Land van afkomst André Dongelmans

‘Mijn biologische ­vader ken ik niet, ik weet niet eens hoe hij heet. Dat durf ik niet aan mijn moeder te vragen’

Er zijn collega’s die dachten: na twintig jaar vragen ze me nog steeds voor dezelfde rollen. Maar André Dongelmans (31) zegt de tijd mee te hebben.  

André Dongelmans Beeld Casper Kofi

André Dongelmans weet niet meer welk programma het was, maar tijdens het zappen kwam hij langs een talkshow waarin zijn bekendste scène uit De luizenmoeder werd vertoond. Het door hem gespeelde personage, Kenneth, loopt de schoolklas van zijn dochter in, maar een spraakverwarring maakt duidelijk dat Juf Ank hem aanziet voor de schoonmaker.

‘Aan die talkshowtafel zat een ­donkere vrouw die verder niets met dat item te maken had. Door de presentatrice werd gevraagd: en wat vind jij hiervan? Ze zei dat ze het echt niet grappig vond, dit soort dingen maakte ze dagelijks mee. Dat vond ik jammer. Mijn doel was juist om door humor een gesprek op gang te brengen. Het is goed dat een donkere vrouw door deze scène de kans kreeg om op tv te delen wat ze meemaakt.’

André Dongelmans (Nederland, 1987) speelt in de tv-serie De luizenmoeder, waarvan het tweede seizoen begint op 10/2. Ook treedt hij vanaf 5/4 op in de theatervoorstelling Who’s Afraid of Virginia Woolf, van toneelgezelschap Dood Paard. Tot 23/3 is hij nog te zien in de voorstelling People, Places & Things van Toneelgroep Oostpool.

Krijg je vaker negatieve reacties?

‘Op internet zoek ik niet naar reacties op De luizenmoeder. Ik krijg alleen wat mee van mensen die me op straat aanspreken. Die zeggen tot nu toe dat ik goed bezig ben.’

Verschilt jouw rol in De luizenmoeder van de andere rollen die je speelde?

‘Het enige verschil is dat ik een homo speel – en dan een andere dan de ­stereotype homo die je meestal op tv ziet. Tien jaar geleden speelde ik een Afrikaanse voetballer in de tv-serie Voetbalvrouwen. Als ik op straat werd herkend en een praatje maakte, was de reactie: hé Kofi, in het echt spreek je gewoon Nederlands. Door De ­Luizenmoeder word ik bijna overal waar ik kom herkend. Mensen om me heen gaan zich anders gedragen. ­Collega’s die het hadden gemaakt en me al een paar jaar niet meer groetten, willen ineens weer met me ­praten.’

In Bergen woonde nog één ander Afrikaans gezin. ‘Een donkere vrouw, een Nigeriaanse, die met haar kinderen bij een blanke man was ingetrokken. Net zoals mijn moeder, die uit Ghana naar Nederland was gekomen. In een azc werd ze zwanger van mij, van een man die ook Ghanees was. Daarna ontmoette ze een blanke man die ik als mijn ­vader beschouw. Mijn biologische ­vader ken ik niet, ik weet niet eens hoe hij heet. Dat durf ik niet aan mijn moeder te vragen, ik denk dat het ­gevoelig kan liggen.

‘Ik speelde meer met blanke kinderen. Die Nigeriaanse jongens zaten op een andere school. In die tijd keek ik niet in de spiegel, ik wilde er niet mee worden geconfronteerd dat ik anders was. Eerst was ik rebels, ik ging aan haren trekken als ik werd uitgescholden voor zwarte, later dacht ik: dit moet ik slikken.

‘Ik leefde nou eenmaal in een een blanke omgeving. Wanneer je daar als donkere bij komt, word je geaccepteerd door je zo Nederlands en netjes mogelijk te gedragen. Dat weet ik ­omdat ik hoorde hoe in mijn ­om­geving werd gesproken over ­mensen met een andere huidskleur. Ik kreeg vaak te horen: jij bent een goeie.’

Hoe is jouw contact met andere zwarte Nederlanders?

‘Bij Surinamers of Antillianen weet ik dat ik iemand tegenover me heb die is opgegroeid met een eigen cultuur. Ze zijn Nederlanders, maar ook ­Surinaams of Antilliaans. Ik heb dat niet. Mijn moeder kookte voor zichzelf Ghanees, voor mijn vader en mij maakte ze Nederlands eten. Ze heeft me de Ghanese taal niet geleerd: ik moest zo Nederlands mogelijk ­worden.

‘Op mijn 12de gingen we op vakantie naar Ghana. Daar had ik hetzelfde als hier. Ze zagen aan me dat ik anders was, ik hoorde er niet bij. De kinderen pestten me, deden alsof ze ineens geen Engels meer spraken, zodat ik hakkelend in het Twi moest praten.

‘Mijn moeder kwam zelf naar ­Nederland, ze koos bewust voor een beter leven. Ze is dankbaar om hier te mogen leven. Ik ben niet opgevoed met de gedachte: wij zijn ooit op­gehaald door Nederlanders tijdens de slavernij. Dat merk ik bij discussies, bijvoorbeeld over Zwarte Piet. Ik ­luister dan rustig: hoe kunnen we hier samen uit komen? Bij sommige donkere Nederlanders zie ik een soort boosheid en ik begrijp waar het vandaan komt, alleen heb ik dat zelf niet.’

Wat voor rollen krijg je?

‘Ik ben in de perfecte tijd begonnen, tien jaar geleden. Vanaf de toneelschool heb ik gestreden voor één doel: bij castings wil ik voor dezelfde rollen in aanmerking komen als mijn blanke medestudenten. Ik wist dat ik eerst door een fase heen moest. Daarom heb ik nooit minachtend ­gekeken naar een rol als tasjesdief. Ik koester geen wrok. Bij mijn voor­gangers kon het zo zijn dat ze dachten: na twintig jaar acteren ben ik niets opgeschoten, ik word nog steeds gevraagd voor dezelfde rollen. Ik heb de mazzel dat ik in een tijd zit waarin ik ook een advocaat kan ­spelen.’

Nederlands

‘Altijd en nooit.’

‘Bijna nooit.’

‘Mijn bedpartners waren, op twee na, allemaal blank. Dus ik kan me voorstellen dat mijn toekomstige vrouw blank zal zijn. Ik kom vooral met blanke vrouwen in aanraking.’

‘Ik ben gewend aan blank, maar ik werd op m’n vingers getikt: je moet wit zeggen, blank staat voor puur en onbedorven. Zo zie ik dat woord niet. Mijn probleem is: het tegenovergestelde van wit is zwart. Als kind ben ik zo vaak uitgescholden voor zwarte, dat woord trek ik niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden