Eenzame uitvaart

Mevrouw E. zat op een fortuin, maar had niemand om het mee te delen

Mevrouw E. uit Buitenveldert werkte jarenlang als jurist bij DeltaLloyd en laat meer dan een miljoen na. Na haar dood blijkt dat ze niemand had om het mee te delen.

null Beeld Merel Corduwener
Beeld Merel Corduwener

Achter de flat in de Amsterdamse wijk Buitenveldert staat een kleine rode auto met een lekke voorband, op de achterbank ligt een paraplu. Drie maanden geleden is mevrouw E. voor het laatst in het wagentje gestapt.

Ze reed zoals wel vaker naar de Jumbo aan de Buitenveldertselaan, een afstand van niks, vanaf haar flat aan de Dikninge is het nog geen tien minuten lopen. Maar mevrouw E. toonde zich uit schaamte voor haar graatmagere gestalte en de deerniswekkende staat van haar gebit het liefst aan niemand meer.

Gehuld in de zeer ruimvallende zwarte wollen winterjas, die ze ook ’s zomers droeg, dichtgeknoopt tot onder haar kin, is ze de Jumbo in gegaan. Een zwarte pet ver over de oren, om het holle gelaat en het zelfgeknipte kapsel – op het laatst niet meer dan een grijs bosje stro – aan het zicht te onttrekken.

Ze kocht wat ze meestal kocht: een voorraadje Duvel-bier, flessen wijn en pakjes sigaretten. Benevens soep en witte bonen in tomatensaus, ander voedsel kreeg ze niet fijngemaald met haar tandeloze kaken. Ze betaalde met de pinpas van een van haar goedgevulde bankrekeningen.

Op de terugweg raakte ze met de voorband een stoeprand, het autootje hing scheef toen ze uitstapte en met de tas ijlings de weinig gebruikte brandtrap naar de galerij op de derde verdieping nam.

Mevrouw E. is op 12 mei 1945 in Amsterdam geboren, thuis in de Biesboschstraat, een week na de bevrijding, als tweede en laatste kind van het gezin, haar zus was een jaar ouder.

Haar vader, aanvankelijk werkzaam als kantoorbediende, was bezeten van klassieke auto’s en de racerij. Vanaf de jaren zestig publiceerde hij een reeks boeken met titels als Roemruchte wedstrijden uit de beginperioden van de automobiel en Auto’s en coureurs in hun strijd om het wereldsnelheidsrecord.

De geïllustreerde werkjes vlogen over de toonbank, hij verdiende er goed aan. Van de Biesboschstraat verhuisde het gezin naar een ruimere woning met tuin aan de Albrecht Dürerstraat in Amsterdam-Zuid. Tot ze rechten ging studeren, woonde mevrouw E. op dat adres.

Haar zus trouwde in 1969, zonder ooit kinderen te krijgen. Mevrouw E., die ook kinderloos zou blijven, is volgens een akte in het stadsarchief in 1975 gehuwd, met wie wordt niet vermeld. De verbintenis hield nog geen twee jaar stand: in de condoleance van haar in 1977 overleden grootmoeder wordt ze, anders dan haar zuster, zonder partner en weer met haar meisjesnaam vermeld, wat een scheiding doet vermoeden.

Na haar afstuderen ging mevrouw E. als jurist bij Delta Lloyd aan de slag, ze huurde een kamer aan de Prinsengracht. In 1977 betrok de verzekeraar een pas opgeleverd kantoorgebouw naast het Amstelstation. Tegenwoordig heet dat het Tooropgebouw, destijds had het geen naam.

In deze non-descripte betonnen doos is mevrouw E. 35 jaar lang, tot ze in 2010 met de vut ging, op verschillende afdelingen met verzekerings- en pensioenkwesties in de weer geweest. 35 jaar lang zat ze doordeweeks van 9 tot 5 achter een van de spiegelende ramen.

In 2000 kocht mevrouw E. het appartement in de flat aan de Dikninge te Buitenveldert. Tijdens de verhuizing maakte ze kennis met buurvrouw Kegel, aan het einde van de galerij. Ze wilde koffie zetten voor de verhuizers, maar had nog niets in huis.

Buurvrouw Kegel ging het voor haar maken, intussen vertelde ze over Delta Lloyd en dat ze naar Buitenveldert was verhuisd, omdat het in de omgeving van haar vorige woning, in de Roelof Hartstraat, steeds rumoeriger werd.

Op buurvrouw Kegel kwam ze schrander over, goed verzorgd, stijlvol gekleed, blakend van gezondheid. ’s Ochtends zag ze haar op een vast tijdstip naar het werk vertrekken. Bij mooi weer op de fiets, als het regende met de auto.

Regelmatig kwam haar zus met haar man op bezoek. De zus was ook een vriendelijke, verzorgde dame. De zwager verspreidde een zwaar parfum, de bewoners roken het in het trappenhuis als hij op bezoek was.

Op een keer klopte de voorzitter van de VvE bij haar aan, ze moest niet schrikken van de geluiden boven haar hoofd, er waren dakdekkers bezig. Ze vroeg of de dakdekkers brandblussers bij zich hadden, wat niet het geval bleek. ‘Dan zijn we als VvE niet verzekerd’, zei ze. De voorzitter stuurde de mannen direct naar beneden.

Uit het asiel haalde ze twee jonge katten. Eerst mochten ze op de galerij, toen ze de woning direct naast haar binnenglipten, waar buurvrouw Tholen woont, bleven de dieren binnen. Met buurvrouw Tholen, die een baan had in de Rembrandttoren, naast het Delta Lloyd-gebouw, maakte ze regelmatig een praatje... Over de route die ze namen naar het werk.

Ze was handig op de computer, met internet vertrouwd. Op een forum voor modelautoliefhebbers plaatste ze in 2004 een oproep: of iemand wist waar ze haar miniatuur-Buick kon laten repareren. Dit erfstuk van haar vader – hij overleed in 1994 – was gevallen, schreef ze, omgestoten door een van de katten. Daardoor waren ‘bumper, grille en het richtingaanwijzersysteem’ losgeraakt.

In 2008 werd voor de flat een crimineel geliquideerd. Mevrouw E. stond het politieonderzoek vanaf de galerij belangstellend te bekijken en vertelde aan buurvrouw Flint, die zich bij haar voegde, wat zich beneden had afgespeeld.

Ze leek zo gewoon, dat veranderde snel. In 2002 is haar zus overleden, het jaar daarop stierf haar moeder. De zwager met het zware parfum bleef haar maandelijks bezoeken, tot hij ziek werd en de geest gaf.

Eenmaal gestopt met werken, zei ze tegen buurvrouw Tholen dat ze een vrijwilligersbaantje overwoog. ‘Maar’, vervolgde ze, ‘wie zit er nu op mij te wachten?’ Heel veel mensen, dacht buurvrouw Tholen. ‘Ik ben niet goed met mensen’, zei ze toen.

Aan het jaarlijkse etentje dat de VvE-voorzitter voor de bewoners van de galerij organiseerde deed ze niet mee, als er vergaderingen waren kon ze telkens niet. Ze zat maar in haar huis, niemand zag haar ooit iets ondernemen, bezoek kwam er na de zwager nooit meer. Buurvrouw Tholen vond haar schuw, op straat deed ze net alsof ze haar buren niet kende. ‘Ik ben meer op mezelf’, zei ze toen buurvrouw Tholen haar op de koffie vroeg.

Een volgende keer was ze ineens erg spraakzaam. Op de galerij begon ze tegen buurvrouw Tholen over de woningen in de flat. Vanbuiten precies hetzelfde, vanbinnen totaal verschillend. Het uitzicht was overal net iets anders. ‘Wilt u het bij mij even zien?’ Een net appartement, parketvloer, antiek meubilair: pendules en ouderwetse klokken.

‘Dat ze me had binnengelaten, voelde als een overwinning’, zegt buurvrouw Tholen als ik haar op donderdagmiddag 29 april in haar woning spreek. Buurvrouw Tholen keek in de boekenkast, mevrouw E. was duidelijk gefascineerd door de Eerste Wereldoorlog, allerlei standaardwerken had ze staan. Ze begon over Verdun, buurvrouw Tholen schrok van haar gebit.

Omdat het geleidelijk ging, voltrok het verval zich haast ongemerkt. De twee katten gingen dood, ze haalde een nieuwe uit het asiel. Buurvrouw Tholen bleef praatjes aanknopen, voelde zich machteloos als ze zag dat er weer een tand uit haar mond was verdwenen.

Waarom ging ze niet naar de tandarts? Ze durfde het niet te vragen. Geldgebrek kon het niet zijn, al wist ze niet dat mevrouw E., die ruim een miljoen zou nalaten, zo vermogend was.

De brievenbussen van hun galerij bevinden zich in het trappenhuis. Buurvrouw Flint zag daar op een dag dat de post van mevrouw E. naar buiten puilde. Samen met buurvrouw Tholen riep en klopte ze aan, net zolang tot mevrouw E. de deur op een kiertje deed. Ze vond het aardig dat ze aan haar dachten, maar gaf te kennen dat post haar niet zoveel meer interesseerde.

Een zeer hete zomerdag, de bewoners hadden ramen en deuren openstaan. Plotseling geluid van zwaar geschut en explosies. Men snelde naar het balkon, buurvrouw Tholen stelde vast waar het vandaan kwam: uit de woning van mevrouw E., die op hoog volume een Eerste Wereldoorlogdocumentaire zat te kijken.

Nadat ze de band van haar auto had lekgereden, bestelde mevrouw E. boodschappen bij Attent, een buurtwinkel waar ze aan bezorging doen. De bezorger van Attent kwam de VvE-voorzitter tegen op straat, hij maakte zich zorgen over haar conditie.

De VvE-voorzitter was een paar keer aan de deur geweest, maar ze deed niet open. Er was een betalingsachterstand ontstaan, mevrouw E. had al een hele poos de servicebijdragen niet voldaan. Een deurwaarder werd ingeschakeld, die kreeg haar ten slotte aan de telefoon. Ze legde uit dat haar virusscanner stuk was, ze durfde niet meer te internetbankieren.

Anderhalve maand geleden sprak buurvrouw Tholen haar voor het laatst, er zat nog één tand in haar mond. ‘Ik denk dat ze hooguit 40 kilo woog’, aldus buurvrouw Tholen. ‘Ze was vel over been. Het is niet respectvol, maar haar huid leek perkament; het was een wandelend lijk.’

Ze vroeg of ze iets voor haar kon betekenen, als het nodig was kon haar buurvrouw de huisarts bellen. Dat wilde mevrouw E. in geen geval, ze zei niet wie haar huisarts was, ze had er geen contact mee. Vanaf dat moment lette buurvrouw Tholen extra goed op. ’s Avonds keek ze vanaf haar balkon of het licht aan was, ’s ochtends of het uit was. Ze was gerust als ze de gordijnen van de slaapkamer hoorde open- of dichtgaan.

Op het keukenraam aan de voorzijde is plakplastic aangebracht, een kleine reep aan de onderzijde is onbedekt. Buurvrouw Tholen gluurde elke dag wel even door die reep naar binnen. ‘Er was geen enkele activiteit in de keuken.’ Een bord met bonen bleef dagenlang onaangeroerd. Het staat er nog, overdekt met schimmel.

Op vrijdag 9 april vertrok buurvrouw Tholen naar haar ouders. ‘Want ik doe bij hen intern de mantelzorg.’ Dinsdag 13 april keerde ze terug. ’s Avonds ging het licht bij haar buurvrouw niet aan, het gordijn zweeg.

Misschien was ze vroeg naar bed gegaan, dat kon natuurlijk. De volgende avond: opnieuw geen teken van leven. Donderdagochtend 15 april nam ze contact op met de VvE-voorzitter, die liet de deurwaarder bellen: geen gehoor.

De politie kwam, mevrouw E. lag naast het bed in haar slaapkamer op de grond. De nieuwe kat had van haar gegeten, door het hele huis rode pootafdrukken op het parket.

Identificeren was onmogelijk, de paspoortfoto waarover de rechercheurs beschikten was twintig jaar oud, die leek absoluut niet meer. Het dna bood evenmin soelaas, omdat er geen familie was om het mee te vergelijken.

De rechercheurs vroegen buurvrouw Tholen of ze wist wie de tandarts van mevrouw E. was. Buurvrouw Tholen zei dat ze nooit naar de tandarts ging, waarschijnlijk had ze er geen. Ze vertelde over het gebit van mevrouw E., dat er telkens een tand uitviel, dat er op het laatst nog maar eentje over was.

De rechercheurs wilden weten waar die ene, laatste tand zich had bevonden. ‘Linksvoor,’ zei buurvrouw Tholen. Dat klopte. Zo kon, nadat buurvrouw Tholen nog een hele vragenlijst had moeten invullen, juridisch komen vast te staan dat mevrouw E. inderdaad mevrouw E. was.

De kat is meegenomen door de dierenambulance en naar een asiel gebracht. Welk asiel maakt men liever niet bekend, anders wordt het dier nooit geadopteerd. Want wie wil een kat, zegt een woordvoerder van de dierenambulance, die van een mens heeft gegeten?

Mevrouw E. heeft geen wilsbeschikking opgesteld, het miljoen gaat naar haar erfgenamen, mochten die er zijn. De executeur testamentair zal moeten zoeken naar eventuele kinderen en kleinkinderen van broers en zussen van de ouders van mevrouw E. Als die er niet zijn of ontraceerbaar blijken, vervallen geld en bezittingen na twintig jaar aan de staat.

Op de Amsterdamse begraafplaats Sint Barbara laat ik op vrijdag 30 april werk van Claude Debussy voor mevrouw E. spelen. Debussy stierf aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in Parijs en werd vanwege Duitse beschietingen min of meer in stilte begraven.

Ik heb gevraagd of buurvrouw Tholen en buurvrouw Kelder wilden komen, dat hebben ze gedaan, de 90-jarige buurvrouw Flint is niet goed meer ter been. De VvE-voorzitter kondigt aan dat tijdens de eerstvolgende vergadering bij het tragische heengaan van mevrouw E. zal worden stilgestaan.

U was jurist bij Delta Lloyd
U zat in een kantoor

De treinen reden buiten langs
Verklonken met het spoor

Zoals u op het leven leefde
Slechts met uzelf in strak gelid

Na het werk dezelfde lege kamer
Die u met een wereldoorlog vulde

Wat u in de loopgraaf zocht
De eenzaamheid die u bevocht

Het gifgas van de maatschappij
Een diepe jas tegen het krimpen

Als de tanden uit uw kaken
Viel de mensheid uit uw leven weg

De ene die bleef zitten
Was uzelf in de stille kamer met de kat

Hongerend naar afwezigheid
Hield u een dier in leven

Joris van Casteren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden