column Arthur van Amerongen

Met hun zonwerende kleding leken de heliofobe Chinezen op een kruising tussen imkers en boerkadragers

vk

Toen ik tegen tekenaar Gabriël Kousbroek zei dat deze column over Chinezen zou gaan, riep hij: ‘Jezus, Tuur, toch niet weer over drugs, achterlijke gladiool. Denk toch eens aan je reputatie.’

Hij doelde op het roken van heroïne vanaf een stukje aluminiumfolie. 

Chinezen hebben dat uitgevonden en noemen die methode ‘op de draak jagen’.

Nou ben ik al vijftien jaar verlost van het bruine monster, maar misschien was Gaap in de war met krek, dat ik één keer per maand recreatief gebruik met personen van kleur, een dwerg met een houten poot en een handvol kommersjele sekswerkers (m/v) in een knus kraakpandje in Olhão.

Ik legde Kousbroek uit dat ik laatst in het schitterende Andalusische stadje Ronda was. Dat bleek permanent bezet te zijn door een leger Chinezen. Een sprinkhanenplaag van bijbelse proporties.

Ik was er voor het laatst in 1980 en liep moederziel alleen over de wereldberoemde maar verlaten brug, luisterend naar Joy Division op mijn walkman. Op het moment dat ik in de gapende kloof wilde springen, besefte ik dat ik mijn Grote Nederlandse Roman nog niet had geschreven.

Veertig jaar later bleek de Puente Nuevo dus ingenomen door Chinezen. 

Honderden bussen poepten onafgebroken Chinese toeristen uit, vrijwel allemaal bespottelijk gekleed. Ze zijn namelijk doodsbang voor de zon, want een teint is een teken van armoede en iets voor keuterboertjes, dagloners en ander falderappes dat op het land ploetert.

Mijn opa baron Taets van Amerongen van Natewisch vond dat ook, maar sinds ik in bad standing onterfd ben, is zijn naam uit mijn geheugen gewist.

In het beste geval leken de heliofobe Chinezen qua zonwerende kleding op een kruising tussen imkers en boerkadragers. 

En daar stonden ze dan te poseren, met hun selfiesticks. Na twee minuten renden ze naar de bus: hupsakee door naar het Alhambra of een woktent.

Gabriel vertelde me dat ook Amsterdam overspoeld wordt door Chinese toeristen. 

Ik verzuchtte: vroeger was alles beter, Gaap, toen de Muren ons nog beschermden tegen het Gele en het Rode Gevaar.

Vroeger maakte de publieke omroep nog grapjes over Chinezen, zoals Koot & Bie in Hadimassa, met Ton van Duinhoven als de Rood-Chinese Ambassadeur. 

Of Cherry Duyns die in het legendarische programma Poets vermomd als Chinees vraagt naar de ‘China-glens’. 

Weemoedig dacht ik aan het gedicht van Cor Vaandrager:

‘Als de Chinezen / niet zo goed konden kezen / dan zouden er niet zoveel Chinezen wezen’.

Vroeger mocht je tenminste nog lachen om Chinezen.

Keessjinees Beeld Gabriel Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden