je kunt het maar één keer doen

‘Mijn ouders hielden van het leven, maar wilden de aftakeling voor zijn’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Maarten Veth (87, directeur papierfabriek) en Mieke Veth-Gomperts (85, architect) zijn op 10 januari 2021 overleden. Ze hadden afgesproken om samen uit het leven te stappen. Ze hadden twee dochters, Laura (59, ict-manager) en Annette (56, personal coach) en vier kleinkinderen.

Annette: ‘Dertig jaar geleden zeiden mijn ouders al dat ze later samen uit het leven wilden stappen. Zij zagen mijn oma, de moeder van mijn moeder, dementeren en dat was voor hen een gruwel. Het idee om er samen uit te stappen vond mijn vader niet romantisch, in zijn beeld was romantiek iets met bloemetjes en engelengezang. Het ging hen om de eigen keuze. Toen ze eenmaal de 80 gepasseerd waren, werd de wens om het samen te doen groter omdat het idee om zonder de ander over te blijven steeds onaantrekkelijker werd. ‘Dan vind ik er geen jota meer aan’, zei mijn vader.

Mijn ouders waren echte Delftenaren. Mijn vader had er chemische technologie gestudeerd, mijn moeder bouwkunde. Weliswaar ging de carrière van mijn vader vóór die van mijn moeder, maar ze hadden een gelijkwaardige relatie. Als hij in het weekend moest werken, vond mijn moeder dat prima, als hij de kinderen maar meenam. Mijn moeder bouwde huizen voor particulieren. Ik speelde met mijn barbies onder haar tekentafel. Het waren praktische mensen, doeners, ze waren erg goed georganiseerd.

Annette, Laura, Maarten en Mieke Beeld Privéfoto
Annette, Laura, Maarten en MiekeBeeld Privéfoto

Mijn moeder sprak vorig voorjaar uit dat het voor haar wel zover was. Voor mijn vader was dat moment nog niet aangebroken. Ze was verontwaardigd: ‘Je vader wil nog niet.’ Ze had de diagnose van beginnende dementie, mild cognitive impairment, dat is het eerste stickertje. Mijn vader stond nog op de golfbaan, had zijn beleggingsclub en zijn boekenclub. Hij stond nog vol in het leven. Maar niet lang daarna viel hij van zijn fiets. Blauw van top tot teen en hij had ook een hersenschudding. Die val heeft hem genekt; daarna kon hij bepaalde dingen fysiek en ook mentaal niet meer.

In september gingen ze op vakantie naar hun huis in Italië. Mijn vader bleek toen niet meer van hun huis naar het dorpje te kunnen lopen. Mijn moeder zei daar later over: ‘Toen ging bij mij het lampje branden.’ Toen ze thuiskwamen, heeft ze gezegd: ‘Maarten, het wordt mij te spannend. Ik ga het doen, of je meegaat of niet.’ Mijn vader moest even slikken, maar hij vond al snel dat ze gelijk had. Ze hielden van het leven en waren ook heel dankbaar, maar ze wilden de aftakeling voor zijn.

Datum vastgesteld

Toen ze het besluit hadden genomen, hebben ze de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, gebeld. Ze hebben met een consulent besproken hoe ze het wilden doen en een datum vastgesteld. Laura en ik accepteerden het feit dat het zou gebeuren volledig, ook omdat we het al heel lang wisten. En we begrepen waarom ze het nu wilden doen. Dit ging niet over een doodswens, het ging over de angst om de regie over het leven te verliezen.

Met Kerst hebben we een heel groot huis gehuurd in de buurt van Nijmegen. Mijn moeder heeft het toen aan de kleinkinderen verteld. Dat was heel emotioneel, maar er was ruimte voor verdriet. Mijn ouders hebben het meeste troostwerk gedaan. Ondanks het slechte weer trokken ze hun regenpakken aan en fietsten we met z’n allen over de Mookerhei, om ons daarna lekker op te warmen bij de haard. Het waren heel mooie dagen.

We hebben een generale repetitie gehouden, mijn vader, moeder en ik. De NVVE had gezegd dat ze niet hun beste pak moesten aantrekken omdat de forensische artsen hun kleding zouden moeten doorknippen. Ze deden keurige pyjamaatjes met knoopjes aan. We spraken af dat we afscheid zouden nemen in de woonkamer, zodat we de zware emoties niet zouden meenemen naar de aangrenzende slaapkamer, want daar moesten ze zich concentreren op het project. De medicijnen die ze zouden innemen hadden ze al heel lang in huis. Ze hebben zich laten adviseren door instanties over de hoeveelheden. De pillen moesten in een vijzel fijngestampt worden en door de vla gemengd. Daar hield de generale ­repetitie op.

Zondagmiddag om 14.00 uur waren mijn zus, zwager en ik bij mijn ouders. We hebben de bewijstafel met documenten klaargemaakt en de voorbereidingen gefilmd voor de politie. De stemming was rustig en gelaten. De emoties hebben ze in de dagen ervoor gevoeld; vrijdagavond tijdens het afscheid van de kleinkinderen, zaterdagavond toen mijn zus en ik bij hen aten. Na een strandwandeling in Zandvoort dronken we thuis een kopje thee. Mijn moeder ging aan tafel zitten met haar Wordfeud, mijn vader zat in zijn stoel de Grosse Messe van Mozart te luisteren. Om 19.00 uur was het moment aangebroken. Toen gebeurde er iets wat we niet hadden voorzien. Ik dacht dat zij afscheid zouden nemen van ons en wij van hen. Maar mijn vader liep als eerste naar mijn moeder toe om afscheid te nemen van haar. Hij nam haar hoofd in zijn handen, zij was heel klein, en hield dat voor zich, heel dichtbij. Hij vertelde haar hoe fijn ze het hadden gehad en hoeveel hij van haar hield. Hij huilde niet, hij zei het uit de grond van zijn hart. Dat raakte mijn zus en mij allebei diep.

Hand in hand

Nadat we elkaar innig hadden omhelsd, gingen onze ouders naar de slaapkamer. We hoorden ze hun pyjama’s aantrekken en nog wat tegen elkaar praten. Wij hebben de thee opgeruimd, het licht uit gedaan en gewacht tot ze klaar waren. Daarna stopten we de kussens achter hun rug zodat ze goed zaten. Toen ze allebei een bakje vla in hun handen hadden, keken ze elkaar aan met een blik van: daar gaan we dan. Mijn zus en ik zaten op een afstandje te kijken. Ze aten allebei extreem snel en gulzig het bakje leeg, waarna ze tegen elkaar zeiden: ‘Dat viel best mee hè?’ Wij namen de bakjes van ze aan en haalden de kussens achter hun ruggen weg. Ze lagen hand in hand in bed te wachten tot ze in slaap zouden vallen. Mijn vader viel als eerste in slaap, hij begon ongelofelijk te snurken. Mijn moeder lag nog doodstil te wachten. Ik ben naar haar toe gelopen en heb eventjes over haar neus geaaid, zoals ik vroeger bij mijn jongste dochter altijd deed. Haar ogen vielen meteen dicht. We zijn nog een minuut of tien blijven zitten totdat we het idee hadden dat ze in een diepe slaap waren. Toen zijn we weggegaan, volgens afspraak. Dat voelde niet vreemd, omdat ze daar met z’n tweeën lagen, hand in hand, in hun eigen bed, in hun eigen slaapkamer. Het had iets heel intiems.

De volgende middag deden mijn zus en ik samen de schuifdeur open. Onze ouders lagen nog steeds hand in hand, precies zoals we ze hadden achtergelaten. Het was volbracht.

Ik ben in één klap mijn beide ouders kwijtgeraakt en dat is een groot gemis, dat doet pijn. Maar als ik eraan denk hoe het was als het er één was geweest, weet ik dat de ander dat echt niet had gewild. Ze wilden zelf de regie over hun eigen leven houden. En hoewel het heus niet makkelijk was, hadden ze de moed om het te doen. Mijn zus en ik zijn heel trots op ze.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden