Zinvol levenJason Bhugwandass

‘Mijn gedrag vind ik voor een ander prima, maar voor mezelf niet’

Jason BhugwandassBeeld Jitske Schols

Hij is strijder voor een betere jeugdzorg, dat doet hij vanuit zijn eigen (traumatische) ervaring. Dankbaar voor het leven is hij niet, zegt Jason Bhugwandass. En dat kleurt zijn dag, elke dag opnieuw.

‘In een vitrine in een Diemense containerwoning voor studenten ligt een koninklijke uitnodiging. Of ‘de heer J. Bhugwandass’ naar het paleis op de Dam wil ­komen voor de Nieuwjaarsreceptie, luidde het verzoek van de koning en de koningin. ‘Dat lukte me echt niet, bij zo’n gelegenheid staan te veel agenten’, zegt Jason met spijt. Een week eerder werd hij nog tegen de grond geduwd, toen hij tijdens een nachtelijke wandeling plots hard ging rennen. Hij zag politiebusjes staan, waarna ‘mijn angsttrauma het overnam’. De agenten dachten aan een dief, begrepen later dat hij in de war was en brachten hem naar een crisisdienst, waar hij een nacht in een isoleercel belandde.

Die vorm van opsluiting is de 22-jarige student sociaal werk geregeld overkomen tussen zijn 16de en zijn 18de, toen hij in de ‘gesloten jeugdzorg’ zat. Daaraan vooraf ging een jeugd in Amsterdam-Noord in een gezin met vier kinderen. Zijn alcoholistische vader van Hindoestaanse komaf was vooral afwezig (‘Hij zat in de gevangenis, was bij een andere vrouw of lag in het ziekenhuis’). Een oudere broer met een verstandelijke beperking sloeg Jason herhaaldelijk, zijn Pools-Nederlandse moeder kwam niet voor Jason op: ‘Mijn moeder kan niet goed omgaan met stress. Bij ons thuis was die er altijd. Als mijn broer me in elkaar sloeg, kregen we allebei de schuld.’

Thuis is onveilig voor Jason, die als meisje wordt geboren. Op zijn 13de weet hij dat hij een jongen wil zijn. In dat jaar wordt hij voor het eerst ­depressief, maar dat staat volgens hem los van zijn ‘trans’-zijn: ‘We hadden een paar testosteronbommen in huis die alle aandacht op zich vestigden. Ik werd niet gezien. Die redt zich wel, die is slim genoeg, dachten ze. Dat was lang ook mijn idee: als ik straks naar de universiteit ga, kan ik daarna een stabiel leven leiden. Ik wilde advocaat worden, dat leek me geweldig.’

Maar de depressie verergert, wat op zijn 14de tot een eerste poging tot zelfdoding leidt: ‘Mijn moeder had het niet eens door. Na vijf dagen was mijn lichaam weer hersteld.’ Op zijn 16de eet hij nauwelijks meer en komt hij zijn kamer bijna niet meer uit: ‘Ik heb drie jaar in een heel donker hol gezeten’. Gedwongen opname in een jeugdzorg-instituut volgt. In ruim een jaar volgen nog vier van dat soort instellingen, ongewild wordt hij een jeugdzorgexpert. Normale scholing krijgt hij in die jaren niet: ‘Zonder onderwijs voelde ik me een derderangsburger. Ik had het idee: de maatschappij wil me niet.’

Eenmaal meerderjarig komt hij vrij en manifesteert hij zich in de ­media als criticus van de jeugdzorg. ‘Ik moest iets voor die kinderen betekenen, anders zou ik wel erg egoïstisch zijn. Maar ondertussen ging het helemaal niet goed met me. Soms ging ik vanuit een isoleercel direct naar een congres, waar ik dan schouderklopjes kreeg. Wat mensen niet zagen, was dat ik eigenlijk op was.’ In de eerste helft van 2019 doet hij nog een suïcidepoging: ‘Ik weet niet hoeveel ik er precies heb gedaan. Ik ben er echt slecht in, haha.’

Inmiddels gaat het ‘nog niet goed, maar wel iets beter’. Sinds vorig jaar september studeert hij op hbo-­niveau, zijn resultaten zijn goed: ‘Ik hoop nog eens naar de universiteit te kunnen.’ Onlangs gaf het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hem de Shakingtree Award, omdat hij zo goed in ‘opschudden’ is: ‘Dezelfde eigenschappen die in de gesloten jeugdzorg als negatief werden bestempeld, krijgen nu lof toegezwaaid. Destijds werd ik als een ­onruststoker gezien, nu krijg ik een prijs omdat ik een ‘opschudder’ ben.’

leestip

Muidhond, Inge Schilperoord

‘Een pedoseksueel, Jonathan, wordt bij gebrek aan bewijs vrijgelaten. Hij doet zijn best te veranderen, maar dat blijkt erg lastig. Het boek heeft mij enorm geholpen om de mensen die mij kwaad hebben gedaan niet verder te demoniseren. Door het perspectief van Jonathan te kiezen laat Inge Schilperoord je empathie voor hem voelen zonder dat je zijn gedrag hoeft goed te keuren. Heel leerzaam.’

Wat is voor jou een zinvol leven?

‘Voor iemand die perioden suïcidaal is geweest, is dat een lastige vraag. Ik ervaar het leven als zinloos, zeker wanneer ik in een depressie terechtkom. Dat gebeurt me met enige ­regelmaat. Dan vraag ik me af: waarom zou ik niet meteen dood kunnen? Voor mij is het belangrijk mijn leven zo nuttig mogelijk in te vullen. Want als ik het alleen voor de lol moet doen, is dat niet genoeg ­reden het vol te houden. Ik ben ook niet dankbaar voor het leven, ik vind echt dat mijn ouders me met het ­leven iets hebben aangedaan. Ik ben constant bezig met overleven. Dan ga je de wereld anders ervaren. Dagelijks sta ik stil bij wat er echt toe doet. Dan kom ik uit bij: zorgen voor elkaar. Dus kijk ik of ik het leven van ­anderen gemakkelijker kan maken. Ik kan het niet voor mezelf verantwoorden dat ik het iedere dag zo zwaar heb en dat dat voor niks zou zijn. Dus probeer ik de jeugdzorg te verbeteren waar ik kan.’

Ervaar je die zwaarte al je hele ­leven?

‘Als kind dacht ik dat alle problemen door mijn omgeving kwamen. Als die maar zou veranderen, zou het wel goed komen. Nu zitten ze niet meer in mijn omgeving, maar in mijn hoofd. Ik vind het pittig dat ik met mezelf zit opgescheept. Ik distantieer me vaak van mezelf, alsof er een andere persoon in mijn hoofd zit. Alsof ik de mantelzorger van mezelf ben. Aandacht geven aan die persoon zuigt me helemaal leeg, toch moet ik altijd voor hem klaar staan. Ik heb een constante discussie in mijn hoofd. Dan denk ik: ‘Ik moet naar buiten, want dan kom ik binnen niet in de problemen.’ Maar daarna komt de gedachte: ‘Pas op, buiten kom je telkens in de problemen, dus blijf binnen.’ Daar word ik erg moe van. ‘Het licht moet aan, het moet ook uit’, met dat soort gepingpong worstel ik voortdurend.’

Kun je daar niet milder naar ­kijken, in het licht van je voor­geschiedenis?

‘Nee, ik wil mezelf niet te veel uitvluchten bieden voor gedrag dat ik niet wil vertonen. Als het niet goed met me gaat, hebben anderen daar last van. Zit ik in een crisis, dan is dat zwaar voor mijn vrienden. Ik verzwaar hun leven met mijn leed. Als ik niet zou leven, zouden ze minder stress hebben. Dus moet ik veranderen. Mijn gedrag zou ik bij een ander met dezelfde voorgeschiedenis prima vinden, maar voor mezelf vind ik het niet acceptabel. Zo veel empathie kan ik niet voor mezelf opbrengen.’

Zie je jezelf als slachtoffer?

‘Ik durf me niet zo neer te zetten, want dat voelt als een zwakte. Ik stel me op als ervaringsdeskundige: ik spreek op congressen of symposia in de hoop dat het tot verandering leidt. Dat is een functie. Ik heb geïnternaliseerd dat ik geen slachtoffer mag zijn. Dat heeft een negatieve lading, als maatschappij willen we dat ook niet. Als we een dakloze op straat zien liggen, denken we: eigen schuld. Of: slecht voor het straatbeeld. Ik denk dat we als maatschappij best hard zijn. We zeggen ook: ‘Je moet niet in een slachtofferrol gaan zitten.’ Maar wat als je dat bent? In de jeugdzorg zitten poeslieve, zorgzame kinderen die kwetsbaar en gebroken zijn, omdat ze kwaad is aangedaan. Ze zijn slachtoffers, maar we behandelen ze als criminelen door ze op te sluiten. We willen geen slachtoffers, maar mensen die een TED-talk over hun ­ervaringen houden of motivational speaker worden.

‘In de jeugdzorg ben ik lang boos geweest. Ik had het gevoel een straf uit te zitten voor mensen die mij ­kapot hebben gemaakt. Maar ik heb veel tijd gehad om erover na te denken. Ik zie nu dat veel gedrag voortkomt uit angst of uit onvermogen. Hulpverleners die me in de isoleercel zetten, waren geen sadisten, maar mensen die oprecht geloofden dat ze het beste voor me deden. Het is geen kwestie van hulpverleners vervangen, nee, het hele systeem deugt niet. Ik kreeg te horen dat mijn gedrag het probleem was, daar ging alle aandacht naar uit. Vrij recent ging ik bij een nieuwe huisarts langs, omdat het psychisch niet zo lekker ging. Ze zag mijn littekens, en vroeg: ‘Wat heeft jou ziek gemaakt?’ Dat was me nog nooit gevraagd – niet door al die hulpverleners, niet door crisisdiensten. Die stap wordt systematisch overgeslagen.’

‘Word een mens’, luidt een hindoeïstische opdracht voor het ­leven. Kun je daar wat mee?

‘Mooi, ja. Ik heb het idee dat ik steeds meer mens word, maar dat is verweven met het gevoel dat ik het nog altijd niet ben. Omdat ik vroeger niet gezien werd of als boksbal werd beschouwd – een voorwerp dus, geen mens. Daaraan heb ik het gevoel overgehouden dat mijn lichaam niet van mij is, alsof ik het in bruikleen heb. Toen ik vorige week door de politie bij een crisisdienst werd afgeleverd, kreeg ik een prik in mijn been. Gedwongen. Dat is voor mij een schending van mijn lichamelijke ­integriteit, mijn trauma. Soms heb ik het gevoel in een dictatuur te leven, omdat ik te maken krijg met gedwongen zorg. Dwang kan zo onmenselijk aanvoelen, zo mensonterend. Dan leef je niet, maar word je geleefd.

‘Toch merk ik ook dat ik groei. Vroeger kon ik niks voelen, nu leer ik dat. Ik wil graag in therapie – ik heb een complex trauma, meervoudig ptss. Onlangs deed ik mee aan het tv-programma Tygo in de psychiatrie. De camera was er ook bij wanneer het niet goed ging. Ik dacht: ‘Laat ik het maar doen, ik heb niets te verliezen.’ Ik heb me heel kwetsbaar opgesteld. Pas daarna hebben instellingen me therapie aangeboden.

‘Veel dingen in mijn leven gaan nu positiever, zoals mijn studie en mijn transitie. Ik durf nog niet verder te kijken dan vandaag, hooguit morgen. Ik ben bang dat ik anders over de kop sla.

‘Ik zit graag in mijn ruimteschip (wijst op een tentje in zijn kamer met sterren aan de buitenkant, red.). Gaaf hè? Het universum is mijn nieuwe obsessie, het staat voor de ultieme vrijheid. Omdat ik in de gesloten zorg heb gezeten, ben ik erg gespitst op vrijheid. Ik denk dat de meeste mensen in Nederland die niet kunnen voelen, omdat ze haar altijd hebben. Ik had het nooit gekund, als ik er niet zo lang beroofd van was geweest. Je weet niet dat je ongelukkig bent, wanneer je je nooit gelukkig hebt gevoeld. Met vrijheid is het net zo.’

Wilt u praten over zelfdoding of wilt u hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

Wat is een zinvol leven?

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven?

Voorgaande interviews in deze serie:
‘Hoe je iets doet, is belangrijker dan wat je doet’ – filosoof Katrien Schaubroeck

‘We zullen het nooit helemaal weten’ – natuurkundige Frans Saris

‘Lang heb ik gedacht: als ik nou maar lief ben, komt het goed’ – oud-politiemedewerker Anita van Gameren

‘Alleen een dode vis gaat met de stroom mee’ – rapper en schrijver Akwasi

‘Ik kan heel zelfverzekerd de verkeerde kant uit gaan’ – schrijver Maartje Wortel

‘Ken niet te veel gewicht aan je leven toe’ – historicus James Kennedy

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden