Interview Journalist Mona Eltahawy

Mijn rode haar zegt: fuck you, jullie hebben me niet kapot gekregen

Mona Eltahawy. Beeld Contour by Getty Images

De Egyptisch-Amerikaanse journalist Mona Eltahawy is moslim en feminist. Ze strijdt tegen het patriarchaat, zowel in het Midden-Oosten als in het Westen.

‘Geslagen gearresteerd op ministerie van Binnenlandse Zaken.’ Deze verontrustende woorden verschijnen op 23 november 2011 op de Twitter-account van Mona Eltahawy. De Egyptisch-Amerikaanse journalist zou eigenlijk in Brussel moeten zijn. Ze is uitgenodigd door het Europees Parlement om te praten over de rol van vrouwen in de Arabische Lente, waarbij zij als verslaggever en demonstrant in de frontlinies heeft meegelopen. Maar net als ze op het vliegtuig wil stappen, leest ze op Twitter dat er in haar thuisland opnieuw protesten zijn uitgebroken.

Het strijdtoneel heeft zich verplaatst van het Tahrirplein naar de Mohammed Mahmoud-straat, waar de oproerpolitie traangas heeft ingezet en met scherp schiet. Er zijn jongens van 12 bij met het telefoonnummer van hun moeder op hun arm geschreven, voor het geval ze worden vermoord en geïdentificeerd moeten worden. Eltahawy hoeft er niet lang over na te denken. Ze zegt het Europees Parlement af en stapt op het vliegtuig naar Caïro. Want ze weet: dit is ook mijn strijd. Wat ze dan nog niet weet, is dat dit besluit een keerpunt zal worden in haar leven. Een besluit ook dat ertoe zal leiden dat ze binnen korte tijd uitgroeit tot een rolmodel voor veel vrijgevochten moslima’s over de hele wereld, en een van de belangrijkste en opvallendste stemmen in het feministisch debat.

Volgende week is ze in Nederland voor een lezing in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, dat al ver van tevoren is uitverkocht. Eltahawy (52) heeft een alomvattende missie, die zich laat samenvatten in een onomwonden strijdkreet: fuck het patriarchaat – de maatschappelijke overheersing door mannen. Ze is naar eigen zeggen tot feminisme ‘getraumatiseerd’ toen ze op haar 15de met haar ouders verhuisde naar Saoedi-Arabië en zag hoe vrouwen daar werden behandeld. Het deed haar inzien dat er meerdere vormen van de islam bestaan en dat in dit land niet de islam werd gepraktiseerd zoals zij die kende.

Ze is geboren in Egypte en emigreerde op haar 7de met haar familie naar Londen, waar haar ouders beiden hun doctoraat geneeskunde behaalden. Na acht jaar volgde de oversteek naar Saoedi-Arabië, omdat haar ouders daar les gingen geven op de medische faculteit. Ineens moesten de jonge Mona en haar moeder een hijab (hoofddoek) dragen, en mochten ze niet meer onbegeleid op straat. Autorijden mocht haar moeder ook niet meer. In het openbaar vervoer waren aparte plekken voor vrouwen, achterin. ‘Toen ik dat zag, werd ik een feminist’, vertelt Eltahawy via Skype vanuit haar woonplaats New York. ‘Ik zou het woord zelf pas ontdekken toen ik 19 was en ik bij toeval feministische tijdschriften vond op de universiteit. Maar in mijn geest was ik het allang geworden. Ik was woedend.’

Die woede werd haar belangrijkste drijfveer toen ze als twintiger in de journalistiek belandde, en al snel de top wist te bereiken. Sinds 1992 is ze werkzaam voor onder meer Reuters, The Guardian, The Washington Post en The New York Times. Ondertussen voert ze actief campagne op Twitter. Zo maakt ze zich sterk voor gevangengenomen vrouwen als Nasrin Sotoudeh in Iran, die afgelopen maart werd veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf en 148 zweepslagen wegens het verdedigen van ongesluierde vrouwen, en voor Loujain al-Hathloul, de Saoedische vrouwenrechtenactivist die sinds mei vorig jaar vastzit en wordt gemarteld.

Soms zijn haar tweets bijzonder effectief: toen de 18-jarige Saoedische Rahaf Mohammed al-Qunun in januari van dit jaar haar familie ontvluchtte en zich verschanste in een Thaise hotelkamer, was het Eltahawy die haar tweets vanuit het Arabisch in het Engels vertaalde en onder de aandacht bracht van haar ruim driehonderdduizend volgers. Zodoende werden ze opgepikt door de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, waarna het balletje ging rollen en de jonge vrouw in veiligheid werd gebracht door de Verenigde Naties.

In de slipstream van hashtag MeToo lanceerde Eltahawy in februari vorig jaar #Mosquemetoo, waarbij ze moslima’s opriep hun ervaringen met seksueel geweld te delen. De hashtag werd wereldwijd opgepikt, onder meer door Iraanse vrouwen die zich verzetten tegen de hijab. Die hoofddoek zou moeten beschermen tegen ongewenste aanrakingen van mannen, maar de vele ervaringen op Twitter leverden het bewijs van het tegendeel.

Eltahawy is fel tegenstander van de hoofddoek. De hijab en alle varianten erop staan volgens haar symbool voor een kuisheidscultuur die erop is gericht de vrouwelijke seksualiteit te onderdrukken en controleren.

Volgens sommige critici plaatst u zichzelf met uw openlijke afkeer van de hoofddoek op één lijn met nationalistische politici die de boerka willen verbieden. Wat vindt u daarvan?

‘Het is dit soort politici helemaal niet te doen om vrouwen, zij misbruiken het vrouwenlichaam alleen maar voor hun eigen politieke gewin. Kijk naar de Arabische Lente, dat was niets anders dan een politieke revolutie waar vrouwen een grote rol in hebben gespeeld, maar toen de machthebbers waren afgezet, werd vrouwen gezegd: dankjewel, jullie kunnen nu weer naar huis. En daar zitten ze nog steeds. Wij hebben een sociale en seksuele revolutie nodig. Zonder deze twee is een politieke revolutie niets waard.’

Maar er zijn ook veel islamitische vrouwen die zeggen dat ze zelf bewust kiezen voor een hoofddoek, en niet willen dat u namens hen spreekt.

‘Daar ben ik alleen maar blij mee. Ik ben blij dat ik als provocerend word ervaren, dat is precies mijn bedoeling. Ik wil mensen wakker schudden. Ik ben er niet om ze te bevrijden, dat moeten ze zelf doen. Ik heb nooit gezegd dat ik een stem aan de stemlozen wil geven, daarin heeft iedereen zelf een verantwoordelijkheid. Het is mijn verantwoordelijkheid om mijzelf te bevrijden, en ik beschouw het als mijn taak om het patriarchaat te vernietigen.’

Daartoe dienen ook de vele spraakmakende opiniestukken die ze schreef, waarin ze onvermoeibaar uiteenzet hoe vrouwen niet alleen in de Arabische wereld systematisch worden onderdrukt, maar ook in het Westen, vooral sinds het presidentschap van Donald Trump.

Deze week nog riep ze alle Democraten op zich achter het islamitische parlementslid Ilhan Omar te scharen, nadat zij er door Trump van was beschuldigd dat ze de aanslagen van 9/11 had gebagatelliseerd.

Eltahawy verzet zich expliciet tegen een eenduidig beeld van moslimvrouwen en wil laten zien dat zij meer zijn dan ‘wat ze op hun hoofd en tussen hun benen hebben’, zoals ze het verwoordt in haar boek Hoofddoek en maagdenvlies (2015). Vandaar haar felrode haar en tatoeages, die ze overigens nooit zou hebben gehad als ze niet op die novemberdag in 2011 het vliegtuig naar Caïro zou hebben genomen.

Mona Eltahawy. Beeld Getty Images

Dochter van een hoer

In Caïro spreekt ze af met een activist die ze van Twitter kent, en gaat meteen naar de Mohammed Mahmoud-straat. Eenmaal in de frontlinie worden de twee al snel klemgezet door een groep mannen die hen een leeg winkelpand in manoeuvreren. ‘Ik herinner me nog dat een van die mannen mij in mijn kruis greep en dat ik hem een klap gaf’, vertelt ze, ‘en dat er een andere man tussen kwam staan om hem te beschermen, terwijl een derde man mijn telefoon uit mijn hand probeerde te pakken. Al snel werd me duidelijk dat deze mannen geen demonstranten waren, maar samenwerkten met de veiligheidsdienst en ons vasthielden tot de politie kwam.’

Toen de politie arriveerde, was haar vriend verdwenen. ‘Ik dacht dat hij was gevlucht, maar later hoorde ik dat hij naar de overkant van de straat was meegenomen en daar in elkaar werd geslagen, terwijl hij zag dat ze hetzelfde met mij deden.’

Eltahawy wordt omsingeld door vier of vijf mannen die op haar inrammen met gummiknuppels. ‘Ik had nooit gedacht dat ze een vrouw zo hard zouden slaan.’ Ze voelt hoe haar linkerarm breekt en ook haar rechterhand, naar later blijkt op twee plaatsen. Ze valt op de grond en ziet hun laarzen vlak bij haar gezicht. ‘Ik dacht: ik moet nu opstaan, anders trappen ze me dood.’ Ze staat op en wordt meegesleurd naar een soort niemandsland tussen twee barricades in. ‘Ze noemden me een hoer. Ze noemden me de dochter van een hoer. Ze grepen mijn borsten en tussen mijn benen. Er waren zoveel handen in mijn broek dat ik ze niet eens meer kon tellen.’

Na wat een eeuwigheid lijkt, slepen ze haar naar een man in burger die oogt als hun supervisor. Hij kan haar bescherming bieden, zegt hij. ‘Hij wees naar een groep politiemannen die vlakbij stonden en met hun vuisten naar mij zwaaiden. ‘Als ik er niet was’, zei hij, ‘weet je wat er met je zou gebeuren.’ Intussen werd ik nog steeds van alle kanten betast door de mannen die me naar hem hadden gebracht, daar zei hij niets van.’

Bang was ze niet, vertelt Eltahawy. ‘Ik was vooral kwaad. En bezorgd. Ik wist niet wat er met me zou gebeuren en was afgesloten van social media. Ik kon mijn familie niet laten weten waar ik was. Ik vreesde dat ze zouden denken dat ik dood was.’ Geen ongegronde vrees; er zullen die dagen veertig doden en drieduizend gewonden vallen in Mohammed Mahmoud-straat.

Uiteindelijk wordt Eltahawy naar het ministerie van Binnenlandse Zaken gebracht, waar ze een blinddoek om krijgt en urenlang wordt ondervraagd. ‘Mijn arm en hand deden ontzettend veel pijn, ze waren helemaal opgezwollen, ik had duidelijk medische hulp nodig. Maar mijn ondervragers weigerden en zeiden dat als ik nog een vuist kon maken, mijn handen onmogelijk gebroken konden zijn.’

Op een onbewaakt moment lukt het haar om op de telefoon van een andere demonstrant in te loggen op haar Twitter-account, en haar verontrustende tweet de wereld in te sturen. Tien seconden later valt die telefoon uit, de batterij is leeg. En dus ontgaat het haar dat nog geen kwartier later de hashtag #freemona trending topic is, dat The Guardian en Al Jazeera stukken publiceren over haar arrestatie, en dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken terugtwittert: ‘We hear you and you know we’ll work on this.’

Na twaalf uur laat de Egyptische politie Eltahawy vrij. ‘They are dogs and their bosses are dogs. F*** the Egyptian police’, twittert ze met één vinger. De andere kan ze niet meer bewegen.

‘Ik heb heel veel geluk gehad’, vertelt ze nu. Ze praat er zakelijk over, snel en feitelijk. Maar haar woede is voelbaar. ‘Ik had net zo goed dood kunnen zijn. Of ik had slachtoffer kunnen worden van een groepsverkrachting, want dat is precies wat met veel andere vrouwelijke activisten in die tijd is gebeurd. Alleen horen we hun verhalen niet, omdat ze zich schamen voor wat hen is gebeurd of omdat hun familie hun het zwijgen heeft opgelegd. Dat is wat vrouwen wordt geleerd, niet alleen in Arabische landen, maar ook in het Westen, in Amerika, in Nederland, overal. Vrouwen worden geconditioneerd om schaamte te voelen als ze seksueel zijn misbruikt. Dat is een van de redenen waarom ik er zo openlijk over praat: de schaamte behoort niet mij toe. Die behoort toe aan de mannen die mij seksueel mishandelden, en nog meer aan het regime dat mannen aanzet om geweld te gebruiken tegen vrouwelijke demonstranten.’

Terug in New York verft ze haar haren rood, ‘want rood zegt: fuck you, jullie hebben me niet kapot gekregen.’ En als haar armen zijn genezen, laat ze op allebei een tatoeage zetten. ‘Mijn linkerarm was zo heftig gebroken dat er een plaat in moest met vijf schroeven en ik er een groot litteken aan overhield. Ik heb dat litteken niet gekozen, en terwijl ik genas, nam ik me voor om mezelf een permanent teken op mijn lichaam te geven dat ik wel zelf had gekozen. Op mijn rechterarm liet ik de Egyptische godin Sekhmet tatoeëren, die het symbool is van vergelding en seks, en ik zeg ‘yes please’ tegen beide. Op mijn linkerarm staat in het Arabisch Mohammed Mahmoud-straat met het woord ‘vrijheid’ eronder.’

Sociale revolutie

Sindsdien is Eltahawy alleen maar feller in haar strijd tegen de onderdrukking van vrouwen. Het eerste artikel dat ze schrijft als haar handen weer genezen zijn, is Why Do They Hate Us, een vlammend artikel in Foreign Policy, waarmee ze zichzelf in één klap op de kaart zet. Kort gezegd betoogt ze hierin dat de Arabische Lente nooit kans van slagen heeft gehad omdat de angst voor de vrouwelijke seksualiteit en de gecultiveerde haat van Arabische mannen jegens vrouwen de echte obstakels richting vooruitgang vormen.

U trekt in dat artikel een rechte lijn van de islam naar het patriarchaat, kunt u dat uitleggen?

‘Ik trek een lijn van de meeste religies naar het patriarchaat. Ik schrijf meer over de islam dan over andere religies, maar ik wijs bijvoorbeeld ook naar de christenen in Libanon die samenwerkten met de imams om verkrachting binnen het huwelijk legaal te houden. En ik herinner mensen er ook aan dat genitale besnijdenis verplicht is voor alle meisjes in Egypte, of ze nu christen zijn of moslim, en dat de wet in Egypte ongelooflijk misogyn is voor beide religies. De meeste religies zijn ontworpen voor mannen en we moeten deze misogynie actief bestrijden.’

Hoe verenigt u die opvatting met uw eigen geloof als moslimvrouw?

‘Ik ben geen islamitische feminist. Ik hou de islam en mijn feminisme gescheiden. Als moslim zie ik dat de Koran op veel punten op een verkeerde manier wordt geïnterpreteerd. Er staat bijvoorbeeld nergens dat vrouwen een hoofddoek op moeten. Als feminist heb ik het als taak opgevat om het patriarchaat te bestrijden en dat doe ik, zowel binnen religies als daarbuiten. Want het patriarchaat bestaat ook buiten godsdienst. Ik krijg vaak te horen dat als vrouwen hun geloof zouden opgeven, dat ze dan vrij zouden zijn. Maar het patriarchaat is universeel en bestaat overal.’

Mona Eltahawy. Beeld Contour by Getty Images

Er zijn ook veel mensen die het tegendeel beweren. Die zeggen dat er in het Westen geen patriarchaat meer is, omdat mannen en vrouwen hier wettelijk, economisch en politiek gelijk zijn. Hoe ziet u dat?

‘Mensen die dat zeggen, spreken onzin en zijn gevaarlijk naïef. De definitie van patriarchaat is: systemen en instituties die mannen bevoordelen. Elk land in het Westen is zo ingericht. In Nederland hebben jullie geen politieke gendergelijkheid. Jullie hebben ook geen economische gendergelijkheid. Huiselijk geweld is in jullie land een groot probleem. Hetzelfde geldt voor seksueel geweld. In Amerika, het machtigste land ter wereld, is een man tot president verkozen die door minstens twaalf vrouwen van seksueel geweld is beschuldigd. Een man die behoort tot een politieke partij die niet gelooft in het recht van vrouwen om te beslissen over hun eigen voortplanting.’

Diezelfde president van Amerika zei niet lang geleden dat het een gevaarlijke tijd is voor mannen, vanwege feministen zoals u.

‘Ik denk dat mensen abusievelijk denken dat feministen tegen mannen zijn. Ik ben niet tegen mannen, ik ben tegen het patriarchaat. En dat gaat niet over mannen. Het gaat over systemen en instituties die net zo goed schadelijk kunnen zijn voor mannen. Want ze privilegiëren alleen een heel specifiek type man. In een land als Amerika is dat de witte, welgestelde, christelijke man. Ben je een zwarte man, dan geniet je al beduidend minder privileges. En dan heb ik het nog niet eens over lhbti-mensen.’

Fuck aardig zijn

De sociale en seksuele revolutie die Eltahawy voor ogen heeft, is deels al begonnen met het losbarsten van de MeToo-beweging. Een van de redenen waarom ze volgende week in Nederland is, is omdat ze is uitgenodigd door emancipatiecentrum Atria en De Balie om te praten over manieren om deze beweging naar een hoger niveau te tillen, een niveau waar daadwerkelijk veranderingen bewerkstelligd kunnen worden.

Wat is volgens u de winst van MeToo tot dusver?

‘De beweging heeft in elk geval voor een schokgolf gezorgd onder mannen én vrouwen. Mannen is nooit geleerd dat vrouwen terug konden vechten, en andersom hebben vrouwen nooit geleerd om terug te vechten. Wij worden geconditioneerd om passief te zijn, aardig, beleefd. Ik zeg: fuck aardig zijn, fuck beleefd zijn, want dat heeft ons niets gebracht. Willen we het patriarchaat bestrijden, dan moeten vrouwen al die dingen worden die we niet krijgen aangeleerd: boos, ambitieus, goddeloos, gewelddadig, wellustig, machtig.’

Boos zijn vrouwen wel geworden. Maar is het effectief?

‘Ik denk dat het allereerst belangrijk is te erkennen dat de beweging al in 2006 begon met de zwarte activist Tarana Burke. In 2017 begonnen Hollywood-actrices ook ‘me too’ te zeggen, en toen werd het over de hele wereld opgepikt. Dat was belangrijk en het was heel moedig van die actrices om zich uit te spreken, daarmee heeft het onderwerp een wereldwijd platform gekregen. Maar nu is het belangrijk te benadrukken dat MeToo gaat over meer dan alleen beroemde witte actrices die door machtige witte mannen zijn aangerand. Nu moeten meer vrouwen het gevoel krijgen dat ze toegang hebben tot de beweging, vrouwen van kleur, moslimvrouwen, latino-vrouwen, vrouwen uit arbeidersklassen, gehandicapte vrouwen. Vrouwen die geen macht of platform of roem hebben, moeten ook een aandeel krijgen in MeToo. Gewone vrouwen moeten nu wereldwijd aandacht krijgen. Ik geloof dat dat een revolutie teweeg kan brengen. Niet alleen een collectieve revolutie, maar ook een individuele revolutie voor alle vrouwen die begint met te zeggen: ik tel mee en ik beschik over mijn eigen lichaam.’

De Frans-Marokkaanse schrijfster Leïla Slimani vertelde vorig jaar in de Volkskrant dat ze wat dat betreft optimistisch is vanwege de veranderende man-vrouwverhoudingen die ze al signaleert onder jonge generaties, met name in Arabische landen. Deelt u haar optimisme?

‘Zeker. Een land als Tunesië bijvoorbeeld geeft me veel hoop, daar zit nu 33 procent vrouwen in het parlement, wat meer is dan in westerse landen, en daar zijn progressieve wetten aangenomen die geweld tegen vrouwen verbieden en vrouwen toestaat om met niet-moslims te trouwen. En als ik kijk naar mijn eigen familie in Egypte, die hebben veelal niet deelgenomen aan de revolutie, maar ze hebben er wel naar gekeken en alleen al daardoor de moed opgevat om op te staan en voor zichzelf te kiezen. Veel van mijn nichtjes hebben de hijab afgedaan en zijn geëmigreerd naar Duitsland. De ongewoon harde repressie van Saoedi-Arabië tegen vrouwenactivisten is een teken dat ze beseffen dat mensen de controle over hun eigen seksualiteit nemen. Dus ja, ik ben heel optimistisch. De politieke revoluties draaiden uiteindelijk om mannen die alleen maar voor hun eigen macht streden. De sociale en seksuele revoluties zullen de hele wereld bevrijden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden