Met scrupules kom je niet ver in deze handel

Hij afficheerde zich in Japan als een verre nazaat van Rembrandt. En verdubbelde er de prijs van een schilderij mee....

HET MEISJE bij de lege garderobe in het peperdure restaurant kijkt verbouwereerd naar het geeltje in haar hand. Ze kreeg het zoëven van de klant die op deze warme voorjaarsdag geen jas had af te geven. 'Te mooi weer, vandaag', zegt hij in het voorbijgaan.

Michel van Rijn (46) laat het graag breed hangen. De Heer Olivier van de kunsthandel wordt hij wel genoemd. Maar hij is slimmer, heet het in politiekringen. Hij zit immers aanzienlijk minder in de bak.

'Hai, hoe is het?' Van Rijn schuift aan de lunchtafel. Licht corpulent, een op David Niven-wijze getrimd snorretje en koningsblauw colbert. Zijn alias luidt The lyin' Dutchman en wie zijn gangen nagaat stuit op een wereldomvattend spoor van getergde zakenrelaties, gekrenkte reputaties en hilarische anecdotes uit een jongensboek.

Hij verkocht met monsterwinst een zelfportret van Rembrandt aan Japanners die hem als nazaat van de Rembrandt Harmenszn. van Rijn beschouwden. Hij smokkelde onder het oog van Italiaanse ambtenaren een tekening van Leonardo da Vinci het land uit. Hij verzint provenances. Hij joeg het respectabele veilinghuis Sotheby's het schaamrood op de kaken door een goudschat in te brengen die uit louter vervalsingen bleek te bestaan. Hij legt kunstexperts in de watten om echtheidsverklaringen te krijgen van een omstreden Hals of Rembrandt - 'Jawel, dat kun je omkopen noemen'.

En bovenal, hij etaleert zijn praktijken gretig, in woord en geschrift. In Hot art, cold cash (Little, Brown and Company, 1993) schilderde hij de slinkse wegen van de sjieke kunsthandel, met hemzelf in de hoofdrol.

Hij is net terug, vertelt hij, uit Zaïre, waar hij vlak voor de machtswisseling nog wat etnografica probeerde weg te halen. 'Een spijkerfetisj wordt daar gewoon bij het vuil gezet. Dat spul moet snel het land uit. Het is miljoenen waard.' Deze week onderschepte de Nederlandse douane kunstvoorwerpen die vermoedelijk afkomstig zijn uit geplunderde musea in Kinshasa. Toeval? Hij heeft er niks mee te maken, verklaart hij haastig. 'Ik heb andere kanalen. Hoor eens: ik hoef niet van alles de schuld te krijgen.'

Maar dat hij wel eens de wet overtreedt, zal hij niet tegenspreken. 'Met scrupules kom je niet ver in deze handel. Maar mijn werkwijze verschilt nauwelijks van die van anderen. Ik ben echt de enige niet. De kunsthandel is corrupt. Die hypocrisie, dat blauwe blazer-gedoe; het ergert me mateloos.'

Hij houdt van bluffen, duur eten, luxe hotels, Bentley's. Een weelde die hij, beweren vroegere partners in zaken, niet altijd afrekent. 'Kinnesinne', schampert het doelwit. 'Ik leid het leven waar andere mensen van dromen. Moet ik hier op in gaan? Het moet wel niveau hebben, vind ik.'

Van Rijn is een omstreden legende in de kunstwereld. Het is voor hem een sport grote veilinghuizen en dubieuze handelaren te slim af te zijn. Hij hoeft niet 'tante Miep van driehoog achter' financieel uit te kleden. 'Alhoewel, ik sluit niet uit dat er onderweg wel eens iemand tussen de spaken komt.' Een vriendin van hem, de Britse journaliste Geraldine Norman, typeerde hem vorige week in de BBC-documentaire The Lying Game als Robin Hood, althans: 'Michel ziet zichzelf als Robin Hood. Hij steelt van de rijken, alleen geeft hij niks aan de armen.'

Het viel niet mee met hem in contact te komen. Pogingen daartoe stuitten op reeksen afgesloten telefoonnummers. Veel bekenden wisten niet waar hij uithing. Zat ie niet in Rome? Maar tegen een ontmoeting heeft hij geen bezwaar. Als zijn huidige verblijfplaats maar onvermeld blijft.

Jaren prijkte hij op de lijsten van Interpol. In Spanje heeft hij vastgezeten, in afwachting van uitlevering naar Frankrijk, waar hij onder meer werd gezocht wegens smokkelpraktijken. Naar eigen zeggen beweegt hij zich inmiddels weer vrij over de aardbol, na hier en daar agenten van geheime diensten wat verteld te hebben. Maar uitgerekend in Amsterdam, waar hij de helft van zijn jeugd heeft doorgebracht, is hij liever niet vaak. Ooit kreeg hij in Nederland Joegoslaven op zich afgestuurd en daar voelt hij zich nog altijd wat onrustig onder.

Nieuwe benadeelden proberen hem in het vizier te krijgen. 'Ook ervaringen met Michel van R. ''de kunsthandelaar''?', luidde op 1 maart een tekstje tussen de oproepen in de Volkskrant en De Telegraaf. De advertentie is het gevolg van Van Rijns laatste Nederlandse 'transactie'. Het verhaal wil dat hij op een schilderij van George Hendrik Breitner, Figuren op de Dam bij avond (1893), een forse aanbetaling incasseerde. De lezingen over de hoogte van het bedrag variëren: van één tot 2,5 ton. Cash. Maar hij had het schilderij slechts in bruikleen, de eigenaar wist van niets. De koper is zijn geld kwijt en probeert nu andere gedupeerden te traceren voor een gezamenlijke actie. Hij wil geen commentaar geven.

Van Rijn doet er luchtigjes over. 'Ach, zo'n theekransje.' Zijn versie van het Breitner-incident is wat minder doorzichtig. De aankoop hield verband met een witwasoperatie. Onderweg ging er iets mis. 'En wie mij probeert te teckelen, gaat zelf ook op de glijbaan. Die verlaat in zijn onderbroek het pand.'

Het is inmiddels het tweede rendez-vous die dag. De prijzen op de spijskaart zijn tot astronomische hoogte gestegen. Voor de deur glanzen Jaguars en Ferrari's in het strijklicht van de avondzon. Tussen lunch en diner had hij een schimmige afspraak met een expert van een veilinghuis, waarbij 75 duizend gulden over tafel ging voor een icoon. Daarna volgde een lange bespreking met drie agenten van een inlichtingendienst. Van Rijn spreekt over een 'gewone werkdag'.

Maar bij hem weet je het nooit helemaal zeker. 'Je ziet niet wat je ziet', heeft zijn voormalig medewerker Paul Polak, die jaren met hem in Parijs woonde, gewaarschuwd. 'Als hij duur doet, heeft hij niks. Dan rijdt hij in een Rolls op rekening, omdat ie geen geld heeft voor de taxi of de metro.' Kunsthandelaar en oud-hoofdredacteur van het kunstmagazine Tableau Jan Juffermans heeft het idee dat het niet goed gaat met Van Rijn. 'Zijn grootste huzarenstukjes dateren toch van tien, twintig jaar geleden. Ik hoor dat hij nu de schaamte voorbij is: hij tilt alles en iedereen. Zelfs zijn beste vrienden willen niks meer met hem te maken hebben.'

0F ANTAST.' 'Leugenaar.' 'Schurk.' Wie het in het verleden met Van Rijn op een akkoordje heeft proberen te gooien, bezigt niet de meest vleiende kwalificaties. Maar hij weet altijd weer nieuwe mensen te vinden die zaken met hem willen doen. Hij is 'een geweldige charmeur', daar is iedereen het over eens. 'Zeer attent.' 'Hij informeert naar de kinderen, neemt een bloemetje mee voor je vrouw.' Hij tracteert je, feteert je.' Zelf zegt Van Rijn: 'Iedereen heeft een achilleshiel. Voor de een is dat een duur dineetje, voor de ander poen of een lekkere meid.' Een rechercheur heeft een wat prozaïscher verklaring. 'Hij weet heel goed wie hij oplicht. Het zijn doorgaans personen die zelf ook iets te verbergen hebben.'

De anecdotes over Van Rijn volgen elkaar al net zo snel op als de oordelen. Ze ontstijgen soms nauwelijks het Pietje Bell-gehalte. Van Rijn imponeerde zakenlieden uit Amsterdam door ze midden in de nacht op te bellen vanuit Parijs met de mededeling dat hij in Hongkong zat en 'iets heel bijzonders' op het spoor was. Eén telefoon lag in de badkamer, waar de douche open stond om ruis te simuleren. Medewerker Polak riep af en toe met een geknepen stemmetje 'hello, hello' en verbrak om de drie minuten de verbinding.

Een ander verhaal is Van Rijns vlucht uit Genève, waar hij ervan werd beschuldigd de handtekening van Chagall te hebben vervalst. Polak reed achter Van Rijn naar de grens, met zonnebril op, sigaar in de mond en luid toeterend om de aandacht te trekken van de douaniers. Van Rijn kon ongehinderd passeren. Hij was genereus als zijn plannetjes zich uitbetaalden. Een geslaagde miljoenenverkoop van de Rembrandt mondde uit in een wild feest, met als hoogtepunt de entree van het volledige personeelsbestand van Yab Yum. Die rekening is overigens wel voldaan.

Aan tafel gaat Van Rijn nauwelijks in op die verhalen. 'Het moet wel niveau hebben, begrijp je?' De ober neigt beleefd naar hem: 'Bleu, de tournedos moet bleu, u weet toch wel wat bleu is neem ik aan.'

Hij is zoon van een tandarts en een schilderende moeder. Hij groeide op in Amsterdam in een artistiek straatje tussen de entree van Artis en het eindpunt van tram 10. Hij kon 's avonds in bed de papegaaien en apen in de dierentuin horen gillen, terwijl zijn ouders Cobra-kunstvrienden ontvingen. 'Constant Nieuwenhuis en Jan Sierhuis kwamen over vloer.' Zijn ouders sleepten hem naar musea. Vaker dan hem lief was. 'Maar ik heb er later veel aan gehad.'

Hoe veel, blijkt wel uit een van de weinige positieve eigenschappen die hem door zijn talrijke vijanden worden toegedicht. Hij heeft een geweldige neus voor kunst. 'Ik heb nog nooit iemand in Nederland ontmoet die meer kijk had op iconen', zegt een ex-zakenpartner die niet meer met hem geassocieerd wil worden. 'Hij weet precies waar hij mooie spullen vandaan moet halen', zegt een ander. En een derde: 'Hij had goed geld kunnen verdienen zonder mensen op te lichten.'

'Ik wil niet rijk worden in een met satijn beklede galerie', zegt Van Rijn daar over. 'Ik ben geen man van 5 procent verkoopcommissie. Ik wil avontuur.'

De belevenissen rond spraakmakende transacties zijn hem liever als gespreksonderwerp dan de platte lol. Neem de deal met het schilderij Portret van een zittende man, toegeschreven aan Frans Hals, en eigendom van Van Rijns benedenbuurman in Parijs, een Poolse graaf. Van Rijn bood aan het werk voor hem te verkopen en bemachtigde een optie. Hij wist twee Nederlandse orthodontisten warm te maken voor de Hals. Ze betaalden 750 duizend gulden aan, de helft van wat Van Rijn er in totaal voor hoopte te incasseren. Maar de orthodontisten kregen de rest van het geld niet bij elkaar en wilden het voorschot terug. Van Rijn weigerde, de heren hadden immers niet aan hun verplichtingen voldaan en hij had heel wat kosten gemaakt. Weg voorschot.

Er lagen kansen voor nog meer verdiensten. Vanaf het dakterras belde Van Rijn zijn onderbuurman. Svensson, zei hij in het Engels met een zwaar Scandinavisch accent, van het Nationaal Museum in Stockholm. U heeft een Frans Hals te koop? Jawel, zei de Pool gretig. 'Svensson' bood twee miljoen dollar. Van Rijn had nog niet neergelegd of de Poolse graaf stormde de trap op. Hij betaalde grif 150 duizend mark om de optie af te kopen. Maar uit Stockholm vernam hij natuurlijk niets meer.

Michel van Rijn heeft, aangestoken door zijn moeder, zelf schildersambities gehad - 'ik schilderde abstract, felle kleuren' - maar begreep al jong dat zijn ware bestemming in de handel lag. In Turkije leerde hij te onderhandelen. 'Kavla, het is een Grieks woord. Arabieren gebruiken dat woord om de spanning en het genot van het onderhandelen te duiden. Het is een wipgevoel. Een mooie deal voorbereiden, dat is als voorspel bij seks.'

In Turkije kwam hij in contact met Armeniërs die hem iconen verkochten. 'Iconen, dat is mijn grote liefde. Daar droom ik 's nachts van, daar leef ik voor.' Hij maakte er furore mee in de jaren zeventig in Nederland. Hij organiseerde een grote expositie in Delft, in het Prinsenhof, waar Beatrix, toen nog prinses, de openingshandeling verrichtte.

Van Cyprus haalde hij waardevolle stukken weg, toen de Turken het oostelijk deel van het eiland bezetten en weinig respectvol met de Grieks-orthodoxe kerkschatten omsprongen. 'Als ik ze niet had weggehaald, waren ze aan stukken geslagen door de Turken', zegt hij. 'Ik heb miljoenen verdiend met die iconen, so what. Over vijftig jaar weet niemand meer wie Michel van Rijn is, maar die iconen zijn er nog wel.' Hier spreekt Robin Hood.

'Als meneer Van Rijn echt een Robin Hood is, zou hij de kerk van Cyprus moeten vertellen waar onze cultuurschatten zich nu bevinden', zegt Tasoula Georgiou-Hadjitofi. Zij is honorair consul van Cyprus in Den Haag en door de kerk aangesteld om de religieuze schatten op te sporen. 'Voor Cyprus maakt het weinig verschil of het werk zou zijn vernield, of voor altijd in privé-bezit verdwijnt.' Van Rijn weet volgens haar waar een aantal iconen zijn verstopt. Op de vraag of hij geld verlangt in ruil voor informatie zegt ze: 'Meneer Van Rijn doet niets voor niets.

Van Rijn handelde met Japanners die zich in de jaren zeventig met veel geld en betrekkelijke naïviteit op de Europese kunstmarkt begaven. 'Je zag in hun musea soms de labels vendu nog op het schilderij zitten.' Hij bood ze een zelfportret van Rembrandt aan voor negen miljoen gulden, inclusief het invliegen van experts voor een voor Van Rijn welgevallig advies over het doek. Zelf betaalde hij er vier miljoen voor.

Zijn Japanse relatie was zeer geïnteresserd en, zo hoorde hij tot zijn verbazing door de telefoon, onder de indruk van het feit dat het werk al driehonderd jaar in de familie was gebleven. In de familie? Van Rijn stamelde wat terug en herinnerde zich dat hij ooit zijn achternaam voor ze had gespeld. 'Het is Van Rijn, als Rembrandt van Rijn, weet u wel.' Hij liet de Japanse relatie in zijn droom en zei ook ja toen de aspirant-kopers vroegen of ze het werk op het kasteel van 'zijn voorvaderen konden bezichtigen'.

0 IJ REGELDE hals-over-kop dat hij villa Amstelrust bij Amsterdam, een zeventiende-eeuws pand dat te koop stond, een dag kon gebruiken. Toen hij de Japanse delegatie in de vertrekken rondleidde, hing de Rembrandt, ijlings geleend van de eigenaar, er prominent aan de spijker, 'alsof hij er al honderden jaren hing'.

Het lijkt een verzonnen verhaal, maar Gerrit Daleboudt, oprichter van Randstad-uitzendbureau's, met wie Van Rijn in die jaren samen een kunsthandel dreef, spreekt de feiten niet tegen - 'geen commentaar' Nou, goed dan, een opmerking: 'Michel eist ten onrechte de gehele regie voor zich op.'

Dat Van Rijn de waarheid herhaaldelijk naar zijn eigen werkelijkheid plooit, wordt hem ook nagedragen in de affaire met de vervalste Avaren-schat uit de zevende eeuw, die Sotheby's in Londen aan het begin van de jaren tachtig zo in verlegenheid bracht. Volgens de lezing van Van Rijn heeft hij zelf een Griekse smid aan het werk gezet om fakes te produceren. Byzantijnse munten en draadjes van een Koptisch lijkkleed werden in de zogenaamde kunstvoorwerpen gesmeed om dateringstesten te kunnen doorstaan. Van Rijn toog ermee naar Sotheby's, dat de schat gretig omarmde en de veiling met klaroengeschal aankondigde. De val klapte dicht: vlak voor de hamer zou neerkomen liet Van Rijn uitlekken dat de voorwerpen vals waren en de verkoop flopte. Een wraakactie voor een misselijke streek van het veilinghuis dat tegen de afspraken in achter de rug van Van Rijn om voet aan de grond probeerde te krijgen in Japan. Zegt Van Rijn.

Volgens Paul Polak zijn de feiten veel simpeler. Van Rijn probeerde gewoon een valse schat te verkopen. 'Niks uitlekken. Ik stond naast hem, toen hij telefoon kreeg uit Londen en vernam dat het misging. Hij schrok zich rot.'

Sinds die tijd zijn weer veel avonturen beleefd. Een nieuw boek is dan ook in de maak. Het decor voor de belevenissen wisselt veelvuldig: Argentinië, de Dominicaanse Republiek, de Verenigde Staten, Rome en Malta. Hij liet sieraden uit Cuba smokkelen, onder de pij van een monnik van de Mechelse Kluis.

Maar waarom toch dat kamikaze-achtig gedrag door aanhoudend boekjes open te doen over de mores van het vak? 'Och, iedereen doet nog altijd rustig zaken met mij', zegt Van Rijn. 'Alleen willen ze er niet voor uitkomen.'

Nee, hij ziet zichzelf niet als oplichter. 'Als een veilinghuis een Van Gogh veilt voor tachtig miljoen, en een half jaar later brengt het werk nog maar de helft op, is dat marktconforme prijsvorming. Als ìk hem voor tachtig miljoen had verkocht, dan heb ik de boel geflest, snap je?

'Er zijn er velen die mij kwalijk nemen dat ik zo uit de school klap. Maar ik krijg ook waardering. Eindelijk iemand die eerlijk is. Luister: kunst kopen is een illusie. Uiteindelijk koop je een stuk linnen met verf erop. Mensen moeten leren niet zo naar certificaten van kunstexperts kijken. Over tien jaar schrijft hij namelijk weer heel wat anders. Koop gewoon iets omdat je het mooi vindt. En als iemand daar miljoenen voor over heeft, is het miljoenen waard, zo simpel is het.'

Een ober serveert koffie. 'Zeg', informeert Van Rijn, 'heeft iemand eigenlijk nog iets aardigs over me gezegd?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden