Interview Michiel Romeyn

Michiel Romeyn: ‘Op YouTube kijken anderhalf miljoen mensen, maar op televisie moeten ze me niet meer’

Michiel Romeyn Beeld Aisha Zeijpveld

Op straat wordt hij nog altijd herkend, maar acteur Michiel Romeyn wordt bijna nergens meer voor gevraagd. Waarom niet? 

Michiel ­Romeyn wijst uit het raam van zijn ­woning aan de Amsterdamse Weesperzijde en zegt: ‘Sinds kort mag je hier niet meer met je hond los lopen, dus nu hebben we met de buurt een appgroep om elkaar te waarschuwen wanneer er zo’n handhavingsbusje aankomt. Nou loop ik op Nieuwjaarsdag nog een beetje gruizig met de honden door het plantsoen, stopt er ineens zo’n busje van de Surinaamse padvinderij, want op de een of andere manier zijn het altijd Suri’s die dat werk doen. ‘Meneer, meneer’, zegt de hopman vanuit zijn raam. ‘U moet de honden hier aanlijnen, anders krijgt u een bekeuring.’ Dus ik zeg: ‘O nee toch meneer? Néé toch? Is dat echt zo? Ooo shit, dan heb ik verkeerd gekeken, o, wat erg, ik ben ook zo onhandig, kut, kut!’ Ik ging maar door, het werd steeds erger, op een gegeven moment sloeg ik zelfs met mijn vuisten tegen mijn hoofd. En die jongens maar roepen: ‘Rustig meneer, rustig, doe nou rustig.’ ‘Nee jongen’, schreeuwde ik, ‘gééf me die bon, ik ben een luhul!’ Toen vroeg die man: ‘Maar meneer, heeft u die riem niet gewoon bij zich?’ ‘Ja!’, riep ik, waarna ik in elkaar zeeg en mezelf ben gaan geselen met die riem, net zolang tot ik dat wagentje met piepende banden weg hoorde rijden, haha. Die dachten ook: laat maar, die man is gek.’

Waarom doet u dat? ‘Ik heb gewoon een ingebakken weerzin tegen autoriteit. Vooral tegen dit soort domme ­idioten die niet eens weten welke regel ze nou eigenlijk uitvoeren. Flikker op. Pak eerst eens die kutkinderen die zitten te appen op de fiets, levensgevaarlijk.’

Uw vrouw Lily zei dat sketches maken uw manier is om het leven te verwerken. Met een stemmetje: ‘Ik ben in wezen heel verlegen, mevrouw.’

Ze zei: ‘Zo lang ik hem ken doet hij sketches. Toen we op vakantie in Frankrijk waren en er iemand belde met een rol voor een musical heb ik een maand lang bij elke bar of parasol naar een musicalster zitten luisteren.’ ‘Ik kan wel drammen, ja, als er iets in mijn hoofd zit moet ­iedereen het weten. Maar humor is ook een soort bezwering, lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Als je nou naar zo’n Trump kijkt... Ik pis in mijn broek van het lachen, hoe die man alleen al zít. Maar je denkt ook: jezus christus, de wereld wordt geleid door een marktkoopman.’

Helpt het om er kunst uit te peuren? ‘Nou ja, met die handhaving werd het wel een soort onemanshow. Alleen vond mijn publiek me niet leuk.’

In de ziel

Een gesprek met Michiel Romeyn is een voorstelling an sich: hij maakt zinnen niet af, slaat zijpaden in, staat op, pakt een boek, komt terug, interrumpeert zichzelf, wekt personages ter plekke tot leven met gebaren, blikken en stemmetjes en is daarin zeer onderhoudend, om niet te zeggen geniaal, maar het leidt ook lekker af: het is niet zo dat Michiel Romeyn zich nou eens fijn door de Volkskrant in de ziel gaat laten kijken. En: dit keer wil hij géén rancuneus interview. ‘Ik heb nu wel genoeg netmanagers beledigd.’

Hoe ziet uw dag eruit? ‘Ik word om halftien wakker en dan ga ik de kranten doorspitten, want ik maak filmpjes voor het AD die over de actualiteit gaan. Nou, en vervolgens ga ik kijken hoe ik die in elkaar kan knutselen. Ik weet alleen niets van computers. Vraag maar aan Lil, ik háát die dingen. Dan heb ik weer wat geprobeerd en dan zegt ze: wat heb je nou toch weer gedaan, zak, je kan toch wel tikken? Maar ik krijg het niet voor elkaar. Het is jammer, maar dat station is gepasseerd.’

U bent 64. ‘Ja?’

Het is nog niet te laat. ‘Misschien ga ik een keer meedoen met zo’n bejaardencursus. Nou goed, Lil laat dan ondertussen de honden uit en behandelt ook de post en zo, heel keurig allemaal, wat dat betreft ben ik net een koninkje, en verder heb ik niet zo veel te doen op het ogenblik. Daar word ik weleens gierend gek van.’

Anderen van uw leeftijd zeggen: ik vind het wel mooi zo, ik heb genoeg gewerkt. ‘Daar ben ik te ballorig voor. Je zou kunnen zeggen dat ik in wezen nog een puber ben. Een jaar of 16, 17. 18, hooguit. Ik hou ook nog altijd van brommers.’

Oude lul

Heeft u niettemin ouderdomsklachten? ‘Ik heb ontzettend last van mijn achillespees, daardoor honkel ik een beetje. En ik ben zo’n twintig kilo te zwaar. Ik begin nu elke ochtend met een glas lauw water met citroen en van die shakes, weet je wel, met venkel en avocado. Ik drink ook kefir. Ja, je kijkt me aan of ik gek ben, maar het is zo. Weet je wat het is: door die kloteachillespees loop je ook meteen als een oude lul. Je komt niet vooruit. En als je niet vooruitkomt word je vet.’

Speelt het goede leven u wellicht ook parten? ‘Bier, ja.’

Elke dag? ‘Elke dag.’

Hoeveel? ‘Een kratje. Nee hoor: ’n stuk of vier. Maar wel elke dag. Volgens de statistieken ben je dan alcoholist. Ik heb alleen maar alcoholisten in mijn omgeving. Wist je dat er mensen zijn die niet van alcohol houden? Je zou willen dat daar een pil voor was. Ja, die zijn er, ik weet het: Refusal, dan ga je kotsen. Wel een beetje een paardemiddel.’

Waar wordt u gelukkig van? ‘Jezus, wat is dit nou weer voor vraag? Laat ik zeggen: elke keer als we in het buitenland zijn geweest en we komen weer thuis, en ik kijk vanuit mijn raam de hele Amstel over, dan denk ik wel: jezus christus, dit is een mooie hotelkamer, wat zou dat kosten?’

Michiel Romeyn. Beeld Aisha Zeijpveld

Romeyn bewoont drie verdiepingen aan de Amsterdamse Weesperzijde met tuin en uitzicht op roeiers en joggers. Als je aan de tafel bij de openslaande balkondeuren zit kun je binnen bruin worden. Overal waar je kijkt zie je kunst, foto’s, boeken, stapeltjes, hondenharen van Nouf en P (alias De Kroket), herinneringen, aanknopingspunten, gezondheidspoeders, vitaminepillen en rekwisieten. Lily heeft ’s ochtends nog even snel zijn haar geknipt omdat hij niet meer wist of er meteen een fotograaf mee zou komen. In de gang hangt de schets die Keith Haring speciaal voor hem maakte (‘Kijk dan! Je kijkt niet’), meteen daarna volgt een anekdote over de keer dat hij een bevriende kunsthandelaar belde en deed of hij castingdirecteur Hans Kemna was, die onder acteurs bekendstaat om zijn specifieke stemgeluid. ‘Ik doe dat ook bij mijn moeder, dan is het vier seconden stil en zegt ze: ‘Ja Chiel, ik weet wel dat jij het bent.’’

Moeder

Hoe oud is uw moeder? ‘96. Van mijn broer hoorde ik dat ze van de week voor het eerst ‘Wie bent u?’ tegen hem heeft gezegd. Terwijl ze dat de week daarvoor nog wel wist. Nou ja, ze is 96, het houdt een keer op natuurlijk.’

Bezoekt u haar weleens? ‘Jawel, eens in de twee weken. Is dat veel? Ik weet het niet. Na een halfuur word ik er altijd knettergek. Je zit dan in zo’n hok en het stinkt er naar stront en gekookte aardappelen. Die mensen doen ontzettend hun best hoor, het is bewonderenswaardig wat ze doen, maar dat gelul allemaal. En nu ze dan ook nog een beetje wegraakt...’

Hoopt u dat het snel afgelopen is? ‘Mag je natuurlijk niet zeggen, maar het wordt er niet leuker op, voor niemand. Weet je wat gek is? Als je liedjes voor haar zingt, komt er ineens een hele wereld tot leven.’ Hij begint te zingen: ‘Laat je handjes maar eens wapp’ren, leg je handjes op je hoofd, daar zijn weer mijn grote tieten, en mijn handjes op mijn... doos!’ Vervolgt: ‘Dan moet ze vréselijk lachen. Dat is haar Brabantse achtergrond, hoe goorder, hoe beter. Mijn vader hield er ook van: scheten, pissen, poepen, noem allemaal maar op.’

Houdt u van haar? ‘Jaaaa. Mijn moeder is heel kranig, een fabrikantendochter. Mijn opa had De Faam, de snoepjesfabriek in Breda. Mooie meid, heel Breda liep achter mijn moeder aan. Ze kon overigens ook ontzettend hard en naar zijn, een soort verwende matrone.’ Zet een pedante stem op: ‘Is dat duidelijk, mevrouw Hoeke?’ Maar ik herinner me haar vooral als geestig. Ik ging met mijn moeder ook altijd naar carnaval, dat móést van haar. Een noorderling zal die wonderlijke ongegeneerdheid nooit begrijpen, maar ik vind het meesterlijk. Ik zag een keer drie kerels in travestie die zich hadden verkleed als stewardessen, met zo’n hoedje en een blauw KLM-pakje. Ze hadden zelfs zo’n trolly bij zich, daar kon je dan lolly’s en condooms kopen en zo. Je zag die jongens enorm hun best doen om vrouw te zijn, op die hoge hakken. En het mooie was: na drie dagen waren ze er nog steeds. Weliswaar met de hakken totaal afgebroken, en hun pakjes aan flarden gescheurd, maar nog altijd fier. Ontroerend bijna.’

Wat vindt u daar zo mooi aan? ‘Omdat het totaal buiten de regel valt. Het is zo geestig om te zien wat er gebeurt als je alles loslaat. Dáár begint de kunst.’

Het is een vorm van absurdisme. ‘Dat kun je wel stellen ja.’

Bent u dit jaar geweest? ‘Nee, dat gaat niet meer, helaas. Al doe ik een neus op, dan nog roepen ze de hele dag Storm naar me.’

Cultfiguren

Romeyn studeert aan de Rietveld Academie, maar wordt al snel ontdekt als acteur. Wanneer hij samen met Kees Prins en Herman Koch het absurdistische VPRO-programma ­Jiskefet gaat maken, groeit hij, onder meer met het personage Storm in Debiteuren Crediteuren, uit tot een van de grootste cultfiguren van de jaren negentig. De serie is zestien jaar lang een succes. Types als Oboema, Johnny & Willy en de Lullo’s gelden inmiddels als cultureel erfgoed.

Beschouwt u Jiskefet als uw grootste triomf? ‘Men. Mén beschouwt het als mijn grootste triomf. Kijk, het voordeel van dat hele Jiskefet is geweest dat we het zonder restricties mochten maken. Al die commissies die je nu beoordelen... Dat hadden wij allemaal niet. Ik vertrouw ze ook nooit, die mensen die dít wel en dát niet leuk vinden. Ik bedoel: ík vind het toch leuk om te maken? En ik ga ook niet uitleggen waarom: je ziet het of je ziet het niet. Bij Jiskefet was de lol dat die hele VPRO nooit kwam kijken, op onze regisseur Ellen Jens na. Je gaf het bandje mee aan de koerier en dat was het. Het treurige is natuurlijk wel dat de clichés ­altijd de grootste hits worden – het kantoor en die verschrikkelijke Lullo’s. Bij Oboema lag dat wat subtieler. Die pruiken haalden we trouwens gewoon bij die feestwinkel op de Rozengracht. Maar na een tijdje was Oboema zo populair dat ze niet meer te krijgen waren. Moest de grimeur van drie verrotte exemplaren één maken.’

Zou Jiskefet in deze tijd weer zo’n succes worden? ‘Neeee, dat gaat niet meer. Als je alleen al ‘witte neger’ zou zeggen heb je een probleem. Alhoewel ik laatst wel als Oboema heb opgetreden in Sexyland, zo’n hip jeugdcentrum op het NSDM-terrein, en toen hebben ze werkelijk staan krijsen. En allemaal youngsters, hè? Maar over het algemeen zijn mensen heel conservatief. Ze willen de oude hits horen, die hebben ze in hun hoofd, in een soort collectief geheugen.’

Het heeft u een cultstatus opgeleverd, maar ondertussen zien we u nooit meer op televisie. Hoe verklaart u dat? ‘Dat heb ik me uren, dágen, op jouw plek, waar jij nu zit, afgevraagd! Dan zat ik naar buiten te kijken en dacht ik: hoe is het in gódsnaam mogelijk? Ik weet het niet. Echt niet. Op dat YouTube kijken nog steeds anderhalf miljoen mensen per maand naar die ouwe troep. En als ik over de Albert Cuyp loop moet ik twintig keer op de foto, dat is kafkaësk. Maar op televisie moeten ze me niet. De VPRO belde laatst op: of ze ouwe scènes van Jiskefet op hun betaalkanaal NPO Start mochten zetten. Daar hadden ze dan 750 euro voor over, per jaar. Onder het mom van naslagwerk.’

Wat heeft u gezegd? ‘Of die jongen wel goed bij zijn hoofd was, dat heb ik gezegd. En daarna heb ik gevraagd of ze niet geïnteresseerd waren in wat nieuws. Ja, ja, jajaja. Maar dan moet je zelf weer terugbellen en dan is die er weer niet en dan is die weer op vakantie, net zolang tot eentje het lef heeft om te zeggen: we zijn totaal niet geïnteresseerd.’

Online

Sinds vorig jaar maakt u het satirische programma Huize Vleeshamer voor de website van AD. Wat is het idee achter die filmpjes? ‘Ik wilde ­kijken hoe het zou uitpakken als ik op het nieuws zou ­reageren, en hoe dat online zou werken, want dat is toch de toekomst. Ik speel een ouwe Amsterdamse barman, die ­tegenover twee poppen de wereld doorneemt. Dat kan ik goed.’

Hoe komt het dat u zo veel affiniteit heeft met volkse types? U bent zelf toch van keurige komaf. ‘Nou, keurige komaf...’

Uw moeder was een directeursdochter, uw vader architect. ‘Ja, nou ja goed, ik moet altijd erg om ze lachen. Ze zijn vaak charmant. Dan heb ik het wel over die ouwe proleten, hè. Ik ga vaak naar de bunker voor het Holleeder-proces en dan lach ik me helemaal suf. Hij is een gék, maar ontiegelijk geestig. Zo gevat. Boven mijn vorige huis woonde ook zo’n vent, een man naar wie Johnny (uit de Johnny & Willy-sketches van Jiskefet, red.) is gemodelleerd, met zo’n sweater en een wielrenbroekje met een enorme lul erin. Die had dat ook, dat hondsbrutale, die houding van: als ik het niet doe, dan doet een ander het wel. En aan de andere kant dat enorme sentiment. Wist je dat André Hazes helemaal gek was van Jiskefet? Hij kende alles uit zijn hoofd. Toen hij 50 werd vierde hij dat in Paradiso en vroeg hij ons op te treden. Herman en Kees hadden daar niet zoveel zin in, maar ik vond het wel een eer. Op een gegeven moment vroeg zijn manager of ik backstage wilde komen. Dus ik kom binnen, zie ik zijn hele familie aan tafel zitten, en André helemaal alleen achterin, in het donker, met een handdoek om zijn nek en drie bier voor zijn neus. Het was gewoon een Peter van Straaten-tekening. Dus hij ziet mij, vliegt me om mijn nek en zegt meteen: ‘Gódtering, bloedgabber, je lijkt precies op mijn overleden broer.’ Tot vijf uur ’s ochtends heeft hij me in die wurggreep gehouden, geweldig.’

Dat is natuurlijk ook allemaal valse lucht. ‘Ja natuurlijk! En toch vind ik het mooi. Maar zo’n proleet bestaat bijna niet meer. Die is geëvolueerd naar een proleet met een lange kasjmieren jas in een BMW, liefst geblindeerd, die vindt dat hij niet zomaar iemand is. De onderwereld is naar de bovenwereld gekomen. De humor is eraf.’

Terug naar Huize Vleeshamer. Per aflevering kijken er gemiddeld veertigduizend mensen naar. Wat niet veel is, op internet. Wat mankeert eraan? ‘De publiciteit was niet geweldig, mensen weten het niet te vinden, denk ik. En wat ik al zei, mensen willen de ouwe Stones zien, niet alleen Mick Jagger.’

Michiel Romeyn. Beeld Aisha Zeijpveld

Denkfout

Hetzelfde geldt voor de serie die u samen met regisseur Max Porcelijn maakte voor Comedy Central, Yep! Het deed me denken aan 30 minuten van Arjan Ederveen. Steengoed, maar misschien niet zo vernieuwend. ‘Dat zou kunnen. Misschien heb ik, omdat iedereen altijd zo enthousiast is over dat oude werk, de denkfout gemaakt om dat opnieuw te maken. Misschien is het ook wel te slim bedacht wat ik doe. Zo’n sketch over architecten, waarin een idealist in zwart-wit over de Amsterdamse School praat terwijl iemand op White Rabbit staat te dansen, dat is voor de geoefende kijker.’

Doet het pijn? ‘Neuh, dat niet. Succes is leuk, maar ik maak wat ik maak. Van Rembrandt ga je ook niet zeggen: ja, nou weten we wel dat je een trucje kan met licht-donker.’

Later: ‘Ik zat laatst te lunchen naast een meisje uit Sliedrecht. Mooi meisje, Indische trekken. Zij was influencer, een miljoen volgers op Instagram. Wist ik veel. Dus ik vraag: wat doe je dan? ‘Nou’, zegt ze. ‘Ik sta ’s ochtends op met mijn kind, en dan laat ik zien dat ik yoghurt maak als ontbijt en dat ik een tompouce naar mijn jarige schoonmoeder breng.’ Ik zeg: ‘En dat doe je elke dag?’ ‘Ja’, zegt ze. ‘Elke dag, duurt drie minuten.’ Weet je hoeveel zij verdiende?’

Nou? ‘Twintig tot der-tig-duizend euro per maand. Ik zeg: maar wat ga je dan hierna doen? Want dit houdt een keer op. Zegt ze: ‘Dan ga ik huizen kopen.’’

Kijkt u daarop neer? ‘Nou, wat ik zo wonderlijk vind: je moet je geld toch verdíénen? Ik ben wel zo opgevoed dat je geld verdient door om acht uur op te staan en dan wat te gaan dóén.’

Daar zit wel iets tussen. Anders kan je tegen u ook wel zeggen: schei eens uit met die flauwekulfilmpjes. ‘Dat is waar. Maar het verbaast me zo, dat het zo ook kan. Snap je?’

Misschien moet u ook gaan vloggen. ‘Ja, kan. Ik kan ook net als al die Marokkaanse jochies van 16, 17 met een zak cocaïne en een blaffer rond gaan lopen, want dat heeft ook nog nooit zo welig getierd hier. Die verkopen allemaal van die nepshit aan toeristen en worden poep- en poeprijk. En neem het ze eens kwalijk, het systeem is zo lek als een mandje. Die burgemeester in Antwerpen zei zelf dat hij het niet meer aankan, met ál die containers die daar binnen­komen. En je hoeft maar één zo’n pakketje te hebben en je bent multimiljonair. En vervolgens kopen ze zich in in het onroerend goed, waardoor de huizenprijzen idioot hoog worden, want ze schuiven die dingen gewoon door.’

Is er eigenlijk nog een financiële noodzaak voor u om te werken? ‘Ja, natuurlijk.’

Schnabbeltoer

U kunt ook dit huis verkopen: dat is onderhand ook goud waard. ‘Terwijl ik dit toentertijd voor een appel en een ei heb gekocht. 21 jaar geleden was er geen kip die dit wilde hebben. Het heeft een hele tijd leeggestaan en daarna kwam er antikraak in. Het was ook echt een afgetrapte ouwe rotzooi toen wij het kochten. Maar goed, je kunt steen niet opeten dus ik ben nog gewoon op de schnabbeltoer, zoals dat heet.’

Herman Koch en Kees Prins hebben die geldzorgen niet. Hoe beïnvloedt dat een vriendschap? ‘Met Kees ben ik geen vrienden. Wij maakten een Goeiesmorgens-musical om een lange neus te maken naar al die musicals van Joop van den Ende, gaat hij vervolgens bij Joop van den Ende bij de musicalontwikkeling werken! Hoe opportunistisch kun je zijn. Met Herman heb ik een andere relatie: mijn moeder was bevriend met zijn moeder, we kennen elkaar al vanaf dat we 1 zijn. Niettemin heb ik weleens een gezond soort jaloezie voor hem gevoeld. En dat gaat nog niet eens om geld, het gaat om het feit dat hij ineens als een soort raket de lucht in ging met dat boek. Belde ik hem, zat-ie weer op een of andere hotelkamer in San Francisco, op kosten van de uitgever. Dan krab je je weleens achter de oren. Wat een zondagsjongen.’

Uw echtgenote Lily opperde dat u misschien ook niet meer zo veel voor tv wordt uitgenodigd omdat u ontregelt. Ze zei: ‘Talkshowpresentatoren houden daar niet van, dat verstoort hun show.’ Barst in lachen uit: ‘Ik heb een paar keer bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel gezeten, en toen brak het zweet hem inderdaad uit.’ Draait zich om en doet stem na van Matthijs van Nieuwkerk: ‘Kees, Herman, vertel eens...’ De laatste keer zei ik: hallo, ik zit er ook nog, moet je mij niet wat vragen.’

Maar u hééft toch ook iets sardonisch? Je hebt toch het idee dat je elk moment het haasje kan zijn, mocht je toevallig met u in de kroeg staan. ‘Dat is een beetje pesten inderdaad, even in iemands kwetsbare kant prikken. Het is toch altijd mijn bedoeling om een bocht te maken in wat als rechte weg bestaat. Maar bij mijn weten heb ik nog nooit iemand kapot gemaakt. Herman is veel erger. Die heeft ook nog eens dat uiterlijk van een ambtenaar van de elektriciteitscentrale. Maar dan wel ineens dat velletje omdraaien. We zaten een keer bij café De Pels toen er zo’n man voorbijkwam op een vouwfiets en sandalen en een tas vol gezondheidsbrood. Ging Herman voor hem staan en midden in zijn gezicht een geit nadoen: beh. Bèèèèèh. Toen schaamde ík me zelfs. Herman is alleen slimmer dan ik, gladder, hij komt ermee weg. Ik struikel.’

Mopperkont

Uw goede vriendin actrice Anniek Pheifer noemde u ‘een ongevaarlijke mopperkont.’ ‘Klopt: ik ben géén Theo van Gogh. Dat was echt een doodenge psychopaat. Levensgevaarlijk. Heb ik hem ook eens gezegd: als je hiermee doorgaat loop je een keer tegen de verkeerde aan. Hij zat mij ook altijd te bedreigen, haatmails en zo. Gewoon een verwend kutkind uit Wassenaar. Weet je wie een goeie schrijver is? P.F. Thomése. Zal ik trouwens een ei voor je bakken? Je had toch honger, zei je? En als we op Lily moeten wachten...’

Romeyn ontmoette Lily Lorenz (65, gepensioneerd lerares tekenen) via een wederzijdse vriend. Michiel vond haar een ‘mooie, stabiele dame’, Lily viel voor de ‘wonderlijkheid van zijn persoon, de totale onverwachtheid van die man, waarmee hij me 35 jaar later nog steeds kan verrassen’.

Michiel Romeyn. Beeld Aisha Zeijpveld

‘Zij is het anker en ik ben het ballonnetje. Ze schildert zelf trouwens ook ongehoord goed, maar dat doet ze alleen nooit, die trut. Ze heeft totaal geen ambitie. Te weinig voor wat ze kan. Maar ze is heel onderhoudend en verzorgend en we zijn gek op de honden.’

Heeft u ooit kinderen overwogen? ‘Lily wel, ik niet. Ik vond het risico te groot dat het een vervelend kind zou worden. Of een depressief kind. Je weet gewoon niet waar je aan begint, en je kan het niet meer terugduwen. Ik moet wel zeggen dat ik naarmate ik ouder word... Als ik straks doodga is er niemand, dan is het klaar. Misschien zou het toch wel leuk zijn geweest. Maar ja, dat weet je niet.’

Volgens Anniek gaat er een mooie opa aan u verloren: haar jongens zijn gek op u omdat u voortdurend dingen zegt die je niet tegen kinderen hoort te zeggen. ‘Nou ja, die zitten in de poep- en schijtfase en dan ben je bij mij aan het goede adres.’

Tot slot: waar droomt u van? ‘Ik zou me weleens een keer willen opsluiten en hier overal doeken neerzetten, en dan dagenlang aan de gang. Het is tenslotte mijn opleiding. Ik heb laatst een portretje gemaakt met olieverf, dat had ik nog nooit gedaan, toen bedacht ik me weer hoe leuk ik het vind om een beetje te klieren en te kloten met verf. Ik hou gewoon van kunst. Hoor mij nou. Klinkt altijd zo van: nou nou, meneertje. Maar het is wel zo. En zoveel kost dat ook weer niet hoor, zo’n Fontana. Of hier, een Emo Verkerk. Maar ik word er wel erg gelukkig van. Het heeft zoveel zeggingskracht. Hier, deze, van Gummbah. Daar moet ik ontzettend om lachen, elke dag weer. Het inspireert. Kunst heeft toch te maken met een ander soort denken. Binnenkort ga ik ook weer ArtZuid doen, een beeldenroute die ik samen met Jhim Lamoree cureer, erg bijzonder om te doen. Begint 15 mei, zet je dat er wel in? Is imposant hoor, Rudi Fuchs heeft het ook twee jaar gedaan, Jan Cremer, meneer Van Os.

‘Ja, en verder... We hebben een huisje in Zeeland, een opgeknapte boerenschuur die nooit af is. Als ik daar ben ga ik graag op pad met mijn brommer, in mijn eentje, over de dijk. Er is daar helemaal geen kip, nobody, je kan net zo goed in de woestijn staan. En als die zon dan zo naar beneden gaat, in dat lege landschap, dan grijpt ineens alles in elkaar, dan word je één met de natuur. Op zulke momenten zou je bijna in God gaan geloven. Het maakt dan ook geen reet meer uit als je ineens weg zou zijn. Alsof je opgaat in iets, alsof het mysterie onder een vergrootglas wordt gelegd.’ Meteen daarna, met een stemmetje: ‘Kijk, daar spreekt de dichter in mij.’

Cv Michiel Romeyn

19 januari 1955 Geboren in Amsterdam.

1973 Opleiding aan de Grafische School Amsterdam.

1976 Rietveld Academie (niet afgemaakt), richt met anderen de richting Audio-Visueel op.

1980 Richt met anderen discotheek Mazzo op in ­Amsterdam.

1983-1990 Radioprogramma Borát van Rik Zaal.

1987 Speelt in de film Van geluk gesproken, waar hij een Gouden Kalf voor krijgt.

1990 Wings of Fame, internationale film met Peter O’Toole en Colin Firth.

1991 Prospero’s Books van Peter Greenaway.

1990-2005 Maakt met Herman Koch en Kees Prins het absurdistische VPRO-programma Jiskefet.

2007 Rol in de film Alles is liefde.

2007 Expositie ­Liquidatieplekken.

2010 Heb je nog geneukt-tour, Jiskefet, zes keer in Heineken Music Hall.

2011 Goeiesmorgens – De musical, Jiskefet, zes keer in HMH.

2012-2013 Maakt samen met kunsthistoricus Jhim Lamoree het kunstprogramma R.E.L.

2012 Rol in de film Alles is familie.

2013-2016 Speelt in de SBS-serie Danni Lowinski.

2015 Rol in telefilm De grote zwaen.

2017 Maakt programma Douwe’s Living Room (3Lab) met muzikant Douwe Bob.

2018 Maakt samen met Max Porcelijn het programma Yep! voor Comedy Central.

2018 Maakt voor AD de serie Huize Vleeshamer.

Michiel Romeyn is getrouwd met Lily Lorenz en woont samen met hun honden Nouf en P in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.