Interview José James

Met hulp van Bill Withers kwam zanger José James weer uit zijn creatieve impasse

José James zit onderuitgezakt in de kleedkamer van Paradiso en, het moet gezegd, de zanger heeft wel iets weg van Bill Withers himself. De afrocoupe, check. Het strakke jack, check. Goed, bij James ontbreken de bakkebaarden. Maar kijk die puntlaarzen met halfhoge hak - het geheel heeft een duidelijke jarenzeventigvibe.

Jose James Beeld Linda Stulic

Dat kan geen toeval zijn, nu José James (40) door Europa en de VS toert met een twee uur durende show gevuld met liedjes van Bill Withers, de grote Bill Withers - eens een stille kracht in een fabriek voor vliegtuigonderdelen, tot een invloedrijke platenbaas begin jaren zeventig zijn demo’s hoorde en werd gegrepen door die doodeerlijke stem en liedjes als Ain’t no Sunshine en Use Me. Liedjes die zonder enige vorm van gekunsteld drama de waarheid zeggen. Ze maakten Withers tot de levende soulgod die hij vandaag, op 80-jarige leeftijd, nog altijd is.

Afgelopen maand verscheen ook de albumversie van James’ ode aan de grootmeester, Lean On Me. Door dat album te maken, en dus door Withers, hervond James het wezen van zijn muzikantschap, dat twee jaar eerder was zoekgeraakt.

Het was begin 2017 en José James wist het even niet meer. Love in a Time of Madness, waarop hij voor het eerst en ietwat onbehouwen met elektronische drumbeats en diepe dubbassen experimenteerde, was net verschenen. Hijzelf was er blij mee, zijn publiek allerminst. ‘Dat werd vooral duidelijk op festivals, waar mensen tijdens het concert wegliepen. O man, met honderden tegelijk.’ 

Er moest iets veranderen, besefte James. ‘Toen moest ik aan Bill Withers denken.’

De muziek die James voor Love in a Time of Madness maakte, had een jazz-stempel. Logisch, de stem van James - zachtmoedig, warm en een tikje nonchalant - mengt glorieus met die typische jazzsound van volle piano-akkoorden, contrabas en blazers. En zes jaar geleden had de zanger getekend bij Blue Note Records, jazzlabel bij uitstek. Sindsdien was hij non-stop op tournee, de creativiteit vloeide, het leven leek goed.

Maar Love in a Time of Madness, die bom van ongepolijste nachtclubritmes en synthesizer-gelei, sloeg het beeld van James de jazz-zanger aan diggelen. ‘Fans zagen het als verraad. Dit soort muziek paste niet in het beeld dat ze van me hadden. Dus concludeerden ze dat ik een jazz-zanger was die stijlbreuk pleegde, die de verleiding voor computergeluiden niet had kunnen weerstaan.’

Terugkijkend heeft James geen spijt van de muzikale koerswijziging. Wel voelde hij dat hij iets dierbaars was kwijtgeraakt: zijn goede band met het publiek. ‘Ik stelde mezelf de vraag: waarom doe ik dit? En voor wie? Mijn optredens moeten een twee uur durende beschutting tegen de buitenwereld zijn: vrienden, familie, de muzikanten en ik, die ons samen verliezen in de muziek en de woorden. Eén worden, weet je wel. Dat ontbrak nu, en dat wilde ik terugbrengen.’

Bewondering voor Withers en zijn muziek had James al sinds hij hem voor het eerst hoorde, thuis in Minneapolis. Withers’ sound en teksten zijn eerlijk, direct en door hun eenvoud toegankelijk, zegt James. ‘Alleen al de zin ain’t no sunshine when she’s gone bewijst dat Withers een ongeëvenaarde liedjesschrijver is. In die simpele woorden zitten een gebeurtenis, een herkenbaar gevoel en een emotie verpakt. Ik ken geen andere schrijver die dat lukt.’

Sinds een aantal jaren had José James de gewoonte zijn concerten af te sluiten met muziek van Withers. Dat begon - geinig voor de afwisseling - met één nummer, maar werd al snel uitgebreid tot een medley van Withers-klassiekers. De zaal vond dat geweldig. ‘Mensen luisterden niet alleen naar de liedjes, ze ervóéren de muziek. Ik zag mensen huilen, en breeduit lachend meezingen. Dit is het, dacht ik dan. Hier draait het om.’ Hij had al langer overwogen zijn interpretatie van Withers’ muziek op album uit te brengen. En ja, hij had al op 2018 gemikt omdat de oude meester in dat jaar 80 zou worden. Maar nu hijzelf zoekende was, voelde het plan persoonlijk ook urgent.

Met een lijst van 68 Bill Withers-liedjes stapte hij naar labelbaas Don Was voor advies. Welke liedjes moest hij kiezen? ‘Don zei: waarom vraag je het Bill zelf niet?’ Een paar weken later zaten de twee tegenover elkaar in een restaurant in Hollywood. Withers sprak, James absorbeerde. ‘Hij vertelde over zijn leven: werken in de fabriek, de roem en daarna zijn keuze voor het gezinsleven. Liedjes, zei Bill, zijn slechts een product van het leven dat je leidt.’

Instructies voor zijn muziek gaf Withers niet. ‘Integendeel juist, ik moest de liedjes spelen die ik wilde spelen, zoals ik ze wilde spelen. IJzersterk vond ik dat.’

Het resultaat is een album waarop ook weer de goeie ouwe kwaliteiten die James op zijn eerdere jazzplaten liet horen, herkenbaar zijn. Pakkend en cool tegelijk is het, zoals hij het nummer Grandma’s Hands brengt. Zonder opsmuk, met een timing die net wat traag is - achter de tel, en daarom precies raak - zeggen wat gezegd moet worden. Even daarvoor is drummer Nate Smith het nummer kalmpjes gestart, met niets meer dan een lage dreun op iedere tel. Doef-doef-doef. Basreus Pino Palladino plopt bastonen in het laagste register, precies in de cadans van Smith. Een piano voegt in, lekker losjes. Het geheel klikt in elkaar met een groove die geen sloopkogel omver krijgt.

Toch is het opvallend: met een vrijbrief van de maker en de beste musici besloot James in grote lijnen trouw te blijven aan de originele sound en vorm waarin Withers de liedjes veertig jaar geleden opnam. Hier en daar zijn er wat effecten aan de klank van de Fender Rhodes-piano toegevoegd, maar meer ook niet. Geen extra akkoorden, geen ritmes verwisseld, geen coupletten met refreinen omgekeerd.

Is er dan toch schrik in geslopen, na het ietwat geflopte electronica-experiment van Love in a Time of Madness? ‘Natuurlijk, ik had ook kunnen gaan voor een complete herschepping. Maar waarom proberen af te wijken van iets dat in zijn eenvoud al klopt, en voelt als thuiskomen? De tekst is er al, de groove hadden we in de studio gelijk te pakken.’ Hij spreidt zijn armen. ‘Meer heb je niet nodig. Daar zit de magie.’

Withers-covers

Rolling Stoneszanger Mick Jagger, John Mayer, Maroon 5, de jonge Michael Jackson: ze namen allemaal een eigen versie op van een (of meerdere) Bill Withers-hits. Een van de meest eigenzinnige interpretaties is die van James Blake, die bekendstaat om zijn gebruik van elektronische instrumenten. Luister voor de aardigheid eens naar zijn donkere, in stem-effecten gedrenkte live-uitvoering van Hope She’ll Be Happier op het Amerikaanse muziekfestival Bonnaroo. Zo kan Withers in de 21ste eeuw ook klinken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.