Zin van het levenTon Hetebrij

‘Mijn aanwezigheid is te vluchtig. Ik kan slechts het spoor van mezelf volgen’

Beeld Sophia Twigt

‘Wat is de zin van ons leven?’ Met die vraag startte iedere aflevering van de interviewreeks die Volkskrant-journalist Fokke Obbema in de Volkskrant publiceerde. Lezers krijgen nu ook de kans om die vraag te beantwoorden in een interview met zichzelf. Vandaag: Ton Hetebrij.

‘Op zondagavond 18 augustus 2019 belandde ik na een aantal heftige bloedingen in het ziekenhuis. Twee dagen later kreeg ik te horen dat een kwaadaardige tumor in de endeldarm de aanstichter was. De locatie van de tumor was te dicht bij de anus om die, bij de noodzakelijke operatie, te kunnen sparen. Een maand later vond de operatie plaats: tumor verwijderd, anus verwijderd, opening definitief gesloten. Een fraaie rode roos, een rijpe aardbei, sierde mijn buik ter oriëntatie op mijn permanente stoma.

‘Nu was het dus mijn beurt. Het onheil dat deel uitmaakt van ons leven had ik al vroeg ervaren in het gezin waarin ik opgroeide. Mijn moeder was een ongelukkige, depressieve vrouw. Mijn vader was een trouwe, maar machteloze echtgenoot, die geen antwoord had op de complexe problemen waarmee hij te maken kreeg. Het gezin was geen veilige basis. Na slaapkuren, elektroshocks en borstkanker stierf mijn moeder na een slopend ziekbed van acht maanden aan een hersentumor. Het was 1961, ik was veertien jaar en verdriet werd niet besproken. Mijn vader trouwde binnen een half jaar opnieuw en daarmee ging het boek van mijn jeugd dicht. Ik kreeg te snel, te veel volwassenheid op mijn bord en de prijs was hoog.

‘Zutphen, het provinciestadje waar ik opgroeide, heb ik voorgoed achter me gelaten. In Katwijk heb ik de liefde van mijn leven ontmoet en ik prijs me gelukkig dat daar nog geen enkele verandering in is gekomen. Met mijn gedeukte en gebutste bagage trof ik een vrouw die de vaardigheden van leven in een groot gezin meebracht en dat heeft me geen windeieren gelegd, al was ze geen zachte heelmeester. We hebben drie dochters, een kleinzoon en een kleindochter.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Voordat ik er was, wist niemand dat ik er ooit zou zijn. Straks zal niemand meer weten dat ik er ben geweest. Wie ben ik om over de zin van het leven in het algemeen en het menselijk leven in het bijzonder te oordelen? Daarvoor is mijn aanwezigheid te vluchtig. Ik kan slechts het spoor van mezelf volgen.’

Hoe was die reis met jouw bagage?

‘De vraag naar de zin van het leven was intrinsiek aanwezig, maar kwam te vroeg. Ik had daar toen geen antwoord op. De laatste botsing tussen heden en verleden maakte de vraag actueler dan ooit. De eerste keer dat ik expliciet de vraag stelde was tijdens een les op de kweekschool in Zwolle.

‘In het jaar dat mijn moeder stierf, bleef ik zitten in de tweede klas van de hbs. De hbs bezoeken was geen vanzelfsprekendheid, als kind uit een arbeidersmilieu. Ik was daar trots op. Dat zittenblijven voelde als falen. Twee jaar later verliet ik voortijdig de hbs. Ik ging zonder enig zelfvertrouwen en met een gevoel van afgang naar de hervormde kweekschool in Zwolle. In 1968 sloot ik de opleiding af.

‘Terug naar de vraag: een docent vertelde het verhaal over een doodzieke vrouw die in zijn buurt in haar bed voor het raam lag. De uitzichtloosheid van haar situatie greep hem zichtbaar aan. Op mijn vraag wat de zin van het leven van die vrouw nog was, kreeg ik een felle, boze reactie. Sterker, ik werd uit de klas gestuurd. Het was niet aan mij die vraag te stellen, dit werd van hogerhand gestuurd. Dus had het zin. Ik weet nog dat ik heel boos was. Een klasgenote wist iets van mijn verleden. Zij nam het voor mij op en mocht mij terughalen. De docent is niet er niet op teruggekomen en ik al helemaal niet. Ik was bezig met overleven. Mijn vraag bleef op de plank liggen.’

Beeld Natascha Hulsebosch

De vraag van de docent had je geraakt. Wat deed jij om zin te geven aan je leven?

‘In het tweede gezin moest ik mijn plaats vinden. Na twintig jaar ellende wilde mijn vader rust. Mijn stiefmoeder moest stabiliteit brengen, aan haar inzet heeft het niet gelegen. De onrust en het verzet van een puber werden door mijn vader niet geaccepteerd. De vervreemding in dat gezin sloeg toe. Ik vluchtte weg. Goddank had ik vrienden met gastvrije ouders bij wie ik welkom was. En… daar was de kerk als een vangnet dat groter was dan ik me aanvankelijk realiseerde.

‘In ons gezin gingen we naar de Gereformeerde Kerk. Mijn vader, wijs geworden door eigen ervaringen, stelde geen hoge eisen aan kerkgang. Desondanks las ik mijn bijbel van kaft tot kaft en viel voor een uitspraak van Jezus: ‘Wat je voor een van je minste broeders hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.’ Een weldoener was geboren. Ik zou de minste zijn en me inzetten voor anderen. Ik dacht de zin van mijn leven te hebben gevonden.’

Wat deed die weldoener in de praktijk?

‘Aan de laatste twee jaar van de kweekschool heb ik ook wat goede herinneringen bewaard. Ik maakte kennis met literatuur en kunstgeschiedenis, een volstrekt onbekende wereld ging voor me open. Met name de kennismaking met poëzie was een aardschok. In het laatste jaar leerde ik tijdens stages verschillende schooltypes kennen. Bij het speciaal onderwijs viel het kwartje. De weldoener had zijn doel gevonden. De zwakke leerling in het reguliere basisonderwijs, maar vooral in het speciaal onderwijs boeide me. Ik ben er nooit meer vertrokken.’

Heeft dat zin aan je leven gegeven?

‘Het gaf vooral sturing. Ik had het gevoel zinvol bezig te zijn. De zwakke leerling sloot ik in mijn hart. Het lesgeven en het vertellen van verhalen gaf me het zelfvertrouwen waar ik naar op zoek was. Verhalen verbinden, ik zag simpele leerlingen opbloeien bij mijn verhalen. Ze hoefden daarin niet te presteren en kwamen tot rust. Ik had ze voor me gewonnen en borduurde daar in andere lessen op voort. Ik leerde de kracht van verbinding kennen. De Bijbel bood me een schat aan verhalen, al werden de hoofdrolspelers steeds menselijker zoals in de andere verhalen waaruit ik ging putten. Wie was eigenlijk de God die in die verhalen figureerde?’

Kortom, je viel van je geloof?

‘Het was een geleidelijk afdrijven. Het werd niet een boos afzetten tegen. Het was niet heel spectaculair. Zonder wrok heb ik afscheid genomen van de kerk. Een laatste zetje kreeg ik van Lucretius (99 v.Chr. - 55 v.Chr.) die in zijn boek De natuur van de dingen schreef: ‘Zozeer leidt godsdienstigheid tot misdadigheid.’ Voorbeelden daarvan zijn er momenteel te over. In die oerverhalen zijn goden gecreëerd door mensen om hun leegte op te vullen. We zijn op onszelf en de ander aangewezen.’

Werd je leven met die conclusies zinvoller ?

‘Ja! Ik ben op twee sporen verder gegaan. Poëzie bleef de rode draad in mijn leven. Misthoorn in de herfst van Vasalis was het eerste gedicht dat ik op school las. Toen de mist optrok, ging er een wereld voor me open. Met Slauerhoff heb ik ‘in gedichten gewoond’. Een leven lang heb ik de poëzie gezocht en gevonden. Het gaf me meer dan voldoening, in mijn onzekerheden vond ik bevestiging, melancholie was toegestaan, verbondenheid deed de rest.

‘Poëzie gaf zin aan mijn leven en maakte me een rijker mens. Maar…. het bloed kroop waar het niet kon gaan. Ik werd ruim twee jaar geleden vrijwilliger bij Xenia, een jongerenhospice in Leiden. Ik had contact met jonge mensen die met al hun dromen en verwachtingen te vroeg dood gingen. De vraag naar de zin van het leven was hier vloeken in de kerk. Er werd gehuild , er werd gelachen onder de rode beuk in de tuin van Xenia. Verbondenheid tussen gasten, verpleegkundigen en vrijwilligers is in Xenia de rode draad op weg naar het einde.’

Hoe kijk je nu tegen je leven aan?

‘Om dat in 1.500 woorden samen te vatten, is niet heel eenvoudig. Hoe beeldend de poëzie ook vat had gekregen op mijn leven, zelfs de poëzie liet het afweten toen ik mijn eigen onheilsbericht onlangs te horen kreeg. Tamelijk kil stonden de bundels in de boekenkast, maar mijn geliefden stonden om mij heen. Verbondenheid, die ik in mijn jeugd miste, kwam hier tot uitdrukking. Toen de dreun van mijn ziekte ons gezin ontredderde, bleek hoezeer dat gezin mijn fundament was geworden. Ik heb mijn kinderen afgelopen Kerst De zin van het leven gegeven met een klein episteltje. Dat heb ik afgesloten met de woorden: ‘Van die kleine jongen van toen naar die oude man van nu is een lange leerschool geweest. Ik prijs me gelukkig dat ik met jullie dit leven kan delen.’ Hoe simpel ook, dat is voor mij meer dan voldoende om mijn leven zinvol te noemen.’

MEER LEZEN OVER DE ZIN VAN HET LEVEN? DEZE ANDERE INZENDINGEN VAN LEZERS WERDEN GESELECTEERD:

De natuur is zonder mededogen. Dus als er al een zin van ons leven bestaat, moeten we die zelf maken, meent akoestiekadviseur Peter van der Boom (58) uit Zutphen. ‘Laten we meer scharrelen, structuren loslaten en zien wat er gebeurt. Dat kan al op kleine schaal: een gesprekje op straat waardoor we een trein missen.’

Cile Schulz (53), beleidsadviseur uit Arnhem, koos ooit bewust geen moeder te worden. Reflecterend op de zin van haar leven voelt dat soms als een onjuist besluit. ‘Iedere vorm van leven is een toevalstreffer, het had er ook niet kunnen zijn. Er is geen zin, anders dan voortplanting, en dat heb ik dus niet gedaan.’

Volgens Aafke Komter is de vraag naar ‘de zin van ons leven’ verkeerd. ‘Er is geen ‘ons’ leven, net zomin als er een zin van ‘het’ leven is. De veronderstelling dat er een grote gemene deler zit in de mogelijke antwoorden op die vraag, klopt niet. Iedereen geeft op een eigen, unieke manier zin aan zijn of haar leven.’

Trees Roose liep op haar vijftiende weg van huis. Haar moeder laat niet naar haar zoeken. De mens is volgens Roose een ‘dolende stumperd’ die niks van de zin van het leven kan begrijpen. ‘Over zoveel miljard jaar blaast de zon zichzelf op en wordt deze schitterende blauwe aardbol gedegradeerd tot dood ijsblok. We zijn nog minder dan een splinter in een oneindige zwarte leegte waar geen aardse natuurwetten gelden.’

Onheil maakte vroeger al deel uit van het gezin waar Ton Hetebrij in opgroeide. Hij las vroeger de bijbel van kaft tot kaft en dacht de zin van het leven te hebben gevonden in het geloof. Maar langzamerhand dreef hij af, richting de poëzie. Maar toen er in 2019 een tumor bij hem ontdekt werd, vond hij vooral troost in anderen. ‘Hoe beeldend de poëzie ook vat had gekregen op mijn leven, zelfs de poëzie liet het afweten toen ik mijn eigen onheilsbericht onlangs te horen kreeg.’

Schrijver Dave Schut studeerde communicatiewetenschap maar deed dat met tegenzin, omdat hij met vragen zat waar de studie geen antwoord op kon geven. ‘Ik nam afstand van de samenleving, zowel uit verlegenheid als arrogantie, en wilde pas weer meedoen als ik precies wist waarom, en op welke manier.’

Als kind wilde Ton Roumen het liefst priester worden, hoewel zijn vader hem liever als econoom of accountant zag. Hij raakte geïnteresseerd in tantra, en geeft nu sinds tien jaar meditatieretraites. ‘Tantra is veel meer dan een verzameling seksuele praktijken, het is een wegwijzer naar je bestemming, naar wie jij in oorsprong bent. Die bereik je door alle emoties te voelen en te aanvaarden, de mooie en de lastige.’

Bioloog Frans Ellenbroek beseft meer dan ooit nu hij met pensioen is dat het antwoord op de vraag van de zin van het leven ligt in de manier waarop we onze tijd besteden, en dan met name onze vrije tijd. ‘Het evolutionaire systeem heeft intelligente regels ontwikkeld voor ons tijdmanagement. Kijk maar naar planten en dieren, zonder culturele invloed op tijdsbesteding. Hebben die vrije tijd? En draagt vrije tijd bij aan hun fitness?’

Schrijver Lotte Kok was op jonge leeftijd al veel alleen. ‘Eenzaamheid kan iets heel geks met je doen. Hoe langer je alleen bent, hoe meer je gaat denken dat het aan jou ligt, dat er iets vreemds met je is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden