Interview Advocaat Vito Shukrula

‘Mijn beroepsgeheim is het slot op hun dagboek’

Vito Shukrula: ‘Ik ben het dagboek van criminelen.’ Beeld Jiri Büller

Advocaat Vito Shukrula staat verdachten bij in moord-, plofkraak- en drugszaken. Wat merkt hij van de verharding van de criminaliteit? ‘Ik begon als idealist, maar word steeds cynischer.’

‘Ik ben het dagboek van criminelen. Mijn cliënten zadelen me op met een heleboel shit. Het gebeurt dat ze zeggen: ‘Hé, weet je nog, die moord? Dat was ik.’

‘Ze weten: ik kan en mag er niet over praten, maar de gruwelijkheden staan wel in je geheugen gegrift. Een cliënt vertelde over een huurmoordenaar die op iemand schoot terwijl het kind van het slachtoffer erbij was. Het kind gilde: ‘Papa niet doodschieten.’ De huurmoordenaar duwde het kind weg.

‘Ze vertellen hun verhalen. Misschien omdat ze het kwijt moeten, misschien om stoer te doen en soms omdat ze willen weten: denk je dat de politie me hiervoor gaat pakken? Mijn beroepsgeheim is het slot op hun dagboek.’

Advocaat Vito Shukrula (31) zit in zijn kantoor aan de Amsterdamse Admiraal de Ruijterweg. Vanuit zijn raam heeft hij zicht op een plantsoentje. De rolluiken zijn geopend, maar, zegt hij, ‘ik heb ze zo’n anderhalf jaar gesloten gehouden. Ik voelde me onveilig.’ Aanleiding was destijds een bedreiging uit de onderwereld. Een groep criminelen wilde dat zijn cliënt zijn verklaring aanpaste. Shukrula wilde hier niet aan meewerken.

Gedurende twee gesprekken zal de advocaat vertellen over de ‘kille’ wereld van zijn clientèle. ‘Jonge criminelen hebben er een romantisch beeld van, maar het is klatergoud.’ Voor het tweede gesprek nodigt hij cliënt ‘James’ uit, om samen te praten over de verharding in de onderwereld. Kort hierna neemt het leven van James een onvoorziene wending: een familielid wordt geliquideerd en wordt hij zelf opgepakt wegens een poging tot moord.

‘Gangsterisme’

Shukrula is gespecialiseerd in ‘gangsterisme’, oftewel: hij staat vooral verdachten bij in drugs-, plofkraak- en moordzaken. ‘Mijn cliënten willen allemaal Scarface of The Godfather worden, het is ikke, ikke, ikke. Ze denken niet na over de gevolgen. Ze hebben geen geduld en het lijkt erop dat ze de films niet hebben afgekeken, want het loopt nooit goed af.’

Het uiteindelijke doel voor veel van zijn cliënten is mee te liften met een drugstransport, daar zit het grote geld. ‘Ze ambiëren het niet om professioneel huurmoordenaar te worden of om een plofkraker te blijven.’ Zo hoort hij van cliënten dat ze met het ‘tonnetje’ dat ze met een plofkraak verdienen cocaïne kopen in Zuid-Amerika. Ook hoort de advocaat verhalen over huurmoordenaars aan wie is beloofd dat ze na een moord mogen investeren in een drugsdeal. ‘Die belofte wordt alleen nooit nagekomen.’

Shukrula: ‘Mijn cliënten willen allemaal Scarface of The Godfather worden, het is ikke, ikke, ikke. Ze denken niet na over de gevolgen.’ Beeld Jiri Büller

Meer dan vijftig liquidaties, elf vergismoorden, een moord op de advocaat en onschuldige broer van een kroongetuige, een aanslag op het pand van De Telegraaf, bedreigingen aan het adres van misdaadjournalisten en een officier van justitie en een afgehakt hoofd voor een shishalounge: het legt pijnlijk bloot hoe nietsontziend en grenzeloos de onderwereld inmiddels opereert. Welke gevolgen heeft dat? De Volkskrant portretteert de komende dagen drie beroepsgroepen die afgelopen jaren te maken hebben gekregen met de verharding van de criminaliteit.

Een medewerker van de reclassering zal in de tweede aflevering inzicht geven in de nieuwste dilemma’s: wat doe je als blijkt dat iemand die een werkstraf heeft gekregen ook op een dodenlijst staat? Stuur je hem in een kogelwerend vest naar de tuin van een verpleeghuis om te schoffelen?

Een motoragent vertelt in het laatste artikel over hoe hij met 180 kilometer per uur een vluchtauto achtervolgde en zich ineens realiseerde: ik word beschoten.

En in de eerste aflevering valt raadsman Vito Shukrula stil als je hem vraagt waarom hij dit beroep eigenlijk nog doet. ‘Ik ben idealistisch begonnen, maar ik word steeds cynischer.’

De moord op advocaat Derk Wiersum in september en de mislukte aanslag op curator Philippe Schol in oktober, baren hem zorgen. Een jaar of twee geleden werd hij zelf bedreigd. Jonge criminelen stonden ’s nachts voor zijn huis. ‘En ze kwamen op kantoor. Maar ik dacht: dreigen is de grens. Ze zullen advocaten, maar ook rechters of aanklagers niet écht iets aan doen. Nu is de grens verdwenen.’

Aanvankelijk wilde Shukrula ‘er zijn’ voor jongens die een valse start in het leven hebben gehad. ‘Het is in Nederland best lastig als je Mo heet, een Arabische achternaam hebt en uit Bos en Lommer komt, dan sta je met 10-0 achter.’

Hij kan zich best voorstellen dat jongeren er ‘de brui aan geven’. ‘Soms weet je niet wat je in dit land nog meer moet doen om mee te tellen. Ik was op het gymnasium de enige donkere leerling. Op een gegeven moment kwam er een jongen naar me toe. Hij pakte me bij de kraag en zei: jouw kleding is betaald met mijn vaders belastinggeld. Daar begreep ik als jochie van 13 niks van. Thuis legde mijn moeder uit: hij denkt dat we van een uitkering leven.’

En dat is maar een van de voorbeelden, stelt hij. ‘Ik had thuis een stevig fundament; mijn vader zit bij de politie, mijn moeder werkt in het onderwijs. Als je dat niet hebt en als je niet sterk in je schoenen staat, dan is de misdaad verleidelijk. Hier in Amsterdam-West worden jongeren op straat uitgelachen als ze bij de Hema werken. Goede functies liggen niet binnen handbereik. En als je ziet dat Mo’tje wel in een Mercedes langsscheurt, omdat hij kilo’s coke in de rondte knalt, dan denk je: dat wil ik ook.’

Zelf vergeet hij vaak dat hij een kleurtje heeft. Toch wordt de Surinaams-Nederlandse advocaat er soms nog aan herinnerd, bijvoorbeeld als de politie hem in zijn Mercedes staande houdt. ‘De combinatie dure auto, jonge bestuurder is volgens de politie verdacht.’ Of als hij zich bij de bode meldt voor aanvang van een rechtszaak, en als reactie krijgt: wanneer komt uw advocaat? ‘En dan sta ik daar in mijn driedelig pak.’

Apart, vindt hij het. ‘Maar zulke ervaringen gaven we me wel altijd de kracht om voor mijn cliënten te gaan. Ik weet namelijk hoe het voelt als de buitenwereld je als ‘anders’ ziet. Ik zie het als mijn taak om tegen de rechter te zeggen: oké, de verdachte heeft iets verschrikkelijks gedaan, maar laten we ook kijken waar hij vandaan komt.’

‘Dat is waarom ik dit vak doe, of eigenlijk: deed.’

En nu dan? ‘Tsja, waarom doe ik het eigenlijk? Dat is best een goede vraag. Je moet haast wel een weeffoutje hebben om dit werk te doen.’

Zijn idealisme, zegt hij nu, ‘hebben de cliënten inmiddels verpest. Je kunt een kutjeugd niet telkens als excuus blijven gebruiken.’

Shukrula: ‘Ik weet hoe het voelt als de buitenwereld je als ‘anders’ ziet.’ Beeld Jiri Büller

Neem nou die verdachte die in de rechtszaal tijdens het lezen van de slachtofferverklaring in zijn oog wreef. ‘Ik dacht: deze gozer is aan het huilen, hij voelt zich schuldig. Maar achteraf zei de verdachte lachend: ‘Ik heb ze mooi in de maling genomen. Ik deed alsof ik emoties voelde.’

Het zijn dit soort ervaringen waardoor Shukrula soms denkt: ‘Waar ben ik in godsnaam mee bezig?’ Het klinkt misschien gek, zegt hij, ‘maar ik blijf me tegelijkertijd ook verantwoordelijk voelen voor het lot van mijn cliënten als ze worden gepakt. Je moet je voorstellen: zij leven in een wereld waarin het arrestatieteam om 6 uur ’s ochtends de deur eruit ramt, een uzi op hun hoofd richt en hen vervolgens in hun onderbroek in de boeien slaat. De enige die hen op zo’n moment van ontreddering nog kan helpen is hun advocaat.’

Op welk moment sloeg uw idealisme om in cynisme?

‘Er zijn meerdere momenten geweest. Er was een zaak die draaide om een vergismoord. Dat vond ik écht heftig, het slachtoffer was onschuldig. Normaal zit je in de rechtszaal en dan heeft de ene boef de andere neergeschoten en dan roept de officier: ‘Verschrikkelijk!’ Maar denk je: het zijn allemaal boeven, het slachtoffer is ook een crimineel, die krijgt het nu een keer op zijn eigen bordje.

‘Ik had anderhalf jaar hard aan die vergismoord gewerkt. Als je dan de kilte voelt aan de kant van de verdachten, en de warmte en het verdriet aan de kant van de nabestaanden, vraag je jezelf wel af: moet ik hiermee doorgaan?’

Maar hij is vaker ‘verbijsterd’. Bijvoorbeeld toen een cliënt zich tijdens de behandeling van een moordzaak omdraaide en hem iets in zijn oor fluisterde. ‘Er hing deze cliënt een behoorlijke celstraf boven het hoofd, het was een spannend moment in het proces, maar hij fluisterde: die auto van je is mooi, maar dat klokkie moet echt beter. Ik dacht: gast, er is iemand dood.’

Waarom zei hij dat?

‘Dat vinden cliënten belangrijk. Ze kijken helemaal niet naar je trackrecord. Ze willen een advocaat die vaak op tv komt, een dure auto heeft en een Rolex om zijn pols heeft.’

Wat voor horloge droeg u?

‘Ik droeg toen een horloge van Cartier.’

En nu?

‘Een Rolex.’ Shukrula schiet in de lach. ‘Helaas wel. Om eerlijk te zijn: ik geef er geen bal om, maar je cliënten verwachten het van je.’

Hoe duur was uw horloge?

‘Niet goedkoop, maar weet wel: ik woon in een klein huis en heb geen kinderen.’

Wat voor auto heeft u?

‘Een Mercedes CLA. Ik had eerst een E-klasse. Zo’n hele lange. Hij was goudbruin, met witte bekleding. Een soort pooierbak eigenlijk. Dus het was ook niet zo raar dat de politie mij telkens aan de kant zette. Maar op een gegeven moment werd ik vaker staande gehouden dan mijn cliënten. Het sloeg helemaal nergens meer op. Toen heb ik een andere gekocht. Een grijze. Ook mooi.

‘Je hebt advocaten die zeggen dat hun auto en horloge niks met hun werk te maken hebben, dat is een onzinverhaal voor de buitenwereld. Ik zeg eerlijk: dit is wat de cliënten van mij verwachten. You get what you ask for.

‘Cliënten vinden zulke dingen nu eenmaal belangrijk. Ik heb erbij zitten die in hun cel artikelen hebben opgehangen waarin ik voorkom, dan zeggen ze tegen anderen: kijk, kijk, die advocaat is van mij.’

Nederland maakte voor het eerst kennis met Vito Shukrula in 2012. De toenmalige student rechten stelde in College Tour als een van de weinigen kritische vragen aan Willem Holleeder. ‘Hoe zit het met de liquidaties waartoe u opdracht zou hebben gegeven?’, wilde de destijds 23-jarige Shukrula weten. De zichtbaar geïrriteerde Holleeder weigerde antwoord te geven.

Sinds 2015 heeft de in Alkmaar geboren Shukrula een eigen praktijk in Amsterdam-West. ‘Ik doe alles pro deo, álles. Vanaf het ogenblik dat je grote bedragen gaat aannemen, ben je chantabel en moet je ze blijven faciliteren. Daarnaast sta ik cliënten bij van alle partijen uit de onderwereld. Als je je toelegt op één criminele organisatie, bestaat het gevaar dat het belang van die organisatie boven dat van jouw cliënt gaat.’

In tegenstelling tot sommige van zijn collega’s wil hij alles over de strafzaak van zijn cliënten weten. ‘Heb je die moord gepleegd? Waar is het wapen? Wat is het motief? Je mag het fluisteren als je het niet hardop wilt zeggen. Maar ik wil het weten. Je moet weten waar de pijn zit.’

Gelooft u dat ze u alles vertellen?

‘Ik probeer een band met ze op te bouwen, dat betekent dat ik niet tien minuutjes langs ga in de gevangenis. Ik ga er altijd een uur zitten en vraag: hoe is het met je? En met je vriendin? En je moeder? Nou, zeggen ze dan, mijn vriendin wordt nu gepakt door mijn beste vriend, ze is zwanger van hem. En mijn moeder is ziek.

‘Je bent vaak de enige die nog wel komt. En soms ben je een half jaar verder voordat ze opeens zeggen: sorry Vito, maar eigenlijk zat het zo en zo. Ik vind dat niet erg. Leugens en bedrog horen bij hun wereld. Ik denk soms wel: doe niet zo dom, ik ben hier om jou te helpen.’

Hoe kunt u ze helpen?

‘Een verdachte praat hooguit over zijn eigen rol, niet over anderen. Verdachten weten ook: wie praat, die gaat. Vaak spreek ik met ze af: jij gaat jouw verhaal vertellen, dat kan best zonder anderen te verraden.

‘Alleen gebeurt het weleens dat we een strategie hebben doorgesproken en vervolgens in de rechtbank de rechter aan de verdachten een voor een vraagt: wat is uw procespositie? Als de andere verdachten zeggen dat ze gaan zwijgen, weet je al dat jouw verdachte de hele strategie overboord gooit en net als Mo’tje en Isi zegt: ‘Ik beroep me op mijn zwijgrecht.’ Dat is op dat moment stoer. Zeker als vanaf de publieke tribune de hele buurt toekijkt.

‘Het gevolg is dat de cliënt extra hard wordt gestraft, omdat hij ‘geen enkel inzicht’ gaf in zijn daden en dan wordt-ie boos op mij. Ja, gehaktbal, denk ik dan, je had naar me moeten luisteren. Ik wilde juist jóúw verhaal naar voren brengen, want je bent niet kil en meedogenloos geboren.’

Een week later. ‘Nee, dat gaan we niet doen.’ Shukrula staat bellend in zijn kantoor. Zo meteen komt ‘James’ praten over de verharding van de onderwereld, maar nu heeft hij nog een andere cliënt aan de lijn, een die belt vanuit de gevangenis. De advocaat informeert de cliënt dat de verslaggever van de Volkskrant inmiddels in de kamer is, maar dat lijkt de cliënt niet te deren. 

Nog een keer herhaalt Shukrula: ‘Nee, dat gaan we niet doen, dan moet hij iemand anders zoeken.’ Eenmaal opgehangen legt de raadsman uit: de cliënt zocht een advocaat voor een vriend hem. ‘Die vriend wilde dat een ander de schuld voor een misdrijf op zich zou nemen, dat gaan we dus niet doen.’

Het gebeurt vaker dat een cliënt dat vraagt, stelt de raadsman. En, vervolgt Shukrula, het gebeurt ook dat advocaten daarin meegaan. Namen wil hij niet noemen, maar hij vertelt wel dat hij eens ‘in shock’ was nadat een andere advocaat naar hem toe was gekomen. ‘Hij wilde dat mijn cliënt iets zou bekennen waardoor zijn cliënt – een grotere vis binnen de criminele organisatie – vrijuit zou gaan. Ik wil geen moraalridder zijn, maar als je zoiets doet, word je echt het verlengstuk van criminelen.’

Zo meteen komt ‘James’. ‘Hij is een van de warmste cliënten die ik heb’, legt Shukrula uit. ‘Een van de weinigen die weleens vanuit de gevangenis belt en vraagt hoe het met mij gaat. En een van de weinigen die kan reflecteren op zijn wereld.’

‘James’ is wat later. Want, vertelt James als hij eenmaal binnen is, ‘ik lag vannacht om half 5 in bed.’ Dat is voor hem een normale tijd.

Shukrula: ‘Je hebt advocaten die zeggen dat hun auto en horloge niks met hun werk te maken hebben, dat is een onzinverhaal voor de buitenwereld.’ Beeld Jiri Büller

De afspraak is dat hij zijn verhaal anoniem vertelt en niet praat over zijn misdaden. Als telg uit een bekende misdaadfamilie heeft hij veel meegemaakt. Een familielid is enkele jaren geleden vermoord vanwege een ripdeal, een ander overleefde een kogelregen van een rivaliserende bende.

Op het moment dat we elkaar spreken, is James verdachte in een drugszaak. Veel zorgen maakt hij zich niet. ‘Ik weet dat ik niets fout heb gedaan, ik was gewoon op de verkeerde plek.’ Die ‘verkeerde plek’ was vlakbij een container vol drugs. Eerder werd hij verdacht van een plofkraak. ‘Daarvoor ben ik vrijgesproken. Dankzij mijn advocaat natuurlijk.’

Want, zegt James, ‘Vito doet het harde werk. Bij die plofkraak zei Vito: je moet deze vier zinnen zeggen om er tussenuit te fietsen. Het werkte: ik mocht meteen na de inhoudelijke behandeling naar huis. Dat is een stukje vertrouwen.

‘Niet iedereen in de onderwereld vertrouwt zijn advocaat, maar ik wel. Ik vertel hem alles. Want als je dingen weglaat, kan je advocaat je niet helpen in de rechtszaal.’

Ze leerden elkaar in 2017 kennen via een familielid van James. ‘Ik had meteen zijn telefoonnummer uit mijn hoofd geleerd.’ Dat bleek handig. Drie dagen later blies een arrestatieteam in alle vroegte de voordeur uit James’ ouderlijk huis vanwege de plofkraak. ‘Ze komen altijd rond 5 uur ’s ochtends. Meestal op dinsdag of donderdag, rond zonsopgang, het moment dat je gaat slapen. Ik had net mijn telefoon weggelegd, en dacht: ik ga even pitten, toen mijn zusje riep: ‘Politie! Politie!’ Ik keek nog even uit mijn slaapkamerraam, of ik daaruit kon klimmen, maar het huis was al omsingeld. Toen ben ik netjes in mijn onderbroekkie naar beneden gegaan.

‘Ik mocht me aankleden en werd toen in een Audi afgevoerd. Het is altijd een Audi of een BMW.’

Shukrula: ‘Dat is het enige voordeel van zware zaken: je wordt in stijl vervoerd.’

James: ‘Alleen kun je het niet zien, want je krijgt een blinddoek om.’

Zes jaar geleden koos James voor de criminaliteit. Een bewuste keuze, zegt hij. Daarvoor werkte hij in een winkel, dat leverde te weinig op. ‘Ik was gewend dat er geld was in mijn familie, maar het geld werd steeds iets minder. En ik ben een man die voor zijn familie wil zorgen.

‘Mijn familie heeft me er niet ingetrokken. Mijn moeder wilde het juist niet, want ze wist dat als ik ervoor zou gaan, ik er ook voor honderd procent voor zou gaan. Ik ben best hard. Mijn emoties kan ik uitzetten als het moet.’

Ziet u gepakt worden als een beroepsrisico?

‘Ik weet wat ik doe, dan moet je ook de consequenties als een man dragen.’

Wat vindt uw moeder ervan dat u bent verwikkeld in een drugszaak?

‘Ik ben open met haar. Ik zeg haar niet alles, maar wel veel. Ik wil niet dat ze voor verrassingen komt te staan. Maar ze is een sterke vrouw.’

Shukrula: ‘Als hij vastzit, komt zijn moeder hier. Om uit te huilen.’

James: ‘Een vrouw heeft dat nodig. Ze stapt vervolgens wel met een pokerface uit zijn kantoor. Ik heb liever dat ze twee traantjes laat bij Vito, dan dat ze met een tante of nicht gaat praten.’

Shukrula: ‘Ik ben ook háár dagboek.’

James is volgens zijn advocaat een van de weinige cliënten die ‘goed kan zitten’. Sommige cliënten bellen dagelijks vanuit de gevangenis naar de raadsman. ‘Dan is het van: help, help. Maar hij niet’, aldus Shukrula.

James: ‘Ik kan de knop omzetten en in de chillmodus gaan. En het is soms goed voor je netwerk. Al zitten er ook veel jongens in de bajes met praatjes. Ik probeer altijd goed te observeren, om te kijken wie écht wat kan. Als de deur van hun cel open is, kijk ik of het een schone jongen is en of zijn koelkast volzit. Als dat laatste zo is, weet ik: die heeft geld op zijn rekening, dus die kan wat.’

U zegt: ik kan de knop omzetten. Lukt dat altijd?

‘De dagen dat mijn moeder op bezoek komt in de gevangenis vind ik zwaar. Dan breekt mijn hart.’

Toch heeft James geen spijt van zijn keus. Al zegt hij er meteen bij: ‘Ik heb niet de behoefte om de grootste te worden; meer geld betekent meer problemen.’ Hij ziet het om zich heen gebeuren: voorheen maakten een paar grote namen de dienst uit, maar na de moord op cocaïnemiljonair Gwenneth Martha in 2014 veranderde dat. ‘Gwenneth hield de jongens in het gareel. Na zijn dood kregen de loopjongens opeens de ballen om zelf dingetjes te gaan doen. Ze willen snel veel geld, maar je ziet: ze kunnen het niet, er gaat van alles mis.’

Zo kent hij ook een ‘paar jongens die hebben geschoten’. ‘Die jongens leven met de dag. Ze zijn de hele nacht op, ze kijken tv, gamen, roken jointjes en sommigen snuiven ook nog. Ze gaan niet naar buiten, omdat ze dan de hele tijd over hun schouder moeten kijken, uit angst voor wraak. Ze dachten de makkelijkste weg te hebben gekozen, maar wat heb je aan vijf ruggen als je iemand hebt neergeschoten? Het geld is zo op en je komt er geen treetje hoger mee op de ladder.’

Een huurmoord plegen, zal hij zelf nooit doen, zegt James. ‘Ik doe geen mensen pijn. Moordgeld is vies geld, dat wil ik niet.’ Hij heeft genoeg geld in zijn leven gezien, stelt hij. ‘Geld komt en geld gaat, daar maak ik me niet druk om.’

Maar, legt hij uit, de nieuwe generatie heeft het lastiger. Volgens James moeten ‘zij toch met de duurste dingen lopen. Als jij vijf vriendjes hebt en ze hebben elk 2.000 euro op zak en jij maar 500, tel je niet mee. Het gaat niet om wie je bent, maar om wat je hébt.’

Houdt u er rekening mee dat u in uw wereld zelf ook een doelwit kunt worden?

‘Nee, ik weet wat ik doe en als mijn dag is gekomen, is mijn dag gekomen. Dat is niet erg. Dan ga je terug naar waar je bent vandaan gekomen. Het leven is een kort uitstapje: je bent hier om te worden beproefd. Daarboven word je afgerekend op je daden.’

Hoe denkt u dat God over u zal oordelen?

‘Ik denk dat hij me een twijfelgeval vindt.’ James lacht. ‘Dat hij me eigenlijk naar de hel wil sturen, maar me ook wel een lieve jongen vindt.’

U stelt hem voor een moeilijke keuze.

‘Zeker weten. Wat ik doe is niet ideaal, maar ik doe het om goed te kunnen leven.’

Drie weken later. Midden in de nacht gaat de telefoon van Shukrula acht keer. De volgende ochtend hoort hij zijn voicemail. ‘Viet! Viet! Vito, hoor je me?’, klinkt het. Het is James. Hij belt vanuit een arrestantenbus. ‘Viet!’

Kort daarvoor is er van alles in het leven van James gebeurd. In de drugszaak is hij er vanaf gekomen met een milde straf; hij hoeft niet meer te zitten. Maar enkele dagen later wordt een familielid van hem geliquideerd. Het is een jongen met wie hij opgroeide. ‘We weten niet uit welke hoek dit kwam’, laat hij via zijn advocaat weten. En: ‘We houden ons als familie sterk.’

Ditmaal is het James zelf die in de problemen zit. Die nacht is James verwikkeld geraakt in een schietpartij. Hij zat met een vriend op een scooter, om sigaretten te halen, zegt hij. Maar iemand zou hem van zijn sokken hebben gereden, waardoor er ruzie ontstond. Zijn vriend zou een wapen hebben getrokken en hebben geschoten.

‘Ik was verbijsterd’, zegt Shukrula. ‘De vorige zaak heeft me zoveel tijd gekost en hij is daar goed vanaf gekomen. En nu begint de hele riedel opnieuw.’ Ditmaal zit James wel ‘te tuchten’. Hij heeft het zwaar in de gevangenis: hij heeft afscheid genomen van zijn familielid, maar kan nu niet bij de uitvaart zijn. ‘In de dagen voor de schietpartij had-ie veel gedronken en weinig geslapen. Dit zat echt niet in de planning, het gebeurde zelfs vlakbij een politiebureau’, zegt Shukrula.

Even moest de advocaat ‘opnieuw zijn batterij opladen’. ‘Maar we gaan de strijd weer aan. Iemand in nood kan ik niet laten zitten, zelfs als het misschien wel zijn eigen schuld is dat hij in die penibele situatie zit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden