INTERVIEW

'Mijn ontslag voltrok zich te geleidelijk om kwaad te worden'

In een nieuwe serie interviewt Daan Heerma van Voss mensen die werkeloos zijn geworden. Rob van der Veer was twintig jaar lang kok in een verzorgingstehuis. Tot 1 maart 2014. 'Na drie maanden veranderde er iets in mij.'

Rob van der Veer: 'Mijn vrouw en kinderen hebben me nodig. Dat is mijn redding geweest.' Beeld Ivo van der Bent

Op het lijf geschreven. Die uitdrukking gebruikt Rob van der Veer (54) vaak, wanneer hij spreekt over zijn oude baan als instellingskok. 'Het zit in ons bloed. Mijn neef, ome Hennie, was kok in Maarssen. Als kind kwam ik graag op bezoek in zijn keuken, tussen het verse eten en de grote pannen, soms mocht ik zelfs meehelpen. En mijn vader was banketbakker. Van der Veer was een grote naam, hoor, in Utrecht.'

Zelf kookte hij twintig jaar lang dagelijks met liefde voor de ongeveer 85 bewoners van een verzorgingstehuis in Amsterdam-Zuid. Hij plaatste de bestellingen, stelde de menu's op en zorgde dat alles hygiënisch verliep. Hij was geliefd bij de bewoners. 'Het liefst aten ze gebakken vis. Een lekkerbekje ging er altijd in.' De keukenafdeling liep goed. Maar wegens bezuinigingen in de bejaardenzorg en slechte beoordelingen van de gezondheidsdienst moest het verzorgingstehuis in december 2013 de deuren sluiten. Rob bleef het voedsel verzorgen voor de twee aanleunflats, tot hij op 1 maart 2014 werd ontslagen.

In Diemen-Zuid, waar hij woont, hangen borden met 'attentie, buurtpreventie': vijf pictogrampoppetjes hebben de armen eendrachtig in elkaar gehaakt, als een menselijke ketting. Het is een buurt waar 'weleens wat gebeurt', aldus Rob. 'Een berovinkje, een geval van mishandeling, dat soort dingen. Maar vooral aan de overkant, hoor, bij de hoogbouw, Daar wonen toch, zeg maar, enkele mensen die wat minder fatsoenlijk zijn.' Rob woont aan de lage kant van de straat, samen met zijn echtgenote en twee dochters van 4 en 11 jaar oud. In de ruime woonkamer staat een speelkeukentje, een namaakkassa. De plastic box met Duplo is met beugels afgesloten. Achter drie van de acht namen die volgens de kalender deze maand jarig zijn, staat een overlijdenskruis.

Interviewserie

Van oral historian Studs Terkel (1912-2008) verscheen in 1974 Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do, waarin ‘gewone mensen’ vertelden over hun werk. Terkel bracht met dat standaardwerk het veranderende Amerika in kaart. Voor V begeeft schrijver Daan Heerma van Voss zich nu in de wereld van de werklozen. Om de week een nieuw verhaal, een schets uit het andere Nederland.

Had u het ontslag zien aankomen? Wat weet u nog van die dag?

'Het is geleidelijk gegaan. Drie, vier jaar geleden spraken we binnen de instelling nog over verbouwingen. Maar ineens hoorden we er niets meer over. Dat was het eerste slechte teken. Het gerucht ging dat het geld op was. Daarna gingen de instellingen die net als wij dagvers kookten, een voor een over de kop. Iedereen schakelde ineens over op opwarmmaaltijden, geproduceerd door zo'n bedrijf dat gespecialiseerd is in maaltijden voor ziekenhuizen en verpleeginstellingen. Ik noem het een kookfabriek.

'In de zomer van 2013 moest ook mijn instelling eraan geloven. Wegens bezuinigingen moest ik me voortaan beperken tot de regenereeroven en het rondbrengen van maaltijden. De toenmalige directrice riep me op haar kantoor en maakte duidelijk dat het een aflopende zaak was voor mij. Ze stelde nog voor dat ik in die kookfabriek in Katwijk zou gaan werken. Maar dat was niet te combineren met mijn gezin. Daarna werd de officiële ontslagdatum bepaald. Ik heb de resterende maanden doorgewerkt, tot er echt niets meer te doen was.' Ietwat nerveus staat hij op en begint de foto's van zijn dochters recht te hangen.

Wetenschappelijke studies zijn het erover eens: ontslag is een traumatische en ontwrichtende ervaring. Geldt dit ook voor u?

'Dat kun je wel zeggen. Die eerste paar maanden na mijn ontslag vielen nog wel mee, het was een soort lange vakantie. Maar na drie maanden veranderde er iets in mij. Ik raakte bevangen door onzekerheid, angst, verwarring. Psychisch doet het veel met je, zo'n grote verandering; dertig jaar lang had ik dagelijks gewerkt. Mijn baan bood me zekerheid en structuur. Ik wist welke maaltijden ik moest bereiden, voor hoeveel mensen, op welk tijdstip.

'Ieder mens heeft iets nodig om zich aan vast te klampen, zeker iemand zoals ik. Als kind noemde men me 'anders'. Op school was ik vaak met mijn gedachten ergens anders. Als je me nu een foto van mijn middelbareschoolklas laat zien, zou ik geen enkele naam kennen. Ik ben wat ze tegenwoordig licht autistisch noemen.

'Met het ontslag viel alle houvast weg. 's Ochtends zag ik erg op tegen de dag, die steeds weer eindeloos leek. Ik was altijd blij als het avond was en ik mijn kinderen naar bed kon brengen. Dan was het verschil met de tijd dat ik nog werkte het kleinst, dan voelde ik me weer enigszins normaal. Ik kreeg last van hyperventilatie, korte black-outs, slapeloosheid, ik schoot elke ochtend om vier uur wakker. Dan ging ik maar in een donker huis achter mijn computer zitten, dwangmatig op zoek naar vacatures. Ik was mezelf niet.'

Rob van der Veer: 'Mijn vrouw en kinderen hebben me nodig. Dat is mijn redding geweest.' Beeld Ivo van der Bent

Met welk gevoel werd u dan wakker?

'Pure angst. Ik vreesde niet eens zozeer voor mezelf, ik geef niet om materiële zaken, maar voor mijn kinderen. Ik wil toch dat zij een normale, onbezorgde jeugd hebben, en kunnen studeren als ze dat willen. Het eerste jaar behield ik honderd procent van mijn salaris, het wachtgeld. Maar met ingang van dit jaar wordt dit afgebouwd tot 70 procent.

'Met de angst gaat het inmiddels iets beter, maar nog altijd maak ik me zorgen dat ik op een dag mijn rekeningen niet meer kan betalen. Toen mijn vrouw en ik hier kwamen wonen, hadden we allebei een fulltimebaan met een redelijk salaris. Toen kregen we de kinderen en kwamen we iets minder ruim te zitten. In 2009 bleek mijn vrouw MS te hebben en werd ze afgekeurd. Ze zit nu in de WIA (uitkering voor arbeidsongeschikten, red.). We wonen in een huis dat eigenlijk te duur voor ons is. Ik heb wel wat gespaard, maar het blijft geleende tijd.'

Hoe reageerde uw familie op het ontslag?

'Mijn vrouw vindt het fijn dat ik haar nu soms kan helpen. Maar je zit ook op elkaars lip. Vaak is ze opgelucht wanneer ik weer een dagje werk heb ergens, als invalkok. Mijn kinderen vinden het leuk, er is meer tijd om samen te spelen. Maar ook zij merken wel dat ik onrustig ben en soms niet kan ophouden met peinzen. Dan zeggen ze tegen elkaar: 'Papa zit weer in zijn eigen wereldje.'

Voor 50-plussers is het uitermate moeilijk weer aan werk te komen. Hoe pakt u dit aan?

'Van het UWV moet je minstens vier sollicitatieactiviteiten per vier weken uitvoeren, wat ik trouw doe. Dan gaat het om reageren op een vacature, je aanmelden bij een uitzendbureau, een sollicitatiegesprek voeren dat soort dingen. Ik sta altijd te springen naast de telefoon als ik word teruggebeld. Maar het aantal sollicitatiegesprekken valt erg tegen. Er is weinig vraag naar instellingskoks en de gewone horeca zou ik niet meer aankunnen.

'Ooit ben ik als leerlingkok begonnen in vijfsterrenhotels als het Hotel Pulitzer en het Amstelhotel, maar het werd me te zwaar. Ik kon het werk niet van me afzetten, had veel last van stress. Ik ben bereid me aan te passen, maar ik moet het wel aankunnen. Wanneer ik de juiste baan heb, ben ik volledig geconcentreerd; daarom was ik altijd geliefd bij werkgevers en collega's. Zolang ik alles onder controle heb, is er niets aan de hand.'

Mensen zonder baan vinden het vaak moeilijk hun gevoel van eigenwaarde, van trots te behouden. Herkent u dit?

'Ik heb dat niet zo, trots.' Hij spreekt het woord uit alsof hij het alleen kent van horen zeggen. 'Ik ben vooral trots als een van mijn kinderen met een 9 thuiskomt.'

U schaamt zich niet?

'Nee. Ik ben nog steeds de kostwinner en nu run ik ook een groot deel van het huishouden. Mijn vrouw en kinderen hebben me nodig. Dat is eigenlijk mijn redding geweest.'

Bent u kwaad geweest?

'Kwaad word je meestal bij een specifieke gebeurtenis. Mijn ontslag voltrok zich daar te geleidelijk voor. Achteraf ben ik kwaad over één ding: die inspecties waarbij de instelling ondermaats presteerde. Destijds noemden ze dat doodleuk verbeterpunten, maar het ging om grote zaken: medicijnkastjes die openstonden, rondslingerende injectienaalden. Alleen de twee aanleunflats draaien nog. Als ze die fouten op tijd zouden hebben goedgemaakt, had ik er misschien nog gewerkt, als coördinator voeding of iets dergelijks. Dat had ik graag gedaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden