InterviewJe kunt het maar één keer doen

‘Mijn man, de papa van mijn kinderen, zo in het nieuws, dat paste helemaal niet bij hem’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren: hóé je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Beeld Krista van der Niet

Sacco Tange (53, productmanager bij een technisch bedrijf) overleed 13 oktober vorig jaar. Hij was getrouwd met Adriëtte Brekelmans (53) met wie hij twee zoons van 17 en 13 had.

Adriëtte: ‘Het was een zondagochtend zoals alle zondagochtenden. We stonden om half negen op en ontbeten met z’n vieren. Na het ontbijt ging ik naar yoga, Sacco ging een uurtje wandelen in het bos. Het was een mooie zonnige dag. We zouden tijdens de lunch bespreken wat we die middag met het gezin zouden ondernemen. Toen ik thuiskwam, was Sacco er niet. De jongens zeiden dat hij gewoon ‘dag en tot straks’ had gezegd. Niks bijzonders. Toen hij er ’s middags nog niet was, probeerden we hem te bellen. Zijn telefoon ging in huis over. We ontdekten dat hij zijn telefoon, portemonnee en sleutels niet bij zich had. Dat was raar. ’s Avonds kwamen mijn broer en schoonzus. We overwogen om de politie te bellen, maar besloten daarmee te wachten tot de volgende dag.

Toen ik maandagochtend beneden kwam, keek ik naar de voordeur. Hij was er niet. Ik belde zijn werk en meldde hem ziek. Tijdens het ontbijt keken de kinderen steeds uit het raam, in de richting die hij uitgelopen was. De herfstvakantie was begonnen en we zouden naar het huisje van mijn broer gaan. De jongens zeiden: ‘Hij komt wel terug, want we gaan woensdag op vakantie.’ Na het ontbijt belde ik de politie. Na anderhalf uur stonden ze op de stoep. Ze wilden weten wat hij aanhad. Een oude spijkerbroek, een vest, wandelschoenen en de jas die hij meestal droeg. Dat noemden we zijn boswachtersjas, omdat hij groenbruin was. Ik vond het lastig om dat allemaal prijs te geven aan de politie. Sacco was van ons, van mij. Ze checkten zijn bankrekening en onderzochten zijn auto. Die middag heeft de politie zijn signalement uitgezet bij het politiekorps in heel Nederland. Dat hij vermist werd, met zijn foto erbij. De buitenwereld was nog niet op de hoogte. Wij vonden het zelf heel moeilijk om het te delen met anderen. We wilden het niet aan iedereen vertellen, want als hij terugkwam moest ons leven weer verdergaan met z’n vieren. Als de hele wereld het weet, ben je als gezin beschadigd. De politie vertelde dat de meeste mensen binnen twee, drie dagen terugkomen.

We hebben er vijf dagen over gedaan om het uiteindelijk bekend te maken, ik vond het een pittig besluit. Op het moment dat de politie het deelde op Facebook, was het meteen overal in het nieuws. Ik zat met mijn zoons in de auto toen we op de radio hoorden dat de hockeyvader Sacco Tange uit Oosterhout vermist was. Niet meer teruggekomen van een wandeling. Dat kwam heel hard binnen. Het stond op de nieuwssite van BN DeStem, het was zelfs op het Journaal. Mijn man, de papa van mijn kinderen, zo in het nieuws, dat paste helemaal niet bij hem. Sacco was een rustige, bescheiden man. Zorgzaam en behulpzaam. Hij had veel kennis van de natuur, van struiken en bomen.

Sacco Tange en Adriëtte Brekelmans.Beeld privéfoto

Voor de zomervakantie belandde Sacco in een moeilijke periode. Hij kon zijn werk niet meer doen, er werd een burn-out geconstateerd. Ik was erdoor verrast, zijn collega’s ook. We hebben goed gepraat en hij kreeg hulp, ruimte en rust. We besloten wel op vakantie te gaan, naar een mooie plek in Oostenrijk waar we vaker kwamen. Dat deed hem zichtbaar goed en hij knapte ervan op. Na de vakantie ging hij weer aan het werk. We hadden het gevoel dat het echt beter ging.

De politie zocht op zaterdag met helikopters, maar dat leverde niks op. Daarna maakten ze bekend dat er op zondag een grote zoekactie kwam. Zestig oud-militairen zouden meezoeken. Vrienden en mensen uit de buurt vroegen of ze ook mee mochten helpen. Razendsnel hebben we dat hier aan de keukentafel georganiseerd en uiteindelijk waren er honderd mensen die mee wilden zoeken. Ik besloot zelf om met de kinderen thuis te blijven. Als Sacco terug zou komen, wilde ik er voor hem zijn. Hij had geen sleutels bij zich.

Wij zaten in de keuken te ontbijten toen we buren langs ons huis zagen lopen van wie we wisten dat ze Sacco gingen zoeken. Kippenvel kregen we ervan. Het was heel strak georganiseerd. De mensen waren in groepen ingedeeld en elke groep kreeg één politieagent mee. Heel precies, als militairen bijna, moesten ze in een linie lopen. Toen de politie belde dat de zoekactie niets had opgeleverd, was ik teleurgesteld. Dat is niet het juiste woord, omdat ik natuurlijk hoopte dat hij nog in leven was. Maar op een gegeven moment ga je ook rekening houden met de mogelijkheid dat hij zichzelf iets heeft aangedaan. Ik was niet zo naïef om alleen maar te denken dat hij in een schuilhut tot bezinning zat te komen.

De week erop zijn ze gaan zoeken met een boot door het kanaal hier vlak achter. Met sonar en met honden die geur herkennen.

Op woensdagmiddag stonden plotseling twee politieagenten voor de deur. Aan hun gezichten zag ik het al. Ze hadden een foto gemaakt van zijn schoenen en vroegen of ik die foto wilde bekijken om te zeggen of het zijn schoenen waren. Dat vond ik te confronterend. Ik zei: ‘Ik pak wel een foto waar zijn schoenen opstaan, dan kunnen jullie het vergelijken.’ Ik heb een foto gepakt waarop hij ten voeten uit stond en die aan hen laten zien. Ze keken elkaar aan, het was duidelijk. Ze vertelden dat hij door twee jagers was gevonden, in een ander bos dan waar hij normaal wandelde. Ze zeiden meteen dat het zijn eigen keuze was geweest, dat het geen misdrijf was.

We stonden nog steeds in de gang. Mijn oudste zoon zat boven op zijn kamer, mijn jongste zoon was naar hockeytraining. De politie wilde met mij naar mijn jongste zoon toegaan en het daar vertellen. Maar ik wilde dat hij zo gewoon mogelijk thuis zou komen, zodat ik het hier aan hem kon vertellen. Het aan de kinderen moeten vertellen, dat was het allerergste.

Het nieuws was slechts twee regels: hij was gevonden en het was zijn eigen keuze. We hoefden zelf niemand te bellen. Die avond kwam de familie hier, we waren allemaal flabbergasted. Stilte na de storm. De politieagente die het onderzoek had geleid had gezegd: ‘Het is maar goed dat wij het niet kunnen begrijpen.’

Ik kan het niet begrijpen, maar ik kan het wel proberen te respecteren. Er was kennelijk voor hem geen andere uitweg. We denken altijd dat we elkaar zo goed kennen, maar een haptonoom vertelde me dat je iemand eigenlijk maar voor zeventig procent kent. Hoe graag je ook wil dat het honderd procent is. Uiteindelijk moet ieder het voor zich doen, al is dat heel onbevredigend en heel erg onaf. Dat doet veel pijn.

Omdat we geen afscheid hebben kunnen nemen, hechtte ik veel waarde aan een mooie viering zonder nadruk dat het zijn eigen keuze is geweest. Sacco moest een afscheid krijgen zoals hij het had verdiend.

We hebben hem begraven op een natuurbegraafplaats. We waren in het bos getrouwd, hij is in een bos gestorven en hij ligt nu midden in de natuur. De cirkel was rond. Ik heb geen afscheid van hem kunnen nemen, maar ik heb hem wel een mooi afscheid kunnen geven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden