ColumnPeter Buwalda

Mijn oude chef zei dat je overal ‘kopij’ van moest kunnen maken, zelfs van een ‘scheet in een boterhammenzakje’

null Beeld

Soms weet ik niks.

‘Vaak.’

Tja. Nou ja. Waar ligt de grens tussen soms en vaak? Gaan ze in elkaar over, of bestaat er een niemandsland waarin de frequenties ‘gewoon’ zijn? Gek dat daar geen woord voor is.

‘Geregeld.’

Verdomd. Geregeld weet ik niks. Zo zit het. Maar ja, dan schrijf ik, zoals alle telexrukkers in het trieste pak van Sjaalman dat we krant noemen, toch maar een column.

Aan lezers gaat dit gelukkig voorbij. Aan de beterbedeelde collega ook, vrees ik. Ik daarentegen hoor continu het gejammer dat aan al die duizenden stukjes voorafgaat, ik ben zoals het menneke in die horrorfilm, The Sixth Sense, dat beweert de doden te zien. Vreselijk. Hoe zou het met hem gaan?

Ach, columnistengekerm is erger. (Sheila Sitalsing, ik noem maar iemand, maakt veel kabaal. Een hoog sirene-achtig gejammer, met slaan op haar bureautje. Zou je niet verwachten hè? Is toch zo.)

Het schijnt overigens niet te mogen, dit, schrijven over columns schrijven in columns. Aaf Brandt Corstius bijvoorbeeld, heeft dat als stelregel. Als ze je die stelregel ziet schenden, zei ze een keer, gaat er een streep door je heen.

Ook dat nog.

Ach ja. Gelukkig weet ik dat Remco Campert geregeld/best vaak columns schreef over dat hij niks wist. Had ik nooit moeite mee, eerder andersom. Ik vond het wel wat hebben!

In eentje, herinner ik me, wist hij weer eens niks. Handenwrijvend ging ik ervoor zitten. En ja hoor, alle nieuws kon hem ‘saucisse’ wezen, en daarom ging hij een experiment doen, de krant een beetje husselen en met zijn ogen dicht een woord prikken, het plan was eerst met een speld, maar dat vond hij toch te riskant, je zou zomaar een lidwoord kunnen prikken en daar viel, tenzij je Hugo Brandt Corstius heette, weinig van te maken, dus werd het prikinstrument de top van zijn wijsvinger, dan trof je al snel twee woorden, bleef er toch nog iets te kiezen. Want, je voelt het aankomen, over dat woord zou zijn column moeten gaan.

Heel dapper. Nog los van de streep waarnaar hij liep te solliciteren. Pure avant-garde ook. En zeker voor een column over een column werkte het steengoed, bijna beter nog dan de chocoladepaashaas die hij wel of niet ging opeten, een van mijn favoriete Campertcolumns, kun je nagaan.

Vroeger, bij UT-Nieuws, zei Bert Groenman, mijn oude chef, dat je overal ‘kopij’ van moest kunnen maken, zelfs van een ‘scheet in een boterhammenzakje’.

Ik noteerde dit. Beter had ik kunnen vragen: ‘Chef, horen columns daarbij? Columns over columns? Of, chef, is een dergelijke scheet de bodem?’ Had Groenman me graag toegelicht, denk ik. ‘Zo kleintje’, zei hij vaak soms (ergo: geregeld), ‘is de leercurve naar wens?’

Ik vond het nogal wat, trouwens, schrijven over een scheet in een boterhammenzakje, een van míjn stelregels is namelijk: nooit over producten van de darm schrijven, ook al verpak je ze netjes. Daarbij, een scheet in een boterhammenzakje kan juist groot nieuws zijn. Stel, je betrapt iemand als Kaag die ergens in de wandelgangen een dergelijk zakje zit vol te knetteren? In d’r blote kont? Daar zit sowieso kopij in. Maar niet voor mij dus, zie mijn stelregel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden