Met de trein naar villa Kakelbont

Junibacken in Stockholm is een eerbetoon aan de (Zweedse) kinderboekenschrijvers in het algemeen en Astrid Lindgren in het bijzonder. Haar oeuvre, van Pippi Langkous tot Karlsson-van-het-dak, komt er tot leven, mede dankzij de Zweeds-Nederlandse illustratrice Marit Törnqvist....

door Frans van Schoonderwalt

IK HEB mijn vlechtjes zolang onder mijn hoedje verstopt. Henna, noemt pappa mijn vlechtjes, maar volgens mij zijn ze gewoon rood. Dat weet ik omdat ik ze zelf geverfd heb. In de kleur van Pippi. Mijn hoedje is een pothoedje, dat zegt mamma, en het heeft allerlei kleurtjes. Een lappendeken, zegt pappa, alsof hij niet weet dat die op bed ligt.

Ik ben 6 jaar, maar ik zeg liever dat ik bijna 7 ben.

Ik woon in Woudrichem, maar ik ben een paar dagen op vakantie in Stockholm en ik ga vandaag naar Junibacken. Met pappa die net doet of het hem niks interesseert. Hij denkt dat ik nog te klein ben om te zien dat hij best enthousiast is.

Als pappa de kaartjes heeft gekocht, is het al meteen spannend. Ik mag mijn jas in een boek ophangen. In de hal staan heel veel boeken, allemaal veel groter dan ik ben want het zijn klerenkasten, met titels erop. De kleine prins is mijn lievelingsboek, van een meneer met een moeilijke Franse naam. Antoine heet hij van voren. Maar er hangen er al andere jassen in dat boek, en er staan ook schoenen. Daarom kies ik een ander boek, Alice in Wonderland, want de boekenkasten van Astrid Lindgren zijn ook al allemaal vol.

Astrid Lindgren is de ijzeren mevrouw die buiten in een stoel zit en voorleest uit een boek. Op haar arm zit een duif. Die is ook van ijzer, net als het boek. Mamma vertelde dat de echte Astrid Lindgren ook in Stockholm woont en al 90 jaar is en dat ze niet meer kan voorlezen omdat ze niet meer zo goed ziet. Gelukkig kent ze natuurlijk al haar boeken van buiten.

Door een enorme draaideur, die er uitziet als een boek, komen we op het Kinderboekenplein. De straatlantaarns branden er altijd, het zijn van die ouderwetse die je ook in Woudrichem ziet. Het pleintje lijkt wel een beetje op Woudrichem, met die oude steentjes. Maar bij ons staat natuurlijk geen bok op het dak en hangt er ook geen grote banaan in de lucht. Pappa leg me uit wie in die gekke huisjes wonen. Hij vertelt over Alfons en Krakel Spektakel en Ture Sventon en de kinderen van de Grote Fjeld. Ik ken ze niet allemaal. Dat kan ook niet want sommigen zijn meer dan 100 jaar oud en ik ben 6 jaar, nou ja, bijna 7. Ze zijn ook allemaal in Zweden geboren, en ik natuurlijk niet.

Van Astrid Lindgren ken ik wél zowat iedereen. Pippi is natuurlijk mijn favoriet. Ik zou ook best zo sterk willen zijn dat ik een paard kan optillen. En ik zou ook best een kist vol goudstukken willen hebben. Maar dan moeten wel mamma en pappa bij mij blijven wonen. Alleen in villa Kakelbont slapen, dat lijkt me toch wel eng.

We zijn nog lang niet bij villa Kakelbont. Eerst moeten we met de vliegende trein. Vliegend ja, want die gaat soms de lucht in, net als Karlsson-van-het-dak. Het is een tandradbaan, vertelt pappa. Maar dan moet ik te veel aan de tandarts denken.

Op het stationnetje van Vimmerby kopen we een kaartje. Vimmerby is waar Astrid Lindgren is geboren. Omdat het druk is, moeten we wachten. Pappa wijst me op de foto's aan de muur Astrid aan en háár pappa en mamma en haar kinderen. In het hoekje van de gevonden voorwerpen staat de paraplu van Madieke en ligt het knuffelvarken van Lotta. Er liggen ook brieven van kinderen die van overal vandaan schrijven. Van Japan en van Nederland en van Noorwegen. Ik ga haar ook een brief schrijven. En dan ga ik haar vragen of ze alsjeblieft niet dood wil gaan, want dat vragen bijna alle kinderen, en daar ben ik het hartstikke mee eens.

In de trein zit je met z'n tweeën of z'n drieën op een schommelbank en omdat Junibacken niet wil dat je er onderweg uitvalt, moet je een ijzeren buis omlaag doen. Pappa noemt dat een veiligheidsbeugel. Wat me ook al aan de tandarts doet denken.

En dan begint de treinbank te rijden en te vliegen en zie ik onder me Madieke die op de Juniheuvel net wil gaan vliegen en kleine Liesbeth en het ruikt ineens naar hooi wat ik lekker vind en pappa ook want hij zit hardop te snuiven zodat ik bijna de luidspreker van de treinbank niet versta die (in het Nederlands) vertelt over Madieke en ik zie haar buurjongen Abbe die krakelingen bakt en haar poedel en de drinkende buurman Nilsson en Emil en Biggebloedje en en ik zie het feestmaal op de Hazelhoeve en de rijke mevrouw Peters en Ida die in de vlaggenmast is gehesen en de treinbank rijdt dwars door het timmerhok van Emil en door de provisieschuur waar hij ligt te slapen en we vliegen door de nacht over de Vasastad waar Erik woont en waar alleen zijn vriendje Karlsson-van-het-dak nog wakker is en overal zijn sterretjes en dan kruip ik dicht tegen pappa aan want opeens ben ik net zo klein als Niels Ukkepuk en zwiept zijn huisbaas, die griezelige rat, met zijn enorme staart en ik durf bijna niet te kijken en ik wil toch kijken en dan moet ik weer hard lachen want Niels en Bertil gaan in bad in de suikerpot en als ik dat thuis zou doen, zou mamma daar niet om lachen, denk ik, en we vliegen door het Mattisbos en langs Ronja de roversdochter die met Birk bij de berengrot zit en we horen de Mattisrovers schelden en opeens zijn we in de stad en er is brand en de gebroeders Leeuwenhart springen uit het raam en Jonathan sterft, maar verandert in een witte duif en komt Kruimel ophalen en ze trekken net als wij naar het kersendal en de Karmawaterval dondert en de draak Katla spuwt rook en Jonathan en Kruimel springen naar het licht van Nagilima en ik moet er bijna van huilen en pappa wil best nóg een treinreis maken.

Nee, zeg ik, nou gaan we naar villa Kakelbont, want ik heb niet voor niks mijn vlechtjes geverfd en nou wil ik Pippi Langkous spelen. Dan mag ik me ook verkleden uit de kist met gekke kleren en schoenen. En op het paard zitten. En boven naar de slapende Pippi kijken van wie je alleen haar voeten op het hoofdkussen ziet en daar staat ook het bedje van meneer Nilsson.

En als het niet te druk is, kan ik ook nog op een andere plek op een computer taart bakken. Maar lekkerder is natuurlijk een echt taartje in het restaurant wat net een winkel van vroeger is, vertelt pappa, en waar zoveel lekkere taartjes liggen dat ik niet weet wat ik moet kiezen. En ze hebben ook krakelingen en landloper-boterhammen en pannenkoekentaart.

En dan ben ik moe, want ik ben wel bijna 7 jaar, maar toch eigenlijk nog maar 6. Dus slaan we de boekenwinkel over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden