Column Thomas van Luyn

Mijn telefoon in de zee kon ik niet meer redden. Sterker nog, het ging helemaal mis

Beeld Valentina Vos

Vanaf een Montenegrijns terrasje heb ik mijn iPhone in de zee laten vallen. Ik wilde een foto maken van de maan en toen viel hij op mijn teen, schoot hij weg over de tegels. Mijn vrouw slaakte een gilletje. ‘Is-ie in het water gevallen?,’ vroeg ik. Ik had het niet gezien maar ik ken haar gilletjes. Mijn vrouw knikte. In dat soort situaties weet ik nooit precies wat ik moet voelen. Rouw? Woede? Hilariteit? Dus ik zei: ‘O,’ en we keken over de rand. Het was donker, we zagen niks. ‘Bel me eens,’ zei ik, en warempel: op de bodem brandde prompt een lichtje.

Eerder die dag waren we langs een zipline ­gereden, zo’n staalkabel waaraan je hangend naar beneden roetsjt. Hij hing over een bergkloof en zag er héél cool uit. Ik had het graag gedaan, maar ik had te lang nagedacht en dus niet meer gedurfd. De rest van de dag voelde als een nederlaag.

Dus toen de iPhone daar uit de zwarte diepte mij een lichtje gaf, voelde het als een kans om die weifelachtigheid recht te zetten. Er was een varkentje, het kon gewassen worden, het enige wat nodig was, was daadkracht. Ik begon mijn trui uit te trekken. Ho ho, nee nee, dat kon ik beter niet doen, zei de ober. Het water was heel erg koud. Er kwam nog een ober aan, en nog een. Drie obers zeiden dat het te koud was. Een lamp werd over de kade gehangen, er kwam een schepnet en een stok, en zoals dat dan gaat kwam het hele terras zich ertegenaan bemoeien.

Ondertussen liep ik rustig weg, en achter een vissersboot kleedde ik me uit – mijn onderbroek hield ik aan, we waren tenslotte in het buitenland. Ik hing één teen in het water. Zie je wel, aanstellers, al die Montenegrijnen. Ik gleed erin zonder dat iemand het zag en met ferme slagen zwom ik langs de kade in de richting van waar alle bemoeials stonden.

Na een paar meter werd ik twee dingen gewaar. Ten eerste dat ik ontzettend dronken was, en ten tweede dat het inderdaad arctisch koud was. Het dorpje lag in een baai waarin de omringende bergen hun smeltwater loosden, dus zo heel gek was dat niet. Als gevolg daarvan viel het me steeds zwaarder mijn armen te bewegen. Het warme licht van het terrasje leek plots heel ver weg. Even sloeg de paniek toe. Dit zou toch wel een heel sneue manier zijn om dood te gaan, stiekem, in het donker, om te compenseren voor een gemiste zipline.

Tegen de tijd dat ik de plek van de verbaasde iPhone-vissers had bereikt, kon ik niets anders meer dan me met bevroren vingers aan de kade vastklampen. Ik kon er nét niet staan, en ik peinsde er niet over om naar de bodem te duiken. Een hand kwam omlaag. Ik pakte hem en werd omhooggetrokken en omhuld in een wolk van handdoeken en badjassen. Een glaasje met het plaatselijke sterke drankje werd in mijn handen gedrukt. Het werd een heel gezellige avond.

Daags erna reden we langs een nog grotere ­zipline. Vijfhonderd meter over een canyon. Ik stormde er meteen op af, en zal dat voortaan doen met alle ziplines die ik tegenkom.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden