De verwachting mag hoog zijn. Ik ga alles geven voor de club, en misschien nog meer dan alles. Ik hoop zo dat het legioen eens wordt beloond voor jarenlange support. Als ik in dat proces van meerwaarde kan zijn, is dat fantastisch. Ik heb ook niet het gevoel ouder te zijn geworden, al is dat een feit. Ik heb nog zo veel ambitie. Het moet voor iemand van 35 gewoon mogelijk zijn om topsport te bedrijven. Door ervaring weet ik precies hoe met pijntjes of stijfheid om te gaan. Ik hoop het zo lang mogelijk vol te houden, want voetballen is het mooiste wat er is.

'De huidige spelers zijn jonger dan toen ik doorbrak bij Feyenoord. Ik speelde met jongens als Paauwe, Lodewijks, Zoetebier, Bosvelt, Van Hooijdonk en Van Wonderen. Nu is de kwaliteit misschien gelijk of hoger, maar ze zijn veel jonger. Ze moeten sneller leren dan de natuurlijke weg.

'Ik zat als jonge prof van FC Utrecht in de auto met Alfons Groenendijk. Dat was niet gewoon meerijden, maar twee keer een uur per dag gespreksstof. Over het leven, over voetbal, over alles. Hij vroeg mij: hoe bereid jij je voor? Wat eet je? Wat is goed, wat is slecht? Die jonge jongens onderling doen allemaal hetzelfde. En je kunt het ze niet eens kwalijk nemen.'

Beeld Pablo Delfos

Jij kunt ze veel bijbrengen.

'In mijn eentje is dat moeilijk. Maar ik praat veel met jonge spelers. Ze willen graag. Wij hebben Jan-Arie van der Heijden erbij gekregen, en Marko Vejinovic. Toornstra, Immers, El Ahmadi en Kazim-Richards zijn ook ervaren. Allemaal jongens van 25, 30 jaar. Als die groep iets groter wordt dan de jongeren, kunnen die zich optrekken. Daar valt winst te behalen. Concentratie, focus, volwassenheid. Tegen de natuur in wordt er soms te veel gevraagd van jongens. Het lijkt me fantastisch om ze te laten zien wat topsport kan zijn, zeker als je succesvol bent.

'Succes in sport is het allermooiste. Ze hebben het vaak over geld of mooie auto's, maar succes is onaantastbaar. Die derde plek op het WK was magisch. Niemand had het verwacht. Het ontstond, na één wedstrijd tegen Spanje. Daarna kwamen we in een achtbaan terecht waarin we bijna de finale bereikten. We haalden er meer uit dan we durfden dromen. Soms denk ik dan: moet ik niet vaker terugkijken? Maar nee. Ik heb altijd het idee dat ik van het verleden nog lang genoeg kan genieten. Ik heb altijd weer zin in de toekomst. Ook nu bij Feyenoord: dat ik de mensen misschien weer kan verbazen, door ze iets te laten zien wat ze misschien niet meer van me verwachten.'

Toch even naar het verleden. Wat is jou het meest bijgebleven van Liverpool?

'De historie. De Champions League-avonden op Anfield. Die sfeer is gewoon niet te beschrijven. Fantastisch veld. De opkomst met You'll never walk alone en dan de hymne van de Champions League. We hebben daar zo veel mooie wedstrijden gespeeld. Spelen op het hoogste niveau. Gewonnen van Inter, van Barcelona, van Arsenal, Chelsea. De lucht die daar hangt, dat is voetballucht. Voetbalsfeer. Je ruikt het gras. Dat heb ik de laatste jaren wel gemist, maar dan leer je nog meer te waarderen wat je hebt meegemaakt. Het is niet allemaal vanzelfsprekend.

'Bij Liverpool heb ik tijdens een dienst in het stadion, bij de jaarlijkse herdenking van de Hillsborough-ramp, een stukje uit de bijbel voorgelezen. Er zaten 20 duizend mensen. De dominee wilde eens een buitenlandse speler laten lezen.'

En Fenerbahce, je vorige club, in Turkije?

'Het eerste jaar. Hoe de supporters konden genieten van Europees succes. The Road to Amsterdam. Elke keer was één vak helemaal gevuld met een spandoek, vol molens, met een vliegtuig. We haalden de finale in Amsterdam bijna. De beleving was zo intens. Daarnaast het kampioenschap, plus de winnende goal tegen Galatasaray, in de derby. Die zege wordt gevierd als een kampioenschap. Ik zal nooit vergeten wat de voorzitter zei: 'Als we winnen, is vandaag een nationale feestdag voor de republiek Fenerbahce. En als we niet winnen, is de republiek in rouw.' Ik scoorde, tien minuten voor tijd. En overal praatten de mensen positief over mij. Dat vind ik echt fijn; dat je ook als mens waardering krijgt.'

Beeld Pablo Delfos

Hoe plaats je Feyenoord in dat rijtje?

'Sinds ik bij Feyenoord speel, is het mijn club geworden, en van het hele gezin. Drie van mijn vier kinderen hebben mijn eerste periode bij Feyenoord niet eens meegemaakt, maar als je ziet hoe fanatiek ze zijn... ze zaten in shirtje voor de tv bij een wedstrijd. Feyenoord heeft ons gepakt en dat is altijd bij ons gebleven. De mentaliteit, de club, de supporters, dat spreekt me enorm aan. Mensen kunnen zich met mij identificeren, ik kan me met de club identificeren.'

Dirk Kuijt laat intussen een huis in Noordwijk bouwen. Dat ligt gevoelig in Katwijk. Het zij zo. In Noordwijk bleek zijn droom te verwezenlijken, in bouwtechnisch opzicht. Vanuit huis heeft hij bovendien uitzicht op Katwijk.

Zijn vrouw Gertrude heeft de meeste ideeën aangedragen en het huis is van alle gemakken voorzien. Kuijt is een man van vrienden en familie, maar als voetballer wordt hij ook geleefd. Hij wil tot rust kunnen komen. Het ontwerp is een soort combinatie van huizen waarin hij woonde.

'Wij hadden in Engeland een woonkeuken, met een kookeiland en een bar. Daar zaten we vrijdagmiddag. Dan kwamen mensen uit Nederland over. We zeiden ze gedag en deden een drankje aan de bar. Daarna gingen ze eten en slapen in de stad en kon ik me voorbereiden op de wedstrijd. Na de wedstrijd kwamen we weer in die keuken bij elkaar, in die bar. Daar hing een fijne sfeer. Mensen voelen in ons nieuwe huis die sfeer van vroeger weer. Gelijk komen herinneringen boven. Het leuke is dat sommigen meteen hun positie van vroeger weer innemen.'

Werd je voorbereiding nooit verstoord door al dat bezoek?

'Nee. Het ergste is als je je achteraf iets kunt verwijten, bijvoorbeeld dat je te lang bent blijven zitten. Dan kon ik daarvan niet slapen, dus dat deed ik nooit. Ik was daarin heel professioneel. Dan is het ook makkelijker om het na de wedstrijd los te laten, ongeacht te prestatie.'

Je was vroeger schilder. Mis je dat vak weleens, zeker nu ze aan het klussen zijn in je huis?

'Nee. Ik kreeg de kans om profvoetballer te worden. Zeventien jaar zijn sindsdien voorbijgegaan in een sneltreinachtige roes. Ik ben van doel naar doel geschoten, zonder echt achterom te kijken. Voetbal is altijd mijn lust en mijn leven geweest. Van mijn 12de tot 17de had ik nooit het gevoel dat een professionele carrière voor mij was weggelegd, maar de doelstelling was zo goed mogelijk te worden. Dan is het geweldig om als 17-jarige schilder een kans te krijgen bij FC Utrecht, om van je passie je beroep te maken.

'De logica zat hem in het feit dat ik een beroep koos dat ik kon combineren met voetbal. Mijn doelstelling was bij Quick Boys in de amateurs te spelen. Die jongens waren bijna allemaal schilder. Dat was een beroep van maandag tot en met vrijdag, daarna kon je lekker trainen. Maar als die jongens nu bezig zijn in mijn huis, kijk ik toch hoe ze het doen. Ik weet er best wat van.'

Wat heeft het voetbal je gegeven, tussen die twee landingen met de helikopter in?

'Eigenlijk alles. Maar mij niet alleen, ook mijn gezin, mijn vrienden. Mensen zeggen soms dat roem vergaat, maar de waardering die ik overal heb gekregen en nog krijg, is ongelooflijk. Waardering voor prestaties. Dat mensen naar je toe komen en zeggen dat ze hebben genoten. Dat is onbetaalbaar. Mensen herinneren zich zo veel uit mijn loopbaan. Ik heb aangetoond dat je met misschien iets minder kwaliteit, maar met onverzettelijkheid, heel veel kunt bereiken. Daar zit een boodschap in; dat je ambities kunt waarmaken.'

Eigen stichting

Dirk Kuijt heeft zijn eigen stichting, opgericht in zijn vorige periode bij Feyenoord. Hij wilde de versnipperde aandacht voor goede doelen structureren. In het begin steunde de stichting onder meer een weeshuis in Nepal en projecten in Ghana en Brazilië. 'We vonden dat we één richting moesten inslaan, door een doel te vinden waarmee we ons konden identificeren. We zijn gekomen op mensen met een beperking.'

Kuijt hoopt, nu hij terug is in Nederland, meer tijd te kunnen besteden aan de activiteiten. 'Ik heb een goed team achter me. Via de stichting kan ik iets terugdoen voor het voetbal. Het geeft me een geweldig gevoel als ik kinderen met een beperking aan sport zie doen. Zij, hun ouders, begeleiders en ikzelf vinden het onwijs gaaf.'

Welke ambities heb je niet waargemaakt?

'Ik heb overal gespeeld. In de top van de Premier League, in Turkije, de WK-finale gespeeld, gescoord in de finale van de Champions League. Maar ik heb het WK niet gewonnen en de Champions League ook niet. We hebben er alles aan gedaan. Soms is het voor je weggelegd, soms niet. Zo is het leven. Er is altijd weer een volgende wedstrijd, een volgend doel.'

Je voetbalde in een moslimland. Heeft dat je kijk op het leven veranderd, in deze tijd van onverdraagzaamheid?

'Zelf ben ik christelijk hervormd. Ik ga niet meer zo vaak naar de kerk, maar ik heb het geloof nooit losgelaten. Elke week lees ik in de Bijbel. Wij bidden voor het eten en danken erna.

'Het geloof is voor mij een mooi houvast als het goed gaat, en ook als het minder gaat. Mijn irritatie, nou ja, niet alleen mijn irritatie, is dat velen het geloof gebruiken, misbruiken, om een reden te vinden voor oorlog. Het lijkt alsof dat erger wordt. Dat frustreert.

'De kleedkamer is de wereld in het klein. Een Katwijker, een ras-Rotterdammer, jongens met Surinaamse roots, moslims, christenen, katholieken. Als je ziet hoeveel respect wij voor elkaar hebben, hoe wij elkaar ruimte geven om het geloof uit te dragen, daaraan zou de wereld een voorbeeld kunnen nemen. Het is in de wereld momenteel een beetje zo dat als je niet voor bent, je tegen bent. Maar zo werkt het niet.

'Ik heb veel meer respect gekregen voor het moslimgeloof. In Turkije hadden we twee schoonmaaksters. Ze waren moslim. Zij hadden geen problemen als mijn vrouw in bikini naar het zwembad liep. Maar ze vroegen ook of ze een hoofddoek mochten dragen en of ze mochten bidden tijdens het werk. Zo kregen we meer respect en begrip voor elkaar, en ook bewondering.

'In Katwijk zijn er mensen die één keer naar de kerk gaan op zondag. Anderen gaan twee keer. Sommigen gaan helemaal in het zwart. Sommigen kijken 's avonds gewoon naar Studio Sport, anderen kijken helemaal geen tv. Iedereen belijdt zijn geloof op de manier waarbij hij zich goed voelt. Zo is het ook met moslims. De Turkse jongens bij Fenerbahce deden niet aan de ramadan. Trainingsdagen in de voorbereiding waren, in hun optiek, te zwaar om te vasten. Dan haalden ze dat in op een vrije dag.

'In plaats van vasten gingen ze bijvoorbeeld naar een dorp waar moeilijkheden waren, waar weinig eten was. Dan gaven ze geld of ze kochten voedsel, om op een andere manier de vastentijd te beleven. Hier bij Feyenoord heb je Anass (Achahbar) en Karim (El Ahmadi), die juist heel strikt zijn.

'Er zijn zo veel verschillende geloven, rassen en culturen. We kunnen zo veel van elkaar leren, en dat begint bij respect. Door respect krijg je vanzelf meer bewondering voor elkaar. Het geloof is niet gemaakt om elkaar de hersens in te slaan. Dat idee krijg je nu weleens een beetje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden