Met het zweet in de handen voor de tv

'Wij waren wars van nieuwe dingen', zegt Hein Vergeer. In de ogen van de toenmalige schaatsvorst was Gerrit-Jan van Ingen Schenau een wetenschapper die maar wat prutste en de klapschaats, dat kon dus niks bijzonders zijn....

Het Was een mooi weekeinde', zegt Gerrit-Jan van Ingen Schenau.

Een groot sportliefhebber zou hij zichzelf niet willen noemen, maar voor schaatsen maakt hij al bijna zijn levenlang een uitzondering. 'In het bijzonder natuurijs.' En de grote internationale wedstrijden, ook die ontsnappen niet aan zijn aandacht, zeker dit jaar niet. De winter van 1996/'97 wordt beheerst door de uitzonderlijke verrichtingen op de klapschaats en toevallig is hij, Gerrit-Jan van Ingen Schenau, de geestelijke vader van die wonderijzers.

'Ik heb zo'n verschrikkelijke spijt dat ik niet op klapschaatsen ben gaan rijden', zei Annamarie Thomas nadat ze afgelopen zondag in Groningen weer een titel was kwijtgeraakt.

'Wie volgend jaar in Nagano op het podium wil staan, moet wel voor de klapschaats kiezen', beweerde Bart Veldkamp dezelfde dag na de World Cup in Baselga.

Tja, wat moet Van Ingen Schenau daar nou op zeggen?

'Ik zat te juichen voor de tv. Ik claim het succes niet hoor. Zij moeten rijden, zij leveren de prestaties. Maar ik ontken niet dat dit leuk is. En ik denk dat Bart geen ongelijk zal krijgen.'

Ze hebben enig geduld moeten betrachten, hij en een viertal geestverwanten: Gert de Groot, Wim Schreurs, Hans Meester en Guus van de Beek. Twaalf jaar om precies te zijn. Maar dat komt niet als een verrassing. 'De incubatietijd voor een nieuwe vinding is ruim tien jaar, dat is een gegeven.' Maar het kon bijna niet anders dat hun klapschaats eens tot een revolutie zou leiden, daarvoor waren de resultaten na elk nieuw onderzoek te indrukwekkend.

Het wachten was slechts op het juiste moment én de juiste mensen.

Bondscoach Ab Krook: 'Een doorbraak lukt alleen wanneer toppers op internationale wedstrijden met zulke schaatsen gaan rijden en er ook nog eens goede resultaten mee boeken. Carl Verheijen reed twee seizoenen geleden ineens heel hard op die dingen, maar dat was in het gewest en dan valt het bijna niemand op.'

De schaatswereld schrok wel wakker toen in november plots Tonny de Jong op klapschaatsen door het Berliner Sportforum raasde en de ongenaakbaar geachte Niemann het nakijken gaf. En toen kwam het EK. Zenuwslopend voor Van Ingen Schenau. 'Met het zweet in de handen bij de 500 meter. Als Tonny valt, hebben wij het gedaan natuurlijk.' Maar Tonny viel niet, Tonny won. De leading lady van een oprukkend leger van klapschaatsers.

Van Ingen Schenau: 'De rijdsters die op klapschaatsen reden waren gemiddelde 2,2 seconde sneller dan hun persoonlijk record. De rijdsters die nìet op klapschaatsen reden waren gemiddeld 14,3 seconde langzamer dan hun persoonlijk record. Dat mag je toch een duidelijk verschil noemen.'

Afgelopen weekeinde in Baselga verdwenen de laatste restjes scepsis toen Bob de Jong op zijn 'klappers' de snelste tien kilometer ooit op een buitenbaan afleverde (13.51,56) en Bart Veldkamp in zijn eerste officiële wedstrijd op klapschaatsen tweede werd. Diezelfde Bart Veldkamp die ruim een maand geleden nog verkondigde dat mannen een betere techniek hebben dan vrouwen en daarom al het maximale uit hun slag halen. Die Bart Veldkamp zei in Baselga: 'Dit is het.'

Om vijf over acht de volgende morgen, afgelopen maandag dus, stond op het kantoor van Henk Vos, commercieel manager van schaatsfabrikant Viking, de telefoon roodgloeiend. Of er met gezwinde spoed een paar dozen klapschaatsen naar de Noorse ploeg gestuurd konden worden. Identieke verzoeken kwamen van de Russen, Amerikanen, Canadezen, Italianen, Finnen, Zweden, Polen, Oostenrijkers en Japanners. En van de Duitsers natuurlijk. 'Ze wilden een tweede paar voor Niemann, het eerste paste niet zo goed.'

Aangezien chauvinisme ze in Weesp niet vreemd is wordt echter eerst de bestelling van mannen-coach Gemser verwerkt. In navolging van stayer Bob de Jong beproeven binnenkort de leden van de kernploeg hun geluk op klapschaatsen, één rijder uitgezonderd, Ids Postma. Slechte ervaringen, opgedaan tijdens een eerste test in maart vorig jaar waarbij hij een knieblessure opliep, hebben bij de Europees kampioen ernstige bedenkingen achtergelaten.

'Echt verdomd jammer', zegt Van Ingen-Schenau. 'Maar hij test ze nog wel een tweede keer. Geloof me.'

Eén van Postma's naaste belagers, Falko Zandstra, heeft namelijk al wel een setje besteld bij Viking. En op het kantoor van Henk Vos ligt een ander stel te wachten op Rintje Ritsma. 'Na de eerste test stuurde hij ze terug, maar ik denk dat hij ze binnenkort wel weer komt ophalen', zegt de commercieel manager. Het wachten is nog op het telefoontje van Postma. 'Als Zandstra en Ritsma hem straks weer voorbij gaan, kan Postma niet achterblijven natuurlijk.'

Vijftien jaar lang hebben de klapschaatsen in het magazijn van Viking liggen te verstoffen. 'We hebben destijds tweehonderd paar klapschaatsen laten maken en daarvan zijn maar zo'n dertig of veertig verkocht.' En nu kan zijn firma de vraag naar de wonderijzers amper beantwoorden. Het waarom is Vos zelf ook niet helemaal duidelijk. 'De lichting van toen was er kennelijk niet rijp voor. Zij stonden er heel sceptisch tegenover.'

Hein Vergeer teste de schaatsen, maar vond het niets. 'We boekten op de oude ijzers nog veel progressie. De trainingsschema's werden verbeterd en we maakten de overstap naar de snellere binnenbanen. Nu is dat een beetje gestabiliseerd en is de tijd weer rijp voor vernieuwingen.

'Ik begon in die tijd net hard te schaatsen en maakte nog steeds vooruitgang. Daarom zag ik niets in andere schaatsen. Bovendien vereiste het een behoorlijke aanpassing in je techniek en dat vond ik niets voor mij.'

Vos: 'In theorie was de schaats sneller, maar toen enkele mensen uit de kernploeg ze uitprobeerden bleek dat niet het geval. De verwachtingen waren hoog, de praktijk viel tegen. Wij werden ook terughoudend, daarom hebben we sindsdien weinig aan de schaats ontwikkeld. Echt veel is er niet veranderd aan het oude model, hij is alleen iets stabieler geworden.'

De aanloopproblemen kan Van Ingen Schenau ten dele onderschrijven. In het embryonale stadium van de klapschaats bleek het scharnier-mechanisme dat zich onder de voorvoet bevindt nog wel eens kwetsbaar, zodat sommige proeven door pure materiaalpech de mist ingingen. 'Daardoor ontstond argwaan, zonder dat daarmee bewezen werd dat het systeem niet deugde.' Integendeel zelfs. Elke proef die Van Ingen Schenau en zijn metgezellen deden met een deugdelijk paar leverde verbluffende resultaten op. 'Bij ons was de twijfel al heel snel weg.'

Als fervente natuurijs-schaatsers stelden Van Ingen Schenau en zijn collega Gert de Groot zich begin jaren tachtig, tijdens een receptie op het AMC, de vraag waarom het ijsplezier van zoveel mensen vergald werd door pijn in de scheenbenen. Dat dilemma werd, na raadpleging van de op het AMC werkzame mechanici Wim Schreurs en Hans Meester, eenvoudig verklaard. Wil de punt van de schaats niet in het ijs prikken (wat een remmend effect heeft), dan moeten de scheenbeenspieren worden aangespannen.

Wat lag meer voor de hand dan een schaats te ontwerpen die open klapt en simpelweg niet in het ijs kan prikken. Een veer zou het ijzer vervolgens weer terugbrengen in zijn oorspronkelijke stand. 'Op dat moment was het project nog altijd niet veel meer dan een geintje.'

Het werd ernst toen vervolgonderzoek uitwees dat topschaatsers bij de afzet geen optimaal gebruik maakten van de knie- en enkelstrekking. Van Ingen Schenau: 'Terwijl heel simpel onderzoek aantoont dat daar heel veel extra vermogen uit te halen is.'

Schreurs en Meester fabriceerden een eerste prototype klapschaats - de schaats ontleent zijn naam aan de extra klap die de enkel kan geven tijdens de afzet - en vervolgens werd onder auspiciën van de KNSB een speciale wedstrijd georganiseerd om de klapschaats te testen. Ron Ket, oud-sprinter, werd bereid gevonden als proefkonijn te fungeren. Met een tijd van 40,63 (opening 10,2) kwam de klapschaats voor het eerst in de annalen van de schaatssport.

Ket reageerde enthousiast en Gemser, ook toen bondscoach, toonde zich bereid het novum op het internationale podium te introduceren. Waar Van Ingen Schenau cum suis droomden van revolutie bleken de vedetten uit de kernploeg, Vergeer, Visser en Schalij, echter allerminst onder de indruk van de wonderijzers. Schalij trapte zijn paar al in de tweede bocht stuk en Visser vond ze maar 'vreemd' rijden.

Hein Vergeer erkent dat conservatisme destijds regeerde. 'Dat de schaats toen niet is doorgebroken, kwam omdat wij wars waren van nieuwe dingen en omdat de onderzoekers niet in ons straatje pasten. Van Ingen Schenau was niet populair. Wij vonden dat ze maar wat raak prutsten.'

Misschien, zo bekende Van Ingen Schenau in een interview in de Volkskrant vijf jaar geleden, liepen hij en zijn mede-wetenschappers wel iets te hard van stapel in hun streven de klapschaats te promoten. Dat dat aversie opriep bij de sporters vond hij achteraf niet meer dan logisch. 'Wetenschappers moeten kennis aanreiken, maar zich niet als coach gaan gedragen.' Die fout maakten ze midden jaren tachtig, een leerzame ervaring. 'Dat was één keer maar nooit weer.'

Belangrijker dan mooie tabellen en cijfers die de wetenschap aanlevert is voor een topsporter de eigen psyche, ontdekte Van Ingen Schenau. Een stelling die Lieuwe de Boer, winnaar van Olympisch brons op de 500 meter in 1980, en voormalig kernploegtrainer Egbert van 't Oever kunnen onderschrijven. Beiden behoorden tot de eerste lichting die zich op klapschaatsen waagden, maar overtuigd raakten ze geen van tweeën.

De Boer: 'Ik was een sprinter en daar zijn ze niet geschikt voor. Het ijzer was nog niet teruggeklapt, terwijl je voet alweer op het ijs stond. Ze pasten niet bij mij. Ik reed al met een lange, effectieve slag. Op die klapschaatsen reed ik niet beter, dus waarom zou ik veranderen.'

Van 't Oever: 'Ik vond ze niet beroerd rijden, maar ik merkte ook geen wezenlijk verschil. Ik reed op gewone schaatsen net zo prettig.'

Ongeschikt voor de sprint en ongeschikt voor mannen, luidde het generale oordeel. Tja, Van Ingen Schenau hoort het al twaalf jaar. Uit vrees al te betweterig te worden gevonden deed hij er voorheen maar het zwijgen toe. Maar nu, op een moment dat de klapschaats zich definitief lijkt te vestigen, voelt hij zich sterk genoeg om ook die misverstanden uit de weg te ruimen. 'Bij de jeugd rijden voornamelijk mannen op de klapschaats. En het geringe verlies dat je op de sprint bij de start hebt, compenseer je weer in de volle ronde.'

Al gaat dat niet vanzelf natuurlijk.

Van Ingen Schenau: 'Het is niet zo dat je met klapschaatsen als vanzelfsprekend harder gaat. Je moet je techniek aanpassen, je moet er op leren rijden. En misschien zijn er ook wel mensen die er inderdaad niet op kunnen rijden.'

Lieuwe de Boer: 'Voor sommigen is de klapschaats helemaal niet geschikt. Ik ben er een voorstander van om iedereen op hetzelfde materiaal te laten rijden, anders wint degene met het beste materiaal. Laten we de schaatssport eerlijk houden.'

Van Ingen Schenau: 'De ISU zal absoluut geen verbod op de klapschaats afkondigen. Ze vinden het juist prachtig wat er nu gebeurt. Dat weet ik uit zeer welingelichte bron.'

De Europese titel van Tonny de Jong ten spijt en uiteraard ook niets ten nadele van de formidabele tien kilometer van Bob de Jong in Baselga, maar zij hebben niet de doorbraak van de klapschaats bewerkstelligd. Althans, dat is het oordeel van Van Ingen Schenau. 'Die eer is voor de junioren in het gewest Zuid-Holland, die er drie jaar geleden als eersten op durfden te gaan rijden. Zij verdienen een premie voor moed.'

Ruim zes jaar geleden meldde Erik van Kordelaar, gewestelijk trainer van Zuid-Holland, zich als student aan de faculteit voor bewegingswetenschappen in Amsterdam en kwam aldus in contact met de uitvinders van de klapschaats. Geïmponeerd door de gegevens die testen hadden opgeleverd haalde Van Kordelaar in 1994 elf van zijn pupillen over om hun carrière op klapschaatsen voort te zetten.

Van Ingen Schenau: 'Dat klinkt eenvoudig, maar weet wel wat zoiets betekent. Iedereen was sceptisch en Van Kordelaar was een ambitieuze jonge trainer. Hij nam het risico belachelijk te worden gemaakt en toch durfde hij het aan. Als iemand lef heeft getoond in de schaatswereld is hij het.'

In plaats van de risé van de ijsbanen heette Van Kordelaar aan het eind van die winter een kampioenenkweker. De progressie die zijn volgelingen boekten (6,2%) overtrof royaal het landelijke gemiddelde (2,5%). In concurrerende gewesten was het geheim achter het Zuidhollands succes snel gevonden. Op aandrang van Sijtje van der Lende stapte een aanzienlijk deel van de Friese selectie over op de klapschaats en in vervolg daarop waagden een jaar later Tonny de Jong, Barbara de Loor en Carla Zijlstra de stap.

In september werd Van Ingen Schenau uitgenodigd de leden van het keurkorps van Ab Krook tekst en uitleg te geven over de klapschaats. Een mooie ervaring, zegt hij. 'Met name Tonny de Jong en Carla Zijlstra zaten met rode koontjes te luisteren en maar vragen en vragen en vragen. Alleen Annamarie Thomas vond het niet zo interessant. Halverwege het gesprek zei ze ''ik ga even wat anders doen, ik ga d'r toch niet op rijden''.'

Het zijn in de ogen van Van Ingen Schenau de bekende symptomen van een revolutie. De gevestigde orde, in dit geval de kampioenen, zijn huiverig voor vernieuwing en zij die in het tweede gelid staan, onder wie vorig seizoen Tonny de Jong, zijn bereid meer risico's te nemen in het streven de macht over te nemen. Van Ingen Schenau kan bijna niet wachten tot volgend seizoen, nota bene een Olympisch jaar, waarin vrijwel zeker de complete wereldtop op klapschaatsen zal acteren. 'En ik kan niet wachten tot ze een keer naar Calgary gaan.'

En daarna? Keert dan de rust weer?

Van Ingen Schenau: 'Zou kunnen. Maar voorlopig gaan wij nog wel even door met onze onderzoeken. We zijn eigenlijk pas begonnen. Misschien ontdekken we nog wel een beter model.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden