Interview

Michiel Romeyn: ‘Ik ben als de dood voor proleten. Vandaar dat ik ze al jaren speel’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn nieuwe serie Trecx, acht dilemma’s voor schrijver en acteur Michiel Romeyn (66).

Michiel Romeyn Beeld Frank Ruiter
Michiel RomeynBeeld Frank Ruiter

Amazon Prime of VPRO?

‘Prime. Dat heeft me de kans gegeven om mijn nieuwe serie Trecx te maken. Ik heb het ook aangeboden aan de VPRO. (Zet deftig accent op, red.) ‘Ik zal aan de redactieleden vragen of ze geïnteresseerd zijn’, zeggen ze dan. Vervolgens hoor je geen reet. Na vier dagen bel ik opnieuw. Nou, ze waren tótaal niet geïnteresseerd.

‘De VPRO wilde eerder de uitzendrechten van Jiskefet wél hebben. Voor de exclusieve rechten van de herhalingen hadden ze een fooi over, zo rond de 1.000 euro, dus dat ging niet door. Daarna bleek dat Amazon er een stuk meer voor wilde betalen. Dat is goed, zei ik, maar dan wil ik wel vijf afleveringen van een nieuwe serie voor jullie maken. Waarop Amazon zei: ‘Waarom geen zes?’

‘Ik belde meteen Max Porcelijn (regisseur met wie Romeyn in 2018 voor Comedy Central de serie Yep! maakte, red.): ‘Hup, we mogen weer!’, zei ik. Vervolgens hebben we een ongehoord goeie club mensen bij elkaar gekregen: onder anderen Hannah van Lunteren, Arjan Ederveen, Jim Deddes, Peter van der Witte, Ton Kas, René van ’t Hof. Het was zo leuk om weer eens wat met gelijkgestemden te maken.

‘Ik heb het Trecx genoemd omdat ik namen met een X, zoals T-Rex, altijd meesterlijk vind. Mijn vrouw omschreef de serie als een soort Alice in Wonderland. Je schiet van een filmische naar een sketchmatige scène. Ze zijn allemaal weird. Sommige zijn Peter van Straaten XXXL: een vrouw die een man vraagt haar huis te verlaten omdat hij zogenaamd beledigende dingen over Afrika zou hebben gezegd. Een oude acteur die in de voetbalkantine vijftien bier gaat uitdelen, in de hoop dat hij een lift krijgt. Een cabaretier die dreigt af te glijden omdat hij de grip op de tijd verliest − een Youp van ’t Hek-achtig type − en dan maar in het Muziekgebouw met een gigantische lul uit zijn broek een liedje gaat zingen, om toch maar een bepaald publiek te bereiken.’

Proleten spelen of moraalridders?

‘Proleten. Ik ben als de dood voor ze, vandaar dat ik ze al jaren bestudeer door ze te spelen. In Trecx speel ik zo’n man met een groot horloge en een duur pak die een sterrenrestaurant komt binnengelopen, bellend natuurlijk. ‘Wel straks je tandjes poetsen’, zegt hij tegen zijn kind. Dat is het mooie van proleten: het zijn boeven die zich ondertussen wel keurig aan allerlei regeltjes houden. ‘Mijn kind gaat later zeker niet aan de drugs.’ Maar als hij dat wel doet, slaat hij hem helemaal naar de koeien.

‘Moraalridders laten zich voorstaan op hun politieke correctheid. Eigenlijk vind ik ze net zo erg als proleten. Ik zei laatst kleurling. ‘Nou nou nou’, hoorde ik. ‘Wat zeg ik verkeerd?’ Het was ‘zwarte’. Terwijl ik denk: zwarte is toch veel erger dan kleurling?’

Zondag met Lubach of Promenade?

Promenade. Zondag met Lubach vind ik altijd wel goed gemaakt, maar ik kan niet tegen die aanpak van Lubach. Die rare vergelijkingen. ‘O, dat is echt net zoiets als…’ Dan gaat hij kijken alsof hij zojuist iets héél ondeugends heeft gezegd. Het eerste seizoen had hij ook zo'n Amerikaanse lachband.

Promenade vond ik sterk: RTL Boulevard-achtige programma’s nadoen, uiterst geestig. Ik kijk graag naar Ton Kas. Die kan als geen ander een Amsterdammer spelen, daar kan ik nog een puntje aan zuigen.

‘Annechien Steenhuizen zie ik ook graag. Daar ben ik al tien jaar verliefd op. Hoe zij in haar leren jurkje dat seksloze Journaal aan elkaar staat te lullen. Hupsakee, zij moet zich aanmelden bij James Bond!’

Herman Koch of Kees Prins?

‘Herman. Die kende ik al ruim voordat we met Jiskefet begonnen. Een oude buddy, heet dat. We waren in de jaren tachtig een keer op vakantie in Zeeland met twee vrienden, die altijd alles geloofden. ‘Zullen we stiften?’, zei Herman ineens. Ik begreep het niet, tot hij naar me knipoogde. Hij legde vervolgens de − natuurlijk niet-bestaande, totaal onbegrijpelijke − regels uit en zei dat je moest eindigen met jack in the box, elleboog op tafel, stift.

‘Eerst ‘verloor’ ik aan Herman 300 gulden. Die vrienden wilden niet voor ons onderdoen en legden dus ook 100 gulden op tafel voor een potje tegen mij. Ik liet ze eerst winnen, maar uiteindelijk waren ze allebei 400 gulden kwijt. Dat hebben we later maar weer teruggegeven. Zo is de Stiften-scène in Debiteuren, Crediteuren (serie uit Jiskefet, red.) ontstaan.

‘Kees is meer een collega. Hij zit nu bij Joop van den Ende musicals te ontwikkelen. Tja, daar snap ik weinig van: met onze Heb je nog geneukt-tour in 2010 met Jiskefet maakten we juist al die musicals belachelijk.

‘Het klinkt wat pedant, maar met Jiskefet hebben we toch cultureel erfgoed gemaakt. Ik kan geen dag over straat of iemand roept Storm naar me. Ik weet niet of De Lama’s dat ook hebben.’

Storm of Van Binsbergen?

‘Daar kan ik niet tussen kiezen. Storm (uit Debiteuren, Crediteuren, red.) is zo’n man die van zijn levensdagen zijn kantoor niet uitkomt en alleen maar opschept dat hij bij de commando’s heeft gezeten. Van Binsbergen (uit de Jiskefet-serie Lullo’s, red.), een student, is ook zo’n lulletje.

‘Ik heb zo’n bloedhekel aan studentjes. Ze zijn een weerzinwekkend volk, klootzakken die met een glas cognac anderen uitschelden. Voor de Heb je nog geneukt-tour hebben Herman, Kees Prins en ik in 2010 nog zes avonden opgetreden in de Heineken Music Hall. Daar kwamen de studenten van Vindicat helemaal voor uit Groningen, allemaal met gescheurde blazertjes en dasjes. Dat werd me toch een slemppartij. Of we de Stones in het Kurhaus waren. De vervelende zeikerds die je recht in hun gezicht nadoet, omhelzen je het hardst. Heel vreemd, maar het is niet anders.’

Zenuwpees of ijskonijn?

‘Als het erop aankomt, ben ik een zenuwpees. Maar dat is ook niet zo gek, als je, zoals in 2010, in de coulissen van de Heineken Music Hall staat terwijl je nauwelijks hebt gerepeteerd en vijfduizend man op je zitten te wachten. Dan hoor je zo’n speakerdame (met stemmetje, red.): ‘Als iedereen opschuift, dan kunnen andere mensen ook zitten.’ Zeg dat nou niet trut, denk ik dan, laat die mensen alsjeblieft wegblijven. Ja, dan heb ik een krankzinnige stage fright, wil ik dat ik ter plekke dood neerval en vraag ik me af waarom ik in godsnaam niet iets anders met mijn leven ben gaan doen. Maar als ik eenmaal op het podium sta, is het verdwenen.

‘Als ik bij een begrafenis ben, ben ik bang dat ik als in een soort Gilles de la Tourette-achtige aanval vreselijke dingen over de overledene ga zeggen. ‘Goed dat je er ligt, lul.’ Zoiets. Het schijnt een bekend fenomeen te zijn. Mijn moeder vertelde dat haar vader om die reden nooit naar begrafenissen ging. Ik ga wel, en ben nog nooit gaan schreeuwen. Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest.’

Tekenen of schilderen?

‘Mijn vrouw, die goed kan schilderen, noemt mij altijd een tekenaar. De een gaat op een yogamatje liggen, ik vind het heerlijk om wat te klieren. Anders had ik de afgelopen jaren alleen maar scènetjes bedacht voor Yep!, Huize Vleeshamer (een serie voor het AD, red.) of Trecx. Dan was mijn hoofd gek geworden.

‘Ik was tevreden met het logo van Trecx, dat ik heb getekend: een grote walvis die op zijn vin surft. Het deed me denken aan die enorme catamarans die op zo'n flinterdun zwaardje over het water vliegen − een geweldig beeld. Verder maak ik schunnige en wonderlijke dingen. Dat deed ik al tijdens opnamen van Jiskefet, met Herman. Dan tekende ik een hond zonder poot, maakte hij daar weer iets bij en zetten we er daarna een tekstje onder. Ik heb daar nog dozen vol van. De Volkskrant-lezer kan bieden.’

Wopke Hoekstra of Jesse Klaver?

‘Geen van beiden. Hoekstra is een consultant en eigenlijk een vleesgeworden VVD’er. Die kinderopvangtoeslagaffaire, waarbij hij betrokken was, is te schandelijk voor woorden. En Klaver is een GroenLinks-corpsbal, met zijn opgestroopte mouwtjes. Ik vertrouw het volk niet.

‘Er lopen nogal wat corpsballen rond in die politiek. Die lul van een Baudet is toch net Van Binsbergen? Hij heeft een wat knapper postuur, maar hij klinkt hetzelfde en praat ook altijd met de handrem erop. Dat zie je aan zijn betrapte ogen. ‘Heb ik dat echt gezegd? Maar dat is wel even helemaal verkeerd geïnterpreteerd.’ Als ik hem op tv zie, ga ik altijd als Van Binsbergen tegen het scherm lullen.

‘Ik ga op de Partij voor de Dieren stemmen. Ik vind het geweldig dat er een partij voor dieren is. En als we de aarde niet helpen, gaat die naar de klote. Dat is wel duidelijk.’

De zes afleveringen van Trecx zijn te zien op Amazon Prime.

Cv Michiel Romeyn

1955 Geboren in Amsterdam

1973 Opleiding aan de Grafische school in Amsterdam

1980 Richt met anderen discotheek Mazzo op in ­Amsterdam

1987 Gouden Kalf voor rol in Van geluk gesproken

1990 Rol in Wings of Fame met onder andere Colin Firth en Peter O’Toole

1990-2005 Jiskefet, met Herman Koch en Kees Prins

2007 Rol in de film Alles is Liefde

2007 Foto-expositie Liquidatieplekken

2011 Rol in film Mijn opa, de bankrover

2012 Maakt samen met kunsthistoricus Jhim Lamoree het kunstprogramma R.E.L.

2018 Maakt voor Comedy Central de serie Yep!

2021 Maakt voor Amazon Prime de serie Trecx

Michiel Romeyn woont met zijn vrouw Lily Lorenz in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden