AlfabetsoepBarbara Oud

‘Mijn relatie bepaalt niet wie ik ben of wat ik voel’

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali vraagt het wekelijks aan iemand op het brede spectrum van seksualiteit en genderidentiteit. Een gesprek over hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Barbara Oud. Beeld Harmen Meinsma - Visagie Ed Tijsen
Barbara Oud.Beeld Harmen Meinsma - Visagie Ed Tijsen

Mensen gaan er vaak van uit dat Barbara Oud (30) heteroseksueel is. ‘Ik woon samen met Nico in een rijtjeshuis in Purmerend. Hij is zestien jaar ouder dan ik. We leerden elkaar kennen in de bakkerij waar hij chef banketbakker is en ik werkte tijdens mijn studie.’ Ze zijn nu zeven jaar bij elkaar en hebben een samengesteld gezin. ‘Nico heeft twee dochters van 15 en 17 uit zijn vorige huwelijk en we hebben samen een dochtertje van 2.’

Oud studeerde sociale wetenschappen en genderstudies en is nu als zzp’er betrokken bij projecten op het gebied van seksuele diversiteit en inclusiviteit. Ze is tevens voorzitter van Bi+ Nederland, die zich inzet voor deze grote maar onzichtbare groep, waartoe Oud zelf ook behoort.

Hoe zou je jezelf labelen?

‘De term biseksueel werd lange tijd gebruikt om aan te geven dat je zowel op mannen als vrouwen valt. Maar ik noem mezelf liever bi+, net als steeds meer mensen. Het is een inclusievere parapluterm voor mensen die zich bijvoorbeeld ook panseksueel, queer, homoflex of heteroflex noemen. Eigenlijk staat bi+ voor iedereen die niet monoseksueel is, en dus niet op één gender valt.’

Hoe verliep je coming-out?

‘Ik dacht eerst dat ik hetero was, want ik had een vriendje op wie ik erg verliefd was. Maar rond mijn 19de vroeg hij: ‘Barbara, weet je zeker dat je niet lesbisch bent?’ Hij zag dat ik ook interesse had in vrouwen en steunde me daarin. Toen heb ik lang gepingpongd tussen hetero en lesbisch zijn, omdat het niet in me opkwam dat ik op meer dan één gender kon vallen – die norm zit diep. Ik vond het ook oneerlijk dat ik uit de kast moest komen en mijn leven daardoor in één klap zwaarder werd. Althans, zo werd er thuis gesproken over lhbti’ers. Toen ik mijn ouders vertelde dat ik ook op meisjes verliefd kon worden, was ik bang dat ze het zouden afkeuren, maar dat gebeurde gelukkig niet. Mijn moeder krijgt soms wel vragen over mij, hoe het nou zit, omdat ze dat niet aan mij durven te vragen.’

Hoe uit je seksuele oriëntatie zich in jouw leven?

‘Omdat ik als vrouw een monogame relatie heb met een man, voelt het soms alsof ik niet bij de lhbti-gemeenschap mag horen, omdat ik zogenaamd heb gekozen voor een heteronormatief bestaan. Maar mijn relatie bepaalt niet wie ik ben of wat ik voel. Als je iedereen op een rij zet tot wie ik me aangetrokken heb gevoeld of met wie ik iets heb gehad, dan denk je echt: wat gebeurt er in jouw hoofd en hart? Ik zie het als een voordeel dat ik niet één duidelijk type heb, en op alle genders kan vallen.’

Welke vooroordelen storen je het meest?

‘Ik herhaal vooroordelen liever niet, omdat die dan juist blijven hangen. Mensen vragen soms aan Nico of hij niet bang is dat ik vreemdga. Maar iedereen kan in theorie verliefd worden op een ander. Als je zegt dat je bi+ bent, is dat voor mensen vaak ook een vrijbrief om te vragen naar je seksleven. Sommigen denken dat je het hele weekend met jan en alleman ligt te rollebollen. Dat maakt het veel moeilijker om er open over te zijn. Ook zijn veel mensen bi+ in hun aantrekkingskracht en hun gedrag, maar zien ze het niet als een onderdeel van hun identiteit. Zij hebben dan ook geen grootse coming-out, zoals homoseksuele mannen en lesbische vrouwen, en praten er vaak niet over met hun omgeving.’

Er is ook onbegrip bij homo’s en lesbiennes, die zien biseksualiteit soms als een tussenstation.

‘Dat vind ik dus interessant, want het laat zien dat de lhbti-gemeenschap helemaal niet één gemeenschap is. Het zijn elkaar geraapte letters met grote onderlinge verschillen. Een alternatieve gaybar als De Trut in Amsterdam is bijvoorbeeld exclusief voor ‘potten en flikkers’. Ik snap dat ze een veilige haven willen creëren, maar als je dus op een ander gender valt, ben je daar niet welkom. Er zijn ook geen cafés voor mensen die bi+ zijn, dus creëren we onze eigen groepen.’

Zijn mensen gedoemd om in hokjes te blijven denken?

‘Enerzijds heb je hokjes nodig om gelijkgestemden te vinden. Ook voor de emancipatie van groepen zijn hokjes belangrijk. Zo weten we dat bi+ werknemers vaak onbegrip ervaren op de werkvloer, wat kan leiden tot psychologische problemen. Tegelijkertijd moeten we de hokjes oprekken, zodat meer mensen hun plek vinden.’

Wat geef je jouw stiefdochters mee over seksualiteit?

‘Ik wil dat ze altijd zichzelf zijn, zeker op het gebied van gender en seksuele oriëntatie. Laatst vertelde een van hen dat ze ook bi+ is. Dat is ergens wel ingewikkeld, want ze wil niet dat mensen denken dat ze mij nadoet, of dat haar identiteit niet authentiek is. Maar door het werk dat ik doe, en alle mensen die we thuis over de vloer krijgen, weet ze dat het ons niet uitmaakt op wie ze valt.’

Wat hoop je voor de toekomst?

‘Dat mensen meer ruimte krijgen om hun levens in te richten zoals ze dat zelf willen, zonder al die strikte normen. Men vindt nog te vaak dat een relatie moet bestaan uit twee mensen, die samen in één huis wonen met een tuin, twee kinderen en een hond. Dat is voor velen niet meer de realiteit.’

Naschrift: Café De Trut reageerde later per mail op dit interview. ‘Voorheen was De Trut voornamelijk een veilige haven voor homo’s en lesbo’s, maar tegenwoordig heten wij iedereen op de regenboog een warm welkom. Namens alle lhbti-vrijwilligers van De Trut nodigen wij Barbara daarom van harte uit om binnenkort een drankje bij ons te komen drinken.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden