Column Peter Buwalda

Met een ferme trap onder mijn verradershol beëindigde De Groot mijn dienstverband

Ik heb hotmail, wat grappig schijnt te zijn. Als ik de lachers goed beluister, hebben alleen vereenzaamde kattenvrouwtjes nog hotmail, waarmee ze dreigbrieven sturen naar noreply@belastingdienst.nl.

Terecht. Dat doe ik ook. Bovendien kan het me niet schelen wat pestkoppen ervan vinden, met vereenzaamde kattenvrouwtjes is niets mis, en belangrijker nog: met hotmail is niets mis, het ding heeft om te beginnen een geheugen als een ijzeren pot, er zitten twintigduizend complete e-mails in, allemaal tot op de komma nauwkeurig voor mij bewaard – ­eigenlijk is het hekserij.

De allereerste stamt uit… 2005. Ook black magic: je drukt op het woordje ‘datum’ en hotmail rangschikt in twee tellen al die twintigduizend mails in omgekeerde volgorde. Als je dat zelf zou moeten doen, met twintigduizend brieven, ben je dagen bezig.

Eens kijken… de eerste mail die ik kreeg werd 14 april 2005 verstuurd door Robert Baelde Jansen, mijn oud-huisbaas en vriend uit Utrecht. ‘Peter, hoe kun je nu van mij verwachten dat ik dit doorstuur aan de dames? Graag een mail sturen zonder verwijzingen naar de anus/kotsen etc. aub. Mvg, Robert.’

Eronder mijn bericht waarop Baelde reageerde: ‘Ha Baelde, dit is mijn nieuwe e-mailadres, voor de dames. Heb je wel een kurk in je uitlaat gedaan, ivm de buikgriep? hg, Peter.’

Alles komt weer terug, Baeldes diarree, de dames natuurlijk (Anne-Els en Maaike), maar zeker ook de tamelijk dwingende reden die ik had om een hotmailaccount te openen. Ik was namelijk ontslagen, handmatig. De dag voordat hotmail in mijn leven kwam, stond ik nog aan de lopende band bij Uitgeverij L.J. Veen, in een wit maanpak zware metalen te centrifugeren uit romans en korte verhalen.

Een week eerder moesten we op een zondagmiddag bij Marie-Anne komen, de uitgeefster – bij haar thuis, wel te verstaan. Ik dacht dat we haar verjaardag gingen vieren, maar nee, we gingen L.J. Veen leegroven en elders een nieuwe uitgeverij beginnen, een coup die al maandenlang buiten mijn weten om in voorbereiding was.

Nou ja, aan de slag dan maar. De dagen erna plunderden we in ons Veen-kantoor de tent met onze Veen-telefoons zo leeg mogelijk. Of de schrijvers ons wilden volgen naar Uitgeverij Nieuw Amsterdam, waar we alleen nog maar bestsellers gingen uitbrengen, haha, goed plan, hè? Niet dan? Zeg maar ‘ja’.

Toen ik de vierde of vijfde dag aankwam op de Herengracht stond wijlen Bert de Groot, de concernbaas, me bij de deur op te wachten.

‘Peter?’, informeerde hij.

‘Klopt,’ antwoordde ik vereerd. Het was wel de grote baas uit Utrecht die me herkende.

‘Meelopen.’

Bij mijn bureau mocht ik mijn tandenborstel en alles waarop of waarin mijn naam stond – nergens – meenemen. We liepen samen terug naar de ingang, waar De Groot met een ferme trap onder mijn verradershol mijn dienstverband beëindigde.

Mijn collega’s zaten al verderop in een kroeg, wrijvend over hun stuitjes. De rest van de tent moesten we dan maar leegroven met onze eigen telefoons. Toen ik een paar uur later thuiskwam, heb ik mijn hotmailaccount geopend. Al mijn (privé)berichten van voor die tijd waren in handen gevallen van Bert (de Groot), wat me helemaal niet lekker zat. Van de helft ervan lustten de honden geen brood, natuurlijk. Ik bedoel, ik was jong, je weet hoe dat gaat, Bert. Excuses dus, alsnog. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.