reportageprobleemwijk molenbeek

Met cultuur, samen eten en straatfeesten ontdoet Molenbeek zich van zijn imago als broeinest van terrorisme

 Het festival Manchester in Joy in Molenbeek. Beeld Siska Vandecasteele
Het festival Manchester in Joy in Molenbeek.Beeld Siska Vandecasteele

Kun je als bewoner zelf iets doen om je buurt een beetje op te tillen? Pablo Cabenda duikt in de Brusselse deelgemeente Molenbeek, de wijk die terroristen voortbracht, maar waar burgerinitiatieven langzaam iets lijken te veranderen.

‘Bonjour!’ Het komt zomaar uit de lucht vallen en het duurt even voordat je doorhebt waar de groet vandaan komt.

‘Ça va?’ Hoog boven op een transformatorhuisje in de Manchesterstraat in de Brusselse deelgemeente Molenbeek zit de bron van die spontane vriendelijkheid, in een makkelijke fauteuil, onder een parasol en met een microfoon voor de langeafstandscommunicatie. Hij stelt zich voor als Oscar, beeldend kunstenaar verbonden aan het Kunstencentrum annex muziekpodium Recyclart in de straat in de Brusselse deelgemeente Molenbeek. De wijk met misschien wel de slechtste naam van West-Europa. De wijk waar meerdere daders van de terreuraanslagen in Parijs (2015) en Brussel (2016) vandaan kwamen.

Maar vandaag is Molenbeek in plaats van een veronderstelde no-gozone de locatie voor een straatfeestje. Manchester in Joy, compleet met springkussen voor de kinderen, een hennatatoeagestand, een hiphopdance-workshop en een kunstenaar dus, die iets geks doet op een transformatorhuisje.

 Het festival Manchester in Joy in de Brusselse probleemdeelgemeente Molenbeek. Beeld Siska Vandecasteele
Het festival Manchester in Joy in de Brusselse probleemdeelgemeente Molenbeek.Beeld Siska Vandecasteele

Het feestje is georganiseerd door de bewoners zelf, een van de initiatieven om de mensen samen te brengen, de buurt leefbaarder te maken en de reputatie van de wijk te verbeteren. Een doe-het-zelfcharmeoffensief van een moeilijke wijk. En misschien een les in hoe je als burger zelf het verschil kunt maken.

Want iedereen zegt het: de mensen die hier wonen en werken hebben te lang langs elkaar heen geleefd en dat leidde tot isolatie van bevolkingsgroepen, onbegrip en frustratie en verderop in de deelgemeente zelfs tot radicalisering.

Oscar, de ‘bewoner’ van het transformatorhuisje, wil ook zijn ‘buur’ leren kennen. Hij probeert vanaf het dak gesprekjes aan te knopen met zijn wijkgenoten, want instellingen als Recylart gaven zich in het verleden niet altijd genoeg rekenschap van hun omgeving. Dingetjes met overlast en zo.

Wacht, hij komt wel naar beneden. Dat praat wat makkelijker.

Ondertussen komt een Marokkaanse buurtbewoner met zijn zoontje aan de hand kijken waarom twee mensen op een meter afstand van elkaar via een microfoon communiceren. Oscar raakt onmiddellijk in gesprek met de man in de straat. Puntje voor de sociale cohesie.

null Beeld Siska Vandecasteele
Beeld Siska Vandecasteele

Daar is in Molenbeek een schrijnend gebrek aan. Wat er wel is: armoede, drugsoverlast, zwerfvuil, hoge werkloosheid en wantrouwen. Met de aanslagen van zes en vijf jaar geleden werd de deelgemeente, waar honderdduizend mensen wonen, in één klap op de wereldkaart gezet als Brussels broeinest van terrorisme.

De regering kwam met het Kanaalplan, een actieplan tegen radicalisering, dat de nadruk legde op repressie en controle. Het Molenbeekse politiekorps kreeg er 35 agenten bij. In een aantal maanden werden er meer dan vijfduizend adressen gecontroleerd, 57 terreurverdachten werden actief in de gaten gehouden.

Hielp het? Met mate. De Vlaamse krant De Standaard meldde in maart dat de criminaliteit is gedaald en dat het aantal gevolgde terreurverdachten is teruggelopen tot ‘veertig à vijftig’. Maar ook, na een rondje meningen van experts : ‘Jihadisme was gebaseerd op frustratie. Die basis is er nog altijd.’

En er kwam een nieuwe frustratie bij. Iedere niet-witte wijkbewoner die zich elders als Molenbekenaar voorstelt, voelt het onuitgesproken oordeel: potentiële radicalist. Veelgehoorde klacht in de wijk: de mensen van hierbuiten weten niets van Molenbeek.

 Het festival Manchester in Joy. Beeld Siska Vandecasteele
Het festival Manchester in Joy.Beeld Siska Vandecasteele

Maar de bevolkingsgroepen – de Marokkanen, de Syriërs, de migranten uit de Sub-Sahara, de witte Vlamingen – kennen elkaar ook niet. Onbekend maakt onbemind. Vandaar het initiatief van de Manchesterstraat, een stukje uit het enorme etnische mozaïek dat Molenbeek heet. En dat allemaal zonder financiële steun van de lokale overheid.

Wat die overheid zelf verzon als motor voor sociale vermenging laat te wensen over. Zo had de Brusselse regering, met de vestiging van het kunstencentrum Recyclart (2018) een begin gemaakt met wat in 2022 een culturele hotspot in de buurt moet worden. Daar moest een natuurlijke vermenging plaatsvinden tussen oude bewoners en nieuwe bezoekers. Maar Zahra Khatri, voormalig onderwijzer, office manager en een van de initiatiefnemers van het festival, weet uit ervaring dat die vermenging niet vanzelf plaatsvindt. Bij Recyclart, haar overburen, worden weleens concerten gegeven waar horden hipsters op af komen. ‘Ze drinken, ze blijven hangen op straat, praten tot diep in de nacht en laten troep achter. Hoe moet je als buurt met die overlast omgaan?’

Zij en haar buren hebben meerdere keren aan de bezoekers gevraagd om rekening te houden met de slapende buurtbewoners. Politie? ‘Die komt zelden tussenbeide, wat ik onbegrijpelijk vind.’ Maar na een hernieuwde dialoog met de culturele instellingen en een daaropvolgende verzoening lijken de relaties langzaam maar zeker te verbeteren.

Zahra Khatri, mede-initiatiefnemer van het festival Manchester in Joy. Beeld Siska Vandecasteele
Zahra Khatri, mede-initiatiefnemer van het festival Manchester in Joy.Beeld Siska Vandecasteele

Charleroi Danse, het danstheater, ook tegenover Khatri gevestigd, is onlangs begonnen met yogalessen, door de mensen van de dansschool, voor de vrouwen uit de straat.

Het is een begin. Links op een terrasje in de Manchesterstraat: een groepje dansers van Charleroi Danse die net hebben geluncht en nu een jointje delen. Rechts: een groepje gehoofddoekte vrouwen die even uitpuffen van het belangeloos voorbereiden van de lunch van die jonge mensen uit een andere wereld. Hier moet het gebeuren. Als er één plek is in de straat waar zulke uiteenlopende groepen nader tot elkaar komen, dan is het hier op het houtje-touwtjeterras van Cassonade. Dat is het ‘restaurant solidaire’, de sociale eetplaats waar iedereen vijf dagen in de week een vorkje mag meeprikken uit een gedeelde keuken. Op het raam staat de leus: ‘Eet niet alleen, nodig een ander uit.’ Je hoeft niets te betalen voor je eigen portie als je dat niet kunt, maar een donatie op vrijwillige basis wordt op prijs gesteld.

De laagdrempeligheid komt van het ‘Welkom’ in vijftien talen op de ramen en een altijd openstaande deur waardoor keukengeuren uitwaaieren.

Gabriel Alves de Faria en Jonas Verhees. Beeld Siska Vandecasteele
Gabriel Alves de Faria en Jonas Verhees.Beeld Siska Vandecasteele

‘We hebben zo’n vijftig gasten per dag voor ontbijt en lunch’, meldt buurtbewoner Gabriel Alves de Faria tijdens het aardappelen schillen. Hij is een van initiatiefnemers van Cassonade, afkomstig uit Brazilië, voorheen werkzaam bij de mensenrechtenafdeling van de Verenigde Naties, nu directeur van het mensenrechtenplatform Not Only Voices en zelfstandig entrepreneur. ‘En ook al waren sommige vrijwilligers in het begin sceptisch, het werkt.’

Ja, natuurlijk heb je er ook freeriders tussen.

‘We hadden hier laatst een Algerijnse man die een berg eten had opgeschept en vertrok zonder iets te betalen. Twee dagen achter elkaar. De dames van de keuken waren licht geërgerd. Er waren opmerkingen in de trant van: ‘Zie je nou wel?’’

Bij het volgende bezoekje schoof Alves de Faria aan bij de gast en vroeg hem of hij bekend was met het concept van het restaurant solidaire. ‘Toen ik hem vertelde dat betalen niet verplicht was en dat hij ook als vrijwilliger iets kon bijdragen, zei hij dat hij dat wel wilde.’

De Faria had hoop. De keukendame had haar bedenkingen. Maar de man komt nu en dan meehelpen.

‘Restaurant’ Cassonade, dat ook als gemeenschapsruimte fungeert, voorziet in een behoefte. Net zoals het huiswerkbegeleidingsklasje op de eerste verdieping. Er zijn plannen voor werkruimten in de voormalige suikerraffinaderij. Dat terwijl eigenaar Jonas Verhees na aankoop het pand wilde laten verbouwen tot een gay wellness resort. Hij is een witte Vlaming en de partner van Alves de Faria, met wie hij op de bovenste verdieping woont. Mede door De Faria is hij snel van gedachten veranderd.

Eethuis Cassonade. Beeld Siska Vandecasteele
Eethuis Cassonade.Beeld Siska Vandecasteele

Verhees: ‘Ik woonde in Vilvoorde en ben hier terechtgekomen toen mijn vorige relatie uitging en dit pand vrij kwam. Ik ben inmiddels 40 en voel steeds meer de behoefte aan een lokaal leven. Zodat ik weet wie mijn buren zijn. Dat de kruidenier weet wie ik ben.

‘30 procent van de Brusselse bevolking heeft een Marokkaanse achtergrond. Daarvan woont het grootste deel hier in Molenbeek. Maar iedereen zit hier in zijn eigen bubbel. Iedereen is op zoek naar wat vertrouwd is. Marokkanen hebben hun eigen kruideniers, Vlamingen hun eigen hipsterbakkers. De Brusselse regering heeft dat probleem op een gegeven moment onderkend. Ze wilde middenklassegezinnen naar de verloederde wijken trekken door er huizen te bouwen. Maar de gehoopte mix tussen bevolkingsgroepen is uitgebleven.’

Nee dan Cassonade. Het eethuis draait geheel op vrijwilligers en wordt bekostigd met bijdragen van de gasten en het privégeld van de familie Verhees, die in de gereedschapshandel haar vermogen heeft opgebouwd. Verhees wilde iets geven aan de wijk waar hij sinds 2018 met plezier woont. Maar dan wel iets waar de buurt zelf behoefte aan heeft, niet weer een initiatief met veel goede bedoelingen en veel geld waarover de wijk niet werd geraadpleegd.

null Beeld Siska Vandecasteele
Beeld Siska Vandecasteele

In het geval van Cassonade werd er geluisterd. Malika Saissi, die samen met Verhees en Alves de Faria het plan voor Cassonade ontwikkelde, legde haar oor te luister in de straat. Door aan te bellen bij elk huis om te weten wat de mensen het liefst zagen in het pand. Bovenaan het verlanglijstje: een ontmoetingsplek voor de buurt, ruimte waar kinderen terechtkunnen voor naschoolse opvang en een safe space voor vrouwen.

Voor Saissi, projectcoördinator van Marokkaanse afkomst bij De Vaartkapoen, een experimenteel gemeenschapscentrum met extra aandacht voor muziek, is het van vitaal belang dat mensen niet alleen over de samenleving praten maar er ook iets aan bijdragen. Ze ijvert al 24 jaar voor de emancipatie van vooral Marokkaanse vrouwen.

Saissi: ‘Als mensen elkaar niet leren kennen, werkt dat discriminatie in de hand. Voor mij is de discriminatie van meiden met een hoofddoek niet anders dan discriminatie van homo’s en de discriminatie van Molenbekenaars na Abdeslam.’ Ze doelt op het feit dat Molenbekenaars met de nek worden aangekeken sinds de aanslagen in Parijs en Brussel, waarin Salah Abdeslam een belangrijk aandeel had. Na de aanslag in Parijs hield hij zich maandenlang verborgen in Molenbeek. Saissi was zijn buurvrouw en kende zijn moeder goed.

In een interview in maart in Bruzz, het culturele weekblad van Brussel, beschrijft Saissi de sfeer in de wijk na de aanslagen. ‘Bij de slager leek plots iedereen bang voor iedereen.’ Ze verklaarde niet te kiezen voor isolement, maar juist tegen de stroom in te gaan en te proberen elkaar terug te vinden. Dat deed ze onder meer door een theaterstuk op te voeren waarin de moeder van een IS-strijder haar verhaal deed. Met haar werk en engagement voor Cassonade heeft ze hetzelfde voor ogen. Elkaar vinden.

Verhees weet ook wel dat met alle initiatieven van de overheid en de Molenbekenaars zelf de gemeente nooit een luxe woonomgeving zal worden. ‘Molenbeek is van oudsher een gemeente van primo arrivants, de eerste plek waar migranten terechtkomen. Die hebben per definitie weinig geld en geen sociaal netwerk. Als ze zich opwerken, trekken ze verder en maken plaats voor nieuwe migranten. Een stad heeft zo’n wijk nodig. Maar je kunt ook vraagtekens plaatsen bij de wanpraktijken die deel uitmaken van zo’n buurt. Louche figuren die matrassen per nacht verhuren aan mensen in armzalige omstandigheden. Het is moeilijk daar tegen te vechten, maar we kunnen wel proberen mensen met een lagere economische status meer nut en voordeel uit hun eigen wijk te laten putten.’

 Het festival Manchester in Joy. Beeld Siska Vandecasteele
Het festival Manchester in Joy.Beeld Siska Vandecasteele

Buiten voor Cassonade spelen Braziliaanse muzikanten een akoestisch setje. Er wordt gelachen en gedanst. Als een folkloristisch Marokkaans ensemble de straat inloopt, klinkt spontaan de roep om een fusion musicale. Maar eerst breekt een medewerker van het filmhuis Cinemaximiliaan, opgezweept door handgeklap van de buren, spontaan uit in buikdans in poloshirt en korte broek. En voor je het weet, word je uitgenodigd om een shisha mee te roken. Mansoor Ghanim, van schuin tegenover Charleroi Danse, schijnt vandaag domweg gelukkig in de Manchesterstraat. Op een plastic tuinstoeltje voor de deur en met een pruttelende pijp ziet hij alles aan met blijde verbazing.

Als de verslaggever geen Frans of Arabisch blijkt te spreken, schakelt Ghanim zijn kinderen in om als tolk te dienen en zijn verwondering uit te spreken. Hij blijkt journalist uit Irak te zijn, woont sinds drie jaar in de straat en heeft hier nog nooit zo’n feestje meegemaakt. ‘We leven hier nogal afgezonderd. Vlamingen zijn afstandelijk tegenover migranten. Dit is de eerste keer dat zij ons zien zoals we zijn.’ Ghanim speelde met het idee om te gaan verhuizen maar dit stemt hem iets positiever.

En als je zegt dat je er volgend jaar wellicht weer bij bent, zegt hij bij het afscheid nemen dan ook: ‘Au revoir, peut-être au revoir.’

De Volkskrant volgt een jaar lang de burgerinitiatieven in de Manchesterstraat. Binnenkort verschijnt op de website van Not Only Voices, een internetplatform voor het promoten van mensenrechten, een pagina gewijd aan de Manchesterstraat in Molenbeek. Not Only Voices zal gedurende het jaar de ontwikkelingen daar volgen en er verslag van doen met video’s en interviews.

Een groeiende deelgemeente

Molenbeek telt iets meer dan 120 duizend inwoners. Een kwart van hen heeft niet de Belgische nationaliteit. 34,7 procent is Marokkaans, er zijn ook veel Molenbekenaars met een Italiaanse, Spaanse of Turkse achtergrond. Per jaar vestigen zich zevenduizend nieuwe inwoners in de deelgemeente. Tegelijk verlaten vijfduizend Molenbekenaars de wijk, zodat de Brusselse deelgemeente jaarlijks met zo’n tweeduizend inwoners groeit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden