Zinvol levenDisa Jironet, officier van justitie

‘Mijn ideaal is mensen die vanuit liefde leven’

Disa JironetBeeld Jitske Schols

Als officier van justitie ziet Disa Jironet veel laakbaar gedrag. Maar slechte mensen bestaan er in haar optiek niet. ‘Wanneer een officier van justitie een verdachte gaat voorhouden dat hij slecht is, is dat contraproductief. Hij toont zich dan moreel superieur.’

Als 14-jarige Haagse scholier begint ze ermee: gesprekken met Johannes Witteveen, oud-minister van Financiën en hooggeplaatst in de soefibeweging. Twintig jaar lang, tot aan zijn dood in 2019, is hij haar leermeester in de beginselen van deze mystieke stroming. Bij het begrafenisritueel waarmee Witteveen aan ‘zijn laatste reis’ begint, neemt ze een deel van de ceremonieën voor haar rekening. Ze is op dat moment in verwachting – leven en dood raken elkaar. Ze typeert Witteveen (‘geen goeroe’) als een man met ‘grote nieuwsgierigheid en enorme aandrang om van betekenis te zijn’.

Die twee kwalificaties gaan ook voor haar op. De 34-jarige Disa Jironet, kind van Zweedse ouders, werkt als officier van justitie. Deze week verschijnt haar boek Misdaad en mededogen. Dat heeft ze opgedragen aan Witteveen en aan haar twee dochters: ‘Mogen ze opgroeien in een wereld die door liefde wordt geleid.’ Ze pleit voor een mensgerichte benadering van zowel de dader als het slachtoffer van een misdrijf. Het slachtoffer kan daardoor beter met zijn traumaverwerking worden geholpen, de dader geeft het kans op ‘moreel inzicht’. Dat laatste beoogt het strafrecht wel, maar werkt in de praktijk niet, betoogt ze, na twaalf jaar werken bij het OM. De strafzitting ervaart ze dikwijls als ‘een gemiste kans’, omdat ‘werkelijk contact’ met de verdachte vaak uitblijft.

Met haar leermeester krijgt ze contact via haar moeder. Die scheidt eind jaren tachtig van haar man, waarna ze in 1994 met haar twee kinderen naar Nederland komt om een proefschrift over de soefibeweging te schrijven. Met haar ex-man in Zweden wil zij geen contact meer, wat sporen bij haar dochter achterlaat: ‘Misschien niet toevallig heb ik van conflicten mijn werk gemaakt. Wat bij mij sterk resoneert, is een conflict niet te zien als het einde van een relatie, maar als een keerpunt.’ Van Witteveen krijgt ze de overtuiging mee dat het in het leven draait om liefde, harmonie en schoonheid: ‘Daar zit voor mij het goddelijke in, niet in een opperwezen.’

Vanaf haar 14de mediteert ze: ‘Ik deed het met dezelfde vastberadenheid waarmee ik alles doe. Ik weet nog goed hoe het voelde toen het voor het eerst stil was in mijn hoofd. Ik besefte dat alles een eenheid vormt: dat alles, dus ikzelf ook, uit hetzelfde is gemaakt.’ Het soefisme ziet ze niet als zaligmakend: ‘Andere spirituele stromingen zijn deuren naar dezelfde ruimte.’

In 2008 begint ze als officier. Aanvankelijk ervaart ze haar carrière en haar spirituele pad als gescheiden werelden: ‘Het heeft voor mij moed gevergd die bij elkaar te brengen. In mijn ogen voeden ze elkaar.’ Haar BrainWash-talk Rechtspraak uit liefde in 2018 was een stap in dat proces, haar boek is een volgende. Bovenal wil ze debat aanwakkeren: ‘Ik ben er niet op uit het soefisme in het strafrecht te loodsen, maar wil de mens een belangrijkere plek binnen het strafrecht geven. Dat heeft als uitgangspunt een houding van wantrouwen, terwijl het in mijn ogen dienend zou moeten zijn. Daaronder zit mijn overtuiging dat alle mensen in beginsel even goed of slecht zijn – ik zie geen wezenlijk onderscheid tussen mij en de ander, ook al is die slachtoffer of verdachte van een misdrijf.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Voor mij is daarvan sprake wanneer iemand iets vindt dat hem in staat stelt van betekenis te zijn en daardoor zijn ware zelf kan ontdekken. Wat dat is, kan van alles zijn – goed voor je gezin zorgen, iets in de maatschappij betekenen. Voor mijzelf is het bovenal dienend zijn, dat hoort wezenlijk bij mij. Ik wil anderen in staat stellen van betekenis te zijn, (geëmotioneerd) dat beseffen raakt me. Mijn sense of purpose zit in het creëren van omstandigheden waardoor er harmonie en veiligheid in het leven van mensen kunnen ontstaan. Zo voed ik ook onze kinderen op – ik wil onze kinderen helpen hun beste zelf te worden door ze te omringen met liefdevolle ouders, familie en vrienden, een goede crèche. In mijn werk doe ik iets vergelijkbaars. Ik streef ernaar vanuit eenheid te leven, zodat in mijn werk en gezinsleven dezelfde toon klinkt.’

Wat bedoelt u met iemands ‘ware zelf’?

‘In de basis van de mens zit iets zuivers, hij wordt niet egoïstisch geboren. Door het lijden dat hem overkomt, kan hij slecht gedrag vertonen, waarmee hij anderen pijn doet. Dat is de valse kant waar je naar kunt afdwalen. Christenen omschrijven het als zonde, in mijn vocabulaire voert dan je ‘valse ego’ de boventoon. Dat overheerst ook wanneer je bang bent voor wat anderen van je vinden, bij een gevoel van tekortschieten, denken dat je iets niet waard bent of bij alle eisen die je jezelf oplegt. Dan voel je je onveilig en verlies je je ware zelf uit het oog. Door meditatie kun je daar weer bij terugkomen. Mediteren herinnert je eraan dat je per definitie veilig bent.’

Bestaan er voor u geen slechte mensen?

‘In mijn ogen kun je de begrippen goed en slecht wel op gedrag, maar niet op mensen zelf toepassen. Schaad je iemand of doe je hem pijn dan is dat slecht gedrag, terwijl het goed gedrag is wanneer je iemand helpt of iets doet dat je dichter bij je ware zelf brengt. Maar je moet dat niet vereenzelvigen met de persoon, dat vind ik een onbehulpzame manier van denken.’

Waarom?

‘We snijden ons ermee in de vingers. Wanneer een officier van justitie een verdachte gaat voorhouden dat hij slecht is en zich diep moet schamen, is dat contraproductief. Hij toont zich dan moreel superieur, waardoor onnodige afstand ontstaat. De officier zet hem weg als ‘anders’, als iemand die beangstigt. Omgekeerd denkt de verdachte vaak: ‘De maatschappij is tegen mij.’ Zeker als hij een officier en een rechter tegenover zich ziet die in een geheel andere sociaal-economische positie zitten. Als er wederzijds wantrouwen is, gaat de verdachte ons niets vertellen. Terwijl dat wel nodig is om hem te brengen bij een ander moreel inzicht, zoals het strafrecht beoogt. Daarom pleit ik voor meer mededogen, zodat je hem bovenal als een mens kan zien met wie je verbinding kunt aangaan.’

Is dat wel de taak van de officier van justitie?

‘In de opsporingsfase is mijn rol een andere, namelijk om samen met de politie verdachten te pakken te krijgen. Dat moeten we zo efficiënt mogelijk doen. Maar daarna komt de zitting. Dat is de plek waar menselijke pijn en maatschappelijke onrust samenkomen. Als je die onrust wilt begrijpen, moet je de individuele pijn begrijpen en het verband tussen die twee zien. De zitting heeft de potentie werkelijke verandering te bewerkstelligen. Als we die benutten, kunnen we niet alleen individuele levens positief beïnvloeden, maar ook maatschappelijk meer impact hebben’.

Hoe moet ik me dat concreet voorstellen?

‘In mijn boek voer ik een vrouw op die door haar man ernstig is mishandeld, Rose. Zij durfde op de zitting daarover te vertellen. Ik heb toen gezegd dat haar getuigenis me raakte. Dat viel ook even in mijn stem horen. De kunst is dat even toe te laten zonder dat de emotie het overneemt. Ik zei dat ik haar verklaring van belang vond voor mishandelde vrouwen in het algemeen. Dat kwam over. Toen voelde ik dat ik even niet jurist was, maar medemens. Zij liet me later weten dat ze het een magisch moment had gevonden en dat het haar heeft geholpen de gebeurtenis achter zich te kunnen laten. Haar getuigenis had betekenis gekregen, ze voelde zich gezien.

‘Bij een dader kan dat ook. Onlangs had ik iemand op zitting die 23 auto-inbraken had gepleegd. Hij bekende en was tot een echt gesprek bereid. We konden het hebben over zijn lijden, over het effect dat zijn cocaïneverslaving op hem had en hoe hij hoopte in de toekomst van betekenis te kunnen zijn. Het was bijzonder dat te benoemen – in de rechtszaal komt zelden ter sprake hoe de verdachte lijdt en al helemaal nooit wat hij goed kan doen. Het was mooi om te zien hoe die man zich ontspande. Ik heb drie jaar cel geëist, wat past bij zo’n lijst met delicten. Mededogen betekent dus niet lagere straffen eisen.’

BOEKTIP Becoming Wise van Krista Tippett.

‘Gesprekken met bijzondere mensen, van boeddhist Thich Nhat Hanh tot marketingexpert Seth Godin, over wat hen drijft en hun visie op hoe wij samenleven. In Becoming Wise verbindt de Amerikaanse journalist Krista Tippett die gesprekken op een organische en tegelijkertijd verrassende manier, in een taal die zo inspirerend is dat je blijft onderstrepen. Haar podcast On Being is al evenzeer een aanrader.’

Wordt u door de crimefighters binnen het OM niet als soft gezien, met uw pleidooi voor liefde en mededogen?

‘Leven vanuit liefde vergt moed – je stelt je kwetsbaar op en riskeert te worden afgewezen of gekwetst. Maar ik ben ervan overtuigd dat het waardevol is, ik heb op zittingen ervaren hoe krachtig deze benadering is. Daar wil ik het met collega’s graag inhoudelijk over hebben. Krijg ik persoonlijke kritiek dan laat ik die bij de ander. In mijn begintijd bij het OM zou ik dit gesprek niet hebben durven aangaan, maar er is een kentering. Er is een grotere groep binnen het OM die hiervoor openstaat, ook al omdat het nu niet goed genoeg werkt – zie het hoge percentage recidivisten. Ik voel mij ook gesteund door mijn meerderen. De publicatie van dit boek voelt als het juiste moment, ik hoop dat ik taal geef aan een behoefte die bij anderen ook leeft.’

Roept de maatschappij niet vooral om meer veiligheid?

‘Die behoefte is er, ik zie dat als een gevolg van onzekerheid in de samenleving. Waar die vandaan komt, weet niemand precies. Om die onzekerheid in te perken, is in ieder geval vertrouwen nodig in de instituties waar we ons leven lang mee te maken krijgen, zoals de zorg, de Belastingdienst, het onderwijs, justitie. Dan moeten die instituties zelf burgers niet wantrouwen, zoals het geval was bij de Belastingdienst in de toeslagenaffaire.

‘Volgens SCP-onderzoek is het vertrouwen in instituties nog altijd redelijk hoog, alleen is de maatschappelijke teneur dat het vertrouwen zou zijn verdwenen. In mijn ogen wordt de stemming te veel door een luidruchtige minderheid op sociale media bepaald. Mij interesseert vooral wat de redelijke, veel minder luidruchtige meerderheid vindt. Met mijn ideeën over het strafrecht hoop ik hun opvattingen erover te verwoorden’.

U heeft het over vertrouwen in instituties, maar zegt ook: vertrouw allereerst jezelf.

‘Dat is inderdaad het ideale scenario: dat mensen hun behoefte eraan niet projecteren op anderen, maar het vertrouwen in zichzelf zoeken. Mijn ideaal is een wereld van zelfbewuste, open mensen die vanuit overvloed denken, niet vanuit schaarste – mensen die vanuit liefde leven, niet vanuit angst.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden